Fragmentengenealogie David Plaisi(e)r
 

Fragment IEPER Fragment BRUGGE Frag. KORTRIJK Fr. St. Winoksbergen Lambrechts-Plaisirs Fragment Rijsoord Frag. Rijsoord (Vervolg) Frag. David PLAISIR Fragment Rhoon Frag. POPERINGEN Frag. HONDSCHOOTE Fragment ESEN Fragment HAARLEM Fragment LEIDEN FONDS PLAISIER


"CORPORA IPSORUM IN PACESEPULTA SUNT ET NOMEN ESRUM VIVIT IN GENERATIOEM ET GENERATIOMEN".
"Hun lichamen werden in vrede begraven doch hun namen leven voort van geslacht tot geslacht".

Inleiding:

Van het geslacht PLAISIER / PLEYSIER -&tc. worden nog steeds flarden gevonden uit een ver verleden. Ze worden vermeld in Latijnse--, (oud) Franse--, en (oud) Nederlandstalige akten.
Hoewel het Concilie van Trente in 1563 besliste om doop- en huwelijksregisters aan te leggen, werd deze opdracht niet direkt overal opgevolgd. Sommige parochieregisters beginnen in Vlaanderen omstreeks 1595, andere slechts rond 1661 en nog later, wat "vroege" gezinsreconstructies nogal bemoeilijkt.

De naam Plaisier / Pleysier - &tc.:

Het probleem doet zich al snel voor, dat er ca. 55 naam-varianten mogelijk zijn. Hoewel wij bij veel variaties de nodige vraagtekens hebben, geven we onderstaand, de meest voorkomende:
PLACHIER, PLACIER, PLACIET, PLAECYER, PLAEYSIER, PLAISIER,
PLAISIERS, PLAISIR(S), PLAIZIER, PLASIET, PLASIR, PLASSY,
PLAISYE, PLAISYET, PLATSIER, PLAYSIER, PLECIET(?), PLEISIE,
PLEITSIER, PLESIER, PLESIET(?), PLESSEY, PLESSIER, PLESSIET,
PLESSIS, PLESSY, PLESYT, PLESY, PLESYER, PLETSIER(S), PLETSIET,
PLETS(?), PLETZIER, PLEYSIER, PLEZE(?), PLEZI, PLEZIER, PLICIET,
PLISIER, PLISSIER, PLYCI(?), PLYSETS(?), PLYSIER, PLYSYER, PILISER,
PILISERO(?), PYLISER, PYLLISER, PYLLYSER, PYLISER en PYLYSERE.

De varianten "de Pillecyn en de Pelichy" komen zeker niet in aanmerking voor ons verder onderzoek.
Het lijkt ons onjuist alle PILISERS en varianten als voorvaderen aan te merken. Wij denken eerder aan een PILISER-tak die evalueert naar PLESIS - PLAISIRS &tc.
Overigens, de naam PILISER komt heden ten dage nog voor in België en Frankrijk.
De voorvoegsels DU en DE werden slechts sporadisch gebruikt en de variant PLAISANT werd nog steeds buiten onze fragment-genealogiën gehouden.

Rest ons nog enige algemene opmerkingen: Er werd fonetisch genoteerd, al naargelang de gissing of de uitspraak, meestal omdat de betrokken persoon ongeletterd was en zijn naam onmogelijk zelf kon spellen en ook niet begreep wat er genoteerd werd. Dialekten, buitenlandse accenten en slordige vertalingen uit akten, speelden ook een grote rol in de juiste spelling van een naam. Verder menen wij dat er nog veel te ontdekken is en beseffen we, dat dit een momentopname is.
Bij deze danken wij degenen die ons, tot dusver, behulpzaam zijn geweest. Uw bijdrage, hoe miniem ook, wordt door ons steeds op grote prijs gesteld.

Eerste vermeldingen:

In het graafschap Vlaanderen is er in 1268, in de Stadsrekening van de stad Ieper, sprake van een Clais Piliser. Tevens vermeldingen in 1276: Boidino Pilhiser, in 1280: Hannekinus Piliser en Johannem Piliser. Voorts maken de Stadsrekeningen nog melding van: Walterus Piliser in 1281, Jehans Pilizer in 1306. Er blijkt een regelmatige aanwezigheid te Ieper, gedurende langere tijd. We vonden ook een ruime aanwezigheid van Pletsier(s), vanaf ca. 1469, in de dorpen Wijtschate, Voormisele en Watou in de Kasselrij Ieper. Alles hierover vindt men op Fragment Genealogie IEPER.

In 1260 is CHRISTIANUS PIELIJSER cijnsplichtige van het St. Janshospitaal te Brugge. Wouter Pylysere is poorter in 1312 en Gilles Plachier wordt hier poorter op 28-12-1333. Er volgen nog vele poortervermeldingen te Brugge. Ook hier blijkt een lange aanwezigheid van naamgenoten in deze stad. Na te lezen op Fragment Genealogie BRUGGE.

In het Kortrijkse evalueert vanaf 1317 de latijnse versie van de naam Plakieres tot Plachier in 1382. Ook aanwezigheid te Wervik, Rollegem en Comene. Na 1419 geen verdere personen, tot nu toe, gevonden. Dit is na te lezen op Fragment Genealogie KORTRIJK.

Slag bij Cassel 1328.
Opstand (1323-1328) in de Vlaamse kuststreek tegen Graaf Lodewijk van Nevers. De onlusten waren vooral gericht tegen de wijze van inning van de grafelijke belastingen. Een sterk Frans leger versloeg op 23 augustus 1328 in de slag bij Cassel het ca. 16.000 man sterke boerenleger, "de Kerels" genaamd. Het stond onder leiding van Nicolaas Zannekin en de meesten uit dit boerenleger waren afkomstig uit de kasselrijen Veurne, Sint-Winoksbergen, Bourbourg, Cassel en Belle.

Er bestaat een uitgebreide inventarislijst van de inbeslagname van goederen die werd opgemaakt tijdens de harde repressie in de eerste jaren na de slag. Dit document bevat niet minder dan 3.185 namen van gesneuvelden met de vermelding van de verbeurdverklaarde onroerende eigendommen. In dit document ook enige "voorvaderen".

Le parochie de Ghieverdinchove en le castelrie de Furnes (Veurne):
Nicolas / Nicholas Plachier: 7 mesures (gemet) de terre.

Le vile de Lo en le castelrie de Furnes:
Wautier Plachier: 1 maison.

Le parotse de Pitgam qui est en le castelrie de Berghes (St.-Winoksbergen):
Jehan Placier: 1 maison, 1 estaule (veestal) et 3 mesures de terre.

Bron: Bibliotheque Nationale de Paris, manuscrit francais n° 10366.
Boek: °
Les Flamands a la Bataille de Cassel 1328. E. Mannier, Paris 1863.
      ° Le soulèvement de la Flandre maritime de 1323-1328.
        Henri Pirenne, Bruxelles 1900.

In 1374 te Rupelmonde een Henekin Pletsaert en in 1375 te Zoutleeuw: Heinen Pletsere.

Het Buitenpoortersboek van Geraardsbergen in 1396 geeft de navolgende vermelding:
Steven Pletschier et uxor Lijsbeth.
Buitenpoorter van Geraardsbergen wonende te Denderhoutem. Betaald daarvoor in 1396: 8 schellingen parisis.
Boydiin / Boyden Pletschier(s) et uxor.
Buitenpoorter van Geraardsbergen wonende te Haeltert. Ook hij betaald 8 sch. par.

Bron: Algemeen Rijksarch. Brussel n° 45971.
Boek:
Het Buitenpoortersboek van Geraardsbergen van 1396. J. de Brouwer, 1954.


Blijkens de Haardentelling van 1398 waren er te St. Winoksbergen nog geen "naamgenoten" aanwezig. Vanaf 1444 volgen er zeer vele Poorters-inschrijvingen. Op 09-07-1444 wordt Jacob Pletsier daar poorter, gevolgt op 08-04-1448 door Michiel Pletsier. Alles hierover: Fragment Genealogie SINT-WINOKSBERGEN.


In 1505 wordt Jan Plessier poorter van Veurne, bij kope.
Op 18-12-1632 ook Pieter Plessiet, geb. Watou en zoon van Maerten Plessiet.

Bron: Poortersboek van Veurne, J. Cailliau.


Nederlandse genealogie-takken.
Aannemende dat de oorsprong ook van hun takken ligt in de "Westhoek" van Vlaanderen, is enig historisch inzicht wel noodzakelijk. Veel boeken zijn er geschreven en verschenen over beeldenstorm, bosgeuzen en godsdiensttwisten. Veel inwoners verlieten de streek en weken uit naar Engeland en de Noordelijke Nederlanden. Daaronder veel aanhangers van de "nieuwe religie", maar ook velen die have en goed verloren hadden en om economische redenen wegvluchtten. Tientallen jaren bleef het land onbebouwd en dorpen geheel verlaten. Plunderende bendes maakten het leven daar onmogelijk. De schaarse achterblijvers trokken naar de versterkte steden om daar "betere tijden" af te wachten. Nog lang is niet alles boven water wat betreft onze naamgenoten in die tijd; verwarrend is het wel. Enige voorbeelden: David Plaisir veruilt in 1579 het protestante Zierikzee om in Antwerpen als goed katholiek verder te leven; Henrick Pleijtsier huwt (Protestant) als "j.m. van Londen" in 1607 te Bergen op Zoom, de katholieke broeder Nicolas Plessier verleent geestelijke bijstand aan ter dood veroordeelde ketters en van Jehan Pilizere en Guillaume Pilizere worden hun goederen verbeurt verklaard. Jehan Pilizere werd ook verbannen.

Godsdienstperikelen en vervolgingen.

Uit de rekeningen 22-05-1568 tot 31-05-1571 van Jean Willaert, ambtenaar des Konings. Aangeslagen goederen tijdens de godsdiensttroebelen in Sint Winoksbergen en het Berg-ambacht, uitgezonderd Hondschoote, van voortvluchtige, bannelingen en veroordeelden:

OostCappel:
Uitvoering vonnis Nicolas Bodet:
f° 43.- A Estienne Caudron, courreur, pour aussi l'avoir envoyé à St-Omer insinuer ledit Barrat, affin qu'il vinst exécuter par l'espée la personne de Nicolas Bodet, condempné par ceulx de la loy dudit Berchambacht à la mort pour lesdis troubles, payé………XXIIII s.
f° 43 v°.-A frère NICOLAS PLESSIER , pour avoir reconcilié et consolé le dit Bodet…….XXIIII s.
Betaald aan broeder NICOLAS PLESSIER, "voor geestelijke bijstand" aan de genoemde Bodet……..24 s.

OostCappel.
Uitvoering vonnis Jehan Moreel:
A Frère NICOLAS PLESSIER susdit, pour avoir assisté et consolé icelluy Moreel par quictance………..XXIII s.
Betaald aan broeder NICOLAS PLESSIER, voor "geestelijke bijstand" aan genoemde Moreel …….. 23 s.

Bron: Troubles Religieux du XVIe siècle dans la Flandre Maritime 1560-1570,
Ed. De Coussemaker, Tome III, blz. 329 en 330.

Uit de rekeningen 1565-1570 van Jehan de Vos, ambtenaar des Konings, van de castelrij van Cassel en Menreville. Betreft de aangeslagen goederen van verdachte personen tijdens de godsdiensttroebelen:

Te Hazebrouck: GUILLAUME PILYZER, van Lynde (Linde).
Te Estaires (Stegers): JEAN PILIZERE.

Onderzoeksrapport naar de gebeurtenissen tijdens de godsdienst-troebelen te Estaires e.o. Aanklachten 09-08-1567:

….. Dict que ausdictes preches et dégâts ne donnèrent aucun empechement ceulx de la justice dudict Esterre, ny ceulx du serment et confrarir des arbalestriers, les principaulx desquels estoient sectaires, si comme Charles Beccue, Charles le Josne, Adrien Grincourt, Jaques Beccue, Regnault, bonnetier, Nicolle Battemanne, Pierre Mahet, JEHAN PILIZERE, Marq Tassel, roy de ladicte confrarie, Jehan Le Mire. Lesquels aussy ont depuis porté armes contre le Roy……&tc………… Et estoit commis à coeullier l'argent que les sectaires contribuoient pour furnir aux gens de guerre qu'ilz avoient coeullé JEHAN PILIZERE, Colle Batteman, Jaques Beccu et Mathieu de Bourges, lequel estoit boursier et délivroit argent à ceulx quy volloient porter les armes et faire le guet quy se faisoit touttes les nuictz devant le chasteau dudict Esterre.

Verdacht van geldinzamelingen voor het kopen van wapens en oprichting van een gewapende bende.

…… Sy se sont tenues en sa maison aucunes assamblées par ceulx de la nouvelle religion, en nombre de vingt ou trente, ne scet qu'il faisoient et traictoient, par ce qu'il n'entroit en leur chambre quant ilz tenoient leur conseil. Entre lesquels estoit Jaques Beccu, anchien, JEHAN PILIZERE d' Esterre, Pierre de Labre, diacre, …………..

Verdacht van samenkomsten van de "nieuwe religie" met 20 à 30 personen. JEHAN PILIZERE wordt in deze zaak als diaken vermeld.

Nicollas Wattelier, courdouwannier et bourgeois demourant à Esterre, ad présent prisonnier audict chasteau, eaigié de XLIII ans ou environ, ouy et interroghuié comme dessus, a dict et déposé par son serment qu'il ne scet quy ont esté les autheurs et principaulx conducteurs des désordres et oultraiges commis sur les églises, cloistres et aultres lieux de ce pays, ne ceulx quy ont faict venir les prédicans et menistres de la nouvelle religion. A bien veu aucunes preches publicques en ladicte ville d'Esterre et à Menreville, ou il s'est aucunes fois trouvé, mais ne s'est jamais trouvé en consistoire ou il n'estoit appelé, duquel estoient Jacques Beccue, anchien, JEHAN PILIZERE, aussy anchien, ……&tc……… Disant qu'il fut au mois d'octobre dernier à sa mémoire en certaine assamblée quy se faisoit en la maison dudict Jacques Beccue, ou estant comparus grand nombre de gens de la religion nouvelle, sans les sçavoir cotter, et en estoit la chambre quasy plaine; entre lesquels estoient lesdictz PILIZERE et Jacques Beccu, Pol Weddin, Philippes de Houlines et autres,…………&tc. A coeuillier lequel argent furent commis ledict JEHAN PILIZERE et Nicollas Westien. Ne scet quels gentilzhommes estoient favorisans à ceulx de ladicte nouvelle religion; sy congnoit ceulx quy ont porté armes contre le Roy. Et ne scet à parler des assamblées faictes à Sainct-Tron, Gand et Anvers, ne ce que s'y est traictié. Quy est ce qu'il en scet sur tout interroghuié.
Ainsy signé: Wastelier.

Bovenstaande verklaring werd afgelegd door Nicolas Wattelier of Wastelier, schoenmaker en gevangene te Esterre. (Stegers, het huidige Estaires).
Hij verklaart dat JEHAN PILIZERE aanwezig was bij bijeenkomsten van de "Nieuwe Religie". Jehan Pilizere was ouderling van de kerkgemeente. Hij was ook samen met Nicollas Westien, geldinzamelaar voor de stichting van een "tempel der nieuwe leer".

Ook Fanchois Le Clercq, brouwer en wonende te Esterre bevestigt bovenstaande. Uit zijn verklaring blijkt dat Jehan Pilizere, marchant de bois (Houthandelaar) was.

Derik Adrien, parmentier, verblijvend in Esterre verklaart dat Jehan Pilizere
"porté armes contre le Roy" wapens tegen de koning heeft gedragen, "Et estoit commis à coeullier l'argent que les sectaires contribuoient pour furnir aux gens de guerre qu'ilz avoient coeullié Jehan Pilizere", en van het opgehaalde geld van de sektaristen, een leger(tje) te bewapenen.

Bron: Troubles Religieux du XVIe siécle dans la Flandre Maritime 1560-1570,
Ed. De Coussemaker. Tome II, blz. 144, 147, 268, 269, 281, 295 en 296.

2 juni 1568.
Le Duc d'Alba prononce le bannissement perpétuel avec confiscation de biens.
Jehan Pylisere, e.a. adjournez à comparoir en personne par-devant son Excellence pour eulx venir purger de leur fuyte, absense uo latitation à cause des troubles passez, deuement contumacez et déboutez de toutes exceptions et deffences, d'aultre; chargez tous les susnommez d'avoir hanté les nouvelles presches calvinisticques et estre de la nouvelle religion; et par-dessus ce lesdicts:
Jehan Pylysere, famé d'avoir esté du consistoire audict Estaires.

De Hertog van Alva beveelt de eeuwige verbanning van ketters en verbeurdverklaring van hun goederen, w.o. die van Jan Pyliser.

Bron: Troubles &tc. Tome I, blz. 252 en 253

7 avril 1567 au 31 décembre 1570
La seigneurie du Pont d'Estaires résortissant avec la châtellenie de Warneton.

f° 88 --- JEAN PYLIZERE, banni (verbannnen).

Bron: Troubles Religieux du XVIe siécle dans la Flandre Maritime 1560-1570,
Ed. De Coussemaker. Tome II, blz. 399.

Samenvattend: Om godsdienstredenen worden de goederen van Jan Pilizere van Estaires en van Willem Pilyser van Lynde aangeslagen. Hoe het met Willem afliep weten we (nog) niet; Jan werd verbannen. Van hem weten we nu ook dat hij houthandelaar was, deel uitmaakte van het boogschuttersgilde, geldinzamelingen verrichtte voor de "nieuwe religie", wapens inkocht en woonachtig was onder de heerlijkheid van Pont d'Estaires, in de kasselrij Waasten.


Pâques 1566 au 31 décembre 1573.
Recepte des biens meubles (et immeubles) aïans appertenuz à plusieurs bannys et exécutez pour le faict des troubles passez en la ville et chastellenie de Bailleul en Flandres et allenviron et dévoluz à Sa Majesté par droict de confiscation depuis les Pasques Xve soixtante-six jusques et comprins le dernier jour de décembre XVe soixante-treize ensuivant.
Beslagname van roerende- en onroerende goederen van verbannen en terechtgestelde ketters.

Le compte des biens Meubles est rendu par Jacques Vlericq, nommé receveur par lettres royales du 7 avril 1567 (v.s.). Le compte des biens Immeubles est rendu par JEANNE PILEZERE, sa veuve.
De rekening van de roerende goederen zijn afgeleverd door Jacques Vlericq, benoemd ontvanger door koninklijke brieven van 7 april 1567.
De rekening van de onroerende goederen zijn afgeleverd door JEANNE PILEZERE (?!!), zijn weduwe.

Bron: Troubles &tc. Ed De Coussemaker, Tome I, blz.317.


Rond 1544 vinden we een Lambrecht Plaisirs te Leuven en later te Antwerpen.
Zie: Fragment Genealogie LAMBRECHT PLAISIRS.

Met François / Frans Plaisier geh. met Lijntgen ontwikkelt zich een uitgebreide stamboom te Rijsoord - Ridderkerk e.o. welke doorloopt tot heden. Na te lezen op: Fragment Genealogie RIJSOORD.


Na ongeregeldheden te Diest gaf Alva op 24-02-1569 de drossaard opdracht hem allerlei documenten te bezorgen. Hij eiste o.m. ook een lijst met namen van de schutters en de ambachtslieden. Op de lijst van het "Tapissiers ambacht": Thomas Plissis.

Bron: Raad van Beroerten, nr. 38, fol. 130-258. Rijksarchief Brussel.
Boek:
Vlaamse Stam 1967, blz. 277 tot 294.


Te Antwerpen werd in de O.L.V.-Kathedraal op 03-03-1572 gedoopt: Anna Plaissier, dochter van Merten Plaissier.
Dooppeter: (Onleesbaar) Ususmaris.
Doopmeter: Barbara Offermans.


De chirurgijn David Plaisir, zoon van Dierck laat vrouw en drie kinderen achter te Zierikzee en vestigt zich ca. 1579 te Antwerpen, waar hij huwt (?) en nog tien kinderen verwekt. We hebben over hem een ruime documentatie gevonden welke te vinden is bij: Fragment Genealogie DAVID PLAISIR.


Op 17-10-1607 huwt te Bergen op Zoom: Henrick Pleijtsier, j.m. van Londen met Marijken Aerts, wed. van Daniël Joos van Rythoven.

N.B: Jongeman van Londen betekent in de meeste gevallen dat hij daar geboren is; zijn ouders waren daar dus vanaf ca. 1580 of eerder. Waarschijnlijk uitgeweken om godsdienstredenen omdat Henrick protestants huwt.

Bron: Trouwregister NH. Kerk, Bergen op Zoom.


Te Rotterdam / Rhoon vinden we Adriaen Cornelis Plaisier vanaf 1617 daar aanwezig. Met hem ontwikkelt zich een ruime genealogie die tot op heden doorloopt. Te vinden op: Fragment Genealogie RHOON.


De aanwezigheid te Poperingen, vanaf 1565, op: Fragment Genealogie POPERINGEN. Te Hontschoote en het nabijgelegen dorp Killem de eerste aanwezigheid gevonden in 1601: Fragment Genealogie HONTSCHOOTE.

Met Ludovicus Platsier, zoon van Rolandus in 1608 een aanwezigheid te Esen. Fragment Genealogie ESEN.


Op 28-03-1622 huwt te Rotterdam: Cornelis Willemszn. Plaisir met Iefgen Triegen.
Uit dit huwelijk: Huibert Corneliszn. ged. Rotterdam 07-12-1628.


Op 20-08-1625 huwt te Antwerpen in de St. Joriskerk Joanna Plesir met Guilliam Goudevaert. Dispensatis bannes coniugate, (= vrijstelling van de 3 afroepen in de kerk).
Huw.get: 1. Maria Hijrmans
         2. Franchois Tervoot.


Jan Plaisijer, j. m. bootsgezel op het schip van vice-Admiraal (Jasper) Liefhebber huwt te Rotterdam op 05-01-1630, of op 06-05-1629 (vlgs afschrift Den Briel) met Heijndrickje Heijndriks (Lijndraaier), ged. den Briel 01-04-1594, dochter van Hendrick Teunisse Lijndraaier en Leentge Harpers.
Uit dit huwelijk:
1. Anna ged. 04-03-1630
2. Isebeël ged. 20-05-1632

Verklaring van Thomas Black, Engelsman, provoost, oud 48 jaar, Pieter Tijcken en Pieter Leendertsz. Beiden 21 jaar, bootsgezellen, tegenwoordig dienende op het schip van kapitein Mees den Boer, dat Jan Plaisijer destijds mede-bootsgezel, zich moest laten nazien bij Sijmus den Ouden, de chirurgijn. Zij verklaren dat Jan Plasijer geheel genezen is.

Bron: ora Brielle 58, 18-05-1629.


Gedoopt te Bergen op Zoom op 02-07-1629: Josu (John ?) Plaissir
Moeder: Maria Hermans, de vader werd niet vermeld !!
Doopget: 1. George Douvris.
         2. George Chijsholmes.
         3. Maria van Meer.


Bron:
Doopregister NH. Kerk, Bergen op Zoom.


Op 03-12-1631 huwt te Bergen op Zoom: Heijndrick Plesir, j.m. van Wauskers (?)
en soldaat onder de compagnie van Capitein Coninckx
, met Marij Thomas, j. d. van
't Sticht van Utrecht, wonende alhier.

Bron: Trouwregister NH. Kerk, Bergen op Zoom.


Te Torhout huwt Petrus Plessy (geb. ca. 1620) op 22-03-1648 met Maria Cailliau. Met hem begint een ruime genealogie die doorloopt tot heden: Fragment Genealogie TORHOUT.


Jan Pletsier "gebooren tot Haerlem", soldaat te Geertruidenberg. Hij huwt daar in 1632 met Caeteline Peeters. Met hem begint een genealogie die loopt tot ca. 1900. Fragment Genealogie HAARLEM.



Uit een processtuk van 1653 te Antwerpen de volgende informatie:

Conflict tussen GILLIS PLAISIR, molenaar en Anna Clerck(x), brouweres op het kasteel.

Aanklacht: Volgens Anna Clerck(x) was er in 1634 een mondelinge overeenkomst dat GILLIS PLAISIR het graan zou malen dat zij nodig had. GILLIS maalt niet meer. Zij eist 72 Fl. Terug voor de 2 jaren die zij betaald heeft.

Verweer: GILLIS PLAISIR betwist de juistheid van de getuigenissen. Hij wil onder ede verklaren dat er in 1634 geen overeenkomst was. Hij verklaart ook dat hij in 1634 geen molenaar was, maar is "toendertijd geweest ende nog enige tijd daarna in de dienste was van den Koning". (soldaat?)

Bron: Processtukken Antwerpen 1653 C 2556.


Te Rotterdam ondertr. op 09-04-1656 LODEWIJK PILIJSER, wednr. afkomstig van Vlaenderen, met Lijsbet Jans, j.d. afkomstig van Amsterdam en wonende Meulensteegh te Rotterdam. Uit dit huwelijk 4 kinderen.


Uit een akte van de Weeskamer te Delft van 05-02-1661 kunnen we een korte fragment-genealogie maken:

ADRIAEN PLAISIER
Beroep: Hoedemacker te Delft.

Geh. (1) met JACOBMIJNTJE QUEKERS.

Uit dit huwelijk:

1. Adriaen geb/ged. Delft (?) ca. 1646

Geh. (2) met JACOBMIJNTJE CALAMIJNSDR.

Uit dit huwelijk:

1. Christina geb./ged. Delft (?) ca. 1657

De akte:
Op de 5e februari 1661 compareerde voor de weesmrs. Adriaen Plasier hoedemacker ende registreerde zijn kinderen als Adriaen oud XV (15) jaeren gewonnen bij Jacobmijntje Quekers zijn eerste huysvrouw zaliger: ende Christina oud 4 jaeren gewonnen bij Jacobmijntje Calamijnsdochter sijn laatste huysvrouw zaliger: bij aenbreng van de voochd …… Joop (?) Leendertsoon Spierchuysen ende Heyndrick van Tol van alle goederen ende lasten van de boedel volgens dynventaris hier aangelevert elck zes gulden te betalen of mondigen dags ofte state van huwelijck deselves daerenboven te sullen onderhouden in costen ……… reden een ambacht ofte handwerck te doen leeren ………. mede deselves hun eerlijck sullen ……… alles onder verbant van sijn persoon ende ………. subject alles …….. ende recgteren ende …… vande weeskamer verleden voor Dirck Vander Lees en Isaack Graswinckel weesmeesters

Bron: Weeskamer Delft, NA 1618, dl. 8 fd. 295.


Te Leiden wordt ca. 1682 geboren: Pieter Plaisier, zoon van Pieter Plezier. Hij staat aan de basis van een genalogie die tot heden doorloopt: Fragment Genealogie LEIDEN.


Wij hopen hiermee een impuls te geven aan verder onderzoek naar de herkomst van het geslacht Plaisier-Pleijsier etc.

juni 2002.
De samenstellers:
M. Akkermans, Merksem (B).
J.A. Plaisier, Bergen op Zoom (NL).



Mia Akkermans
Eethuisstraat 66
2170 Merksem
tel.: 03/646.82.95


Aantal bezoeken



sedert 15-05-2001