Poëzie? Saai? Niks voor jou? Te schools?
Poëzie van een bakvis? Oninteressant? Te puberaal?

Lees even door, sla desnoods deze korte inleiding over en trakteer jezelf op enkele korte gedichten (nieuwe gedichten 14 maart 2000). Wedden dat er eentje bij is waarvan je wou dat je het zelf geschreven had?

De juryleden van de prestigieuze Soetendaelle-poëziewedstrijd zijn net als wij onder de indruk van haar werk: ze hebben het al twee keer met een eerste prijs bekroond. Het verbaast ons ook niet (meer) dat haar beste gedichten al her en der in druk verschenen zijn en dat ze het ondertussen zelf al tot jurylid geschopt heeft.

We zijn natuurlijk niet weinig trots op de literaire prestaties van een van ‘onze’ leerlingen, maar eerlijkheidshalve voegen we hier graag aan toe dat Hélène de smaak al te pakken kreeg bij ‘t Kommatouwtje, het dichtgenootschap van Lud Persyn, haar lerares Nederlands in het eerste jaar aan het Sint-Jan Berchmanscollege in Avelgem. Gelukkig voor ons besloot ze naar Ronse te komen. Ze heeft daar trouwens zelf ook geen spijt van.

Overigens klinkt haar poëzie volkomen authentiek, echt, puur. Achter elk gedicht zit een onvervalst gevoel en - wat het gevoel tot poëzie maakt - de verwoording ervan is gewoon buitengewoon, zoals Hélène zelf trouwens.

Juryverslag Soetendaelle 2000
Bewonderenswaardig hoe Hélène Claeys in een vloot van gedichten de zeeën van haar fantasie bevaart, hoe zij onderweg de zeilen hijst en er de winden volop door laat waaien. De richtingen vanwaar zij komen, zijn vaak de prille kindertijd en zijn sprookjes en een Transcendente met Wie zij meestal vanzelfsprekend in communicatie treedt en vertrouwelijk omgaat en in Wiens of Wier omgeving zij zich veilig voelt. Maar soms stormen zij vanuit het noorden en brengen flarden verhaal mee over ijzig harde relaties.

 

 L van leven

 zo begon de naam
 die zij je gaven

 samengesmolten
 met dromen
 ongestoord gesponnen
 over blonde babydons
 tot melkwit geluk
 doorheen al hun ademen

 diezelfde nacht
 terwijl engeltjes nog
 tussen de druppels
 dauw verpoosden
 ging jij op kousenvoetjes
 ongemerkt de weg terug

 gestolde beelden
 kleven nu voor altijd
 aan hun ogen

 nauwelijks durven
 vragen naar de zin

 jij die weet
 nam in alle stilte
 alles mee

(aan Lieven)

 

 Dear little Sam 1

 de stilte huilt
 niet langer ingehouden

 zij schreeuwt langs
 alle kanten haar verdriet

 als nachtwandelaars
 schuiven zij ertussen

 hun namen zijn vergeten
 met de morgens die zonken

 samen met zijn laatste
 ademtocht verdronken

 Dear Little Sam2

 omzichtig ontsloot ze
 zijn kamerdeur om hem
 vooral niet nodeloos
 te wekken
 snel schoven haar ogen
 mee naar binnen en volgt
 zij willoos

 haar huid kleurt tot was
 haar gezicht tot pijngrimas
 nu zijn lachen uit alle
 hoeken weer als een roofdier
 op haar neerspringt

 niet te tellen zijn haar wonden
 en er is niemand die ze likt

 ze verschuilt zich diep in
 zichzelf en klauwt de aarde rauw

 

  één na één
  doe ik alle geluiden
  rondom mij uit en
  leg de wereld
  naast me neer

  luisterend
  hoe de ruimte
  stilte zuigt en hoe
  langzaam licht
  zich spreidt

  vouw ik me
  open
  en word heel even
  een deeltje
  eeuwigheid

  kwistig schudt
  de lucht
  pailletten licht
  uit haar mouw die
  als speelse vlinders
  tussen ontelbare
  klappende en vangende
  groene handjes fladderen

  daartussen danst
  de wind als een god
  en kust smoorverliefd
  het toverbos

 

 

 er zijn dagen
 dat ik gedragen
 door onzichtbare 
 handen zweef

 ze maken alles
 tijdeloos
 en mij net niet

 onsterfelijk

 

  kinderen joelen
  en stoeien
  in het bos

  wandelen
  met kaboutermensen
  hand in hand

  vertellen verhalen
  van onzichtbare wezens
  die wonen in holle bomen

  of op elfenbanken
  en van slapende prinsessen
  die door een kus ontwaken

  als wimpels dragen zij dromen
  in hun handen en plukken
  onbevangen de wind

  hoe lang geleden liep ik hier
  op korte beentjes en zag verrukt  
  een puntmuts verdwijnen

  ik kan de plek nog aanwijzen

  vermomd als elf 
  danste ik heimelijk
  onder loofbomen

  en mijn voeten
  liefkoosden de grond
  alsof

  alles daarna
  sterven zou
  mijn dromen bespeelden

  de zilverlichte zonnevlekken
  in de hemelshoge kruinen die
  met luchtig handgebaar

  elk woord wegwuifden:
  op dit uur dempen alle bomen
  hun fluisterend spreken

  ik luisterde naar de stilte
  en snoof de geur
 van een zuiden

 dat geneest

  

 mijn god ik
 weet het wel,
 jij bent aan
 wezig. overal

 alleen, overal is nu
 te weinig of te veel

 zie je niet
 hoe ik langzaam
 in onze stilte
 verdwaal en mezelf
 gaandeweg als water
 in een mand van riet verlies

 wanhopig knijp ik
 mijn ogen dicht,
 weiger koppig
 het zoute en
 klamp me vast aan
 de lucht rondom mij
 maar struikel over
 haar ijlte, glij verder

  ben jij eindelijk hier?

 je hoeft niet te praten.
 alleen in je zijn wil ik
 bijkleuren als een
 ondergaande zon en
 dan weer verrijzen.

 

Onzichtbaar

men kleeft
een pleister
op een geschaafde knie
maar wat
met de pijn
die niemand ziet?

die zonder
sporen trekken
bloedt
onder je huid?

 

Een vreemde in jezelf 

echt verdriet
is een wezen
diep
in jezelf 

het neemt
je lichaam
voor zijn huis
en bespeelt het
virtuoos 

maar luister niet!
geef het
geen naam
en zoek niet
vanwaar het kwam 

omring het
met liefde
zonder angst
en je zult zien
dat het zal gaan
zoals het kwam.

 


Mijn aandacht
stijgt op

aan mijzelf
voorbij en
drijft langzaam weg

ik kijk om 

zie mijn lichaam
braaf
alleen op de bank

ik glimlach
en zweef zalig
verder

 

 

Lieve oma 

de zon speelt
als een jonge poes
in oma’s haar

terwijl zij stil
naar mij luistert

de zon is al lang
onder gegaan

oma luistert
nog steeds naar mij

stil  kijk ik naar haar
en zoek de vleugels waarmee
zij ver boven de zon zweeft

 

 

Veel kouder
dan de aarde
die rust op
hun vermoorde kind
is hun pijn 

die dieper
en dieper
hun lichaam
in
groeide

zich als klimop
vastzuigend
tussen de voegen
van leven
en dood 

Wie redt hen
van
overwoekering ?

 

 

Zij droegen
vlinders
in hun haar

vogels
woonden
in hun hoofd

zij waren
kinderen
van het licht

muziek
speelde
in hun hart

toen kwam
het noodlot
de zon

doofde
in de kille omhelzing
van het beest 

en al
wat leefde
ging wenend heen

 

Mijn vriend  

Ik wachtte niet op jou:
ik wist niet dat je komen zou
- nu nog niet -
maar nu je er bent,
ben je als de vingers
van mijn hand.

Heb je zin om te reageren op deze gedichten of andere pennenvruchten in dit pennenhoekje?

Heb je zin om zelf iets te publiceren in dit hoekje van onze webstek? Geef ons een seintje.

In Pedagogische Bijdragen (1ste trim 1999) kun je heel diepzinnig over Hélènes poëzie lezen: Ik zoek niet om te schrijven, blz. 46-47.

We publiceren graag  enkele nieuwe bekroonde gedichten van Hélène. Met enkele behaalde ze op de negentiende Soetendaellepoëziewedstrijd eerste prijzen  en met "in de kilte van die andere grootvader" won zij een prijs in de Anton Van Wilderode wedstrijd 1999.

  Op 16 februari 2000 behaalde Hélène de eerste en tweede prijs voor religieuze poëzie bij het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs. Zij behaalde eveneens in 2000 de eerste prijs met de gedichten  "kinderen joelen", "vermomd als elf" en "gehurkt in mulle aarde" in de poëziewedstrijd voor jeugd en jonge volwassenen met thema Bos bij de Vereniging voor Bos in Vlaanderen.

Uit het verslag van de jury van de Soetendaellepoëziewedstrijd:
"In elk nieuw gedicht blijft Hélène Claeys ons boeien, nu eens door haar vermogen om sterke gevoelens ‘bijna objectief’ doorheen een volgehouden beeldspraak, allegorisch te laten spreken, dan weer door een religieus-metafysische inslag: soms lijkt zij het verhaal van de mensheid in een perspectief van schepping of verlossing te plaatsen".

Vriendschap

net als die
anderen
hoorde jij
mijn woorden


als zachte golven
gleden zij langs je
oor naar binnen
en raakten je hart


dat in je ogen
sprak en in je
mond vertaalde


ik keek toe
hoe jij aarzelend
naar de loopbrug


van mijn verleden
kwam en hoe ik
haar langzaam

voor jou neerhaalde

 

 

schrikwekkend 
dicht bij ons
slepen zij in
loden stilte
hun leven
als een open
wonde met zich mee


herinneringen
zonder kader
die zich staps
gewijze verliezen
in een uitzicht

loos landschap

 

 

zon maan
en sterren
schijnen mij
zo nabij 

de hele wereld lijkt
binnen handbereik 

verliefd op het leven
adem ik vrede 

en oog hoger
dan elke horizon

 

 

1 september

onder mijn ogen ebt
het volgeschreven blad weg
tot een bolstaand zeil
dat het rustig ritme
van de golven volgt 

          ik reis mee met
         
de wind die mijn
         
haren verwaait

een luide klap
het water zwiept omhoog
mijn boot kapseist
en mijn droom verdrinkt
tot bij de realiteit 

          alleen de geur
         
hangt nu nog in mij
         
niet te bedaren

 

 

 

in de kilte
van die andere
grootvader
mis ik jou
het meest 

door kieren
in mijn verdriet
waait
gure wind
en rafelt
dromen uit tot
een zijden draad
die onze beide oevers verbindt 

rest een ragfijne
berijmde lijn
trillend 
onder tederheid
van mij
tot aan 
jouw eeuwigheid

Hélène won hiermee
de Anton van Wilderodeprijs 1999

Marcel Beleyn

 Back to Top

 Laatst gewijzigd op 22/11/01