F. Plaisier 1292-1446
 

StartF. Plaisier 1292-1446 F. Plaisier 1447-1550 F. Plaisier 1551-1567 F. Plaisier 1568-1573 F. Plaisier 1574 F. Plaisier 1575-1580 F. Plaisier 1581-1588 F. Plaisier 1589-1659 F. Plaisier Bijlagen

FONDS PLAISIER Deel I 1292 - 1446.  


5 mei 1292.
Het gasthuis van Antwerpen neemt voor zijn leven lang in de kost, of in lijftocht zoals men toen zei, Hr. JAN VAN BUSENGHEEM (Edegem), in ruil voor zijn goederen.
Bron: Antwerpiensia, Deel 13, blz. 273.
 
6 oktober 1294.
Wy PAUWELS BORNECOLVE ende GIELYS THOROUT ende AERT NOESE, scepenen in Antwerpen, maken cont dat vore ons gecomen syn JAN DE VOS, visscher, ende sijn wettich wijf, hebben ghegheven in gherechten aelmoesen der fermerien in Clapdorp, &c.
Bron: Rentenboek van 1449 van de infirmerie der begijnen buiten de Koepoort, fol. 19 en A.A.B. Deel 35, blz. 122.
 
15 september 1297.
Akte (latijn) over een bunder land in St. Michielsveld te Antwerpen. Worden genoemd: o.a. de Schepenen: EVERT VAN LILLO en NICOLAAS CANTMAN, ELISABETH, de weduwe van wijlen ARNOLDUS VAN EYCKHOVE, JOHANNES VAN DEN BROEKE, van Zanthoven, WILLEM VAN DEN BROEKE, KATERINA VAN DE MOLEN, HENRICUS DE HAGHA en WALTERUS YWANI.
Bron: Oorsprongkelijk stuk met zegel van schepene Nich. Cantman in het Stadsarchief, privilegiekom, D, 41 en A.A.B. Deel 35, blz. 34.
 
3 oktober 1297.
De stad Antwerpen verkoopt een wildert te Pridenbeke-Haringrode aan YDEN, weduwe van wijlen HUGO VAN STEELANT.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, oud Cart. 147 en A.A.B. Deel 35, blz. 35, 36.
 
25 oktober 1297.
De stad Antwerpen verkoopt een stuk “wildert die men noemt hemede” aan de volgende personen: JAN VAN POTVLIET, SYMOEN HEYMAN of SYMON HEYMEN en JAN, VER KERSTINENzone.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, fol. 83 en A.A.B. Deel 29, blz. 264, 265.
 
15 augustus 1298.
Akte (latijn) over verkoop van verschillende cijnsen op Antwerpse hofsteden door ARNOLD VAN HOEVORST aan de St. Michielsabdij. Worden genoemd: o.a. de Schepenen EVERDEY VAN LILLO en ARNOLDUS VAN DER MOLEN, IDE VAN BOGHE, JOHANNIS TONSORIS, NICOLAAS VAN THOROUT en ARNOLD VAN EKEREN.
Bron: Oorsprongkelijk stuk bewaard in het archief der Abdij van Averbode: S.M.A. 55 en A.A.B. Deel 35, blz. 36, 37.
 
- 1300 -
 
30 januari 1300.
Akte (latijn) over het in erfpacht geven van land te Wijneghem door ELISABETH, dochter van JOHANNIS VAN HACKENDONC aan WOUTER VAN BULLE. Worden verder genoemd: o.a. de Schepenen NICOLAAS CANTEMAN en JOHANNES DE LITTORE.
Bron: Cartul. Gasthuis, Antw. fol. CXXIII en A.A.B. Deel 35, blz. 39, 40.
 
29 juli 1300.
WOUTER BAN te Mechelen scheldt het Antwerpse gasthuis de vier sisters rogge erfelijk kwijt die het hem schuldig was uit hoofde van een wildert die het gasthuis van HENDRIK VAN WILRE te Westwezel gekocht had.
Bron: Gasthuisarchief, copij Dierxsens, ad annum en A.A.B. Deel 35, blz. 40.
 
- 1301 -
 
9 januari 1301.
Voor schepenen ARNOUT VAN DER MOLEN en PETER DAEN verkoopt LAUREIS DE MADERE een huis en hofstad aan de Markt tegen een erfcijns aan HENRIC Hr. GILLISzone. Verder worden genoemd: PETER TROEST en GERUNGE CLUET den pape.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 55, capell. no. 5 en A.A.B. Deel 36, blz. 151, 152. 
 
25 januari 1301.
Akte (latijn) waarin, voor de Amman WILLEM BORNECOLVE en de schepenen PAULUS BORNECOLVE en PETER DAEN, een weide verkocht wordt door PETRUS PAPE aan GODEVAERT DRAKE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartularium der Karthuizers, fol 17v° en A.A.B. Deel 36, blz. 153, 154.  
 
Fragment-genealogie familie DRAKE van die tijd:
JAN DRAKE, Scepenen van 1283-1307, geh. met NN.
Kinderen:
1.   GODEVAERT, tr. met een dochter van de familie GOETMAN.
2.   MATTHIJS, Geneesheer.
3.   WILLEM, Schepene, tr. met MARGARITA PAPE.
4.   JAN, tr. met ELISABETH ALLEYN.
5.   BOUDEN, kanunnik.
Bron: Antwerpsiensia, Deel 5, blz. 98.
 
22 september 1301.
Akte (latijn) waarin HUGO DE CNOCKE, kanunnik zijn bezit vermeerdert met land in Stertinghen en met een cijns op het huis van GILLIS VAN SNACKEN.
Bron: Archief OLV, capsa 17 capell. No I en A.A.B. Deel 36, blz. 28. 
 
30 november 1301.
ZEGER VAN HALLE geeft al zijn goederen aan het Antwerps gasthuis. Het gasthuis verpacht onmiddelijk deze goederen voor een termijn van honderd jaar en een dag aan WALTERUS DE ALTA DOMO.
Bron: Gasthuisarchief, copij Diercxsens, ad annum en A.A.B. Deel 35, blz. 42.
 
- 1302 -
 
?? februari 1302.
HENRICUS (HENDRIK) VAN WILRE bevestigt de abdij van St. Michiels in het allodiale goed van Lieserbroek onder Nederokkerzeel. Latijnse akte.
Bron: Arch. Antwerpen, St-Michiels, Oud Cart. 67 en A.A.B. Deel 35, blz. 43, 44.
 
23 maart 1302.
Akte (latijn) over schenking van goederen t.b.v. een kapellanie door Deken HUGO DE KNOCKE. Verder worden genoemd: de schepenen ZYMARIS, NICOLAAS VAN WINEGHEEM en ARNOLDUS NOSE, GILBERT AMMAN, WILLEM en GILLIS, zonen van wijlen WILLEM WILMAER, GILLIS VAN SNACKEN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 25 dom. no. 3 en A.A.B. Deel 36, blz. 154.
 
14 mei 1302.
Akte (latijn) over het herstellen van de rechten op de tiende door het O.L.V. kapittel, bij wier betwisting JOHANNES DE SCAFUNDERE werd geëxcommuniceerd.
Bron: Cartularium O.L.V. f° 122v° en A.A.B. Deel 35, blz. 45. 
 
21 mei 1302.
Latijnse akte waarin Ridder HUGO DE MALANT doneert aan een kapellanie op het Begijnhof, gesticht door BEATRIX VAN SCERPENISSE. Wordt ook genoemd: WOUTER VAN ARSCOT.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 131 capell. no. 6 en A.A.B. Deel 36, blz. 155.
 
4 juli 1302.
De seneschalk van Brabant, GODEFRIDUS VAN HEELBEKE, geeft last aan de overheden, de schuldenaars van het kapittel tot hun plicht te roepen. Latijnse akte.
Bron: Cartularium O.L.V. fol. 131 en A.A.B. Deel 35, blz. 45, 46.
 
14 juli 1302.
De bouwers van de muur tussen de St-Michielsabdij en het Veehof, JOHANNES CRISPEEL en JACOB LYONS, getuigen voor de Schepenen van Antwerpen, NICOLAAS VAN WIJNEGHEEM en JOHANNES PAPE, dat zij voldaan zijn. Latijnse akte.
Bron: Arch. Antwerpen, St-Michiels, Oud Cart. 134 en A.A.B. Deel 35, blz. 46.
 
15 november 1302.
Akte (latijn) waarin een getuigenis over de nagelaten boeken van kannunnik NICOLAUS YO. Worden verder genoemd: THOMAS GOETMAN en HENDRIK NOZE.
Bron: Cartularium OLV f° ??v° en A.A.B. Deel 35, blz. 46, 47.
 
- 1303 -
 
3 januari 1303.
Wi CLAUS VAN WINEGHEM ende PETER DAEN, scepenen in Antwerpen maken cont allen die ghenen die dese lettren selen sien ofte horen lesen, dat EVERAERT VAN BASELE verlijde ende bekende voer ons dat mijnher WOUTRE VAN WINENGHEEM riddere, &c.
Bron: Cartularium OLV, fol. 126 en A.A.B. Deel 35, blz. 47.
 
16 januari 1303.
Akte (latijn) over afkoop van een cijns door het gasthuis van ZYMARUS en NICOLAAS, ZYMARUSzonen in presentie van de Schepenen PAULUS BORNECOLVE en NICOLAAS CANTEMAN.
Bron: Gasthuisarchief, copij Diercxsens en A.A.B. Deel 35, blz. 47, 48.
 
9 februari 1303.
Akte (latijn) waarin de abdij van Sint-Bernards een erfcijns afkoopt die zij aan de stad schuldig was voor de goederen die destijds aan WOUTER VOLCAERT hadden toebehoord.
Bron: Archief Antwerpen, cart. St. Bernards, ad. ann. en A.A.B. Deel 36, blz. 29.
 
26 februari 1303.
De stad Antwerpen verkoopt 22 bunders wildert in den Langen Els aan GODEVERDEN DRAKE, poorter van Antwerpen.
Bron: Archief Antwerpen, St-Michiels, Oud Cart. 148 en A.A.B. Deel 35, blz. 48, 49.
 
11 maart 1303.
Het gasthuis verkrijgt van WOUTER VAN WYNEGHEM en zijn zoon JAN, een reeks erfcijnsen, onder Broechem en Olegem. Worden verder genoemd: WILLEM VAN BURE, GILLIS VAN BUSSCHO, HENDRIK VAN SCHURE, BOUDEWIJN VAN LODDERHOECKE, JACOBUS LUMBARDUS, GODSCHALK VAN MORTERE, ARNOLDUS VAN RANST, HENDRIK VAN NOLLE en GILBERT VAN HALLE. Latijnse akte.
Bron: Gasthuisarchief, copij Diercxsens en A.A.B. Deel 35, blz. 49.
 
17 maart 1303.
Voor de schepenen van Antwerpen, ARNOUD VAN DER MOLEN en JAN DRAKE, geeft JAN ROERVOET een hofstede op de Holenvliet te erve aan WILLEM DEN BRUWERE. Verder worden genoemd: JAN JONGHEN en HEINNEMAN ROERVOET.
Bron: Cartularium OLV, fol. 127 en A.A.B. Deel 35, blz. 50.
 
Dezelfde datum.
Akte (latijn) over een regeling met het gasthuis. Worden genoemd: GODEFRIDUS, de zoon van HENDRIK VAN WILRE en GODFRIED VAN DEN NOYKE.
Bron: Antwerpsch Archievenblad, Deel 35, blz. 50, 51.  
 
21 maart 1303.
Akte (latijn) waarin MATTHEUS DE BORCHWALLE voor de schepenen, JOHAN DE LITTORE en JAN DRAKE erkent een erfcijns schuldig te zijn aan JOHAN WOLSLAGHERE, priester van het Begijnhof.
Bron: Archief Begijnhof en A.A.B. Deel 36, blz. 156, 157.
 
4 juni 1303.
Akte (latijn) waarin Ridder JOHANNES BERTHOUT, geheten VAN BERLAER, de jonge, grond en een huis verkoopt aan de Sint-Bernardsabdij. Verder worden genoemd: wijlen GERTRUDIS VAN FILFORDIA, NICOLAAS KERSEMAKERE, MICHAEL VAN DER BORCH, PAULUS BORNECOLVE en JOHAN DE PAPE.
Bron: Archief Antwerpen, cart. St. Bernards en A.A.B. Deel 36, blz. 29-31.
 
Zelfde datum.
Akte (latijn) waarin Ridder JOHANNES BERTHOUT, genoemd VAN BERLAER, voor de schepenen PAULUS BORNECOLVE en JOHAN PAPE, zich verzoent met de abdij van St. Bernards. Verder worden genoemd: FLORIS BERTHOUT, van Berlaer, BALDUIN VAN EHOVE en JOHAN VAN HOVE, burgers van Mechelen.
Bron: Archief Antwerpen, cart. St. Bernards en A.A.B. Deel 36, blz. 157, 158.
 
11 juni 1303.
Akte (latijn) over ruiling van goederen tussen de St. Bernardsabdij en het kapittel van OLV. Genoemd worden: NICOLAAS KERSEMAKERE, wijlen MICHAEL VAN DER BORCH en wijlen RASO BERTHOUT.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19 Dom. no. 30 en A.A.B. Deel 36, blz. 158, 159.
 
21 juni 1303.
Lat. akte waarin het kapittel van OLV koopt van BOUDEN BOC te Hove twaalf bunders land, waarvan het bedrag is betaald door HUGO DE CNOCKE.
Bron: Archief OLV, Capsa 6 Dominorum no. 16 en A.A.B. Deel 36, blz. 31, 32.
 
?? juli 1303.
Wy, JAN VAN DEN HOGHENHUYS, GODEVAERT die BAERE, HEYNRYCK tser DAMIS sone, HEYNRYCK die HOLLANDER, KERSTIAEN VAN SCOENBRUGGHE, JAN die SMIT VAN DER BIEST ende ERNOUT die men heet DE SCERMERE, scepenen van Eckeren, maecken condt allen denghenen die dese lettren selen sien ofte horen lesen dat voer ons quam in propren persone JAN die MADERE, clerc, DIEDERYCX MADERS sone, portere van Antwerpen, ende begarde aen JANNE die men noempt die SMIT VAN DEN LARE rechtens mins heren JANS gheheten VAN DER EYGHENE &c. Verder wordt genoemd: JAN DE WAELE.
Bron: Cart. St. Bernardsabdij, K rub. 24 en A.A.B. Deel 36, blz. 160, 161.
 
15 juli 1303.
Wy ZYMAER ende WILLEM BORNECOLVE scepenen in Antwerpen maken cont dat vore ons quam JAN HACKENDONC die overghegheven ende overghedraghen heeft vor ons der fermerien in Clapdorp v. sc. erflijx chijs, &c.
Bron: Rentenboek van de infirmerie der begijnen buiten de Koepoort, fol 7v° en A.A.B. Deel 35, blz. 123.  
 
15 augustus 1303.
Akte (latijn) waarin de abdij van St-Michiels een schuld bekent aan KATERINE VAN WAERLOES, dochter van JOHANNES, op een goed te Vorspoele onder Waarloos.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 173 en A.A.B. Deel 35, blz. 51, 52.
 
7 december 1303.
Akte (latijn) van een “gift tussen levenden” van een huis in de Nieuwstraat. Hierin worden genoemd: de schepenen JOHANNES VAN WYNEGHEEM en PETRUS VAN DILF, HEILZOETE, weduwe van wijlen RADUARDI VAN THOROUT, STEPHANUS WILMAR en JOHANNIS RUFI.
Bron: Archief OLV, Capsa 42, capell. no. 1 en A.A.B. Deel 36, blz. 32, 33.
 
- 1304 -
 
2 januari 1304.
Akte (latijn) waarin kanunnik GERARDUS RUFFI zijn huis schenkt (na zijn dood) ter bewoning aan kanunnik JAN TUCLANT. Verder worden genoemd: de schepenen ANDRIES TUCLANT en ANDREAS VAN HOBOKEN, ARNOLDUS POLLAR, GODFRIED TUCLANT.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19 Dom. no. 12 en A.A.B. Deel 36, blz. 161, 162. 
 
Fragment-genealogie familie TUCLANT:
HUGO TUCLANT, schepene in 1230.
NICOLAUS TUCLANT, “bezorger” van het gasthuis in 1233.
JAN TUCLANT, leefde in 1261 en was gehuwd met HILGARDIS.
Kinderen uit dit huwelijk:
1.   GODFRIED volgt I.
2.   JAN, kanunnik.
3.   MATHIAS, priester.
 
I.   GODFRIED tr. met NN.
Kinderen:
1.   ANDRIES, schepene vanaf 1306.
2.   JAN, schepene vanaf 1306.
Bron: Antwerpsiensia, Deel 5, blz. 103, 104.
 
8 maart 1304.
MARGRIETE VAN YMMERZELE, begijn, schenkt aan de infirmerie een erfcijns op een goed te Hoghenscoot (Kapellen).
Bron: Renteboek van de infirmerie der begijnen buiten de Koepoort, fol. 18 en A.A.B. Deel 35, blz. 123.
 
16 maart 1304.
Akte (latijn) over verkoop van erfcijns op zijn huis in de Cammerstrate door de deken HUGO DE KNOCKE. Verder worden genoemd: de schepenen PETER VAN (DER) DILF(T) en ANDREAS TUCLANT, ARNOLDUS BONART, JOHAN VISCH, PETRUS WALE en PETRUS GELMAER.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 25 Dom. no. 2 en A.A.B. Deel 36, blz. 162, 163.
 
26 maart 1304.
Wi PETER VAN DER DILFT ende ANDRIJS VAN HOBOKEN scepenen &c. vore ons quamen PETER SNACKE, JAN ende GILIJS zijne kindre ende bekenden voer ons juncvrouen LISEBETEN BODINNEN, der mestersen ter Siekenliede boef &c.
Bron: Archief Antwerpen, cart. Terzieken en A.A.B. Deel 36, blz. 163, 164.
 
16 mei 1304.
Akte (latijn) waarin de parochiepriester van Wortel, JAN BODE, bekent dat de tienden van “Ten Langenberghe” niet hem, maar het kapittel van OLV toekomt. Worden verder genoemd: WILLEM VAN KUIC, MABILIE SNELLARTTHINNE (SNELLAERTS), ELISABETH VAN CAPELLE, MARGARETE VAN CLUITINGHEN, MARGARETE VAN LIER, SAPIENTIE NICHOLINNE en BEATRICE KEISMIRINNE.
Bron: Cartularium OLV, fol. 123 v° en A.A.B. Deel 35, blz. 54, 55.
 
1 augustus 1304.
Latijnse akte waarin JOHANNES, zoon van BOUDEN (BOC ?) bekent een erfcijns schuldig te zijn aan PETER DAEN. Wordt ook genoemd: wijlen JOHANNES WENEMAER.
Bron: Archief OLV, Capsa 97, capell. no. 1 en A.A.B. Deel 36, blz. 33.
 
2 september 1304.
Akte (latijn) waarin YDA VAN DER LIST, met haar momboer PIETER PAPE, een halve hofstede en een gemet in Loobroek schenkt aan het gasthuis. Worden verder genoemd: de schepenen ARNOUD VAN DER MOLEN en PAULUS BORNECOLVE, PETRUS BLOC.
Bron: Gasthuisarchief, copij Diercxsens en A.A.B. Deel 35, blz. 55, 56.
 
1 november 1304.
Akte (latijn) waarin JOHANNES POND geld ontvangt van de abdij tegen een erfcijns. Verder worden genoemd: de schepenen ANDREAS MACHARIUS en NICOLAAS CANTEMAN.
Bron: Archief Averbode, Fonds St. Michiels, no. 57 en A.A.B. Deel 36, blz. 34.
 
6 december 1304.
Akte (latijn) waarin BALDUINIS LATHOMUS, kapelaan der leproosdij, bekent voor de schepenen, JAN DRAKE, SYMON SPRONC en PAULUS BORNECOLVE, tekort gekomen te zijn aan zijn dijkverplichtingen te Coestelle. Verder wordt genoemd: WILLEM BORNECOLVE, Schout van Antwerpen.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 163 en A.A.B. Deel 35, blz. 56, 57.
 
- 1305 -
 
17 januari 1305.
Akte (latijn) waarin kapelaan WILLEM BERNECOLVE erkent, voor de schepenen EVERDEY VAN LILLO en ARNOLDUS VAN DER MOLEN, zich verplicht jegens de St. Bernardsabdij wegens het huis dat hij bewoont.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, Cartul. I-II, M. rub. 23 en A.A.B. Deel 36, blz. 104, 105.
 
27 januari 1305.
BOUDEN BRUWERE, zoon van wijlen JAN BRUWER, van Wommelgem, met zijn wettige vrouw ENGHELE, geven al hun goed ter bewaring aan de Schepenen CLAUS LYMPIAS en HEINRICK VAN BISEBEKE.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 149 en A.A.B. Deel 35, blz. 57. 
 
21 maart 1305.
Latijnse akte waarin deken HUGO DE CNOCKE zijn testament verandert m.b.t. erfcijns aan zijn zoon kapelaan HUGO DE CNOCKE. Verder worden genoemd: SYMON DRAKE, JOHAN RODE, FOLPERT CODDE, JACOB VAN BRUSSEL, RENALDUS DE RETESTE, THOMAS GUETMAN, PETRUS BUELE, ARNOLDUS NOSE en PAULUS BORNECOLVE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 13 Dom. no. 14 en A.A.B. Deel 36, blz. 164, 165.
 
28 maart 1305.
Akte (latijn) waarin de St. Bernardsabdij grond in erfpacht uitgeeft op St.Willibrordsveld aan de navolgende personen: PETRUS, zoon van HUGO HAGHENS, WILLEM en LAURENT BONAERT, JOHANNES BERTRAM, CLARISSIA VAN DEN BOME, JOHANNES en ARNOLDUS VAN WINENGHEEM. Verder worden genoemd de schepenen: ARNOLDUS VAN DER MOLEN en JACOBUS VAN BRUSSEL.
Bron: Archief Antwerpen, St. Bernards en A.A.B. Deel 36, blz. 36.
 
29 maart 1305.
Akte (latijn) over ruiling van grond. Genoemd worden: THOMAS SCHONE, NICOLAAS NOYDEN, Schepenen EVERDEY VAN LILLO en ARNOLD VAN DER MOLEN.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 129 en A.A.B. Deel 35, blz. 57, 58.
 
30 april 1305.
Akte (latijn) met een uitspraak van de scheidsmannen: JOHANNES TUCLANT, GILLIS VAN TICHELT en RULINUS EVERCOY, over tienden van Zaelhuffle en Bruele.
Bron: Cartularium OLV fol. 123 en A.A.B. Deel 35, blz. 59, 60.
 
3 mei 1305.
Akte (latijn) waarin voor de schepenen, JOHANNES DRAKE en FOLPERTUS CODDE, een schenking wordt gedaan door HENDRIK BODE, met zijn vrouw MARGARETE, aan de abdij van St. Michiels.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 59 en A.A.B. Deel 36, blz. 37.
 
25 september 1305.
Akte (latijn) waarin voor de schepenen, REINIER BODE en WILLEM BUC, een koop wordt bevestigd van een erf in de Koepoortstraat, die SEGER KERSMAKERE kocht van de St. Bernardsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, Cartarium van St. Bernards en A.A.B. Deel 36,blz. 37, 38.
 
29 september 1305.
Akte (latijn) over verkrijging, door de abdij van St. Michiels, van 13 bunders weide onder Eisterlee (Grobbendonck). Worden genoemd: JACOBUS LUMBARDUS, Ontvanger van Lier, de schepenen van Lier: JOHANNES VAN TYMO, PARIDANUS VAN GANDAVO en GERUNGUS BOELEN, de seneschalk van Brabant: ROGIER VAN LEVEDALE, GERARD en WALTER VAN YKELE, GERARD VAN TICHELT.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 49 en A.A.B. Deel 35, blz. 60. 
 
1 oktober 1305.
Akte (latijn) voor de schepenen, WILLEM DRAKE en LAURENT MADRE, over huishuur van kanunnik JOHANNES DAEN.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 60 en A.A.B. Deel 36, blz. 38, 39.
 
23 oktober 1305.
Akte (latijn) voor de schepenen WALTER BUC VAN WINEGHEEM en NICOLAAS LEUWE een huurceel van WILLEM LEPEL voor een hoeve, behorende tot de kapellanie van HUGO DE CNOCKE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 25, dom. nr. 3 en A.A.B. Deel 36, blz. 166.
 
11 november 1305.
Wi ANDRIES TUCLANT ende WILLEM DRAKE, scepenen van Antwerpen &c. comen sijn vor ons MARGRIETE wyf wilen JANS ALEINS met GILIZE VAN THOROUT haren vader ende haren mombore ende JAN der vorsechder MARGRITEN kint, met her JANNE ALEYNE capellaen der kercken van Antwerpen; ende GILISE VAN THOROUT die hier vernoemt es sinen mombore in ene partie, ende JAN die PAPE in ene ander partie, ende CLAUS CANTEMAN in die derde partie &c.
Bron: Archief begijnhof en A.A.B. Deel 36, blz. 166, 167.
 
- 1306 -
 
10 januari 1306.
GILLIS BERTHOUT, Heer van Mechelen, ontslaat 12 bunders land te Contich, die verkocht werden aan het OLV kapittel, van alle feodale verplichtingen. Worden verder genoemd: BOUDEN DEN BOCH, WOUTER WILLOY, BOUDEN BOX, JAN VAN BERLAER, de jonge, GILLIS DE STOVERE, BOUDEN DE VISSCHERE, van Gestele, en JAN BERTOUT.
Bron: Cartularium OLV, fol. 124 en A.A.B. Deel 35, blz. 60, 61.
 
25 februari 1306.
Akte (latijn) over de verdeling der kapelanie van JOHANNUS HAGHELSTEEN. Worden genoemd: JACOB MEDEMETERE en JOHAN MADERE.
Bron: Cartularium OLV, fol. 118 en A.A.B. Deel 35, blz. 61, 62.
 
26 maart 1306.
BOUDEN DE BOC bekent de vererving van 12 bunders te Contich aan het kapittel van OLV te Antwerpen. Er worden verder genoemd: Hr. WOUTER WILLOY, Hr. WOUTER VAN DEN EECOVE, Ridder, Hr. GILLIS BERHOUDTS, Heer van Mechelen, WILLEM BORNECOLFS, HENRIK VAN DER BEKE, WILLEM VAN DEN EECHOVE, JAN VAN VRICELE en BOUDEN VAN WACKERSELE.
Bron: Cartularium OLV, fol. 124v° en A.A.B. Deel 35, blz. 62-64.
 
31 maart 1306.
Akte (latijn) voor de schepenen, ANDREAS TUCLANT en ANDREAS VAN HOBOKEN, waarin GODEFRIDUS, zoon van wijlen GODEFRIDUS, scholaster te Brussel, twee bunders moer te Oorderen overdraagt aan de St. Bernardsabdij. Ook wordt genoemd: GILBERTO VAN HALLE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartarium St. Bernardsabdij en A.A.B. Deel 36, blz. 39.
 
28 april 1306.
Akte (latijn) waarin Hertog JAN II toestaat, dat FRANCO RADUARD, van Mechelen, goed te verkopen.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 192 en A.A.B. Deel 35, blz. 64.
 
29 juli 1306.
Voor de schepenen ARD VAN DER MOLEN en WILLEM VAN DER DILFT, verklaart CLAUS STRUBOLLE de oude-cledervercopere, dat hij geld geleend had van de St. Bernardsabdij, tegen een erfcijns, met zijn huis als onderpand.
Bron: Archief Antwerpen, Cart. St. Bern. en A.A.B. Deel 36, blz. 39, 40.
 
6 augustus 1306.
Akte (latijn) over een geldlening door GOSUINUS SMALE VAN WESELE. Er worden verder genoemd: de schepenen, ARNOLDUS VAN DER MOLEN en PETRUS DAEN, DYONISUS (?) KI(E)KEN, SYMONIS SCUDDEHOEFT.
Bron: Archief Antwerpen, Cart. St. Bernards en A.A.B. Deel 36, blz. 40, 41. 
 
13 augustus 1306.
Wi JAN VAN DE WERVE ende SYMON SPRONG, scepenen in Antwerpen, maken kond allen den ghenen die dese lettren zullen zien ochte horen lesen dat vore ons comen es in propren persone MAES die backere ende verliede dat hi sculdech ware des godshuse van sente Bernaerds, van der hofstad die leeght in de Coeperstrate tusschen ZEGHERS KERSEMAKERS huus ende WILLEM VLAS huus, &c.
Bron: Archief Antwerpen, cartarium St-Bern. en A.A.B. Deel 36, blz. 41.
 
Zelfde datum.
Wi ARNOUD VAN DER MOLEN ende CLAUS CANTEMAN, scepenen &c. voer ons comen sijn JAN DIE BLECKERE ende GILLIS syn broeder, ende hebben bekent dat sy houdende syn van den godtshuyse van sinte Bernaerts eene hofstadt liggende in de Wyngaertstrate achter CLAUS STRUBOLLES ende tusschen PETER LIEBAERDS huys ende COELS GHEISERS &c. (betreft erfpachtbrief).
Bron: Archief St. Bernardsabdij, Cartul. rub. M. 28 en A.A.B. Deel 36, blz. 167, 168.
 
9 oktober 1306.
Akte (latijn) over een verklaring van huishuur van KATHERINA, weduwe van wijlen CLAES NOEZEKEN, voor de schepenen, NICOLAUS CANTEMAN en JOHANNES WILMAER genaamt RODE.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 61 en A.A.B. Deel 36, blz. 41, 42.
 
12 november 1306.
Akte (latijn) over een verklaring van huishuur van NATALIA, weduwe van wijlen JOHANNES TINHS (?), voor de schepenen, NICOLAUS VAN WINENGHEEM en ARNOLDUS VAN DER MOLEN. Ook wordt genoemd: DYONISUS DE SPECULO.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 62 en A.A.B. Deel 36, blz. 42.
 
20 november 1306.
Wi PIETER DAEN ende ARNOUD VAN DER MOLEN scepenen in Antwerpen maken kond, &c. her GILLIS VAN CAMPENHOUT ende broeder HEINRIC DIE BUSCHERE ende verlieden voor ons dat zi van sabtswegheende van scovens weghe van sente Bernaerds van der ordene van Cystens ghegheven hebben PIETREN ARNOUDS zone van Ordren ende WOUTREN BORTSARDE van Wilmaersdonc twee buenre moers luttel min ochte meer, welke twee buenre moers wilen waren sHer GODEVAERDS RODEN canonec was in Onzer Vrouwen kerke tAntwerpen, ende daer na GODEVAERDS RODEN zijns zoens, &c.
Bron: Stadsarch. Losse schepenbrieven XIVde eeuw en A.A.B. Deel 36, blz. 42, 43.
 
3 december 1306.
Wi WILLEM LIMPIAES ende JAN VAN DEN MORTERE, scepenen in Antwerpen, maken cond dat vore ons quam JAN GHERARTS sone DANCKART DE LODDERE ende GHERAERT CUL van Zantfliete, ende bekinden dat elc van hen te winne heeft van den heren van sente Miciels cloestre in Antwerpen, anderhalf ghemete lants in Zantflite gheleghen, bi den moncke hof aldaer, &c.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 166 en A.A.B. Deel 35, blz. 65, 66.
 
21 december 1306.
Voor de schepenen, EVERDEIJ VAN LILLO en CLAUS VAN WINEGHEEM, verklaart HEINRIK DE PORTRE, met zijn wettige vrouw LYSBETH, een erfcijns aan het gasthuis te betalen, op zijn huis, staande in de Wijngaardstraat, tussen de huizen van JAN COENTS en PETER BREKEBEENS.
Bron: Cartularium Gasthuis, Antwerpen, fol. C 11 en A.A.B. Deel 35, blz. 66.
 
- 1307 -
 
6 maart 1307.
Voor de schepenen PAUWELS BORNECOLVE en CLAUS CANTEMAN geven, namens het gasthuis, broeder DELBOUD en zuster KATLINE, resp. meester en meesteresse, een aantal hofsteden ten erve aan: HUGEN VAN RUEMST, GILLIS VAN HACKENDONC, JAN VAN OVERSCELDE, den smet, HEINRIKE GHERTRUDENsone, JAN VAN DER SNACKE, INGEL die kersemakere en CLAUS die Lewe, PIETER VAN SANDHOVE en WOUTER POLLARE.
Bron: Gasthuisarchief, copij Diercxsens en A.A.B. Deel 35, blz. 66, 67 en 69.
 
12 maart 1307.
Voor de schepenen ARNOUD VAN DER MOLEN en WILLEM VAN DER BORGH verkoopt ARNOUD FAESsone rente op zijn huis aan PETER DANE, schepene, WILLEM DRAKEN en ARNOUD CARIOLF.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 28 capell. litt. B en A.A.B. Deel 36, blz. 168.
 
25 april 1307.
Akte (latijn) over geldlening van de St. Bernardsabdij aan GOSUINUS DE VORSELE tegen een erfcijns op zijn huis. Verder worden genoemd: DIONIUS KIEKEN en SYMON DCUDHOET.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, cartul. rub. M. 6 en A.A.B. Deel 36, blz. 169. 
 
27 april 1307.
Akte (latijn) over de ontvangst van een eigendom in erfpacht van de St. Bernardsabdij aan PETRUS WINNE DE CUPERE. Verder worden genoemd: WILLEM VLAS, NICOLAUS JUDEI en THOMAS PISTORIS.
Bron: Archief Antwerpen, cart. St. Bernardsabdij en A.A.B. Deel 36 blz. 169, 170. 
 
10 juni 1307.
Akte (latijn) waarin ARNOLDUS POLLAER een huis schenkt aan het kapittel van OLV. Verder worden genoemd: JOHAN POLLAER en STEPHANO WILMAER.
Bron: Cartularium OLV, fol. 127v° en A.A.B. Deel 35, blz. 67, 68.
 
17 juni 1307.
Akte (latijn) waarin het kapittel van OLV te Antwerpen het huis van kannunnik RULINUS EVERCOY geeft aan kannunnik EGIDIUS VAN TICHELT.
Bron: Cartularium OLV, fol. 126v° en A.A.B. Deel 35, blz. 70, 71.
 
24 juni 1307.
Akte (latijn) van een ontvangstbewijs van de abt van St. Michiels voor Mr. JOHAN VAN WAERLOES, pastoor van het begijnhof te Mechelen. Wordt ook genoemd: WALTER VAN HOFSTAD.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 172 en A.A.B. Deel 35, blz. 71.
 
27 juni 1307 (mogelijk 1337).
Akte (latijn) over de stichting van een kapellanie in OLV kerk door JOHANNES ALLEYN. Worden verder genoemd: MICHAEL TIMMERMAN, ELISABETH MOELNAERS, ELISABETH VAN BRUESELE, EGIDIUS VREISE, WILLEM VAN CONTEKE, HENRICUS PROESDT, JOHAN BODE, NICOLAUS PELLIS, JOHANNES GORTTEIL, MARIA HAEREMAECKERE, JOHANNES VAN DER DILF, KATHERINA HEYNS, ELISABETH HOEDEMAKERS, WILLEM VAN DER HAGHE, THEODORUS VAN DER HAGHE, wijlen LAURENS BLUWEL, JOHAN, zoon van HENRIC DE ALMAEL en zijn wettige vrouw MARGARETE, WILLEM LOSE, de schepenen WILLEM en JOHAN DRAKE, JOHANNES BRAECMAN, notaris en JOHAN BODE.
Bron: Archief OLV kerk, Testamenta antiqua I en A.A.B. Deel 36, blz. 44-47. 
 
8 juli 1307.
Voor de schepenen, CLAUS CANTEMAN en SYMON SPRONC, verklaart JAN WABAERD, dat hij voor broeder DELBOUD, meester van het gasthuis, een rente heeft gekocht op een huis in de Cammerstraete gelegen tussen de huizen van ARNOUD VAN DEN PUTTE en PIETER GHELDINGHES. Omdat JAN VAN DER VLAKE het geld betaald heeft, zal men jaarlijks voor hem een lamp branden in de kapel van het gasthuis.
Bron: Gasthuisarchief, copij Diercxsens en A.A.B. Deel 35, blz. 72, 73.
 
23 september 1307.
Testament (latijn) van kanunnik RENALDUS DE REGITESTE of REGNESTE. Worden in genoemd: ALEIDIS VAN PERWEIS, Vrouwe van wijlen VAN HOBOKEN, WALTER VAN LONDERCELE en ELISABETH VAN VURE, KATHERINE DE BRAKE, CLEMENTIE VAN LONDERSZELE, SYMONIS WALE, SYMON PISCATORI, Mr. HENRIC DE GELDONIA, Mr. J. DE CATEYO, HUGO VAN BORGHWALLE, ANDREAS POLSIANE, HENRICO MUEL, HENRICO VAN HOBOKEN, JOHAN GALLO, PETER VOS, PETER BOELE, WALTER BOC, EGIDIO VAN DUNST, THOMAS GOEDMAN, HUGO DE KNOCKEN, VOLPERD CODDE, JOHANNES PYPENPOY, Vrouwe HILDEGERUM DE COLONIA (=HILDEGARD VAN KEULEN ?), Hr. WILLEM, zoon van THEODORUS LOSE, de schepenen ARNOLDUS VAN DER MOLEN en SYMON SPRONC, JOHANNES VAN AERTBRUGGHE. 
Bron: Archief OLV Testamenta antiqua en A.A.B. Deel 36, blz. 47-51.
 
24 september 1307.
Akte (latijn) over verpachting van goed te Zandvliet. Genoemd worden: PETRUS, GERARDzoon, en MATHIAS BLANDE, schepenen van Zantvliet, WILLEM VOLCWIGHENsone, NICOLAAS, Schout van Zandvliet, en GERARD VAN TICHELT.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 155 en A.A.B. Deel 35, blz. 73.
 
1 oktober 1307.
Akte (latijn) over verpachting van goed te Zandvliet. Genoemd worden: de schepenen JOHANNES VAN LITTORE en JOHANNES WILMAER RUFFI,  HENRICUS VISGHERE en ALARD BOET.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 150 en A.A.B. Deel 35, blz. 73, 74.
 
1 november 1307.
CLAUS VAN DER LEYEN schenkt aan de infirmerie een cijns op een huis in de Bullincstrate.
Bron: Rentenboek van de infirmerie der begijnen buiten de Koepoort, fol. 9 en A.A.B. Deel 35, blz. 123.
 
18 november 1307.
Wi. CLAUS VAN WINENGHEEM ende PAUWELS BORNECOLVE, scepenen in Antwerpen, maken cont allen den ghenen die dese lettren selen sien ende horen lesen, dat voer ons ende voer die lantheren comen es JAN VAN OERDREN ende heeft opghedraeghen JAN DEN WAYERE ende sinen nacomelinghen, sijn huus dat hi hevet staende in die Selversmitstraete tusschen PETRUS VAN DER LEYEN ende CLAUS VAN HACKENDONC, &c.
Bron: Cartularium OLV, fol. 131v° en A.A.B. Deel 35, blz. 74.
 
Zelfde datum.
Stichting van een erfcijns ten bate van een kapellanie in de Infirmerie van het Klapdorp. Worden genoemd: de schepenen, CLAUS VAN WINENGHEEM en PAUWELS BORNECOLVE, JAN VAN OERDREN, JANNE DEN WAYERE, PETER VAN DER LEYEN, CLAUS VAN HACKENDONC, JOHAN TUCLANT, EGEDIO VAN BUSENGHEEM, JACOB DE CURIA, PETER DAEN en JOHAN CANT.
Bron: Archief OLV, capsa capell. 141, no. 1 en A.A.B. Deel 36, blz. 51, 52.
 
13 december 1307.
Akte (latijn) waarin voorkomen: de schepenen PAULUS BORNECOLVE en NICOLAUS CANTEMAN, JOHANNES VINT (?) en zijn vrouw ELISABETH, wijlen HENRIC WINDERS, THOMAS GUETMAN, ELYSABETH VAN KERREBRUCH.
Bron: Archief OLV, capsa 131, capell. no. 8 en A.A.B. Deel 36, blz. 52, 53.
 
28 december 1307.
Akte (latijn) over de verkoop van een erfcijns door ELISABETH en MARGARETA, dochters van wijlen WILLEM ROGIRS, aan de kapelanie van MARTINUS CANTERE. Verder worden genoemd: JACOBUS VAN BRUSSEL, de schepenen SYMON SPRONC en JOHANNES WILMAR, REINIER TINCTORIS, de begijnen KATHERINA VAN ERTBRUGGHE en HEILWICH VAN EKEREN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 131, capell, 7 en A.A.B. Deel 36, blz. 170, 171.
 
- 1308 -
 
14 januari 1308.
Wi CLAUS VAN WINENGHEEM ende PETRUS DAEN, scepenen in Antwerpen, ende late ons heren shertogen, ende JACOB VAN BRUCELE, rentmeester ons heren shertogen bin Antwerpen, &c. dat vore ons comen es JAN VOLAERTS wijf KATELINE met haren montbore, die hare met eenen rechte ghegheven was, ende verliede ende bekende vore ons dat ARNOUD VAN CASTERLE die backere, heeft de VI s. siaers erfleke op ene alve hofstad ende op een alf huus dat hare toe behort, staende in Kijdorp, tusschen DIEDERICH MADERS ende ARNOUD VAN CASTERLE, &c.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 149 en A.A.B. Deel 35, blz. 75.
 
27 januari 1308.
Wy JAN VAN DEN WERVE ende PETER DAEN, scepenen in Antwerpen, &c. vore ons comen es MARIE PERKEMONTERS, &c. dat si vorcocht heeft MATHEUS VAN DEN BLOEMERE of BLOEMME op die helft van den huse ende op alt recht dat siere aen heeft daer si nu woent staende buten der coeporten tusschen CLAUS SMEETS huys ende PETER HEYNS zoens, &c.
Bron: Cartularium Gasthuis, Antw. Petantiebank, fol. VI en A.A.B. Deel 35, blz. 75, 76.
 
3 april 1308.
Latijnse akte over goederen in erfrecht van de St. Bernardsabdij bevestigt door ARNOLDUS VAN SCONENBERGHE.
Bron: Archief Antwerpen, cart. St. Bernards en A.A.B. Deel 36, blz. 171, 172.
 
13 april 1308.
Voor schepenen EVERDEY VAN LILLO en CLAUS VAN WINENGHEEM geven zuster KATLINE VAN VORSLAER, priorinne, en broeder DELBOUD, meester van het gasthuis, een stuk land in erfpacht aan JAN VAN DIERBORGHSTRATE.
Bron: Cartularium Gasthuis, Antw. fol. XCII v° en A.A.B. Deel 35, blz. 100.
 
17 april 1308.
Latijnse akte over de stichting van een kapellanie in OLV kerk op het altaar van Sinte Barbara door kanunnik JOHANNES ex CURIA. Verder worden genoemd: ARNOLDUS VAN BRUXSTRATE, WOUTER VAN BULLE, JOHAN CANTEMAN, PETER PAPE, COLINUS VAN WILRIKE,JOHAN VAN MALLE, EGIDIUS VAN TICHELT, NICOLAUS VAN WINEGHEEM, JOHAN VAN WINEGHEEM, de schepenen ARNOLD NOSE, EVERDEY VAN LILLO, ARNOLDUS VAN DER MOLEN, PETER DAEN en SIMON SPRONC.
Bron: Archief OLV, capsa 29 capell. litt. C en A.A.B. Deel 36, blz. 53-55.
 
29 juni 1308.
Latijnse akte waarin de Schout ROLOF VAN WILRE verkoopt aan de St. Bernardsabdij voor de schepenen PAULUS BORNECOLVE, PETER DAEN, JOHAN VAN DE WERVE en SYMON SPRONCK de aangeslagen goederen van HENDRIK VAN DEN BERGHE en zijn moeder ANNE.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, cart. rub. p. 15 en A.A.B. Deel 36, blz. 172, 173.
 
1 juli 1308.
Akte (latijn) waarin Hertog Jan II belooft de stad Antwerpen te voldoen voor de borgstelling aan JAN VINKE te Brussel. Hij geeft de volgende borgen: FLORUS BERTHOUT, Heer van Berlaer, GERAARD, Heer van Diest, OTTO VAN KUYC, Heer van Zelem, EGIDIUS BERTHOUT, Heer van Mechelen, DANIEL VAN GOERE, DANIEL VAN BOCHOUT, Ridders, ROGIER VAN LEEFDAAL, seneschalk van Brabant, en WILLEM LOZE.
Bron: Oorspronkelijk stuk met de zegels van de Hertog, GEERAARD VAN DIEST, OTTO VAN KUIK, EGIDIUS BERTHOUT, DANIEL DE GOERE, DANIEL VAN BOCHOUT, ROGIER VAN LEVEDALE en WILLEM LOZE, in het stadsarchief, privilegiekom, c. e, 56 en A.A.B. Deel 35, blz. 101, 102.
 
9 juli 1308.
Schout ROLOF VAN WILRE verklaart dat de broers HENDRIK en JAN VAN DEN BERGHE en hun moeder ANNE hebben voldaan voor de misdaad tegen de Hertog bedreven.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, Cartul. rub. p. 17 en A.A.B. Deel 36, blz. 173, 174.  
 
23 september 1308.
Latijnse akte van pandstelling door NICOLAAS VAN WYNEGHEM voor de twee kapellanieën in OLV kerk, gesticht door zijn broer, deken GILLIS VAN WYNEGHEM.
Verder worden genoemd: de schepenen JOHANNES DE LITTORE en SYMON SPRONC, GODSCHALK VAN WYNEGHEM, MATHIAS TOTE, ARNULDUS CUPERE.
Bron: Archief OLV, capsa 36-37, capell. litt. P en A.A.B. Deel 36, blz. 56, 57.
 
3 oktober 1308.
Brief (latijn) van de Aartsbisschop van Reims omtrent het statuut der kapelanen van OLV. Genoemd worden: WILLEM VAN HENEGOUWEN, JOHAN MADERE, EGIDIO VAN BUSENGHEEM en THOMAS GOETMAN.
Bron: Cartularium OLV, fol. 117 en A.A.B. Deel 35, blz. 102, 103.
 
1 december 1308.
Akte (latijn) waarbij, in aanwezigheid van de schepenen NICOLAAS VAN WIJNEGHEM en SYMON SPRONCK, de “Goesnaechel” te Wommelgem, door PETRUS NIGER geschonken wordt aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 136 en A.A.B. Deel 35, blz. 103, 104.
 
2 december 1308.
Akte (latijn) waarbij, in aanwezigheid van de schepenen WILLEM VAN CASTRO (=VAN DER BORCH) en JOHAN BODE, een erfcijns op een land te Damme bij Antwerpen, aan het gasthuis wordt geschonken door ANDREAS RUMMEL.
Bron: Gasthuisarchief, copij Diercxsens en A.A.B. Deel 35, blz. 104.
 
10 december 1308.
Akte (latijn) waarin JOHANNES, zoon van PETRUS NIGER, verklaart dat hij geen rechten heeft op de “Goesnaechel” te Wommelgem.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 136 en A.A.B. Deel 35, blz. 104.
 
13 december 1308.
Akte (latijn) waarin PETRUS DE SPECULO, poorter van Mechelen, met zijn vrouw KATERINA, dochter van DANIEL VAN RADELGHEEM, voor de schepenen van Antwerpen, PETRUS DAEN, SIMON SPRONCK en JOHANNES BODE, een land bij Potvliete, verkoopt aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 137 en A.A.B. Deel 35, blz. 105.
 
- 1309 -
 
10 april 1309.
In een latijnse akte getuigt EGIDIUS PARMENTIER van Temse dat hij alleen het vruchtgebruik heeft van het huis van St. Bernards.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, cartul. I M 33 en II M 34 en A.A.B. Deel 36, blz. 174.
 
10 mei 1309.
Akte (latijn) waarin ARNOLD BOEVE voor de schepenen, NICOLAAS VAN WINENGHEEM en JOHAN DE LITTORE, verklaart zijn huis te hebben verkocht aan het kapittel van OLV te Antwerpen.
Bron: Cartularium OLV fol. 128v° en A.A.B. Deel 35, blz. 106, 107.
 
Zelfde datum.
Akte (latijn) betreffende huishuur voor SYMON SCUDDEHOEFT en zijn vrouw MARGARETA.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, Cart. M, rub. 36 en A.A.B. Deel 36, blz. 57.
 
19 mei 1309.
Laijnse akte waarin MARTINUS CANTER, kapelaan in het Begijnhof, voor de schepenen, SYMON SPRONC en JOHAN BODE, een kapitaal leent aan JACOBUS PORTERE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartarium Ternonnen en A.A.B. Deel 36, blz. 57, 58.
 
25 mei 1309.
Wi NICLAUS VAN WINNENGHEEM ende ARNOUT VAN DER MOELEN, &c. dat vore ons comen sijn in propre persoene EVERDEI ende GILLIS WILMAER, ghebroedere, ende YDE hare zuster, met CLAUSE haren wetteghen man ende haren mombore, &c. opghedraeghen WOUTREN VAN HEEMBEKE &c. Verder wordt nog genoemd: COLKENERE, zoon van GHERARD VAN TIGHELT.
Bron: Archief OLV, capsa 30, capell. litt. A (Op de keerzijde staat: De domo et fundo BARHOLOMEI CANTEMAN juxta forum spectante ad beneficium NICHOLAI STRAEL).
A.A.B. Deel 36, blz. 58, 59.
 
16 juni 1309.
Akte (latijn) over het omzetten, door het gasthuis, van pacht in erfpacht voor JAN VAN AMERLOE. Worden verder genoemd: NICOLAAS VAN WYNEGHEM, EVERDEY VAN LILLO, JOHAN VAN PORTFLIET en PETRUS TUCLANT.
Bron: Cartularium Gasthuis Antw. fol. XLVI en A.A.B. Deel 35, blz. 107, 108.
 
21 juni 1309.
Voor de schepenen van Antwerpen bevestigt JACOB UTENZACKE dat de stad Dordrecht hem een gedeelte heeft afbetaald voor een wisselbrief ten bate van GHEERARDT BAERDE, van Brugge. Verder worden genoemd: Hr. LAMBRECHT LOEVINS en Hr. JAN HOSTEN, poorters van Brugge.
Bron: Stadsarchief Dordrecht 1200-1572, no. 231/5 regest. no. 145 en A.A.B. Deel 36, blz. 190, 191.
 
24 juni 1309.
Akte (latijn) over aankoop van 20 bunders in de “lange Elst”, bij de galg, door de abdij van St. Michiels. Worden genoemd: JOHAN DE LOTORE, ARNOLD VAN DER MOLEN, PETRUS DAEN en GODEVAERT DRAKE.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 122 en A.A.B. Deel 35, blz. 108, 109.
 
25 juni 1309.
Akte (latijn) waarin LAURENTIUS EVERAERT voor de schepenen EVERDEY VAN LILLO en NICOLAUS VAN WINENGHEM zijn huis belast t.b.v. de St. Bernardsabdij voor een pitantie op de sterfdag van zijn vrouw HEYLEZOTE.
Bron: Archief Antwerpen, cart. St. Bernards en A.A.B. Deel 36, blz. 175.
 
8 augustus 1309.
Akte (latijn) over huishuur van GODEFRIDUS VAN DORNEHOVEN over een woning gelegen tussen de eigendommen van WOUTER VAN WAERLOOS en NICOLAAS CONTBEKE.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 65 en A.A.B. Deel 36, blz. 59.
 
26 november 1309.
Voor de schepenen, CLAUS VAN WINEGHEM en CLAUS CANTMAN, geven Mr. PIETER DE VERWERE, poorter van Antwerpen, met zijn vrouw ALEID VAN DER LINDEN, een huis in de Nieuwstraat aan het kapittel van OLV.
Bron: Cartularium OLV, fol. 129 en A.A.B. Deel 35, blz. 109.
 
30 november 1309.
Akte (latijn) over investeringen van het kapittel van OLV, door THEODORICUS DE HERLAER, in goederen te Goor welke KATERINA, de vrouw van NICOLAAS VAN WYNEGHEM, aan de kanunniken had verkocht. Worden verder genoemd: JOHANNIS VAN PODERLE, JOHANNIS FABRI, JOHANNIS DE OUDEN, JOHANNIS DE VARENT, GERARD VAN GHEEL, WALTER VAN WESTROEVEN en JOHANNIS MONNINC (?).
Bron: Cartularium OLV, fol. 125v° en A.A.B. Deel 35, blz. 109, 110.
 
6 december 1309.
(Latijn) Voor de schepenen PETRUS DAEN en WILLEM VAN DER BORCH  warrandeert NICOLAUS VAN DER BORCH de koop van 30-11-1309.
Bron: Cartularium OLV, fol. 126 en A.A.B. Deel 35, blz. 110, 111.
 
20 december 1309.
Voor de schepenen van Antwerpen getuigt JACOB UTENZACKE dat de stad Dordrecht de tweede termijn heeft betaald van de wisselbrief van GEERAARD BAERD van Brugge. Verder worden genoemd: PETER OUDEKIN en GOETSCALC CLAIS OEMS sone, van Dordrecht.
Bron: Stadsarchief Dordrecht, 1200-1572 no. 231/9 regist. no. 150 en A.A.B. Deel 36, blz. 191, 192.
 
- 1310 -
 
5 februari 1310.
Akte (latijn) over huishuur van GILBERTUS HOEDEMAKERE, gelegen tussen de eigendommen van JOHAN HAYE en JOHAN VAN HOVE.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiel, no. 66 en A.A.B. Deel 36, blz. 60.
 
1 maart 1310.
Twee latijnse akten over erfpacht van hofsteden op de Driesch. Worden genoemd: de schepenen NICOLAAS CANTEMAN en JOHAN WILMAER genoemd RUFI, ERMGAERD, weduwe van wijlen GILLIS DE CASTRO (VAN DER BORCH), en hun zonen, EGIDIUS en NICOLAAS DE CASTRO (VAN DER BORCH), JOHAN VAN DEN BOSCH, PHILIPS VAN DEN BOSCH.
Bron: Archief OLV, capsa 113, capell. no. 1 en 2 en A.A.B. Deel 36, blz. 128-130.
 
30 maart 1310.
Akte (latijn) waarin JOHANNES BRUWERE of BROUWERE te Wommelgem geld leent en als pand land te Vremde stelt. Verder genoemd: WOUTER of WALTER, zoon van wijlen PETER SUARTE.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, cartul. nigr. G 25 en A.A.B. Deel 36, blz. 175, 176.
 
14 april 1310.
Akte (latijn) waarin JOHANNES TUCLANT, kanunnik-plebaan, een erfcijns op zijn huis en goed geeft aan het kapittel van OLV te Antwerpen. Verder worden genoemd: NICOLAAS YONIS en JOHANNES MADERE.
Bron: Cartularium OLV, fol. 128 en A.A.B. Deel 35, blz. 111, 112.
 
21 april 1310.
Akte (latijn) over huishuur van JOHAN LAMBRECHTS over een huis in de Steeg bij de Hoogstraat gelegen tussen de eigendommen van MAARTEN ONEFFENE en JOHAN PALINC.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 67 en A.A.B. Deel 36, blz. 62.
 
19 juli 1310.
Akte (latijn) waarin MARGARITA DE HOFSTAD, van Wommelgem, met PETER DE HOFSTAD, twee bunders land geeft aan de St. Michielsabdij. Verder worden genoemd: PETRUS, JOHANNES, SIGERI, MARGARITE, ELISABETH, BEATRICES en GILLIS DE FINE.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 144 en A.A.B. Deel 35, blz. 113.
 
8 september 1310.
Akte (latijn) over een pachtcontract tussen de St. Michielsabdij en JOHANNES VAN EMMINGLAER, zoon van wijlen NICOLAAS VAN EMMINGLAER, te Oelegem.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 145 en A.A.B. Deel 35, blz. 113, 114.
 
11 september 1310.
Akte (latijn) over een akkoord tussen EGIDIUS, zoon van wijlen JOHAN VOEGHT en zijn vrouw IDE, van Crutbeke, en de abdij van St. Bernards over betwist goed te Hemixem. Verder worden genoemd: de schepenen EVERDEY VAN LILLO, ARNOUD VAN DER MOLEN, JOHAN BODE en JOHAN ZOETEMONT.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, Cartul. rubr. P. 22 en A.A.B. Deel 36, blz. 177, 178.
 
18 september 1310.
Akte (latijn) voor de schepenen, EVERDEY VAN LILLO en JOHANNES WILMAR genaamt ROEDE, een scheiding en deling tussen ELISABETH VAN ZANTVLIET, weduwe van wijlen GERARD(US) VAN TIECHELT en haar kinderen. Worden verder genoemd: ARNOLD CLAP, JOHAN VAN LARE,  MICHIEL VAN ZANTVLIET, zoon van JACOB MICHIEL VAN ZANTVLIET en EGIDIUS VAN TICHELT, kanunnik.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 139 en A.A.B. Deel 35, blz. 114, 115.
 
21 september 1310.
Akte (latijn) waarin YDA VAN STEELANT, weduwe van HUGO VAN STEELANT, een goed te Pridenbeke verkoopt aan de St. Michielsabdij. Verder worden genoemd: de kinderen van YDA t.w. JOHANNES, NICOLAUS, KATERINA en GERTRUDIS.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 145 en A.A.B. Deel 35, blz. 115, 116.
 
1 oktober 1310.
Wi ARNOUT VAN DER MOLEN ende WILLEM VAN DER BORCH scepenen &c. vore ons comen es in propre persone JAN VAN HEEMBEKE WOUTERS bruder VAN HEEMBEKE ende verlide ende bekende dat hi ende WOUTER voerseit ende ENGHEBRECHT hore bruder alsoe ghesaet hebben ende ghedeelt onderlinge alse van de guede dat hen verscenen was van ver KATHELINEN die BARTOLOMEUS CANTEMAN wijf was in maniren dat WOUTRE vorseit heeft &c.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 30 cap. litt. C en A.A.B. Deel 36, blz. 178, 179.
 
3 december 1310.
Akte (latijn) voor de schepenen, ARNOLDUD VAN DER MOLEN, PETRUS DAEN en JOHANNES BODE, waarin ELISABETH (VAN ZANTVLIET), weduwe van wijlen GERAR(DUS) VAN TICHELT, aan de St. Michielsabdij zekere rechten geeft op land in de “Langen Elst”. Verder worden genoemd: ARNOLD CLAP, JOHANNIS DE YKELE, EGIDIUS VAN WYNEGHEEM, Amman van Antwerpen, NICOLAUS VAN ZANTVLIET, JOHAN DRAKE, PETRUS VAN DILF, ANDREAS TUCLANT en MICHAEL, zoon van JACOB MICHAEL VAN ZANTVLIET.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels Oud Cart. 138 en A.A.B. Deel 35, blz. 117.
 
- 1311 -
 
21 januari 1311.
Akte (latijn) voor de schepenen ANDREAS VAN HOBOKEN en PETER DRAKE over een geldlening aan PETRUS LODEWIJC van LAURENTIUS MADERE, welke betaald moet worden aan kanunnik NIKLAAS VAN ERTBRUGGHE.
Bron: Archief Abdij Averbode, fonds St. Michiels no. 68 en A.A.B. Deel 36, blz. 179, 180.
 
12 maart 1311.
Akte (latijn): voor de schepenen, PETRUS DAEN en WILLEM VAN DER BORCH, verklaart JOHANNES CRAYERE, van Bergheem, dat hij land schenkt aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels Oud Cart. 138 en A.A.B. Deel 35, blz. 117, 118.
 
17 maart 1311.
Akte (latijn) over de verkoop van de helft van een molen van JAN of JOHAN VAN DER ELST aan JAN SNELLART en zijn zoon ARNOLD.
Bron: Archief Antwerpen, Cart. Terzieken en A.A.B. Deel 36, blz. 180, 181.
 
18 april 1311.
Wi PAUWELS BORNECOLVE ende PETER DAEN scepenen &c. vore ons comen es JAN RURVOET ARNOUDS sone ende heeft bekint dat hi sculdech es GHISELE, ARNDE, JANNE ende CLAUSE sinen wetteghen kinderen &c. Vordane quamen voer ons der vorseider kindren montboren dats te weten ARNOUT CLAP, ARNOUD VAN DEN INDEN ende DANKAERT DE MOELNERE, &c.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 65 capell. litt. B en A.A.B. Deel 36, blz. 181, 182.
 
22 april 1311.
Wi ARNOUD VAN DER MOLEN ende JAN BODE scepenen &c. voer ons quam AVESELIE HENRICS MUILS moeder met horen montbore dien hore met enen rechte ghegheven was ende droech op in de hande heren PETERS DAENS ons scepens hoer husinghe die gestaen es in de Mere op den hoec van der steghen jeghen veren KATLINEN VAN HACKENDONC &c.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 107 capell. no. 1 en A.A.B. Deel 36, blz. 182.
 
27 mei 1311.
Akte (latijn): voor de schepenen, JOHAN BODE en JOHAN SUETEMONT, waarin NIKLAAS VAN WYNEGHEM aan de bestuurder van het gasthuis, JOHAN CLICKERE, een half bunder allodiale eigendom schenkt. 
Bron: Cartularium gasthuis Antw. fol. CIII v° en A.A.B. Deel 35, blz. 118.
 
25 juni 1311.
Latijnse akte waarin PETRUS VAN DILF het kapittel beërft met zijn erfcijns op het huis van BARTHOLOMEUS CANTEMAN en zijn vrouw KATHERINE t.b.v. de kapelanie die door NIKLAAS VAN DILF was gesticht.
Bron: Archief OLV kerk, capsa capell. 30, litt. B en A.A.B. Deel 36, blz. 183.
 
25 juli 1311.
Latijnse akte, waarin NICOLAAS, BALDUINUS, WILLEM en WOUTER, zonen van wijlen BALDUINUS VAN WAERLOES, erkennen dat hun vader een erfcijns gaf aan aan de abdij van St. Michiels. Getuigen: WILLEM WILLEBAYS DE ATRIO, WILLEM WILLEBAYS DE EEPT, WOUTER VAN VORSPOELE en ARNOLDUS VAN GHESTELE.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 174 en A.A.B. Deel 35, blz. 118, 119.
 
30 juli 1311.
Latijnse akte waarin ERMEGARDIS, weduwe van wijlen GILLIS VAN DER BORCH (CASTRO), en haar zonen EGIDIUS en NICOLAAS een erfcijns afkopen. Verder worden genoemd: THOMAS GUETMAN, WILLEM BORNECOLVE en KATHERINE, weduwe van wijlen PAULUS BORNECOLVE. 
Bron: Archief OLV kerk, capsa 113 capell. no. 3 en A.A.B. Deel 36, blz. 183, 184.
 
6 november 1311.
Latijnse akte waarin JAN DRAKE, die men heet SPRONC, met zijn vrouw MARGHARETA, aan de St. Michielsabdij hun rechten schenken op een drietal erven.
Verder worden genoemd: SYMON LOMBARDI en wijlen PETER LYMPIAES.
Bron: Archief Abdij Averbode, St. Michiels no. 69 en A.A.B. Deel 36, blz. 185.
 
29 december 1311.
Latijnse akte waarin CLARISSIA, dochter van wijlen NICOLAAS VOLKAERT, zes denieren jaarcijns schenkt aan de St. Bernardsabdij.
Bron: Archief St. Bernardsabdij, cartul. rub. M 37 en A.A.B. Deel 36, blz. 185, 186.
 
31 december 1311.
Latijnse akte waarin NIKOLAAS JORIJS voor de schepenen JOHAN WILMAER genaamt DE RODE en WILLEM VAN EECHOVE, de St. Michielsabdij het recht schenkt op twee erven gelegen tussen SYMON AURIFABRI en wijlen PETER LYMPIAES.
Bron: Archief Abdij Averbode, fonds St. Michiels, no. 70 en A.A.B. Deel 36, blz. 186.
 
28 december 1311.
GILLIS VAN BERCLEM verklaart dat VOLPRECHT CODDE heem jaarlijks 6 penningen moet vergoeden voor bos en land onder Wilrijk.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1312 -
 
17 mei 1312.
Latijnse akte waarin JOHANNES VLADE voor de schepenen NICOLAAS CANTEMAN en JAN WILMAER de RODE, de St. Michielsabdij het recht schenkt op een erf, gelegen tussen HUGO ZOMER en WOUTER DIEDEKEN.
Bron: Archief Abdij Averbode, fonds St. Michiel, no. 71 en A.A.B. Deel 36, blz. 186, 187.
 
1 juni 1312.
Latijnse akte, waarin de abdij van St. Michiels, uit haar bos van Elsdonck-Wilrijk zekere grond aan JOHANNIS VAN WYNEGHEM, om een weg aan te leggen.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 144 en A.A.B. Deel 35, blz. 120, 121.
 
10 juni 1312.
Wi PETER DAEN ende JAN WILMAER de RODE scepenen in Antwerpen maken cont dat vore ons comen es WOUTER SOIBOLLE ende heeft bekint dat hi vercocht heeft JAN STRUBOLLEN man MARGRIET dier dochter deen helft van den huse met dien dat daer toe behoert, dat ghestaen es in die Steghe neven GHERARDS huis VAN TICHELT, &c.
Bron: Archief Antwerpen, Cartarium Beggaarden en A.A.B. Deel 36, blz. 187.
 
24 juni 1312.
Wi PAUWELS BORNECOLVE ende CLAUS CANTEMAN, scepenen in Antwerpen, maken cont dat vore ons comen es JAN dien men heet PREDECKERE ende heeft bekent dat hi vercocht heeft IDEN VAN DER MERE, JAN NICHOLLS stiefdochtere &c. verder wordt genoemd: CLAUS DE GORTER.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 64, cap. no. 1 en A.A.B. Deel 36, blz. 188.
 
8 juli 1312.
Latijnse akte waarin JAN CRUMMELEN, de jonge, voor de schepenen JAN WILMAER de RODE en JAN BODE aan de St. Michielsabdij een erfcijns schenkt. Verder worden genoemd: HENDRIK VAN DER BORCH, OLIVIER FLORENIS, HENDRIK COGGHEMAKERE, WILLEM SPRINGHERE, HENDRIK TORFFMAN, JAN WINNE, MICHAEL HASSE of HISSE, ARNOUD WINNE, WILLEM DONKERE, PETER VOGHELARE en JOHAN GOEDE.
Bron: Archief Abdij Averbode, fonds St. Michiels, no. 72 en A.A.B. Deel 36, blz. 188, 189.
 
- 1313 -
 
16 februari 1313.
Akte (latijn) waarin MARTINUS CANTER, kapelaan in het Begijnhof, zekere inkomsten onder andere voorwaarden heeft gebracht. Verder worden genoemd: WILLEM ROTGIERS, ARNOLDUS BLIVOET, HENRICUS DE VELLAER, JOHAN CREERT genaamd VAN BRECHTE en ALEIDIS DE BEKE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 131, cap. no. 9 en A.A.B. Deel 37, blz. 83, 84.
 
10 maart 1313.
Wi GODEVAERT bider gedoechnissen ons Heren abdt van sente Mychiels in Antwerpen, provisoer van der lasarien van Antwerpen, ARNAUDE VAN DER MOELEN ende NICLAUS CANTMAN, scepenen der selver stede, maken cont &c. dat vore ons comen es in propre persone Joncvrouwe MARGRIETE FINNEDINE, beghine, met NICLAUSE VAN AELE, haren momboire, &c.
Bron: Archief Antwerpen, fonds Terzieken, no. 535 en A.A.B. Deel 36, blz. 294, 295.
 
16 maart 1313.
Voor de schepenen JAN VAN WINEGHEM en JAN WILMAER DE RODE, verkoopt JAN DE POTTERE aan GILLIS VAN HACKENDONC een erfelijke rente op een huis dat door GEERAARD VAN TIENEN wordt gehouden.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 12 Dom. no. 206,1 en A.A.B. Deel 37, blz. 84.
 
24 mei 1313.
Latijnse akte waarin genoemd worden: ARNOUD VAN LISCHT en ELISABETH ARNOUDS, echtgenote van JAN VAN DORNE.
Bron: Stadsarchief, Cart. OLV kerk, blz. 111 en A.A.B. Deel 36, blz. 295.
 
23 juni 1313
Latijnse akte waarin Hr. THOMAS GUETMAN, zijn zuster ERMENGARDIS, weduwe van GILLIS VAN DEN BORCHT, met haar kinderen EGIDIUS en NOCOLAAS, ten erve geven aan WOUTER VAN ZYPE een huis op de Meir, naast JAN STILLEMINNE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 20, Dom. no. 8 en A.A.B. Deel 37, blz. 85.
 
7 augustus 1313.
Latijnse akte voor de schepenen PETER DANE en JOHAN WILMAER genaamt RUFUS. Worden ook genoemd: JAN VAN DORNE en zijn vrouw ELYSABETH.
Bron: Stadsarchief, Cartularim OLV, fol. 111 en A.A.B. Deel 36, blz. 297.
 
Fragment-genealogie VAN DORNE:
 
JAN VAN DORNE tr. met ELISABETH VAN DER LIST.
Uit dit huwelijk: o.a. GIJSELBRECHT.
GIJSELBRECHT VAN DORNE, in 1357 vermeld onder de Antwerpse gijzelaars die door LODEWIJK VAN MALE worden gevangen gezet, had een zoon ook genaamd GIJSELBRECHT.
Deze GIJSELBRECHT VAN DORNE tr. rond 1360 met ALLIJT VAN IMMERSEELE. Uit dit huwelijk spruit enkel een dochter, AGNESE VAN DORNE, welke tr. met REINIER VAN DER ELST. Uit dit huwelijk o.a. AGNES VAN DER ELST. 
 
Fragment-genealogie WILMAERS:
 
CLAES WILMAERS, de oude, ovl. ca. 1394,  tr. 1e met ELISABETH LIMPIAES, tr. 2e met BEATRIX VAN HOBOKEN. Uit het 2e huwelijk: 3 kinderen w.o. WILLEM en BEATRIJS WILMAERS.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 30, 31.
 
?? augustus 1313.
Akte (latijn) waarin worden genoemd: JAN VAN DOERNE en zijn vrouw ELYSABETH, JAN PAPE, JAN KEISER, ELYSABETH en KATERINA, dochters van wijlen ARNOUD LODRE, NICOLAUS VAN LISA, JAN VAN EEDEGHEEM, JAN VAN ALNETO, JAN MEYER van Malle, JAN VAN ORDREN en JACOB MERDEMETERE.  
Bron: Stadsarchief Cartularium OLV, folio 111-112 en A.A.B. Deel 36, blz. 297, 298.
 
31 oktober 1313.
Latijnse akte waarin PETRUS DAEN en ARNOLD DE MOLENDINO, schepenen te Antwerpen, getuigen dat WOUTER AUSUM DE LANGHE van Wesele een huis en hof in erfpacht heeft gekregen welke gelegen is naast het erf van JAN AUSEM en dat vroeger werd bezeten door NIKLAAS STRUBOLLE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartarium St. Bernards en A.A.B. Deel 37, blz. 71.
 
15 november 1313.
Latijnse akte waarin de kanunniken JOHAN DE CURIA en GILLIS DE TICHELT, kapelaan MARTEN CANTERE en de predikheren JAN VAN DEN GHEMPE en MATHIAS PORTHIER, getuigen dat wijlen JACOB VAN BRUSSEL, met instemming van zijn familie, w.o. JAN VAN LIPPELOO, een kapelanie heeft gesticht.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 48, no. 1 en A.A.B. Deel 37, blz. 86.
 
De familie VAN LIPPELOO is een oud Antwerps geslacht waarin in een akte van 16 april 1292 al genoemd wordt WOUTER VAN LIPPENLOO die verwant is aan GILBERTUS AMMAN, de echtgenoot van IDA VAN DER LIST.
In 1325 is JAN VAN LIPPELOO Schepene en in 1351 Schout.
HENDRIK VAN LIPPELOO is een der vooraanstaande Antwerpenaars die in 1358 de eed afleggen aan de nieuwe Heer.
Hun naam is verbonden aan hun leengoed te Berchem.
Het leengoed hof van LIPPELOO met het daarbij aansluitende Vogelenzang kent een lange lijst van bezitters:
QUINTEN CLARENSsone bezit het goed rond 1374.
Van hem erft WILLEM NOYTS.
Van hem erft op 7 augustus 1444 zijn neef JAN NOYTS.
Van hem erft op 5 maart 1456 zijn neef JAN NOYTS, de jongen.
Deze geeft het goed over op 16 september 1461 aan Mr. PIETER VAN DE PUTTE.
Zijn zoon JAN VAN DE PUTTE erft het op 10 juli 1484.
Deze verkoopt het op 17 november 1503 aan JAN VAN LYERE.
Van hem erft het op 7 juli 1510 zijn natuurlijke zoon ANDRIES VAN LYERE.
Van hem erft op 14 januari 1522, zijn zesjarige zoon JAN VAN LYERE.
Zijn momboiren verkopen het op 2 mei 1525 aan RUTGEER VAN DOORNE.
Van hem erft op 18 november 1534 zijn zoon ADRIAAN VAN DOORNE.
Van hem erft op 4 juli 1537 zijn huisvrouw CATH. PEETERS.
Van haar erft op 10 november 1543 haar zoon ADRIAAN VAN DOORNE, de jonge.
Deze verkoopt het op 20 oktober 1546 aan GHEERAERT DOUWEN.
Deze verkoopt het op 24 november 1574 aan PAUWELS RETHAIN.
Van hem erft op 18 mei 1590 PAUWELS RETHAIN, de jonge.
Deze verkoopt het op 12 maart 1618 aan Don INIGO DE BORGIA, krijgsgouverneur op het kasteel, en zijn vrouw HELENA DE BOUSSU. Tussenpersoon bij deze verkoping is ULMARUS SCHATS, pastoor van Terzieken. 
HELENA DE BOUSSU verkoopt het op 12 april 1622 aan GILLIS FABRI, griffier der stad Antwerpen.
Deze verkoopt het aan JAN VEKEMANS en zijn vrouw MARIA MOONS.
Dezen verkopen het in 1647 aan CAROLUS KEPPENS, koopman.
Bij zijn dood wordt het in 1654 verkocht aan ANTOON WILLEMSENS, koopman.
Van hem erft het in 1679 zijn zoon MICHIEL WILLEMSENS, priester.
Etc., Etc.
Bron: Antwerpiensia, Deel 5, blz. 306,307.
 
Lijftochtrenten op de stad Antwerpen 1313.
Hr. GILYS VAN HOINECORST.                   
WILLOIS die cousmakere.
ANDRIES den Lumbart van shertoghen, van Breda ende JANNE sinen brudere.
HEILSOETE, HEN ALOUTS dochter.           
Hr. WILLEM PLUCMESE pape.
JAN SOUREIN & MARIA sijn wijf & MACHTELDEN sier nichten.
NOUT VILAEL & sinen wive.                          
Hr. HEINRIC VAN LIFERGHEM pape.
KATLINE VAN DER CAPELLEN.                
HEINRIC SOETARTS sone.
GILIJS BOTE, WILLEMS sone & KATL. sinen wive.
JAN BODE, JAN BOETS sone & MARIEN sinen wive.
JAN & AMELRIC, HEINRICS BOETS kin. 
KATLINE LYSB. dochtre VAN WINEGHEM.
Broeder JAN MACHARIJS.                            
EMSOTE LOISINNE.
CLAUS MASEMAN.                                        
COLE DE CONINC & sinen wive.
WOUTER, ser JAN BOEDS knape.                
KATLINE, JAN NOKERBOEMS dochter.
Hr. GILIJS, die clerc was Heren DIEDERICS LOSEN.
Hr. JAN ALEIN.
JAN VAN HOBOKEN.                                     
Hr. PETER VAN DER MERE.
Hr. JACOB KIEKEN.                                       
Mr. MATHEUS.
IDE, MICHIELS KIEKENS suster.                
WOUTER COLE & ALEIT syn suster.
WILLEM DE SEELANDRE & sinen wive.    
KATLINE MEDEMETERINNE.
JAN CANTEMAN.                                            
MARGRIET KIEKNINNE.
JAN NOUTS sone & sinen wive.                      
JAN SOETEMONT, de Scepene.
HENRIC CLUTINC ende ENGBRECHT CLUTINC, syn bruder.
WOUTER RULENS sone.                                
PETER VAN GHINT.
LYSB. VAN DIELBEKE & horen sone.         
Jouffr. LYSB. & IDEN achter gasthuys.
JAN VAN DEN WERVE, ser JANSsone & KATLINE sier suster.
HEN. tser ARDS & sinen wive.                        
JAN VAN DER RIEST.
GODEVERDS wyf VAN BRECHTE.             
Hr. DIEDERIC DE LOSE of DOSE
JAN VAN WARENBEKE.
MARG. WITTEBOLS, WILLEM HEINRICS BOEGS sone, HEINRIC HEN. WITTEBOLS sone, JAN LYSB. WITTENBOLS sone & KAT. HEN. BOGHES dochtere.
JAN VAN DEN WERVE, ser WILLEMS sone was.
GILYS PRIEM & sinen wive.                          
WILLEM DE MOL.
SANDERS VAN BOENENBERGHE.          
WOUTER VAN CORENBEKE & sinen wive.
VRAUKE BISCOP.
JAN, EVERARDS BOETS sone & LYSB. sinen wive.
GILISE VAN DER LINDEN.                          
JACOB, ADAEM INGHELS sone.
Hr. HEINR. BOTE tote LYSB. HUGHE WILSOENS wyf live.
Hr. GILYS VAN HOENECORT.                    
MARGIET KERSMAKERINNE, uit de Cammerstrate.
Hr. PETER DRAKE.                                   
JAN DRAKE.
JAN UTEN HOVE.
AMELRIC BRUILANT & HEIWIGHEN sinen wive.
WILLEM DRAKE.                                                  
KATER. VAN DER ERTBRUGGEN.
COLE DIE CONINC & sinen wive.                 
Jufvrouwe KATRIEN, vrouw van GEERAARD VAN UDEN, de Schout.
GIELYS WOUTERS sone van QUADERIBBE.
NOUT & MARG. JAN DRAECS kinderen.
MARG. & LISBEET, HEN CASEMARS dochtre.
KAT. VAN DEN PUTTE.                                  
LISBEET, NOUT BOLLARS suster.
MARIE, NOUT BOLLARTS suster.                
BEATRYS KERSEMAKERINNE.
LISBET, GIELYS NANEKENS wife was.     
ALITEN & MAG. VAN DEN STEENWEGE.   
MARSUETE RADUARDINNE.
HEN. DENNYS sone.                                         
JAN BORNECOLVE.
MAG. VAN MONS.                                            
PETREN LIEBART & sinen wive.
ENBRECHT VAN DER NOET.                       
LISBET, HUGE WILSOENS wief was.
Hr. WIL VAN SELLEKE.
Hr. WIL DIE LODDERE & YDEN sire mueder.
LAUREIS DIE MADERE doude & sinen wive.
Hr. PAUWELS BORNECOLVE.                     
Hr. HEN VAN MORSELE.
LISBEET, MIGIELS suster.                             
JAN VAN WINEGHEM.
JANS wief VAN DER HARE.                           
Hr. MIGIEL GODENAY pape.
JAN BOTEN, GOD. BOETS sone & KAT. sinen wive.
JAN ENGEL van Valensent & MARG. sinen wive.
GERTRUD, JAN MUECHS wive van S. GERT.
GISBRECHT & ver YEDE VAN DYEST.
JAN & WOUTER, REMARS kindre VAN DE LARE.  
YNE VAN STALLE.                                          
COLEN VAN DEN WERVE.
WOUTER VAN NETERS (?).                           
WIL tser WIL sone VAN SELLEKE.
JAN VAN DER SENNEN.                                 
JAN SUETMONT & sinen wive.
JAN SOUREYN, MARIEN sinen wive & MACHTILDEN, sire nichten.
LISBET, JANS dochter VAN ACKENDUNC.
LISBET, HEN ORS dochter.
Hr. HUGEN VAN DEN BORCHWALLE.     
JAN VAN DER ELST.
Hr. WIL PLUCMESE.                                      
Hr. GIELYS VAN HONECORT.
Hr. JAN VAN RODENBEKE pape.                
LISBEET tser JAN PAPENS dochtre.
HEN tser SUETARTS sone.                              
Hr. PETER VAN DER MERA.
Hr. JAN ALEYNT.                                            
GOD. MORBEL.
JAN & AMELRYC HEN BOETS kindre.      
HEILSOTE, HEN ALOUTS dochtre.
KATLINE, JAN NOKERBOEMS dochtre.             
Hr. HEN VAN MORSELE pape.
JAN DIE VILTERE.                                    
KATLINE, ELISABETSdochtre VAN WINEGHEM.
Bruder JAN MACHGARYS.                           
YMSOETE LOYSINNE, waarschijnlijk de dochter van Hr. DIEDERIK DE DOSE.
GIELYS, WIL. BOETS sone.                            
Hr. PETER DANE & sinen wive.
MAG. KIEKINNE.                                            
WIL. wief VAN DER HOGENHWS.
Hr. HEN BOETEN & sinen wive.                    
Hr. EVERART BOETEN.
WOUTER COLEN & ALITEN sire sus.        
JAN SOETMONT tsire kindre.
GOD ‘s RODEN wief.                                       
WOUTER RULENS sone.
LISBEET VAN DYELBEKE & WIL. horen sone.
JAN CANTER.                                                  
GIELYS BOTEN & sinen wive.
GIELYS PRIEM & sinen wive.                        
Hen trser ARTHS & sinen wive.
JAN DRAKEN v. S. JANSD. & S. AMELBERGEN.
Bron: Lijftochten uit de Stadsrekening van 1313 en A.A.B. Deel. 36, blz. 236-245.
 
- 1314 -
 
31 januari 1314.
In een latijnse akte vermelding dat de St. Michielsabdij land verwerft van wijlen JAN COTERS.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, blz. 137 en A.A.B. Deel 37, blz. 88.
 
20 juni 1314.
Voor de schepenen JAN DE PAPE en PETER DRAKE geeft WILLEM DE STOEVERE aan de abdij van St. Michiels in pand zekere inkomsten te Nederokkerzeel. Verder worden genoemd: HEINRIC VAN DEN BEEMPDE en STEVEN VAN DER HOVORST.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cartul. St. Michiels, blz. 93 en A.A.B. Deel 37, blz. 72.
 
23 juli 1314.
CLAUS VAN DEN WERVE geeft aan REYNERE VAN DEN WERVE, in erfpacht, een gedeelte van het huis “De Lelye” op de markt te Antwerpen.
Bron: Archief Antwerpen, Cartularium Karthuizers, f° 235v° en A.A.B. Deel 37, blz. 73.
 
16 augustus 1314.
Latijnse akte waarin WILLEM MICHIELSsone een huis in erfpacht ontvangt gelegen tussen de huizen van PAULUS DE TONNEKENNE en WILLEM MAST.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 73 en A.A.B. Deel 37, blz. 89.
 
9 oktober 1314.
Kanunnik EGIDIUS DE TICHELT erkent zich verplicht jegens het kapittel, wegens een huis dat toebehoorde aan kapelaan ARNOLD BOENE, tot 7 ½ sisters koorn jaarlijks.
Bron: Stadsarchief, Cartularium OLV, f° 129 en A.A.B. Deel 37, blz. 73, 74.
 
3 november 1314.
Latijnse akte waarin GILLIS, de zoon van GILLIS WILMAER, verkoopt aan STEVEN WILMAER, zijn oom, de helft van zeker land te Loobroek.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 42, cap. no. 3 en A.A.B. Deel 37, blz. 89, 90.
 
22 november 1314.
Latijnse akte over statuten voor de kapelanen van OLV, worden genoemd: ARNOUD PISCIS, THEODORUS BODE, JAN MADERE en Notaris NICOLAAS JAN DE VICO.
Bron: Stadsarchief Cartularium OLV, fol. 115 en A.A.B. Deel 36, blz. 299, 300.
 
4 december 1314.
Latijnse akte waarin JAN GHORTERE, junior, ontvangt in erfpacht van de St. Michielsabdij, twee “mansiones” in de Cammerstrate, tussen JOHAN VEL en WILLEM FABRI.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 74 en A.A.B. Deel 37, blz. 90.
 
7 december 1314.
Latijnse akte waarin GODFRIED, abt van St. Michiels, van zijn broer Mr. JAN VAN WAARLOOS, plebaan van het begijnhof te Mechelen, een som geld ontvangt waarmee een cijns wordt gekocht op het huis van WILLEM VAN HALS te Antwerpen.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 179 en A.A.B. Deel 36, blz. 301.
 
23 december 1314.
Latijnse akte waarin JAN PAPE in erfpacht ontvangt zekere grond te Suers met naburig bos.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, blz. 130 en A.A.B. Deel 37, blz. 90, 91.
 
- 1315 -
 
19 mei 1315.
Latijnse akte waarin ARNOLD VAN RUMPST zeker huis ontvangt in erfpacht.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, 74bis en A.A.B. Deel 37, blz. 92.
 
24 juni 1315.
ZEGHER DE PAPE en zijn zoon GHISEL DE PAPE verkopen aan PIETER VAN NAMEN een erfcijns. Verder worden genoemd: FLORENS BERTHOUT, Heer van Mechelen, ARNOUD VAN DER BRUGGHEN, Schout, JAN POST, van Scelle, GILLYS VAN DEN HOVE en GILLYS BODE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartarium St. Bernards en A.A.B. Deel 37, blz. 74, 75. 
 
2 oktober 1315.
Latijnse akte waarin kapelaan JACOB KIEKEN een hofstede in erfpacht geeft aan JAN VAN DEN MEERE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 42, cap. no. 4 en A.A.B. Deel 37, blz. 95, 96.
 
8 december 1315.
ARNOUD ARNDS, sone WILLEMS sone, en CLAUS COSTERE wonende te Oorderen, verkopen voor de schepenen PAUWELS BORNECOLVE en ARNOUT VAN DER MOLEN aan WILLEM DE STOEVERE 3 gemeten grond.
Bron: Archief Antwerpen, Pod cart. St. Michiels, blz. 167 en A.A.B. Deel 37, blz. 96.
 
19 december 1315.
Latijnse akte over verhuring van een huis gelegen tussen JAN STROEVIC of STROEME en NICOLAAS NEUT door JAN DE FINE (=JAN VAN DEN EYNDE).
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud Cart. 139 en A.A.B. Deel 36, blz. 308.
 
30 december 1315.
WILLEM CLOETSAERT die Sceerre verkoopt een rente op zijn half huis in de Zierikstraat aan ANDRIES WILMAER(S).
Bron: OLV archief, capsa VI cap. no.1 en A.A.B. Deel 36, blz.308, 309.
 
 -1316 -
 
15 januari 1316.
Latijns testament van MARGARITA, vrouw van JOHANNIS DE HARE en weduwe van THEOBALDUS MADERE. Hierin worden genoemd: JOHANNIS BEGIEN, NICOLAAS DEEP, JACOBUS MEDEMEETERE, JOHANNES DE GALIVORD, HENRICUS BALLENsone, NICOLAAS DE GALIVORT, PIETER DE CODINC, JOHAN DE AQUIS, JOHAN MEDEMETERE, ELISABETH DANCARTINNE, ADELIE STEPHANI, NICOLAAS UTEN BOGHE, HENDRIK MOLENERS, NICOLAAS SARIS, ELISABETH POPPEN, KATERINNE MEDEMETERINNE, THEODORUS NUNCIO, ELISABETH ARNOLDI, MARGARETE VAN MORTSELE, MARGARETE CUVINNE, JOHAN STRUBOLLE, HELWIG SILOINNEN, JOHAN DE LOWEN, ELISABETH VAN WINEGHEM, ADELIE, echtgenote van REINIER BODE, JOHAN DER KINDERE, JOCOBUS MEDEMETERE en JOHAN DE HARE(M).
Bron: Archief OLV kerk, Testamenta Antiqua XII en A.A.B. Deel 37, blz. 97-100.
 
24 februari 1316.
ARNOUT DE MAN bekent schuldig te zijn aan WILLEM BORNECOLVE 20 sch. op een huis in de Zirkstraat tussen BOUDEN DE NEEF en ANDRIES WILMAER.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 48, cap. no. 3 en A.A.B. Deel 37, blz. 101.
 
25 april 1316.
Latijnse akte waarin AVESOETE, weduwe van JAN REINIERS, haar huis verkoopt aan JAN VAN DER HAGHEN, kapelaan der begijnen.
Bron: Archief OLV kerk, capsa cap. 132, no. 1 en A.A.B. Deel 37, blz. 101.
 
5 juni 1316.
HENDRIK PETER NOUTS, van Hoogstraten, ziet af van zijn rechten, op zeker sister koorn, op gronden te Meer.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, blz. 101 en A.A.B. Deel 37, blz. 103.
 
18 juni 1316.
BOUDEN HAGHEMAN ontvangt van de St. Michielsabdij in erfpacht zekere hofstede.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 78 en A.A.B. Deel 37, blz. 103, 104.
 
25 juli 1316.
MICHIEL HEILENsone, van Borsbeek, verkoopt grond aldaar aan BOUDEN DRAKE de plebaan van Antwerpen die deze grond in erfpacht geeft aan JAN VAN HERDREN. Verder worden genoemd: WOUTER VAN REDELGHEM en PETER VAN MANNENBRUGGHEN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19, cap. no. 1 en A.A.B. Deel 37, blz. 104, 105.
 
6 november 1316.
Voor de schepenen JAN WILMAER en WILLEM VAN DEN EECHOVE verklaart JAN DE DUVEL, van Lier, dat hij aan CLAUS VAN SCILLE en zijn zoon JAN, van Boechout zeker goed te Gillegem verkocht heeft.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 36-37, capell. litt. N en A.A.B. Deel 37, blz. 107.  
 
- 1317 -
 
De drenkeling van 1317 en het Schelderecht:
In het voorjaar van 1317 is een zekere JAN DE CUPERE, van Aalst, verdronken in de Schelde bij het Brabantse (!) Antwerpen. De knapen van de Schout vonden op het aangespoelde lijk een buidel geld met een waarde tussen de 23 en de 25 schellingen groote Tornoise en legde daarop beslag als “strandjuttersloon”. Maar JAN DE CUPERE was verdronken in de Vlaamse rivier de Schelde ! Het geval kwam ter ore van JOOS VAN HEEMSRODE, de baljuw van het land van Waas. Hij zendt zijn klerk GILLIS VAN DER BRUGGHEN naar Antwerpen om het geld op te eisen. Natuurlijk weigerden die van Antwerpen dit. De baljuw liet het hier niet bij zitten en gaat met zijn knapen aan boord van een schip “ende YOES vaarde tot Antwerpen aen den Werf, ende ghinc up in de port, en ving daar eenen poorter van Antwerpen dien hij bij kracht van wapenen en knapen in zijn schip leidde. Toen vaarde hij weg tote buten sente Michiels ant sant, en daar ging hij weder aan wal en verraste er een andere Antwerpse poorter vore de porte, dien hij eveneens op zijn schip nam. En toen vaarde hij verder naar Rupelmonde waar hij de twee Antwerpse poorters in den Steen legde”.
Dat noemt Joos “panden op den hertog en up die van Antwerpen”.
In een proces daarna wordt Antwerpen in het ongelijk gesteld en wordt de Schout van Antwerpen, GEERT VAN DEN EECHOVE gelast, het geld terug te geven en de zaak goed te maken. Eerst werden de Antwerpse poorters -na betaling van eten en drinken- losgelaten. De eerzuchtige baljuw JOOS vierde zijn “overwinning” als volgt: “omdat JOOS wilde dat deze dingen openbaar bekend zouden zijn aan vele lieden te Ruppelmonde, zo strooide hij geldmuntjes uit en liet ze oprapen door wie ze hebben wou, opdat men zich des te beter deze feiten herinneren zou”. Zo verzekert van voldoende gehoor en is tevens in gezelschap van ZEGHER VAN BELLE, kastelein van Ruppelmonde, GOSEN WEDAGHEN, WILLEM VAN DEN MERSCHE, GILLIS zoon van ser DAENKINS, zekeren DELBOUDE, PIETER PIJL, WILLEM MOERMANNE, GILLIS VAN DER BRUGGHEN, baljuws klerk, WOUTER DE PAU, ZEGHER VAN ZELE “ende vele andre liede in Rupelmonde”
Bron: Antwerpiensia, Deel 5, blz. 79-83.
 
4 januari 1317.
CLAUS VAN DE WERVE verhuurt een half huis aan HENDRIK WILLOYS.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
5 januari 1317.
Voor de schepenen ANDRIES TUCLANT en JAN VAN DER ELST geeft CLAUS VAN DEN WERVE in erfpacht aan HEINRIC WILLOYS de helft van een huis.
Bron: Stadsarchief Antwerpen, Cartularium OLV, fol. 132 en A.A.B. Deel 37, blz. 108.
 
19 januari 1317.
Voor de schepenen JAN WILMAER DE RODE en ARNOUT VAN HOVORST verkopen BEATRIJS UTEN RAMEN, weduwe van wijlen JAN SCENEWIND, en haar zoon JAN, aan de priester STEVEN WILMAER zeker goed in Loobroeck.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 42, cap. no. 5 en A.A.B. Deel 37, blz. 108.
 
14 februari 1317.
LAURENS EVERAERT schenkt aan de St. Michielsabdij een erfrente op zijn huis aan de Vischmarkt.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 79 en A.A.B. Deel 37, blz. 109.
 
25 februari 1317.
Latijnse akte waarin JAN RURVOET een rente op zijn goederen verkoopt aan HILDEGARDUS DE AQUARIO.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 64, cap. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 109.
 
27 februari 1317.
Latijnse akte waarin BEATRIX VAN QUADERIBBE, begijn, met haar momboer JAN VAN BEEMDE, goed verkoopt aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, blz. 141 en A.A.B. Deel 37, blz. 110.
 
18 maart 1317.
Latijnse akte waarin JAN VAN MEER in bijzijn van o.a. de plebaan BOUDEN DRAKE een tiende schenkt aan de kerk van Meer.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, fol. 102 en A.A.B. Deel 37, blz. 110, 111.
 
13 april 1317.
De Abt van Eename stelt de ridders NIKLAAS VAN DEURNE en JAN VAN WYNEGHEM aan als zaakgelastigden in Deurne en omgeving samen met GISELE VAN HALLE en GILLIS tKINT.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiel, blz. 44 en A.A.B. Deel 37, blz. 111-113.
 
19 mei 1317.
In een latijnse akte bekent PETRUS SMIT, zoon van wijlen JOHANNIS SMIT, schuldig te zijn aan de kapelanie van Hr. JAN VAN LEEFDAAL een jaarrente.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 18, cap. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 113.
 
30 mei 1317.
Latijnse akte waarin voor de schepenen JAN WILMAER DE RODE en JAN VAN WISPLAER, een verkoop van goed door JAN VAN DIEDEGHEM met zijn vrouw MARGARETHA aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, blz. 134 en A.A.B. Deel 37, blz. 113, 114.
 
Ca. 24 juni 1317.
Voor de schepenen van Duffel: JAN VAN PAPENBROEC, JAN VAN HIMDENHAGHE, JAN VAN STADECKE, JAN VAN LINT, WILLEM VANDER ERTBRUGGHEN, RUMBOUT VAN SCEPVOERT en BERTHELMEUS VAN DEN BOSSCHE geeft KATERINA VAN BUSENGHEM, GOSENSdochter, met haar wettige man WOUTER VAN KETS, ridder, de tiende van Baanebroeck aan haar oom GILIJS VAN BUSENGHEM, kapelaan te Antwerpen. Ook wordt genoemd: LAUREYS VAN RIEN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 17, cap. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 15, 116.
 
26 juli 1317.
Latijnse akte waarin MARGHARETA, weduwe van FOLBERTUS CODDE, met haar dochter, gehuwt met JAN WAYERE, goed verkopen aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 80 en A.A.B. Deel 37, blz. 117.  
 
24 augustus 1317.
JAN CALLAERT, de knaap der schepenen, bekent schuldig te zijn op zijn huis, gelegen naast het huis van WILLEM SLABBAERT, aan de kapelanie die LUITGAERD, weduwe van WILLEM DAEN, in de St. Woudborgtkerk heeft gesticht, de 50 sch. jaarlijks die wijlen MARGRIET CALLAERT, JANS zuster, aan deze kapelanie heeft geschonken.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 97, cap. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 118, 119.
 
8 september 1317.
Voor de schepenen ARNOUD VAN HOVORST en JAN VAN DER ELST verkoopt GEERAARD VAN LIER, bakker, aan PETER DAEN zijn huis gelegen naast WILLEM LEEST. Bij maning door de Amman GILLIS VAN WYNEGHEM.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 107, cap. no. 3 en A.A.B. Deel 37, blz. 119.
 
18 december 1317.
In een latijnse akte voor de schepenen WILLEM VAN EECHOVE en GEERAARD DE WISPLAER, geeft kan. WILLEM LOSE, zoon van THEODOOR, zijn bezit aan de broeder cellier ZEGER DE HOLLAKEN, waarna deze het hem in erfpacht teruggeeft samen met het huis van wijlen kapelaan WILLEM BORNECOLVE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartarium St. Bernards en A.A.B. Deel 37, blz. 120.
 
- 1318 -
 
18 maart 1318.
PETER DAEN geeft te erve aan ODE, de weduwe van wijlen GILLIS UTEN HOVE, en aan BEATRYS haar dochter, geh. met JAN VAN VORSPOLE, een bos en een land.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 107, cap. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 121.
 
18 april 1318.
ARNOLD VAN DIEST, geheten VAN WESTVALEN, ridder, verklaart dat WILLEM DE WALE, poorter van Antwerpen, hem heeft betaald voor een goed te Zundert, dat van wijlen JAN BLONDEEL was.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 22, cap. litt. D en A.A.B. Deel 37, blz. 161.
 
29 juni 1318.
Voor de schepenen WILLEM VAN DER BORCH en JAN VAN HOBOKEN verklaart MARGARETE VAN DER DILFT, weduwe van wijlen BOUDEN VAN DEN DORPE, een rente op haar huis schuldig te zijn aan GODSCHALCK VAN WINEGHEM, CLAUSsone.
Bron: Archief Averbode, fonds St. Michiels, no. 81 en A.A.B. Deel 37, blz. 161, 162.
 
17 september 1318.
Voor de schepenen JAN WILMAER DE RODE en WILLEM VAN EECHOVE verklaart JAN VAN DEURNE, NICOLAASsone, dat hij aan de abdij van St. Michiels heeft beloofd de “gista” van ‘s Hertogs jachthonden op zijn hoeve te nemen.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. fol. 45 en A.A.B. Deel 37, blz. 162, 163.
 
- 1319 -
 
8 januari 1319.
Latijnse akte waarin ARNOLD VAN DER LIST een gemet grond verkoopt aan kapelaan STEVEN WILMAER.
Bron Archief OLV kerk, capsa 42, cap. no. 6 en A.A.B. Deel 37, blz. 163.
 
18 maart 1319.
Voor de schepenen ANDRIES TUCLANT en JAN BODE verkoopt JAN VAN OVERSCHELDE, de goutsmet, een rente van vier schellingen ten bate van een nieuwe kapelanie.
NB: DEZE KAPELANIE WERD GESTICHT DOOR GHISELBERTUS DE BRULE ALS BOETEDOENING VOOR ZIJN MOORD BEGAAN OP PIETER VAN HOBOKEN, ANDRIESZOON.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 38, cap. no. 1 en A.A.B. Deel 37, blz. 163, 164.
 
3 augustus 1319.
In een latijnse akte erkent ANDRIES VAN HOBOKEN dat het gasthuis een cijns toekomt op het huis “De Hert”.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 167, 168.
 
7 december 1319.
Latijnse akte waarin voor de schepenen ANDRIES TUCLANT en WILLEM VAN EECHOVE, de gebroeders GILLIS GRUTERE en JAN BUSSCHERE, zonen van ENGELBERTUS GRUTERE, de clericus, overgeven aan MATHEUS VAN HARINCRODE hun goed te Outserwele t.b.v. de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels fol. 158 en A.A.B. Deel 37, blz. 168, 169.
 
- 1320 -
 
Ca. 10 februari 1320.
Voor BOUDEN DRAKE, prochiaan, en de schepenen PETER DAEN en JAN BODE geeft MARGARITE, de vrouw van MATHEUS VAN DEN BLOEMEN, ettelijke cijnsen en rechten aan het gasthuis.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 169, 170.
 
12 februari 1320.
REINIER VAN DE WERVE verkoopt aan WILLEM LIMPIAES en HENDRIK HENDRIKSzoon VAN DE WERVE een half huis tussen de huizen van JAN VOLAERT en JORDAAN SCATS. Landheer van het huis is Hr. PEETER DAEN. De kopers geven het te erve aan WILLEM en DIEDERIK DE MADERE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 126, cap. no. 1 en A.A.B. Deel 37, blz. 170.
 
26 maart 1320.
HENDRIK BERTHOUT, Heer van Duffel, met zijn vrouw BEATRIJS VAN ROTSELARE, machtigen kapelaan GIELIS VAN BUSEGHEM de tienden over te zetten op geestelijke personen.
Bron: Archief Antwerpen, Cartularium Karthuizers, fol. 48 en A.A.B. Deel 37, blz. 171.
 
30 november 1320.
Volgens een latijnse akte maakt NICHOLAUS DE LYSA zijn goed te Outserwele over aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, blz. 154 en A.A.B. Deel 37,blz. 172.
 
6 december 1320.
WILLEM BORNECOLVE vermeerdert de inkomsten der kapelanie die wijlen JACOBUS VAN BRUSSEL gesticht had op zijn huis gelegen tussen de huizen van BOUDEN NEVE en ANDRIES WILMAER.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 48, cap. no. 5 en A.A.B. Deel 37, blz. 172, 173.
 
- 1321 -
 
22 februari 1321.
Latijnse akte waarin RASO PAPE grond verkoopt voor plebaan BOUDEN DRAKE aan de St. Michielsabdij.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, fol. 143 en A.A.B. Deel 37, blz. 173.
 
19 mei 1321.
Voor de schepenen PETER DRAKE en GEERAARD VAN WESPELAER, verkoopt Willem DE POETERE met zijn vrouw MARIE, grond t.b.v. de kapelanie die ANDRIES VAN HOBOKEN en WILLEM DRAKE, JANSsone, gesticht hadden voor de ziel van de vermoorde PETER VAN HOBOKEN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 38, cap. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 174, 175.
 
9 oktober 1321.
MICHIEL DE VOS, kapelaan in het Begijnhof, en PETER DAEN geven te erve aan REINIER STRUBOLLE een half huis in Copenholle, dat vroeger bezeten was door WOUTER VAN MELE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 132, cap. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 175, 176.
 
- 1322 -
 
23 maart 1322.
Latijnse akte waarin de uitvoerders van het testament van wijlen kan. JOHANNES EX CURIA grond verkopen t.b.v. de kapelanie van JOHANNES ANSEM. Verder worden genoemd: JACOBUS EX CURIA, ARNOLD VAN DER MOLEN, OTTO DE GRAVIA, SYMON DAEN, WOUTER DE LANGHE en WOUTER BULLE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 36-37, cap. litt. T1 en A.A.B. Deel 37, blz. 177, 178.
 
4 april 1322.
FLOREN BERTHOUT, Heer van Mechelen, maakt bekent dat zijn dochter SOPHIEN, Joncvrouwe van Gelre met REYNOUT, Joncheer van Gelre hun verstorven leen van DIEDERIK VAN INDOVEN, van Brecht, schenken aan het gasthuis van Antwerpen.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 178.  
 
22 mei 1322.
Latijnse akte waarin Hr. HENDRIK COECBACKERE, pastoor te Wommelgem, aan JAN VAN DEN GASTHUIZE twee delen van zijn huis in de Nieuwstraat geeft.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 42, cap. no. 8 en A.A.B. Deel 37, blz. 179.
 
15 juni 1322.
Voor de schepenen ANDRIES TUCLANT en PETER DRAKE, geven GILLIS VAN DER LINDEN en Joncvrouwe SABINE, de vrouw van SYMON DAENS, aan ARNOUD VOLKAERT die men heet ART OEM te erve de watermolen bij de Predikheren; ARNOUD verpandt zijn huis op het kerkhof dat wijlen JAN BOVE toebehoorde.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 11, Dom. no. 26/1 en A.A.B. Deel 37, blz. 179, 180.
 
3 juli 1322.
De kinderen GILLIS, CLAUS en JAN van GILLIS WILMAER uit de Houtmere verklaren dat de helft van de goederen van hun grootvader  wijlen GILLIS WILMAER toekomt aan hun oom, kapelaan STEVEN WILMAER. 
Bron: Archief OLV kerk, capsa 42, cap. no. 7 en A.A.B. Deel 37, blz. 180, 181.
 
2 oktober 1322.
Latijnse akte over een huurcontract van kanunnik HENDRIK PORTERE voor het huis dat vroeger van kanunnik JOHANNES EX CURIA was en dat door kanunnik EVERDEI WILMAER is gekocht.
Bron: Archief Antwerpen, Cartularium OLV, fol. 133v° en A.A.B. Deel 37, blz. 182.
 
5 oktober 1322.
In een latijnse akte bezet kanunnik JAN TUCLANT 12 schellingen op een bezit van EVERDEI WILMAER om daarmede jaarlijks twee feestmalen te houden door de kanunniken ten einde de vrede onder hen te bestendigen.
Bron: Stadsarchief, Cartularium OLV, fol. 132v° en A.A.B. Deel 37, blz. 183, 184.
 
- 1323 -
 
26 februari 1323.
Latijnse akte waarin NICOLAAS VAN WYNEGHEM getuigt voor de plebaan BOUDEN DRAKE dat hij aan St. Michiels grond verkocht heeft.
Bron: Archief Antwerpen, St. Michiels, Oud cart. 119 en A.A.B. Deel 37, blz. 184, 185.
 
6 mei 1323.
Latijnse akte waarin JAN NOUTSsone bekent de brief van deken en kapittel gezien te hebben en te zullen nakomen, betreffende het huis van THOMAS VAN ZELE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 64, cap. no. 3 en A.A.B. Deel 37, blz. 185.
 
20 mei 1323.
Voor de schepenen JAN BODE en GHEERARD VAN WISPELAER geeft KERSTINE VAN DER DILF, met haar momtbore WILLEM VAN DER DILF, aan haar neef JAN VAN ZANTVLIET (de zoon van haar zuster ELISABETH) al het goed dat zij geërfd heeft van haar zuster MARGRIET.
Bron: Archief Antwerpen, Cart. Karthuizers, fol. 116 en A.A.B. Deel 37, blz. 185, 186.
 
12 juli 1323.
Voor de schepenen PETER DAEN en PETER DRAKE, verklaren deken JAN VAN BRUSSEL en zijn neef JAN LEUWAERD dat de laaste te erve heeft van de eerste en van de kinderen van GILLIS VAN BRUSSEL, broeder van de deken, een huis met de kamer van PETRUS VAN ZANTVLIET.
Bron: Archief OLV kerk, capsa XIa Dom. no. 16/1 en A.A.B. Deel 37, blz. 187, 188.
 
28 oktober 1323.
ARNOUT SNELLAERD geeft aan HENDRIK SCURMAN van Zundert zijn goed te Zundert op de Hulsdonk te erve.
Bron: Archief Antwerpen, Cart. Karthuizers, fol. 98v° en A.A.B. Deel 37, blz. 189, 190.
 
- 1324 -
 
2 maart 1324.
Voor de schepenen GEERAARD VAN WISPELAER en GILLIS VAN HOBOKEN verkoopt JAN BODE, BOUDENSsone, de helft van zijn hofstad in de Hoogstraat waar JAN DE VOS, de cousenmakere, op woont, en het zesde deel der hofstad daarnaast, bewoond door WILLEM VAN DER TENTEN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 11, Dom. no. 23/7 en A.A.B. Deel 37, blz. 190.
 
4 juni 1324.
Voor de schepenen WILLEM VAN DER BORCHT en JAN WILMAER DE RODE geeft LODEWIJC LODEWIJCSsone, broeder van wijlen GHEERAERD die prochiaan te Wuustwesele was, een almoes aan het gasthuis. Ook wordt genoemd WOUTER VAN DER HEYDEN.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 191, 192.
 
1 augustus 1324.
Voor de schepenen JAN VAN DER ELSTen GILLIS VAN HOBOKEN geven CLAUS VAN DER LEYEN, de jonge, en GOEDE, dochter van wijlen HEINRIC CULS, met haar man WILLEM DANEELSsone, aan kapelaan STEVEN WILMAER hun huis in de Nieuwstraat dat staat tegenover BOUDEN VAN DE BOSSCHE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 42, cap. no. 9 en A.A.B. Deel 37, blz. 192.
 
- 1325 -
 
30 januari 1325.
Voor de schepenen MICHIEL KIEKEN en JAN DRAKE verkoopt WILLEM VAN DEN NIEUWENHOVE aan Hr. CLAES WERRE grond, bij het land van PETER de ketelboeter, waarvan WILLEM SPRONGHE landheer is.
Bron: Archief Antwerpen, Cart. Karthuizers, fol. 62v° en A.A.B. Deel 37, blz. 193.
 
-1326 -
 
13 januari 1326.
Voor de schepenen WILLEM DRAKE en JAN VAN DEN MORTERE geven CLAUS en GODSCHALK van WINEGHEM samen met SYMON DAEN in erfpacht aan HENDRIK DE BAERTMAKERE hun huis gelegen tegenover het Schepenhuis.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16, Dom. no. 27 en A.A.B. Deel 37, blz. 194, 195.
 
9 februari 1326.
Voor de schepenen JAN WILMAER DE RODE, JAN BODE en GEERARD VAN WISPELAER geven GODEVAART VAN BRECHT en zijn vrouw LIJSBETH goederen aan de Karthuizers van het Kiel. Verder worden genoemd: JAN ADAEMS, WILLEM MASEMAN, JACOB VORSELMANSsone en ARNOUD SNELLAERD.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers fol. 36v° en A.A.B. Deel 37, blz. 196, 197.
 
8 juli 1326.
KERSTINE VAN DER DILF schenkt aan de Karthuizers goederen om JAN VAN ZANTVLIET, de chartroos, toe te laten zijn cel te maken.
Bron: Archief Antwerpen, Cart. Karthuizers, fol. 115v° en A.A.B. Deel 37, blz. 197, 198.
 
16 augustus 1326.
Latijnse akte waarin Hr. GUIDO, bisschop van Kamerijk, keurt goed dat het kapittel van Antwerpen zeker eigendom te Herenthout verkoopt aan ridder NIKLAAS VAN HERLAAR.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 20, Dom. no. 12 en A.A.B Deel 37, blz. 198.
 
1 september 1326.
Stadslijfrentebrief (latijn) voor ELISABETH, dochter van JOHANNIS CRUPELANDS.
Bron: A.A.B. Deel 37, blz. 78-80.
 
Zelfde datum.
De stad Antwerpen verkoopt aan HEILWIGES, dochter van ALEIDIS VAN DEN LARE, aan LEONIUS BACHELEER en aan JAN VAN MOLENBEKE een lijfrente.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1327 -
 
3 januari 1327.
De prior der Karthuizers van het Kiel koopt rechten te Schilde van VRANCK VAN SCILLE. Verder worden genoemd: JAN GHESELSHUYS, JAN NEELS, JAN GHERONG, JAN VAN DER BRACT, HEINRIC VAN ELSTEN en VRANC VAN OESTHOVEN.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 59 en A.A.B. Deel 37, blz. 198, 199. 
 
17 maart 1327.
Latijnse akte waarin de uitvoerders JACOBUS MEDEMETERE en JOHANNES DE GALIVOERT van het testament van MARGARETA DE HARE, weduwe van THEOBALDUS MADERE, bepalen wat de Karthuizers van het Kiel toekomen zal. Verder worden genoemd: WILLEM LYMPIAES, JAN BEGHINE, HUGO VOLAERT, GODEFRIDUS TUCLANT, JAN TUCLANT, EGIDIUS VAN BUSEGHEM en WILLEM SPRONC.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 55 en A.A.B. Deel 37, blz. 199-201.
 
24 juni 1327.
ARNOUD OEM, zoon van wijlen ridder WOUTER VOLKAERD verkoopt aan WOUTER VOLKAERD zijn huis en zijn watermolen.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16, Dom. no. 14,1 en A.A.B. Deel 37, blz. 201.
 
Zelfde datum.
LAUREIS CANT schenkt goederen aan de Karthuizers van het Kiel. Verder worden genoemd: zijn vader JAN CANT en LYSBET BRULLERINNEN.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 35v° en A.A.B. Deel 37, blz. 201, 202.
 
25 december 1327.
De stad Antwerpen verkoopt aan GODFRIED CRUPELLAND een lijfrente.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1328 -
 
17 mei 1328.
Voor de schepenen CLAUS VAN HOBOKEN en WOUTER DE BUC verkoopt Hr. WILLEM, zoon van wijlen WILLEM ODENSsoens, de priestere, aan plebaan BOUDEN DRAKE het recht dat hij heeft op twee hofsteden.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 202.
 
7 november 1328.
HENDRIK VAN HALMALE verkoopt aan de plebaan BOUDEN DRAKE zijn recht op een hofstede waarin JAN RAMPAERT nu in woont en een hofstede waarin nu ARNOUD DE VOS in woont.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 1 en A.A.B. Deel 37, blz. 202, 203.
 
15 november 1328.
JAN VAN WILREKE, die men heet VAN SCONCELE, verkoopt aan de Karthuizers grond waarvan SYMON DAEN de landheer is.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 16 en A.A.B. Deel 37, blz. 204.
 
- 1329 -
 
16 juni 1329.
Voor de schepenen GHEERARD VAN WISPLAER en JAN VAN LIPPELOE geeft WOUTER VAN DEN VOERDE aan JAN DE WITTE, de voldere, in erfpacht zijn huis in de Keizerstraat, gelegen tussen die van JAN VAN DE BROEKE en JAN DANYS.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 13 Dom. no. 8, 2 en A.A.B. Deel 37, blz. 203.
 
28 juni 1329.
MARGARETA, dochter van wijlen HENDRIK WINNEMAREN (?), weduwe van wijlen JAN VAN CLAPDORP bezet bij testament de Karthuizers een rente op een half huis. Verder worden in deze latijnse akte genoemd: JOHAN VAN GALIVOERT, HENDRIK WINT en AMELBERGA DE PERRE.  
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers fol. 239 en A.A.B. Deel 37, blz. 204, 205.
 
24 juli 1329.
LIJSBET WILTOYSINNE begiftigt het gasthuis met een korenrente die zij destijds gekocht had van wijlen ALITEN VAN RUPELMONDE.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 205.
 
- 1330 -
 
13 maart 1330.
Prior der Karthuizers en ARNOUD CANTEMAN geven aan ARNOUD CLAP te erve het huis “den Pollepel” in de Zilversmidtstraat.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 238 en A.A.B. Deel 37, blz. 207, 208.
 
1 april 1330.
WILLEM DE SCUTTERE (SCHUTTER) met zijn vrouw KATLINE verkoopt aan deken JAN vier gemeten grond te Oosterweel.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 132, cap. no. 3 en A.A.B. Deel 37, blz. 208, 209.
 
11 april 1330.
Latijnse akte waarin JAN NIGER, pastoor van St. Walburgis, getuigt dat KATHARINA VAN OUTSERWELE, begijn, en haar zuster AVESOETE, weduwe van ARNOLD KIEKEN, bij testament de Karthuizers hebben bedacht.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 58v° en A.A.B. Deel 37, blz. 209.
 
21 oktober 1330.
LIJSBETH, de vrouw van GILLIS VAN HACKENDONC, schenkt tot haar jaargetijde, aan de Karthuizers, een stuk land.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 61v° en A.A.B. Deel 37, blz. 209, 210.
 
- 1331 -
 
4 januari 1331.
Overleg tussen de Brabantse en Antwerpse overheden, na het beslag leggen van de goederen van JAN VAN DEN BOSSCHE, poorter van Mechelen, door de baljuw van Rupelmonde, over zeerecht op de Schelde. Na overleg door de afgevaardigden ROELOF PYPENPOYE, Heer van Blaesvelt, OLIVIER VAN BINCHOUT, knape, Hr. WILLEM BLOCK VAN STEELANT, ridder, en JOOS VAN HEMSRODE, knape, wordt een compromis gesloten. Aanwezig hierbij waren: GILLIS VAN BUSEGHEM, schout van Antwerpen, JAN VAN LIPPELOY, WILLEM VAN EECHOVE, CLAES VAN WYNEGHEM, JAN VAN DER ELST, WILLEM SPRONCK, JAN WILMAER DE RODE, ANDRIES VAN HOBOKEN, WILLEM NOSE, CLAES VAN HOBOKEN, verder JAN DE PAMMEN(?), SYMON DE LANTMETERE, PEETER PINE(?) en PETER DE BIERE, sGraven mannen van Vlaenderen. Erbij waren ook de schepenen van Rupelmonde: JAN DE RESE, JAN CORTWEVERE(?), GILIS BOENE, GILIS f. CLAES, GILLIS STORM, PEETER VAN DER PERRE, ADAM VAN OVERVLIETE, DANIEL DE BUEDEL(?) en DANIEL VAN DEN OEVERE. 
Bron: Archief Antwerpen, Dossier Jurisdictie op de Schelde, copij van ca. 1632 en A.A.B. Deel 37, blz. 266-268.
 
11 januari 1331.
Voor de schepenen WILLEM VAN DEN EECHOVE en GHIJSBRECHT VAN DEN BRULE bekent GHEERARD STRUVE van Deurne schuldig te zijn aan KATLINEN, de vrouw van JAN BODE de jonge, 50 groten en vier konijnen.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 12 Dm. no. 262, 1 en A.A.B. Deel 37, blz. 268.
 
3 mei 1331.
CLAUS COECKE verkoopt aan de deken BOUDEN DRAKE een erfrente op zijn huis.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16, Dom no. 6 en A.A.B. Deel 37, blz. 269.
 
19 juni 1331.
JOES SCENEWYNT verkoopt aan Joncvrouwe LYSBET VOIRTUSINNEN 20 gr. erfelijk op een huis.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 249v° en A.A.B. Deel 37, blz. 269, 270.
 
1 september 1331.
JAN VAN DEN LARE geeft “in puere almoessenen om Gode om de zalecheit siere zielen ende WOUTERS zielen zijns broeders” de Karthuizers stukken grond.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 45 en A.A.B. Deel 37, blz. 270.
 
- 1332 -
 
1 januari 1332.
JAN DE WOEPERE schenkt aan het convent der Karthuizers grond dat hij erfde van wijlen zijn oom CLAES MASEMAN.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 36 en A.A.B. Deel 37, blz. 271.
 
15 mei 1332.
Voor de schepenen WILLEM VAN DEN RETHOVEN en CLAUS VAN HOBOKEN, bekent GODEVAART DIBBOUD dat zeker land het gasthuis toekomt.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 271.
 
8 juni 1332.
GELDOLF DE BACKERE verkoopt aan Hr. CLAUS WERRE, parochiaan van OLV kerk van St. Wilibrords, een rente op zijn huis dat gelegen is naast dat van CLAES VAN HOEFSDONC.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 20 Dom. no. 10 en A.A.B. Deel 37, blz. 272.
 
6 juli 1332.
LYSBET, dochter van wijlen JAN BRUNOOGS, van Mechelen, verkoopt aan de Karthuizers een bunder land te Borsbeek.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 44 en A.A.B. Deel 37, blz. 272, 273.
 
7 september 1332.
JAN VAN WOLFSGATE en zijn moeder Joncvrouwe MACHTELD schenken aan de Karthuizers een rente op grond.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 29v° en A.A.B. Deel 37, blz. 273.
 
19 september 1332.
GHEILA TERIOLFINNE transporteert aan JACOB VAN GALIVOERD de helft van haar vierde deel van het goed Ter Varent onder Mortsel.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
18 oktober 1332.
Voor de schepenen JAN WILMAER DE RODE en WOUTER DE BUC ruilt JAN VAN DE LARE goederen die waren van wijlen WILLEM VAN DEN WERVE met de Karthuizers.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 238v° en A.A.B. Deel 37, blz. 274.
 
31 oktober 1332.
MARGRIETE BOLLAER, vrouw van Hr. CLAUS VAN DER DILF, ridder, en haar broer ARNOUD BOLLAER, vermaken zeker goed aan kapelaan STEVEN WILMAER.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 28 en A.A.B. Deel 37, blz. 276, 277.
 
1 november 1332.
JAN VAN BERGHEN, de wisselere, geeft aan de Karthuizers een aantal cijnsen. Volgende personen worden genoemd: GODEVAERD HERMANS, LYSBETH VAN BOECHOUT, MAES MOSTARD, AERNOUD VAN DER HODONC, GIELYS VAN HACKENDONC, wijlen Meester COSEMANS, WILLEM VAN DEN EECHOVE, ANDRIES ENGELRYNS, GHEERAERT VAN DORNE, HEINE DIE WINT, JAN SCENOCS, PETER DE WYND, GHEERAERT BOLLAERT, BEATRIJS VAN EKEREN, JAN HEINSzone, WOUTER GOUTVINGHER, MICHIEL JANSzone, JAN DE BERC, MARCELIJS VAN GHESTELE, PETER DE LOSE en WOUTER AFHAGHE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 228 en A.A.B. Deel 37, blz. 275, 276.
 
- 1333 -
 
1 januari 1333.
JUTE die men heet VAN CAMPENOUT schenkt aan haar zoon STEVEN WILMAER, kapelaan, stukken grond.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 28v° en A.A.B. Deel 37, blz. 277, 278.
 
11 juni 1333.
Hr. JAN VAN LIRE, heer van Wommelghem, WOUTER DE BUC, WILLEM LIMPIAES en JAN BLOEMAERS VAN DEN NESSE bekennen dat zij het moer te Schilde slechts voor 70 jaar mogen uitbaten.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 43 en A.A.B. Deel 37, blz. 278.
 
29 juni 1333.
HEILSOETE, weduwe van wijlen GODSCHALK VAN WYNEGHEM, verkoopt een rente op haar huis gelegen tussen dat van WILLEM QUISTHOUT en wijlen JAN NOUTsone.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 11 Dom. no. 5,1 en A.A.B. Deel 37, blz. 278, 279.
 
21 december 1333.
MAGRIET BOLLAERD, vrouw van ridder CLAUS VAN DER DILF, met ARNOUD BOLLAERD, haar broer, leent geld van kapelaan STEVEN WILMAER “in node van haere noetdorsten”.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 105 en A.A.B. Deel 37, blz. 279, 280.
 
- 1334 -
 
1 januari 1334.
Voor de schepenen WILLEM DRAKE en JAN VAN DEN WERVE geeft MATHEUS VAN DER BLOEMEN een cijns aan het gasthuis op een huis, destijds door hem gekocht van WILLEM SCOT, gelegen tussen de huizen van MATTHYS BLECKERS en JAN ROELAPS.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 280, 281.
 
3 januari 1334.
Voor de schepenen WILLEM DRAKE en ARNOUD CANTEMAN verkopen JAN VAN DEN WERVE en AEGHTE zijn vrouw een rente op hun huis aan GOSEM, de meester van het Gasthuis.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 281, 282.
 
7 maart 1334.
WILLEM, abt van St. Michiels, en JAN WILMAER DE RODE provisors en momboren van het gasthuis verkiezen MARGERETE VAN DEN MORTERE tot meesteres dezes.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 37, blz. 282.
 
9 mei 1334.
Latijnse akte waarin IDA WILMAERINNE verkoopt aan kanunnik NICHOLAUS DE VICO haar huis dat aan kanunnik GODFRIED DE DUIS heeft toebehoord.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19 Dom. no. 26 en A.A.B. Deel 37, blz. 283.
 
25 mei 1334.
JAN VAN WINEGHEM geeft te erve aan JANNE VLAMINGHE en zijn vrouw KATHELINEN zijn huis gelegen naast dat van ARNOUD DEBOUNSsone, slynmaker.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 5 en A.A.B. Deel 37, blz. 283, 284.
 
27 mei 1334.
ARNOUD OEM en zijn vrouw MARGRIETE bekennen dat zij op het huis dat zij bewonen, tegenover WILLEM VAN DER HAGHE, enkel recht van lijftocht hebben. 
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16, Dom. no. 14,3 en A.A.B. Deel 37, blz. 284.
 
13 juni 1334.
WOUTER VOLKAERD, zoon van WOUTER VOLKAERD van Oerdren, verkoopt aan SIMON DRAKE, SIMOENSsone, het recht dat hij heeft in het huis bewoond door ARNOUD OEM.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16, Dom. 14,2 en A.A.B. Deel 37, blz. 284, 285.
 
13 juli 1334.
KATHELINE, weduwe van wijlen GILLIS DE SCERRE, verkoopt aan de Karthuizers grond dat zij eertijds gekocht had van JAN DEN POTTERE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 37 en A.A.B. Deel 37, blz. 285.
 
30 december 1334.
Voor de schepenen WILLEM SPRONC en WILLEM DRAKE bekent GILLIS VAN DER HOEVEN, van Brecht, schuldig te zijn aan de Karthuizers enige renten.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 56v° en A.A.B. Deel 37, blz. 288.
 
- 1335 -
 
1 januari 1335.
Betaling door ARNOUT CANTEMAN, namens de stad Antwerpen, via ANTHONYS, wisselere te Brussel, aan de ridders JHAN VAN HELBEKE en LOUYS VAN CRAYENHEM t.b.v. Hertog JAN III.
Bron: Stadsarchief, privilegiekom, C.f. 73 en A.A.B. Deel 38, blz. 39.
 
9 februari 1335.
LIJSBETH, dochter van JAN CANT, verkoopt aan DANKAARD DE LODDERE t.b.v der Karthuizers land waarop CLAEUS NENDEN(?) vroeger op woonde.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 62 en A.A.B. Deel 38, blz. 40.
 
14 februari 1335.
Voor de schepenen WILLEM SPRONGen JAN VAN DEN WERVE verkoopt JAN VAN DER ELST aan DANKAARD DE LODDERE een reeks renten. Worden genoemd: IDE SPRONGINNE, PEETER DE VETTERE, PETER VAN DEN ZOEME, JAN LEUE en JAN VAN CALOE, cledermaker.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 239v° en A.A.B. Deel 38, blz. 40, 41.
 
11 juni 1335.
Ridder GODEVAERT VAN BRECHT schenkt aan de Karthuizers een aantal goederen. Worden genoemd: STEVEN WILMAER, MAGERITA BOLLAERD, MATHYS BLABBENERS, JAN VAN ZINGHENEN en MARIE BAESINNE.
Bron: Archief Antwerpen, Cartul. Karthuizers, fol. 229 en A.A.B. Deel 38, blz. 43, 44.
 
16 juli 1335.
Voor de schepenen ARNOUT CANTEMAN en JAN VAN DEN WERVE bekent PETER KEYSTER dat een beemdt te Deurne pand is voor een cijns die toebehoort aan MAGRIET VAN DEN MORTERE, CLAUSdochter, meesteres van het gasthuis.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 45.  
 
26 juli 1335.
Priester JAN LEUWAERD verkoopt aan CLAUS VAN DER BORCH, parochiaan, en aan de kanunniken CLAUS DEN ROMEYN en JAN VAN NODENBEKE een erfcijns.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 11a, Dom. no. 16/3 en A.A.B. Deel 38, blz. 45, 46.
 
- 1336 -
 
26 december 1336.
CLAUS COECKE verkoopt een rente aan WILLEM EVERAERD op zijn huis gelegen tussen die van JAN STECKE en JACOP VAN DEN WERVE, bardmakere.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 23,1 en A.A.B. Deel 38, blz. 53.
 
- 1337 -
 
10 augustus 1337.
OLIVIER VAN DER BORCH verkoopt aan WOUTER COELSsone VAN DEN BOGAERD een sister rogge erfelijk.
Bron: Stadsarchief, St Bernardsabdij en A.A.B. Deel 38, blz. 55.
 
- 1338 -
 
6 januari 1338.
Voor de schepenen JAN VAN DEN WERVE en WOUTER VAN DER MOELEN verkoopt WILLEM LEEST aan kanunnik WILLEM SPISE een cijns op zijn huis.
Bron: Archief OLV kerk, capsa XI Dom. no. 3 en A.A.B. Deel 38, blz. 56, 57.
 
28 november 1338.
Voor de schepenen WOUTER VAN DER MOELEN en JAN VAN DEN WERVE geven PEETER VAN BEETENHOVEN, van Brecht, met zijn broeder GILLIS VAN DER BEECKE en JAN MEUWE, de man van HEILWIGH, hun zuster, een erfelijke rente aan broeder GOESHEM, de meester van het gasthuis. Ook aanwezig GOESHEM VAN MARLINGHEN, die KATLINEN die zijn moeder verving en een zus was van eerstgenoemden.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 58, 59.
 
- 1339 -
 
7 augustus 1339.
Voor de schepenen ARNOUD CANTEMAN en WOUTER VAN DER MOELEN schenkt ARNOUD VAN DEN POLKE, van Schoten, grond aan het gasthuis.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 59.
 
25 september 1339.
Voor de schepenen WILLEM DRAKE en WOUTER VAN DER MOLEN scheldt ARNOUT VAN DER LIST het gasthuis een cijns kwijt.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 60.
 
28 september 1339.
Voor de schepenen JAN VAN DEN MORTERE en WOUTER VAN DER MOELEN verkoopt JAN BODE, zoon van wijlen JAN BOEDS des scepens, met zijn vrouw KATLINE, aan kapelaan JAN ANSEM de erfelijke gelden die KATLINE heft op grond dat bebouwd wordt door GHEERARD STRUVEN, van Deurne.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 12 Dom. no. 261,3 en A.A.B. Deel 38, blz. 60, 61.
 
- 1340 -
 
5 juli 1340.
Voor de schepenen JAN VAN DER ELST en JAN VAN DEN WERVE geeft AGNES, dochter van WILLEM BOUDENS VAN WEIJENBERGH, alle het recht dat zij heeft op haar goed te Mortsel aan het gasthuis.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 62.
 
- 1342 -
 
14 juni 1342.
Voor de schepenen WILLEM SPRONGH en JAN DANYS draagt, na maningen van de Schout JAN BRAKENER, op aan WILLEM LIMPIAES zijn tiende te Borsbeek. Borgen voor hem zijn: de ridders JAN VAN DOERNE, de oude en de jonge.
Bron: Archief Antwerpen, Oud Cart. St. Michiels, blz. 52, 53 en A.A.B. Deel 38, blz. 63, 64.
 
18 oktober 1342.
CATHARINA BAERDMAKERS, samen met haar dochters CATHARINA en ELISABETH, verkoopt aan JACOB VAN GALIVOERT een rente op haar huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
4 november 1342.
Kapelaan JAN ZOETMAN verkoopt aan kan. JAN SPRONGHE een rente op een huis naast dat van voormelde JAN dat eertijds was van JUTEN VAN CAMPENHOUDT en nu ter erve houd priester JAN DE HERDE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 8,1 en A.A.B. Deel 38, blz. 65, 66.
 
- 1343 -
 
18 januari 1343.
Voor de schepenen GILLIS VAN DER BORGH en JAN DANIJS bepalen HENDRIK DAEN en zijn vrouw LIJSBETH dat de langstlevende hun huis zal bezitten.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19 Dom. no. 27 en A.A.B. Deel 38, blz. 66, 67.
 
3 mei 1343.
Voor de schepenen JAN WILMAER en WILLEM SPRONG bekent JAN DE HERTOGE, van Deurne, een schuld aan het gasthuis.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 68.
 
1 juli 1343.
Voor de schepenen WOUTER VAN DEN BROEKE en JAN BODE verkoopt WILLEM DE MOELNERE het land aan kanunnik ARNOUD DE MOELNERE dat hij eertijds gekocht had van JAN MASE.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michiels, blz. 243 en A.A.B. Deel 38, blz. 69.
 
8 augustus 1343.
Ridder GILLIS VAN DER BORCH verkoopt een erfrente aan het kapittel. Worden genoemd: WOUTER DANEELS, STEVEN WILM(A)ER en GIELYS PAUWELS.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 12 Dom. no. 105 en A.A.B. Deel 38, blz. 70.
 
13 september 1343.
Ridder JAN VAN DUFFEL, om bede van zijn broeder Hr. GEERAERT, heer van Rethie en zijn neef Hr. GHEERAARD VAN DER HEYDEN, drossaard van Brabant, scheldt kwijt t.b.v. het gasthuis alle eisen van recht op het goed van CLAUS JANSsone.
Bron: Copij Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 71.
 
- 1344 -
 
13 januari 1344.
JAN HAGHE verkoopt aan kanunnik GHEERAERD CALVARD ( CALEWAERT) een erfcijns op zijn huis.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 17,1 en A.A.B. Deel 38, blz. 71.
 
15 juli 1344.
DIEDERIK LOZE, van Brussel, verkoopt een huis aan het kapittel van OLV.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19, Dom. no. 9 en A.A.B. Deel 38, blz. 71, 72.
 
3 september 1344.
Kanunnik ALARDUS VAN DEN DIKE geeft aan het kapittel zijn huis, gelegen tussen dat van HENDRIK ZUDERMAN en JAN VAN BOENDALE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19, Dom. no. 21 en A.A.B. Deel 38, blz. 72, 73.
 
Zelfde datum.
Kanunnik JAN VAN STEENBERGEN geeft zijn huis aan het kapittel. Verder worden genoemd in deze latijnse akte: PETER WILTOY, LUDOVICUS VAN DER HULST, LAURENS MADERE en MICHAEL VAN PARIJS.  
Bron: Archief OLV kerk, capsa 19, Dom. no. 28 en A.A.B. Deel 38, blz. 73, 74.
 
- 1345 -
 
19 maart 1345.
Voor de schepenen WILLEM LIMPIAES en WILLEM DE MOELNERE verplicht ridder JAN VAN DORNE, de oude, zich tot een erfrente aan LIJSBETH VAN DIEDENGHEM, vrouw van ridder WOUTER VAN DIEDENGHEM op goed gelegen naast JAN VAN WESELE waar JAN VAN GALIVORT nu op woont.
Bron: Archief Antwerpen, Oud cart. St. Michielsabdij, blz. 48 en A.A.B. Deel 38, blz. 74, 75.
 
25 april 1345.
Voor de schepenen JAN VAN DEN MORTERE en WOUTER VAN DEN BROEKE schenkt JAN SYMAER, zoon van wijlen CLAUS SYMAER, aan de Karthuizers een rente op een huis van WILLEM EVERAERD dat gelegen is tussen dat van JACOB VAN DEN WERVE, de bardmaker, en JAN EVERAERD.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 23,4 en A.A.B. Deel 38, blz. 75.
 
1 augustus 1345.
Voor de schepenen WILLEM NOSE en WILLEM LIMPIAES geeft GILIS VAN HOBOKEN, Amman, te erve aan WOUTER VAN DEN BROEKE een huis dat was van wijlen JAN GHEMSER.
Bron: Archief Antwerpen, Losse Schepenbrieven, XIVe eeuw en A.A.B. Deel 38, blz. 76.
 
7 augustus 1345.
Schepenen en raad van Antwerpen geven, om oorboor der stad, aan meester JAN PEETERSsone, timmerman, in erflijken rechte op een plaats bij WOUTER LEEDS tegen een cijns van 5 penn.
Bron: Archief St. Pauluskerk, register Borchtkerk 1 en A.A.B. Deel 38, blz. 142.
 
29 juli 1350.
PIETER DE PAPE en zijn vrouw MAGRIET BOECKX of BOC schenken een gedeelte van het huis “de Lelie” aan de Karthuizers.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 326.
 
 
1 oktober 1345-29 december 1354.
HEYNRIC ZUDERMAN geeft zijn huis aan de Lollaarden. Toezicht op de huis zullen houden: ARNOUD VAN HOVORST, den ouden, HOSTEN VAN EVERSBEKE en JACOP VAN BRUESELE. Transcript bezegeld door cantor JAN VAN NODENBEKE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 18 Dom. 101 en A.A.B. Deel 38, blz. 142, 143.
 
16 november 1345.
JAN DE BUC verkoopt aan het kapittel een rente op een huis staande tussen EVERDEY, den visser, en JACOB VAN DEN WERVE, de baertmaker.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 16 Dom. no. 23,3 en A.A.B. Deel 38, blz. 144.
 
- 1346 -
 
14 maart 1346.
JAN VAN DEN BOSSCHE verkoopt aan JAN BACELERE 1 ½ gemet land.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
18 april 1346.
Aan JAN VAN LINDEN, priester, wordt gegeven de parochiale kerk van Ousterwele in het bisdom Kamerijk, vacerend door de dood van WOUTER VAN VRISELE, gestorven bij de Heilige Stoel onder paus JOANNES XXII, welke kerk JAN gezegd DE WITTE (JOANNES dictus ALBUS) in feite occupeerde gedurende omtrent tien jaren, niettegenstaande dat hij in de Antwerpse kerk een “perpetua capellania” bekwam.
Bron: Antwerpiensia, Deel 21, blz. 23, 24.
 
25 april 1346.
LISBETH, dochter van PETER TOLNEREN, en haar man PETER SLIKE verkopen aan JAN BADELERE en zijn vrouw LISBETH een stuk land. Borg is PETER VAN DER DILF.
Bron: Stadsarchief, losse schepenbrieven XIVe eeuw en A.A.B. Deel 38, blz. 146, 147.
 
7 september 1346.
Ruiling goederen tussen ridder GODEVAERD VAN DER DILF met zijn vrouw KATELINEN en de St. Michielsabdij.
Bron: Oud Cart. St. Michiel, blz. 55-56 en A.A.B. Deel 38, blz. 148.
 
- 1347 -
 
27 mei 1347.
JAN VAN BOVEN en zijn vrouw GHERTRUID geven te erve aan JACOB STORM zijn hofstat gelegen tussen PETER CLUET en WOUTER BRAECMAN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa XI Dom. no. 33,1 en A.A.B. Deel 38, blz. 150.
 
1 oktober 1347.
De erfgenamen van LIJSBETH VAN HACKENDONCK, t.w. JAN CANTEMAN, JANSsone, CLAUS TOETE, CLAUS VAN HACKENDONCK en GIELIS HANCKENDONCK, JANSsone, verkopen aan ridder GILLIS VAN DER BORCH een erfrente op een huis van wijlen HEINMAN, de potter, en dat nu is van ENGHEL DE MOLENERE.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 12 Dom. 260,2 en A.A.B. Deel 38, blz. 151, 151.
 
3 november 1347.
De laten van ridder WOUTER VAN VRIESELE (te Aartselaar ?) acteren dat BOUDEN VAN LUSELAAR verkocht heeft aan broeder AERT, meester van het gasthuis te Antwerpen, een korenrente.
Bron: Copy Diercxsens en A.A.B. Deel 38, blz. 152.
 
- 1348 -
 
25 januari 1348.
Voor de schepenen GILLIS VAN DER BORCH en GILLIS DE STOVERE verkoopt JAN VAN BERGHEN, de wisselaar, aan het kapittel een cijns op een huis.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 12 Dom. no. 263 en A.A.B. Deel 38, blz. 155.
 
3 februari 1348.
De stad Antwerpen verkoopt aan GHERTRUDEN, dochter van DIEDERYC VAN DEN GHERE, een hofstat gelegen naast WOUTER BRAKEMAN.
Bron: Archief OLV kerk, capsa XI Dom. 33,2 en A.A.B. Deel 38, blz. 156.
 
12 april 1348.
Voor de schepenen JAN VAN DEN MORTERE en WOUTER VAN DEN BROECKE belooft JAN VAN DORNE, zoon van wijlen Hr. JAN VAN DORNE, ridder van Lier, te betalen aan JAN DAMAES, zoon van wijlen DAMAES DE VRIES, een wissel.
Bron: Oud Cart. St. Michiels, blz. 44 en A.A.B. Deel 38, blz. 156, 157.
 
14 april 1348.
GODEVAERT ALSTEENS verklaart dat hij gestand zal houden de koop tussen het kapittel en zijn vrouw Jonkvrouw MACHTILDEN VAN MERKSEM.
Bron: Archief OLV kerk, capsa 17 Dom. no. 2,2 en A.A.B. Deel 38, blz. 157.
 
- 1349 -
 
8 oktober 1349.
CATHARINA CANTINNE schenkt aan haar zoon JAN THEDIS een aantal renten.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1356 -
 
Uit de Schoutrekening van GEERAARD VAN DER ELST in 1356:
JAN SACHNOENE was beschuldigd van woekerij “dat hi gepersemt soude hebben”, hij “coes genade vore tfonnisse”, voorsprekers (voor hem) waren LAUWERS VALKE en zijn zoon JAN VALKE.
LEMME MERTENSsone is aangesproken van dat hij voorbij de stad vaarde met een schip bier, voorsprekers (voor hem) waren Stadsrentmeester JAN KIEKEN en JAN VAN DER SNACKEN.
JAN BAERS heeft gestreden met zijn vuisten op een visdag, voorsprekers (voor hem) waren JAN ZIMAER en JAN VAN DER HEYDEN, twee voorname burgers van Antwerpen.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 120. 
 
18 augustus 1356.
Slag te Scheut tussen Brabant en Vlaanderen. De Vlaamse Graaf Lodewijk van Male behaalde de overwinning. Hij schenkt Mechelen de stapels van zout, vis en haver ten nadele van de Antwerpenaars. Bij zijn Blijde Inkomst te Antwerpen werd hij daarom koeltjes ontvangen en hij verliet de stad “sere gram ende gestoort”. Dit zou voor Antwerpen verstrekkende gevolgen hebben in 1358.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 258-275, Mertens & Torfs.
 
12 september 1356.
Graaf LODEWIJK VAN MALE schenkt, voor bewezen diensten, aan HANNEKIN CABOCHE de “Rollebaan” (soort kegelbaan) van Antwerpen.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 38.
 
- 1358 -
 
28 februari 1358.
Op bevel van Lodewijk van Male worden 56 personen, op lijf en goed, geboden als gijzelaars naar het kasteel van Rupelmonde te trekken. Hun namen waren:
Poorteren:
M. GODEVERT VANDER DELF.               JAN VAN WINEGHEM.
ARNT VAN WINEGHEM.                           CLAYS VAN WINEGHEM.
de kinderen VAN RANST.                            GHISELBRECHT VAN DOORNE.
JAN DE PAPE.                                               JAN VAN AERTBRUGGHE.
JAN VANDER ELST.                                    WILLEM DRAKE.
WOUTER VANDER LIST.                           JAN KIEKEN.
HERMAN CANTMAN.                                 LAUWERS WOLKART.
JAN BODE, JANSsone.                                 JAN DRAKE, WILLEMSsone.
PIETER VAN GALIVOERT.                       JAN BOLLAERT.
JAN SPRONC, JACOPSsone.                       RAMONT de Tholnare.
NOUT CLAP.
 
Hudevetters:
PIETER VAN HOERKE.                              WOUTER DUUSTMONT.
GILLIS VAN DALEM.                                  COLE VAN BUCHOUT.
JAN DE BACKERE, de scoemakere.           COOL VANDER HEIDEN.
COPPIN, uten gasthuse.                                 JAN VAN BRUCHEM.
JAN ZEGHERS.
 
Wevers:
JAN VAN BRECHTE.                                   JAN VAN SPRUNGELE.
COOL VAN THOROUT.                              ANDRIES DE BUERSEMAKERE.
MAES VAN SCILLE.                                    HEINE DE RODE.
MEUS VANDEN ZOME.                              JAN LOBBAY.
WILLEM RENTEN.
 
Mersliede:
WILLEM DE WALE.                                    JAN NOUTS.
Langhe JAN.                                                   JAN VAN THIELDONC.
JAN DE KRITRE.                                          PIETER VAN ZANTVLIETE.
PAUWELS KENNEN.                                   STAES NOKERBOOM.
 
Backers:
WIELMAN.                                                    ADAEM, de backere.
AFFAGHE.                                                     LAURE AES.
HEME FAUWEEL.                                       BEHAGHEL JAN.
JAN DE BUCH.                                             NOUT VANDER HEIDEN.
JAN VANDER SNAECKE, up de Roye.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 578, 579, Mertens & Torfs.                    
 
1 maart 1358.
Op deze dag verscheen een nieuwe lijst van 109 gijzelaars; werd de vorige groep nog vriendelijk doch dringend verzocht zich naar Rupelmonde te begeven, deze gijzelaars werden ‘s nachts van hun bedden gelicht en naar Gent, Brugge, Rijssel, Duway en Kortrijk gevangkelijk weggevoerd. Hun namen waren:
Vissers:
HUGHE KIEKEN.                                    PIETER, COLLEsone.
GHISEL SLIKER.                                    WILLEM STREEKARD.
BARTHEL BALLAUD.                            CHOPPIN, sone JAN NEVIES.
JAN VANDER VESTE.                            JEHAN PEYLE.
GOSSIN VLAES.                                       JAN, WAUTERSsone.
JHAN LOUIS.                                            JAN VOLKARD, doude.
PIETER CABOLLE.                                 GOSSIN DE POORTER.
PIETER BUUC.                                         JHAN EURARDS.
JHAN VAN BREUSSELE.                       JHAN HEYE.
BOUDIN KAYE.                                       JOES, de vader.
ADRIAEN DE VISSCHERE.                  COOL MAST.
 
Vleeschauwers:
WILLEM VANDER BEKE.                    TYS DE PAPE.
KARSTIAEN DAUWE.                            MAES, de jonghe.
CLAIS SLUUS.                                          THEUS VAN BUTEN.
JAN DE WULF.                                         WILLEM DE VANGHERE.
 
Div. personen en beroepen:
WILLEM, de molenare.                           SYMOEN, de wachtere.
ROLAND, de Scoutete clerc.                   JAN VAN WINEGHEM, de makelare.
PIETER VANDER DILFT                      RASSE VAN DUFFELE.
GILLIS VAN BORNHEM.                     COPPIN NERINC.
JOOS VANDER GOUDEN.                    GHILDOLF, sone JAN GHILDOLFS.
JHAN VANDER HEYDE.                       JHAN HAYE.
JHAN CALAES, mersenier.                    COOL SLEPE.
JHAN ZIMAERS, ZIMAERSsone.        CLAIS VANDER SCHEURE, Scoutetens cnape.
PAUWELS COLLE.                                GILLIS DYCSTRATE.
JAN VUUST.                                            WILLEM WILLEMAER.
JHAN KARSTIAEN, doude.                   JHAN WIERIC.
JHAN VANDEN QUADELARE.            Mr. JAN VAN IMPEGHEM.
Mr. JAN VANDER WEERVE.               JAN VANDER BOONGARDE, houtbrekere.
WILLEM HOENE, ostelier.                    JHAN ZUMONT.
COOL MAST, de jonghe.                        JHAN ZOETEMONT.
PIETER ZOETEMONT, siin broeder.   GILLIS WILLEMAER.
GODEVERT SPRONC.                           JHAN VANDEN MOORTER, de jonghe.
COSTE VAN EVERSBERGHE.             DANEEL VOLKARD.
JHAN VAN HICHENDONC.                  JACOP MATHYS.
JAN DE MEY, tymmerman.                    WILLEM STOLBEEN, cordewanier.
JHAN MELIS.                                           JHAN VANDEN WERVE, de vettere.
MASSEKEN, de schoemakere.                ZWEDEKEN.
JHAN VAN BOUCHOUTE, vettere.      COOL DE GARTERE.
JAN VAN WEISEMBEKE.                     JAN HOESE.
HEINE VAN LIMONT.                           JHAN TAC.
BOUDIN VANDEN BOONGARDE.      GILLIS DE MEY.
DIEDERIC DE MOELNARE.                GODEVERT VAN GRIPE.
WILLEM DRUBBEL.                             H. GHERARD, sher HERMANS zone.
JAN VANDEN CRUUTBEKE, hudevetter.
PIETER DAEN.                                        PIETER DANYS.
COOL WILLEMAER, CLAISsone.       INGHELBRECHT DE MOOLNARE.
JAN VANDER ELFT, PIETERSsone.   WILLEM …. in Henegauwe.
WILLEM VLOTGHERS.                        WILLEM VANDEN PUTTE.
JHAN MAES.                                            WOUTER VAN SCOENHOVE, de jonghe.
JHAN VANDEN GHEERE, de waghenmakere.
WOUTER VANDER SYPPE.                  CLAIS DE BLOC.
PIETER RIBELLOIE.                              GODDIN CRABBE.
GHERARD VAN BRECHTE.                  BOUDIN COUKE.
PIETER, de waghenmakere.                     COCHARD.           
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 579, 580, Mertens & Torfs.
 
Zelfde datum.
Ook werden er op deze dag 22 personen ten eeuwige dage uit Antwerpen en al de landen van Vlaanderen gebannen. 2 burgers werden onthoofd.
Hun namen waren:
Onthoofd:
KLAES ZWYNS en COOL VAN ZANTVOORDE.
Gebannen:
PAUWELS, WILLEMSsone.                   JAN DE RODE.
PAUWELS GHERRUUC.                        PIETER CNOEP.
JHAN VAN PERKE.                                 WILLEKIN DE VOS.
JAN zonder lant.                                        COLLEKIN VAN CONDELAER.
ARND VAN CONDELER.                        HANEKIN VLAMINC.
PIETER COUSSE.                                     WOUTERKIN, ADEWIGHEN man.
LAUWERS, de fikere.                                COEL, siin broeder.
JHAN DE PAPE, de bastard.                    LAUWERS STRO.
JHAN STRO, siin broeder.                        HANNIN, cnape LAUWERS fikere.
FRANKE STIER.                                       JHAN FIEREN, de baermakere.
JHAN CRUME, de tasscemakere.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 581, Mertens & Torfs. 
 
?? juni 1358.
Opnieuw worden er 60 burgers van Antwerpen in gijzeling genomen. Hun namen waren:
JAN, sone JACOP BANGHELINS.           CLAIS ZYMAER, CLAUSsone.
BOUDE ALEYN.                                         ARNOUD VANDER MOLEN.
CLAUS COLOETS.                                    WILLEM NOUTS.
PIETER AERD JANS.                                WOUTER VANDEN BROUKE.
JAN VAN COTEN.                                      PIETER DE BERE.
ARNOUD VANDEN EINDE.                     ARNOUD VANDEN GHERE.
JAN VAN LEENHOUT, de wisselare.       WILLEM DE WALE, de jonghere.
JACOP VAN GALUOERT.                        ROMBOUT VAN EKELE.
JAN DE MEY, in Craywyc.                        ZEGHER VAN LILLE.
PAUWELS VANDER HELST, bruwere.  PIETER ANSHEM.
JAN VAN BERGHSTRATEN.                   HERMAN, de wisselare.
THYS POORTIER.                                     MATHYS VAN THOROUT.
GILLIS ALONC.                                         LAURE FAES, scoemakere.
GILLIS SPIKINC, de jonghe.                    JAN VAN ZANTHOVEN, de wevere.
JAN DAENS.                                               GOSSIN VANDEN NONNEN.
CLAUS TANT, de ledertauere.                  JAN VANDER SNAKEN, steenhouwere.
JAN COOLS, de sceere.                             JAN VANDER HEYDEN, hudevettere.
JAN COEBART, hudevettere.                   GILLIS DE SMIT, visshere.
ZYMAER, doude.                                        PIETER VRYDACH.
HEINE STAES, visschere.                          LAM.
WILLEM BACHELER.                             JACOB BODE, wisselare.
PIETER DE PAPE.                                     JACOP VANDEN WERVE, baerdemakere.
COOL VANDER LEYEN.                         PIETER DE CAPPERE.
GHISELEN HALSBERCH, de sceerre.   JAN, de scoemaker, der ladekinen broeder.
GHERARD VAN HOGHESTRATEN.    JAN VEL, JANSsone.
WILLEM DE ROESTERE, bruwere.      GHERARD VAN BRECHTE.
JAN VAN BURSBEKE.                             JAN VAN MOLENDONCH.
GILLIS WELAET, in den moere.             GHISEL NOZE.
NOUT VAN HOGHEVORST.                   JAN LENS, doude.
SEGHER DANSAERT.                              PIETER KERSTIAEN.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 581, 582, Mertens & Torfs.  
 
1359.
In 1359 schenkt Graaf LODEWIJK VAN MALE, voor bewezen diensten, de rechten van het “queekebard” (= een dobbelbakspel, teerlingbord) aan HANNEKIN BLAFKIN.
Bron: Antwerpsiensia, Deel 9, blz. 38.
 
12 december 1359.
JAN VAN WOLFSGATE draagt een huis over aan WILLEM VAN DER BIEST.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1362 -
 
25 juni 1362.
ELISABETH BRITSEERS verkoopt aan JAN VAN WOULFSGATE div. erfelijke renten.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1363 -
 
12 oktober 1363.
JAN VAN MAERBERGHEN erkent dat de testamentuitvoerders van JAN STRUBOLS hem zijn deel in dezes erfenis hebben uitbetaald.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1367 -
 
ROGIER VAN WOMMEN, de Schout, heeft genade verleend aan WOUTER VAN DER VEKEN, die van doodslag was beschuldigd, en hij legt het als volgt uit: “daer ic bi wette niet af hebben en mochte, want paertie en hadde gheen ghetuge”.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 121.
 
- 1372 -
 
Uit de rekening van de Schout JAN VAN MIRABELLE:
GEERAARD de CALANDRE, van Geeraardsbergen, was gevangen genomen omdat hij de knaap van de Schout, een gerechtsdienaar, “geworpen” had.
Kalanders waren klerken en geen klerken, kanunniken die het office van OLV lazen en haar zaterdagse mis hoorde en zich als tot de geestelijken staat behorende konden doen doorgaan, al mochten ze gehuwd zijn.
WYTKEN BELIEN had een varken helpen nemen, waarom hij gevangen werd, maar het was een onozele knecht. Daar nu daarbij goede lieden over hem baden, liet de Schout peis maken om 5 mottoenen.
MATHEES DE LATHOUWERE sloeg een zager met een hamer in zijn rug, maar de Schout kon het niet wel “bewetten, bi fauten van getughen die hem gebraken”.
JAN CAPPAERT en MICHIEL TOLLINC hadden iemand met een mes en een zwaard geëveld “daer sij af verwonnen werden metter wet in der vierschare”; de boete bedroeg 10 schellingen zwarte, meer dan ze betalen konden. Er werd peis gemaakt op 4 mot.
HEIN CLEMMEN had hout gehouwen te Hovesintlaureis, er werd peis gemaakt om 10 mottoenen
HEINKE VAN HEYST was uit Mechelen gebannen en binnen Antwerpen gevangen, evenzo GOOSKEN TROEYAERDE, beiden mogen peis maken voor elk 8 lb. 2 s. par. 
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 121-123.
 
13 mei 1377.
ELISABETH GHEREIDE verkoopt aan HENDRIK RUCGHERS een erfelijke rente op twee kamers.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
6 april 1378.
Voor schepenen van Antwerpen geeft LIJSBETH, dochter van THOMAS ROESTERS, de goederen haar verstorven van LIJSBETH, de vrouw van CLAUS CANT, aan haar zoon JAN.
Bron: Genealogisch archief Donnet 125 en A.A.B. Deel 38, blz. 99.
 
- 1379 -
 
16 januari 1379.
JAN DE SMET verkoopt aan JACOB DE MAECH een erfelijke rente op een bunder beemd.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
27 juni 1379.
ARNOLD RANKE verkoopt aan PETER REYNEER een rente op zijn half huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
21 september 1379.
CLAUS VAN BAESRODE verkoopt aan HENDRIK AERDS een huis met hof en grond bij het Begijnhof.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1380 -
 
3 juli 1380.
Voor de Schepenen LAUREINS NOKERBOEM en JAN TUYC kwam JAN DE LANGHE, van Wesele, en meldt een verkoop aan WOUTER VAN DER LIST. Verder worden genoemd: ADAEM VAN DEN LARE en zijn echtgenote Jonckfrouwe AGNES, GIELYS HELLAERT en GOESEM, de tymmerman, Scepenen van Wesele.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, fol. 31v° en A.A.B. Deel 29, blz. 267, 268.
 
3 december 1380.
JAN GHEENS draagt een huis over aan JAN VAN MALLE.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1382 -
 
18 juni 1382.
GILLIS VAN DER VORST en zijn vrouw ELISABETH verkopen aan JAN DE BLOCSCOEMAKERE een rente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
16 juli 1382.
MARGARETA BOLLAERDINNE verhuurt aan ELISABETH VAN DER LEYEN en haar beide dochters, behouden van RENIER VAN HOUTERLE, drie vijfde van een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
7 november 1382.
De kinderen van JAN DE LYNMAKERE en van CATHARINA DOGHS vereffenen de nalatenschap van hun moeder.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1383 -
 
16 juni 1383.
MICHIEL DE RODE verkoopt aan GILLIS VAN DER VORST een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1384 -
 
In dit jaar koopt het Huidevettersambacht van de abt van St-Michiels “een huys metten hove, gronde, van vore tot achter gestaen in Coppenhole tusschen Mr. AERTS STEENWERKMAKERS huys ende GIELYS VAN DER VENNE huys, &c”.
Niet lang daarna verkreeg hetzelfde ambacht een huis van JAN VOLPRECHT en zijn (eerste vrouw) ELYSABETH.
Bron: Antwerpiensia, Deel 4, blz. 22.
 
18 januari 1384.
Ridder HEINRIC VAN BOUTERSEM belast zijn goederen te Antwerpen met een erfrente ten voordele van JAN DEN PAPE, Schepene van Antwerpen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, fol. 13v° en A.A.B. Deel 29, blz. 268, 269.
 
- 1385 -
 
In dit jaar werd JAN BODE vermoord, in de Sinte Walburgiskerk, door de VAN WYNEGHEM’s. Hiermee wordt een begin gezet van vele moorden en aanslagen van beide zijden.
Bron: Antwerpiensia, Deel 11, blz. 169.
 
5 februari 1385.
JAN GHEENS verkoopt aan JAN VAN EVERSBEKE een rente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
22 december 1385.
HENDRIK DE MAECH verhuurt aan HENDRIK VAN ZEELAND een kamer.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1387 -
 
In dit jaar hebben ARNOUT TOLLINC en HENNEKE BODE te Antwerpen JAN DE WEERT vermoord.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 123.
 
8 juni 1387.
JAN VANDER EERTBRUGGHEN verkoopt aan DIEDERIK VAN BERGHEN een korenrente. 
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1388 -
 
23 juni 1388.
JAN VAN COTHEN verkoopt aan CHRISTIAAN BOYSE twee bunder moer.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
29 november 1388.
JAN DRAECK ende JAN ALLEYN, als naeste maghen van Jouffrouw LYSBETH ALLEYN, hebben terve gegeven aen JAN VITVOET eene huysinge die men heet “den Pepel”, &c. ende JAN TENGIETERS huys aen dander syde, &c.
Bron: A.A.B. Deel 18, blz. 105.
 
- 1392 -
 
29 januari 1392.
JAN VAN BREEDEVELDE verkoopt erflijke renten aan DIEDERIK VAN BERGHEN en aan JAN BEELAERDE.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
23 december 1392.
ELISABETH (DE SCHERMER), vrouw van HENDRIK VAN HASSELT, verkoopt aan haar vader CLAUS DE SCHERMER en haar moeder MARGARETA de helft van een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1393 -
 
Een lijst uit dit jaar van bestuurders en toezichthouders over de instellingen en gestichten te Antwerpen.
Het oude Gasthuis of van St. Elisabeth: REINIER VAN DER ELST en JAKOB VAN HOBOKEN.
De Ongeneeslyken of Terzieken: JAN VAN DEN PUT en JAN BACHELER.
Het gast- of godshuis van St. Nikolaes: LAMBRECHT JANSzoon en JAN VAN DER HEYDEN.
Het gasthuis van het Beggynhof: NIKOLAES VAN RYTH en JAN VAN DER HEYDEN.
Het gast- of godshuis bij de Koepoort: NIKOLAES VAN DE WERVE en NIKOLAES WINKELE.
Het gasthuis bij de St. Janspoort: JAN DUCKE en GELDOLF VAN DER ZEUNIEN.
De Infirmery op het Klapdorp: Hr. ANDRIES VAN IMMERSEEL, riddere.
Het vrouwenhuis der Derde Orde in de Lange Gasthuisstraet: WILLEM DUMUT.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 236, Mertens & Torfs.
 
- 1394 -
 
24 juni 1394.
ANDRIES VAN STEELANT verkoopt aan JAN ALLEYNE een erfelijke rente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1395 -
 
14 juni 1395.
HENDRIK DE HERT verkoopt aan RENIER VAN HEYDENTONGEREN een gedeelte van een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
2 oktober 1395.
OLIVIER VAN CRUYBEKE verkoopt aan RENIER VAN HEYDENTONGHEREN een gedeelte van een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
15 oktober 1395.
JAN BODE, WOUTERSzoon, heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige verwondingen aan WOUTER VAN SCHOONHOVEN, in het bijzijn van Schepen LAUREYS AERTJANS. JAN wordt veroordeeld tot een bedevaart naar St. Jacobs, in Gallicië en tot het maken van een roede vestingmuur.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 169.
 
- 1396 -
 
31 januari 1396.
GODEVAART VAN DER DILF, vader en zoon, verkopen aan JAN VAN RENISSEN al het goed dat hen bleef van BEATRIX VANDER BORCH.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
4 september 1396.
JAN DE HONT, die men heet het Hondeken, JAN HEYNS, de zeeldrayere, HANNEKYN, de mandemakere, en MOENKEN, de wijnkoepere, “dese vier ghesellen, overmids dat sy ommeghegaen hadden met putierschape (openbare ontucht) met onzedelike wandelinghen (verkeringen) ende oec huyssoechinghe (woonschending) gehanteert”, werden veroordeeld tot een bedevaart naar St. Jacob van Composttella.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, Blz. 368, Mertens & Torfs.  
 
8-10 november 1396.
De stad Antwerpen verkoopt een stuk grond, destijds gekocht van JAN BORNECOLVEN, aan WOUTER VAN DEN BROEKE, WOUTERSsone, waar een erfrente op staat van JAN DRAKE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, fol. 93v°, 94 en A.A.B. Deel 29, blz. 269-271.
 
- 1398 -
 
In 1398 zijn de wisselaars die een of twee “wisselkameren te live” houden: WILLEM DE WALE, JOES VAN DER TANERIEN, LAUREINS DE LICHTE en AERT MICKAERT.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 99.
 
15 mei 1398.
CLAUS DE GRUTER, Schout tot Hamsteden, verklaart dat voor hem kwamen AECHT, PHILIPSdochter, met haar momboer VERBOUT VREDERICXSOENSzone, die bekende een rente verkocht te hebben aan FYEN, JAN PYLSOENSdochter, op goederen gelegen in de ban van Haemsteden, tussen WIGER CLAUSsone en WILLEM JANSsone aan de ene zijde, en PIETER HUGENsone en DIERIC JACOPSsone.
Bron: Register vanden Dachvaerden en A.A.B. Deel 19, blz. 103, 104. 
 
20 mei 1398.
ELSEN BLANCKAERT wordt veroordeeld tot een bedevaart naar St. Jacob van Compostella omdat hij in een boerenhof eieren aan stukken geslagen had.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 107, Mertens & Torfs.
 
30 december 1398.
“MERSOETE (ZOETE) HENRIX BUYS dochter was, wettelyc wyf wilen JAN APPELMANS, cum tutore jurato, ende PIETER APPELMAN haer sone, vore hem selven ende vore JAN QUISTWATERE dien sy beide hier inne gheloefden te vervane, vercochten HEINRIC VAN HINGHENE deen vierendeel van den huse ende gronde daer MATHYS BUYSE uyt verstarf, ghestaen in de Zilversmitstrate, tusschen MATHYS COREMETERS ende PETER GRAVEN, ghelyc dat ZOETEN voors. JANNE verstorven es, van den voors. MATHISE BUYSE …”
Het betreft hier de bouwmeesters JAN en PIETER APPELMANS; JAN werkte aan de St. Joriskerk en PIETER aan de toren van de O.L.V. Kathedraal. PIETER stierf op 15 mei 1434.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 123.
 
- 1399 -
 
Betrokkenen bij de herstelling van de baan buiten de Roodepoort:
PETER VANDEN WERVE, JAN VANDER SCHINT, PETER VANDER SCHINT, WILLEM GIELS, WILLEM DE WITTE, NOUT VANDER BLICT, GIELIS DE WEERT, COLE VAN DOERNE, GIELIS VANDER TANGHEN, BOUDEN VAN DEN WEELE, BOUDEN MENGIART, PETER VAN GHELE, WILLEM BRITSEER, JAN MELIJS, JAN DE LEDEGHE, JAN STRAEL, JAN DE ZEELMAKERE, PETER ROMMEL, JAN DE BOT, JAN HUGHE, JAN HOEDONC, JAN DE VOS, PETER ROMBOUDS en PETER BOTER.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 622-24, Mertens & Torfs.   
 
16 juni 1399.
WOUTER SCOEF verkoopt aan PETER VAN PANTGHATE een huis met grond.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1400 .
 
14 december 1400.
Akte verleid voor de Schepenen LAURYS AERTJANS en JAN DE PAPE schenkt LYSBETH HAYS twee huizen met grond in de Corte Nuwestrate voor de oprichting van een vrouwenhuis.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 3, blz. 64, Mertens & Torfs.
 
- 1401 -
 
De 5 portiers in stadsdienst:
JAN VAN GAVERE, “die alle de poorten aen de waterzide sluyt ende ontsluyt”.
GIELYS VAN LOEBROEC, “die de Roodepoorte, de Slycpoorten ende Posterne sluydt ende ontsluydt”.
JAN VAN DOORNE, “die Kypdorppoorte sluyt ende ontsluydt”.
PETER DE MAN, “die S. Jorijspoort sluyt ende ontsluyt”.
GYSBRECHT DE PAPE,”die Verlorencostpoorte sluyt ende ontsluyt”.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 383, Mertens & Torfs.
 
Arbeiders die werkten aan de uitbreiding bij het Zand:
GIELYS HUYSMAN, metsere.
JAN YMPE, metsere.
GHEERT DRAKE, metsere.
JAN LANDERIJC, steenhouwere.
JACOP JANSsone, steenhouwere.
JAN SNIDEWINT, steenhouwereknecht.
BOUDEN SNIDEWINT, steenhouwereknecht.
JAN VANDEN GOERE, steenhouwereknecht.
JAN DE VOGHELERE, steenhouwereknecht.
HEINRIC HEYLEN.
CLAUS PAPEN, kalkleverancier.
JAN VAN CLAEPDORP, kardriver.
JAN DE SPAGGHERE, kardriver.
JAN MICHIELS, metsere.
WILLEM DE VLEESCHOUWERE, metser.
GODEN VAN ESPEMDE, metsere.
COLE FIERIJNS, metsere.
JAN VAN LISELE, metsereknecht.
JAN VAN DEN ESSCHEN, kerdrivere.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 615-17, Mertens & Torfs.
 
Makers van de borneputten in 1401:
PETER KIJSTE, WOUTER DE WAGHEMAKERE, JAN BRUYNBAERT, Mr. PETER VANDEN WERVE, MICHIEL VANDEN WERVE, GIELYS DE ROEDE, HEINRIC VANDER HAGHE en HEINE DE ROEDE.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 624, Mertens & Torfs.
 
Enige personen in 1401 in stadsdienst:
Mr. HEINRIKE VAN ESPEMDE, der rentmeesters clerc.
QUINTIN CLARENsone, der stat wisselere.
CLAUS COLENsone, der stat clerc.
WOUTER VAN STADEACKERE, der stat clerc.
GHEERT DE WILDE, der stat suergijn.
JAN VAN HALMALE, der stat meester cnape.
JAN DANEELS, der stat cnape roedraghere.
MATIJS DE CORENMETERE, der stat cnape roedraghere.
JAN VAN PUTTE, der stat cnape roedraghere.
JAN VANDER EYKE, die der scepenen huys verwaert.
Mr. JACOP,der stat meester van metselrye.
Mr. JAN PEYNAERT, der stat meester van tymmeringhe.
Mr. GIELYS HUYSMAN, der stat erfscheydere.
PETER STAES,omme dat hi de wercclocke vander stat op wercdaghe te luyden pleeght.
WILLEM BERNAERT, die toesiender es van beyde den sluysen.
JAN VAN HALMALE, om dat hi bi daghe ende bi nachte ter bruwers huyse gaet ende haer cuypen peylt alsij ghebrouwen hebben.
JAN CASSE en WILLEM HOVE, die den opslach verwaren opten werf.
GIELYS VANDEN WINKELE, omme dat hi de merct, de corenmerct, de veemerct ende alde brugghen vander stat scoen maect ende al de vuylnisse wech voert.
JAN WITVOETS.
ARNOUD DEN BROU, houtverkoper.
MARGRIET BORS, schoonmaakster in het stadhuis.
JAN DE RIDDERE.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 637-40, Mertens & Torfs.
 
1 maart 1401.
ELISABETH BOLLAERTS verkoopt aan JAN ALLEYNE een erfelijke rente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
14 oktober 1401.
De kinderen van CLAUS HASEN verklaren dat ze uit handen van BARBARA VAN DEN HEEDE hun deel ontvingen uit de erfenis van haar man PETER VAN DEN WERVE.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1402 -
 
6 mei 1402.
WILLEM PARIJS verkoopt aan CLAUS VANDER ELST een erfelijke rente op land.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
13 oktober 1402.
WOUTER VAN DEN BROEKE verkoopt aan JAN VALKE het huis “den Vogelensanc”, op de hoek van de Hoogstraat, belast met een erfrente van o.a. ROELOF TAYEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, fol. 94 en A.A.B. Deel 29, blz. 271-273.
 
- 1404 -
 
Betrokkenen bij het versterken van de stad in 1404:
GHIJSBRECHT VANDER BYEST, houtverkoper.
JAN DEN VROEDEN, houtverkoper.
PHILIPS WILS, “der stad meester cnape”.
JAN VORSELMANS, timmerman.
JAN BRUGMAN, van Aerschot, houtverkoper.
JAN LEERMANS, van Aerschot, houtverkoper.
Mr. JAN PEYNAERT, timmerman.
MATHIJS VORSELMANS, timmerman.
JAN YDEN, viercanter.
COPPEN VAN MEERBEKE, viercanter.
GIELIS HUYSMAN, metsere.
JAN NOUTS, timmerman.
NOUT STEYLAERT, viercanter.
JAN VANDEN DYKE, viercanter.
COPPEN ETS, kerdriver.
WOUTER OEM, kerdriver.
WILLEM WYNEGHEMS, kerdriver.
JAN MANNAERT, kerdriver.
HENRIC VANDER HAGHEN, inde Meere, houtverkoper.
JAN PAUWELS, zagere.
JAN PEETERS, zagere.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 617-21, Mertens & Torfs.
 
Betrokkenen bij de “kassyding” der Werf:
JAN DE LEDEGHE, HEYNE WILS, JAN VANDER BRAKEN, HEINE DE BACKERE, PETER SCOYTE, JAN LEENEN, JAN EYCMAN, GIELIS DE MAERSCALC, WILLEM KEREL, JAN VAN BRUGGHE, WOUTER NEELS, HEINE HILLENzone, WOUTER HILLENzone, NOUT VANDER ZIEKERE en HEYNE VANDEN KERCHOVE.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 622, Mertens & Torfs.
 
14 januari 1404.
ARNOUD MARISSIS verkoopt aan zijn broer CLAUS een erfelijke rente op zijn huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
4 maart 1404.
JAN en WILLEM KERMAN, uit Mechelen, verkopen aan WOUTER VAN DUFFEL en MARIA KNAPEN grond.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
18 juni 1404.
HENDRIK en JAN SMET verkopen aan ELISABETH SMEETS een erfelijke rente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1405 -
 
1405 e.v.
De misdaad in de jaren 1405-1415.
Onder Schout LODEWIJK VAN MOERKERKE (1405-1406) wordt WOUTER SLOYE “geexecuteert van moortbrande” te Antwerpen.
Een boete voor de scaper (schaapherder) van Oosterweel omdat hij WILLEKEN CELIEN heeft geslagen “met enen spiete daer hi sine scape mede hoedde”.
In 1409 had AERT DE CONINC bij nacht “der goeder lude ringen van haren doren gewrungen”, samen met WOUTER VAN WESELE en JAN DANEELS. Zij werden veroordeeld tot een pelgrimage te Sinte Mertens te Toers, te Sinte Joes-op-de-zee, en te Parijs.
COEL VAN PERRICKE, een vleeschouwer, mits dat hij “wild was van daden en met vrouwen placht om te gaan”, wordt gestraft met een pelgrimage ten “Hoegen Romen” en moet daarna eerst ‘s Heeren goeden moed hebben “gecrigen” eer hij weder binnen de stad mag. Verder sloeg JAN VAN DEN BREUGHELE, in de stove, een wijf met de vuist en GRIET WELLENS begoot een knecht met water en stak hem met de kom een buil in zijn hoofd. Beiden werden beboet.
PIETERKEN COPS, jong mateknecht, heeft “gestolen ende afghesneden van eenen rame, omtrent 6 ellen wullen lakene”.
JAN VAN DE WALLE alias WALLEKEN, van Delft, heeft te Antwerpen, op een schip uit een zak wol, zes vliezen wol gestolen.
HEYNKEN VAN TRICHT, in 1407, door de Schout gevangen “mitsdien dat hij berucht was dat hi met valschen teerlingen ende met argenliste van quaertspele plach omme te gane”. Voor diefstal gevangen HANSKEN van Brunswijc, zijn gestolen zilverwerk werd verkocht. LIESBETH, het wijf van AERD VAN PAESCHEN, schold op LINE SVANGHERS, haar “scoufierlike” toesprekend, waaraan zij verbeurde 3 lb. zwerte of de steen te dragen rondom de burcht van Antwerpen. JAN VAN DEN DALE wedersprak s’ Heeren gebod, toen men het afkondigde in de kerk, (t.w. dat men geen bier mocht verkopen duurder dan een halve grote per pot). Het koste hem een zware boete. JAN DE BOT had de onderschout van Berendrecht “oploop met woorden” gedaan “daar hij in de vierschaar zat om te dingen” en WOUTER MUUL had als taalman (advocaat) durven zeggen aan de onderschout “dat hi den stoc niet recht op ende neder en hielt”. JAN HEYNS van Scille werd gecalangierd omdat hij YMBRECHT de koster van Schilde “qualijc ende onrijbelic” toesprak.
METTE STAES die te houden placht “vroukine van state” (soort bordeel) werd ziek en beloofde de pastoor, indien zij mocht genezen, een schenking van geld aan de kerk. Ze genas  en hervatte haar zondig leven doch de Schout dagvaarde haar voor deze belofte.
In 1410 werd HANNEKEN VAN DEN BLOECKE “die hem sassem plach te maecken jegens die ledighe wiven daer hi mede omme plach te gaene” veroordeeld tot een pelgrimage tot St-Jacobs in Galicië.
HENNEKIN MALOES had een jonge knecht beschuldigd van diefstal van geld. Maar omdat hij het niet “ter kennissen brengen kon zoals het behoorde” werd hij zelf bestraft.
LIESBET PAUWELS had onder deze naam verplichtingen aangegaan jegens haar zwager. Toen het op afrekenen kwam zij ze van niets te weten; zij heette immers KERSTIJNE, REYNDERSdochter VAN DER STRAETEN. Zodra de Schout dit vernam, vervolgde hij haar, omdat ze haar naam “verandert ende missaect hadde”. Omdat het nu “een arm, oud en versuft wijf” was, heeft de Schout haar laten “composeeren” met een lichte boete.
In de rekeningen van onderschout CLAUS VAN STEENLANT over 1407 komt een “moetsoen” (zoening van het gemoed) voor van HUYGH HAMMAERT aan de Heer JAN VAN LILLOO. HUYCH moet daarvoor op pelgrimage.
In 1408 wordt PIETER GERSsone, kleedermaker, beboet omdat nieuwe klederen heeft gesneden zonder vrij te wezen in het ambacht.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 45-52.
 
1 maart 1405.
CLAUS MARISSIS verkoopt aan CLAUS BOYDENS een korenrente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
7 maart 1405.
MARGARETA TAC verkoopt aan CLAUS BOYDENS een korenrente op huis en grond.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1406 -
 
17 februari 1406.
PEETER LAUWAERT, bijgenaamd de Lollaerd, had de burgerij des nachts in volle beroerte gebracht door het kleppen van een klokje dat in een poorttorentje hing. Het was bestemd om de nadering van een vijand aan te kondigen. Hij werd veroordeeld tot een bedevaart naar Rome.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 359, Mertens & Torfs.
 
2 juni 1406.
JAN GHERYTSzone, Schout van Heemstede (Haamstede), verklaart dat voor hem kwam DIRC SYMOENSzone die verkocht had aan CLAUS HOVEN een rente op het huis, erf en grond van DIRC WIGGHERSSOENS. Hij belooft ook de renten te betalen die schuldig zijn aan FYE, de vrouw van DIRC SYMOENSZOENS.
Bron: Register vanden Dachvaerden en A.A.B. Deel 19, blz. 104.
 
11 september 1406.
JAN VANDER STOCT, vader en zoon, verkopen aan HUIBRECHT VANDER ACHTERT twee bunder land.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
1407-1408.
De Antwerpse schutters waren, op bevel van Hertog ANTONIS, op heirvaert naar Diepenbeek gezonden. Na verloop van tijd besluiten ze, zonder toestemming, terug naar Antwerpen te keren. Uit de rekeningen van Schout en Markgraaf REINIER VAN DER ELST blijkt hoe de betrokkenen werden bestraft:
Eerst JAN VAN BORSBEKE, huidevetter, dewelke berucht en befaamd was dat hij in de tijd dat die van Antwerpen en van ‘t markgraafschap uit waren om mijnen genadigen heer van Brabant ten dienst te trekken ter plaatse waar het hem gelieven zou, horribele, rigoureuse en sassame woorden sprak, ter prejudicie en contractie grootelijks van mijnen genadigden heer, en ook meer, zoo hield hij heimelijk raad, toen zij in het land van Loon lagen, buiten weten van den heer en van de stad, van welke ‘hi maecte tpeuple’ murmureerende en onwillig, zodat bij zijnen raad en van andere zijne medeplegers, het volk DEN AFTOCHT AANVATTE EN HUISWAARTS KEERDE”.
Hij was kennelijk hun aanvoerder en moest op pelgrimage naar Rome, kreeg een zware geldboete van 400 Vrankse kronen en werd 3 jaar gebannen.   
 
WOUTER DE DROEGHE, schipman, berucht van hetzelve stuk als boven verklaard staat, werd uitgeroepen te trekken naar Sypers en tien jaren daarna uit de stad te blijven. Den Heer zou hij geven van zijn gereedste goederen een bedrag van 100 kronen.
 
HEINRIC DE STEIRKE, schipman, gecorrigeerd als medepleger, was geordineerd te trekken naar “tsint Claus ten Osten Baren” en tien jaar daarna uit de stad te blijven, daarbij nog een boete van 50 kronen.
 
CLAUS VAN DEN HOGHENWEGHE, smed, was geordineerd om naar ten “Hoogen Rome” te trekken, daarna drie jaar uit de stad te blijven en een boete van 25 kronen.
 
JAN MOENS, viskoper, opgedragen te gaan naar “Russen ten groeten Hougaerden” en daarna tien jaar uit de stad te blijven en een boete van 100 kronen.
 
PETER HOEVE, viskoper, te trekken naar “Venegien”, drie jaar gebannen en een boete van 25 kronen.
 
GIELIS HUYSMAN, metser, “ghezworen, den wertman van der stat”, te trekken naar Jerusalem, tien jaar gebannen en een boete van 25 kronen.
 
MARTEN BLIDELEVEN, metser, te trekken te “sint-Eewouts in Elsaten”, drie jaar gebannen en te geven 25 kronen.
 
PETRUS DRUYS, fruitenier, te trekken naar “ter Spelonken (?)”, twee jaar gebannen en een boete van 25 kronen.
 
HENRIC MELIJS, parmentier en kleedermaker, een pilgrimage “ten heiligen cruce te Luyc”, drie jaar gebannen en te geven 25 kronen.
 
PETER GRAET, bakker, te trekken naar “sint-Salvators in Steurien”, drie jaar gebannen en 50 kronen boete.
 
COELKEN VAN DEN PUTTE, viskoper, mits onzedigheden die hij bedreef in de voorzeide reis, te trekken naar “sint Eewouts in Elsaten”, zes jaar gebannen en 25 kronen boete. (Niet ontfaen, want hi niet en heeft.)
 
WOUTER SCHOEF, metser, te trekken naar “sint-Andries in Scollant”, tien jaar gebannen en een boete van 25 kronen. (Niet ontfaen.)
 
PAUWELS DE VALKE, riekere, met de andere te trekken naar “sint-Andries in Scollant” &c.
 
JAN CLAES, huidevettere, te trekken naar “Veynstersterren”, zes jaar gebannen en een boete van 25 kronen.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 57-59.
 
- 1408 -
 
“Van correctiën gezet door den heer en de stad”:
“van PETER SNACKEN van GODEKIN DE RODE geheeten “in de MAUWE” en van LAUWER JANSsone, omdat een JAN VAN DEN HOUTE en een JAN WITVOET, poorteren te Antwerpen, gearresteerd hadden eenen man van Hondschoote in Vlaanderen, om reden van zekere privilegie die de stad van Antwerpen heeft, om zekere schade die de voors. JAN VAN DEN HOUTE en JAN WITVOET geleden hebben in voorgaande tijden, n.l. van wollen hun toebehorende die hun ontnomen werden door die van Nieuwpoort en van Lombardië…”.
Dankzij de eerstgenoemde drie kon de koopman van Hontschoote ontsnappen en daarom worden zij beboet om geld te geven “tot ene glase veinsteren int werc van den nuwen chore van onzer Vrouwe kerke, achter den hoghen outaer, &c””.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 166, 117.
 
7 oktober 1408.
CLAUS VAN DER ELST verkoopt aan PETER BODE een erfelijke rente op grond.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
5 oktober 1408.
Het Gast- of Godshuis van Loobroeck, gesticht in 1405 door MATTHYS VAN LOOBROECK,  ontvangt van een Falconszuster HEYLSOET VAN LOOBROECK (MATTHYS was haar oom) een gift.
De giftbrief was ondertekend door FRANCISCA HUYGENS, meestersse der Falcontinen, CATHARINA VAN AELST, AMELBERGA VAN DE VELDE, MARGARETA PAPPEN en LELIA HUYGENS, alle zusters van dezelfde congregatie, ten overstaan van JOANNES DE LEEUW, priester en notaris te Antwerpen.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 3, blz. 64, Mertens & Torfs.
 
- 1409 -
 
In dit jaar komt de stad Antwerpen in opstand tegen de hertog Antoon van Burgondië. Rond 1412 komt het weer tot een verzoening.
 
22 maart 1409.
CATHARINA FIERIJNS en haar man MARTIN COLIBRAND verkopen aan JAN DE BLABBENERE een erfelijke rente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
10 april 1409.
JAN VAN WEZENBEKE verkoopt aan MARGARETA SCHEETSAERTS een erfelijke korenrente op een bunder beemd.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
6 september 1409.
Hr. LAMBRECHT HEINRICXsone, priester, namens ANTHONIS, zoon van LIEVYN VAN CATS, die een testament had dat gemaakt was door Notaris Hr. MERTENE, zoon van AERNOUT VLEESSCHOUWERS, priester, waaruit blijkt dat ANTHONIS rechten heeft in de nalatenschap van wijlen Juffr. MARIE POPEN, dochter van zijn “moeyen wylen” die vrouw was van ROELANT DE COCK, die men heet VAN CROON.
Bron: Register vanden Dachvaerden en A.A.B. Deel 19, blz. 95.
 
- 1410 -
 
NICOLAUS VAN WYNEGEM = Buitenburgemeester.
EGIDIUS BACHELE = Binnenburgemeester.
 
30 mei 1410.
AECHTE, vrouw van JAN BAERTMAKERS, verkoopt aan HUIBRECHT VAN ZUYDEN een erfelijke rente op haar huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1411 -
 
NICOLAUS VAN MORTERE = Buitenburgemeester.
JOANNES ZYMAER = Binnenburgemeester.
 
In 1411 is men begonnen met de vergroting van het oude Vleeschhuis onder leiding van GODEVAERT VAN ESPEYMDE.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 34.
 
- 1412 -
 
NICOLAUS VAN WYNEGEM = Buitenburgemeester.
JOANNES ALEIJN = Binnenburgemeester.
 
Antwerpse boycot van Mechelen.
Het was toen verboden handel te drijven met die van Mechelen. Uit de rekening van de Schout HENDRIK STOLENEREN (des tollenaars) van Waterland:
“ANDRIES ROMMEN die was gecalengierd en aangesproken met recht door de Schout, die hem op- en aanzegde dat hij botten en andere vissen verkocht had aan die van Mechelen of aan anderen, zonder die te brengen te Antwerpen aan de vischmarkt, &c, krijgt een boete van 50 royalen”.
Ook in de rekening van de Schout van Antwerpen AERD VAN SEVENBERGHEN komt het misdrijf voor: Twee personen van Zandvliet, ANDRIES COGGHEN en HENDRIK SNELLINCK hebben botten en andere kleine vissen, die in de Schelde gevangen waren, aan die van Mechelen verkocht, boete 50 royalen.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 73.
 
20 april 1412.
Uit de rekening van het St. Annen Gasthuyse:
Missen doen voor BOUDENS sRIDDERS ziele.
Twee zister rogge erfelijk op KATELINEN WOUTERS dochter VANDER BORCH, die men heet WOUTER LAUWEREYS, wonende te Adeghem.
Een erfelijke rente op HEYNRIJCs COSTERS huis en hof.
Een erfelijke rente op WILLEM BUFFE zijn huis te S. Lauwereys te Hove.
Een erfelijke rente op land te Berchem van JAN RAET en zijn vrouw KATLINEN.
Gift van JAN DE KEERSMAKERE te Mortsel.
Een rente van MERTEN DEN KEMPENEERE te Calloes.
Missen doen voor LYSBETTEN WALGHS, de vrouw van JOES CALLOERS.
Missen doen voor LYSBETTEN VAN SANTVLIETE, de vrouw van HEINE MAES.
Missen doen voor DANNEEL CANSEN.
Missen doen voor LYSBETTEN HAEYS, stichteres.
Missen doen voor JAN VAN DALE.
Een gift van JAN VAN BORSBEKE, huydevettere, en zijn vrouw LYSBET MICKAERTS.
Een gift van CLAEUS SMIT, mersenier.
Missen doen voor AECHTE COUS en LYSBETEN ROYS.
Een gift van JAN CAES wyf.
Een gift van BOUWEN CORTPAPE, taelsprekere, en zijn vrouw JEHANNEN.
Missen doen voor LYSBETTEN VANDEN BOGAERDE en LYSBETTEN JACOPS.
Gift van de weduwe van DAVID SCHOTT.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 3, blz. 560-564, Mertens & Torfs.
 
- 1413 -
 
PETRUS BODE, ridder = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN MORTERE = Binnenburgemeester.
 
19 december 1413.
THOMAS HUYGHEMAN, meersenier, koopt een gebouw met hof in het Kipdorp om er een kapel op te richten ter ere van de H. Jacobus de Meerdere.
Bron: Amand de Lattin, Evoluties van het Antwerpse stadsbeeld, Deel 7, blz. 6.
 
- 1414 -
 
ARNOLDUS VAN IMMERSEELE = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN DE WERVE = Binnenburgemeester.
 
14 augustus 1414.
Huwelijksvoorwaarden, voor de schepenen van Antwerpen, van LAUREINS VOLCAERT met BEATRIX, dochter van WILLEM BODE.
Bron: Genealogisch archief Donnet 125 en A.A.B. Deel 38, blz. 99. 
 
Fragment-genealogie JAN CANTEMAN:
JAN CANTEMAN tr. met BEATRIX VAN DUFFEL.
Uit dit huwelijk: BEATRIX CANTEMAN, zij tr. met WILLEM BODE, hun dochter tr. dus ook weer met een WILLEM BODE (zie boven).
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 31.
 
De misdaad in 1414-1415.
Moord op de kermis te Wilmarsdonk.
Uit de Schouterekening jaar 1414 van PHILIPS VAN DER COUDENBORCH:
“Van LAM WOUTER YMMENSsone, HERMAN SANDERS ende HEINKEN DE CLERC, die quamen op een karmisse tot Wilmerdonc ende dair si ghinghen danssene en royende (dansen en zwieren), quam een LEMMAERT ARNDT LEMMERsone van Wilmerdonc ende royende de voors. LAM WOUTERS YMMENsone te na, so dat si dair om ghescil hadde ende woerde, ende liepen deen den anderen op met bloten messen. Ende doen dat HERMAN SANDERS ende HEINKEN DE CLERC voors. saghen, quamen si te baten (te hulp) den voors. LAMME haren gheselle om hem te bescuddene ende dair en binnen (ondertussen) quamen enighe van de vriende des voors. LEM ARNDT LEMMERsone ende wouden hen des onderwinden, ende so verre dat si onderlinghe alle deen op den anderen, worden vechten ende stekende, so dat, bi quader aventuren de voors. LEM ARNDT LEMMERsone dair so gheraect was van den voors. LAMME WOUTER YMMENSsone ende sine voors. ghesellen, dat hi dair af van live ter doot quam, van dewelke si voirvluchtich waren, dair af de voirsate des voors. schoutheits haere luder goide liet verdinghen ende den vrienden afcoopen; dewelke LAM WOUTER YMMENSsone, HERMAN SANDERS ende HEINKEN DE CLERC voors. sint sonden hair vriende aen den voors. scouth, om te besiene ende te proevene of si van hem enighe gracie hadden moghen ghecrighen, dat si hair lant weder hadden moghen hebben ende copen, van denwelken de voors. scouth, hem beriet met enighen sinen vrienden ende dede ondertasten (onderzoeken, schatten) den staet ende ghestant dair af, twelc so vant dat het goide scamel gheselle waren ende onnoselic dairin comen waren liet de scouth, harer luden lijf quiten ende verdinghen, bi rade van goiden luden, tsamen om 10 lb. gr. Ontfaen 10 lb. gr. 
 
Bij manslag verbeurde men lijf en goed en het verbeurde kwam de Heer toe. Deze Schout sloeg dan, bij voortvluchtigheid van de betrokkenen, direkt de bezittingen aan ten bate van de vorst. Men kon ook de goederen bij opbod verkopen bij de kerk, zoals gebruikelijk, of het laten afkopen, voor een genadiger prijs, door de vrienden van de vluchtelingen. In dit geval gebeurde het laatste, ziehier de afloop in de rekening van Schout AERDT VAN SEVENBERGEN:
 
“LAM YMMENSsone ende HERMAN SANDERS die hadden over nootwere eenen gequetst geheten LAMMER AERTsone, dat hi dair af starf, des quam de scouth. ende dede hoer goet rasteren ende beslaen van tsheren wegen, so dat quamen de magen ende vrienden ende begerden jegen den here te deylen, dwelc die schouth gedaen soude hebben, mair de vrienden quamen weder ende begerden dat goet gesamenderhant te copene; ende de scouth. dede dat goet overslaen ende besien bi den mannen die hem verstaen mochten, hoe vele dat waert mochte syn ten hoechsten; ende bi rade van hen lieden so vercochte de scouth. hem tgoet, aengesien dat die selve HERMAN SANDERS meer sculdich was dan hi in der werelt hadde, ende dat LAM YMMENSsone een eenlopich (ongehuwd) gheselle was engeen fout en hadde, dan een luttel becommerts (belast met schulden) waterlants, omme 6 lb. 16 sc. gr.   
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 83, 84.
 
Woestaards op de Zandvlietse kermis:
KARSTIAEN DE ROE, van Mechelen, dewelke bi ende mede gheweest hadde dair bi nachte ende ontide tot Zantvliete op een kermisse cramen ontwe gheslaghen ende gheworpen waren, die toebehoorden poerters van Antwerpen, dewelke de scoutheit ende der stadt van Antwerpen dair over clagheden, wart dair om bi den here ende der stadt ghecorrigeert ende gheset te treckene enen wech ten Drie Coninghen te Colene, ende eer hi weder binnen den mercgrefscepe ofte stadt van Antwerpen comen mochte, den heere tr gheven 6 cronen ende der stadt te verborghen een halve roede muers…
JAN VAN DER BORCH, van Zantvliet, voor hetzelfde feit, den here te geven 6 cronen en der stadt te verborgen een halve roede muers…
CLAUS VAN DER BORCH, zelfde feit, 6 cronen en een halve roede muur.
JAN DEN COLENERE, HENRICSsone, zelfde feit, 6 cronen en een halve roede stadsmuur.
Onze nachtridders hebben, blijkens de rekeningen, hun kronen netjes betaald en ongetwijfeld hebben ze ook het nodige bedrag gestort in de stadskas om hun halve roede muur, die aan de wallen was op te bouwen, af te kopen, terwijl de grootste belhamel de H.H. Driekoningen is gaan vereren te Keulen. 
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 88.
 
In het dorp Oorderen werd WILLEM STRECKAERT beboet voor het wegnemen van een “aesbort” van een schip waardoor een twist ontstond.
“van WOUTER VAN DER EERTBORNE gecalengiert van dat hij geslagen hadde met eenen stave na JAN STRECKAERT”
“van JAN STRECKAERT gecanlengiert van dat hij na WOUTER WILLOES sloegh met enen stave”.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 88, 89.
 
- 1415 -
 
NICOLAUS VAN MORTERE = Buitenburgemeester.
GILBERTUS CONINCK = Binnenburgemeester.
 
Uit de domeinrekeningen van de ontvanger JAN BACHELEER over het “queekebert” (kwaakberd, dobbelbak): “van den quecbort tAntwerpen dat wert is in pachte omtrent 150 cronen vrancx, sjaers, niet hier, om dat PETER VAN DEN LANDE die men seit GOBELGET oft VOSKEN houdt bi ghifte van minen here tot sinen wederseggen”.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 40.
 
Om een inzicht te krijgen in de toen geldende rechtspraak en de folklore van een dorp volgt nu: Het drama van de Tiendeschuur:
 
“GHISEL MEEUSE ende HEIN MOERLIN van Wilmerdonc die hadden tsamen met meer anderen ghesellen een thiende genoemen (een tienderecht op zekere roggevelden gepacht) jeghen den capittele van Onser Vrouwen tAntwerpen, in dewelke si ghewoenlic waren tsame te dorssene, ende tcoren, tcaf ende stro daer af comende half ende half te deilene, als men dair in den lande pleecht, so dat op enen dach de voors. GHISEL MEEUS met enen van sinen anderen ghesellen in de scuere stont ende dorsschede ende dat dair doen quam des voors. HEIN MOERLINS wijf met enen wanne om caf om hare beesten, so si dicke ghedaen hadde, ende doen seide de voors. GHISEL dat niet behoorlic en ware, dat si sovele caefs haelde buten dandere, maer dat si beiden (wachten) woude totten avonde, si soudent dan al ghelic deelen, dair om si gram wart, ende weder thuyswart ghinc tot haren man, ende haren man te kennen gaf ende seide van grote dracht in haer wesende, dat men haer gheen caf gheven en woude, ende dat de voors. GHISEL gheseght soude hebben dat si dair om gheen caf meer comen noch seynden en dorste, dair om dat de voors. HEIN MOERLIN, sinds groiter informatiën van sinen wive, gram wart, ende met enen grammen moede gaende ter thienscueren wart, dair hij GHISEL met sinen gheselle noch vant staen dorsschen, denwelken GHISEL hi oploep dede met quaden, fellen ende dreyghelijke woerden, ende so verre dat si dair om deen den anderen oploep deden, ende ghesteken souden hebben, en hadt des voors. GHISELS gheselle ghedaen, dier tusschen quam ende beschietse (scheidde ze), op dien tijt ende doen de voors. HEIN MOERLIN sach dat hi daer den voors. GHISEL niet ghedoen noch gheviolieren en conste, seide hi dat hi hem noch op enen anderen tijdt wael vinden souden ende met dese worden scieden si een yeghelic van hen thuyswaert gaende; ende des achternoens quam de voors. GHISEL met sinen vader ane de plaitse bi der kerke sitten drincken, daer vele andere lieden saten; ende cort daerna quam de voors. HEIN MOERLIN ter platsen voor de herberghe, ende daghede den voors. GHISEL vut, dewelke GHISEL doen vut quam, ende oec hem doen te baten vielen (te hulp kwamen), elf van sinen vrienden in groter haesticheyden, ende worden dair onderlinghe vechtende, ende deen op den anderen slaende ende stekende, so verre dat GHISEL, bi quader aventuren, onder danderen HEIN MOERLIN geraecte met enen braemesse (mes dat bij het vlasbreken gebruikt wordt), dat hi ter erden viel, ende doen de GHISEL sach dat tien so gheraect hadde, liep hi op de kerke (kerkelijke immuniteit !) ende sin vrienden met hem te weten GHEERT MEEUS, den voors. GHISELS vader, JAN MEEUS, PETRUS MEEUS, syn broeder, JACOB DE MONNINC, MICHIEL MONNINC, des voors. JACOBS kinderen, JAN JOES, JAN DAEN die men heet douwe, JAN DAEN, COPPEN DAEM ende LAMMER COSTAERT, van welken quetsuren hi binnen 8 daghen sterf; ende hem doot synde trac de scouth selve tot daer ende aenverde al haerlider goide tot myns ghenedichs heren behouf van Brabant, segghende dat si alle manslachtich waren ende van dootslaeghe, mids dat dair af voirvluchtig waren ende op de kerke gevloen; ende hi ghinc recht voirt deelen jeghen de voors. goider lieden, wiven ende kinderen, also verre als hi goide bevinden conste die hem lieden toebehoorden, want si gheen ghevlucht en hadde, mids datse de scoutheit van den waterlande alle in rastemente ghehouden ende ghedaen hadde, also vollic (snel) alst fait ghevallen was, dewelke wijfkens ende kinderen cort daer na quamen met haren vrienden aen den scouth, hem om Gods wille biddende dat hi Gode voer oghen hebben woude, ende haren armen staet aensien, ende oec dat het een openbaer ende kenlic ongheval was, dat hi enen weselicken penninc nemen woude voir de voors. goide ende hen woude laten bliven met haren cleinen kinderen in haren armen staet ende onder haer vriendekene, ofte anders wel waren gescapen lantloepich te worden ende te dolene, deen hier ende dander dair - dair op hem de scouth beriet (beraadde) ende besprac met enighen dair af wel wetende ende des verstaende (wijze mannen), so dat doen de scouth, ter waerheyt bevant na de gelde die hij ghedeilt hadden ende de scult die si sculdich waren, die de here half soude hebben moeten betalen soude hi se (de goederen) behouden hebben, (bevindende verder) dat tgoet niet vele weert gheweest en soude hebben datter over soude hebben ghebleven, want si meest op ander lude goide saten die si ghehuyrt hadden. (Daarom) heeft laten verdinghen de persoenen hierna verclaert haer goide elc na synder weerde…
Ende eerst verdint GHEERT MEEUS goide om 21 crone, JAN MEEUS syn sone om 18 crone, niet jeghenstaende dat hi ten heilighen swoer doen men tvoetgheval dede voir scepen van Antwerpen ende alle dandere dair wesende dat hi noyt hantdadich en was aen den voors. doden; PETER MEEUS syn broeder 7 cronen, JACOP DE MONNINC 20 cronen, JAN DAEN dien men heet den ouden 15 cronen, JAN DAEN 10 cronen ende COPPEN DAEN 10 cronen. Ende es te wetene dat de scouth van GHISEL MEEUS, MICHIEL DE MONNINC, COPPEN DE MONNINC, LAMMER BASTAERT ende JAN JOESSE niet ontfaen en heeft mids dat men gheen goide bevinden en conste boven scult, die hen toebehoorden, want si meer sculdich zyn dan si hebben …”
 
Men bedenke wel dat de afkoop met goederen de zaak niet beëindigd en naar het kerkelijk recht, dat toen gebruikelijk was, moesten ze na 3 dagen deze plaats verlaten ! In de volgende rekening vinden we dan ook de afrekening der “lijven”:
 
“… ende sint so synen comen vele goeder lieden aen den scoutheit van der voors. misdadiger wegen, hem oetmoedelyc biddende om Goids wille, gemerct dat hi vortyds al hore goede gehadt ende geaenveerdt heeft ende hen niet (niets) en bleef, ende dat tvoors. fait onverhoedt ende met groeten ongevalle geschiet es, ende dat daer niement aentgedadich aen en was dan de voors. GHISEL alleene, dat hi hen lieden gracie doen woude ende composicie laten maken, den welken den scoutheit ter beden van den goiden lieden voors. ende sunderlinge om horer aermoeden wille heeft laten composeeren om die somme van 95 gulden crone”.
 
De mensen die dus niets meer hadden, hebben daarna nog hun lijf moeten afkopen voor 95 gulden crone.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 85-87.     
 
23 augustus 1415.
ELISABETH en ALEIDIS SMEETS verhuren aan SIMON VAN VOSHOLE een vierde van een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1416 -
 
NICOLAUS VAN DE WERVE = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN DER ELST = Binnenburgemeester.
 
28 april 1416.
ARNOUD VAES verkoopt aan JAN VANDER HAGHE een erfelijke rente op grond.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
22 december 1416.
ARNT en ELISABETH VANDER MOLEN bevrijden het deel van JAN COLLE in de hoeve ZIJBOUTS RODE, doordat MARGARETA COLLE een halster rogge had overgemaakt.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1417 -
 
NICOLAUS VAN WYNEGEM = Buitenburgemeester.
EGIDIUS DAMAS = Binnenburgemeester.
 
1 februari 1417.
De stad koopt het recht om in de Schelde te mogen vissen van JAKOB WILMAERS, NIKOLAES VAN DER ELST en COSTEN VAN HALMALE.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 2, blz. 439, Mertens & Torfs.
 
- 1418 -
 
NICOLAUS ALEIJN = Buitenburgemeester.
ARNOLDUS VAN IMMERSELE, ridder = Binnenburgemeester.
 
20 januari 1418.
JAN BEKE geeft aan PETER VANDER VLOET een erfelijke rente die hij kocht van JAN BLABBENEREN op PETER VAN GIERLE’s huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
21 mei 1418.
MARGARETA VANDER BEKE, vrouw van AART VAN LOYT, verkoopt aan CATHARINA YDENS een erfelijke rente.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
14 november 1418.
CATHARINA YDEN geeft aan JACOB SPILDOZEN en zijn vrouw AMELBERGA VANDER BEKEN een erfelijke rente tegen AARNT VANDER LUYTEN.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1419 -
 
ANDREAS STEENLANT = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN DE WERVE = Binnenburgemeester.
 
Uit de domeinrekening van Rentmeester HENDRIK SMITS:
- Het Steen verpacht, voor 3 jaar, aan WOUTER VAN DER ELST.
- De “ammans roede” verpacht, voor 3 jaar, aan GILLIS PUTOIR.
- Het “queecbert” met de bollebaan en de kegelbaan verpacht, voor 3jaar, aan PETER 
JAN HEYNS. 
- Op last van Hr. WILLEM VAN DEN BERGHE koopt HENDRIK SMITS anderhalven 
last haring van ARNOUD TOLLINC (17 febr.), en van WOUTER VAN ESPEMDE 13   
vaten “scoons harincs” (19 mrt.).
Van de dijk tot Sassenhout, welke GODEVAERT MOENS op zijn kost houden moet, bedoeld wordt de dijk door de vallei van de Aa.
Te Mol een dijk “welke KATLINE BOCX nu ter tijd houden moet”.
Ook te Mol houdt JAN VAN GOMPEL in erfpacht van DAVID HESEMANS een slagmolen geheten de “Beekmolen” van Desschel.
Verder te Mol de pacht van de “biegelden” door GEERT MOYALE.
Te Herentals de pacht van de waag door LIJSBETH JANS SWOLFSdochter.
Ook te Herentals den wissel in pacht bij MATHIJS VAN DER WIMPT.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 53-55.
 
14 februari 1419.
WILLEM VAN CANTELBEKE verkoopt aan THOMAS VANDER BIEST een halve bunder beemd.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
2 maart 1419.
AART VAN LEEFDALE verkoopt aan SIMON VAN VOSHOLE een bunder bos.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
1 december 1419.
“QUINTIJN CLARENsone maecte machtich ende stelde in sine stede BOUDEN CORTPAPE omme van sinen weghen te eysschene van THOMAS DIVET, rekeninge, bescheyt ende bewijs van alle coepmanscappen, geloften, zegelingen ende brieven als voors. QUINTEN ende THOMAS deen metten anderen gedaen, &c.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 105.
 
- 1420 -
 
ARNOLDUS VAN IMMERSELE, ridder = Buitenburgemeester.
EGIDIUS BODE = Binnenburgemeester.
 
Uit de domeinsrekening van Rentmeester HENDRIK SMITS:
De korenlepel verpacht, voor 3 jaar, aan ZEGER WOUTERS.
Het recht van de gruyte geïnd door COLEN DE MAECH.
Opbrengst van het huis “dat de Joden toe te behoren placht” (sedert de Jodenvervolging van 1350 behoort het den Hertog) gelegen in de Cuperstrate, tussen GODEVAERT BRUELMANS en JAN BECKERS.
Het korenmeterschap verpacht aan WILLEM PARIJS.
“Aan WILLEM graaf te Zeyne, en Heer van St-Aechtenrode en aan juffrouw KATLINE VAN SCOENVORST zijn gezellin, wien men schuldig is de som van 200 gulden Vranken te heffen en te beuren ieder erffelijk op den ontvang van Herentals”.
Van ‘s Hertogen hove in Kasterlee, welke WILLEM HERBOSCH nu ter tijd houdende is.
“ Van eenen windmolen staande te Lier op de vesten neve die te porte malende ende slaende” dewelke JAN GOMMAERS toebehoort.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 57-61.
 
- 1421 -
 
NICOLAUS VAN WYNEGEM = Buitenburgemeester.
GUILLIELMUS NOYTS = Binnenburgemeester.
 
17 september 1421.
JAN FIERKENS bekent gemeynschap van eenen muer aen HENRICK MOONS.
Bron: A.A.B. Deel 18, blz. 105.
 
- 1422 -
 
GILBERTIUS DE CONINCK = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN MORTERE = Binnenburgemeester.
 
Enige Dekens van van het Peltiers (bontwerkers) ambacht:
JACOB VAN DE WATERE in 1422.
YSBRANT JANSsone in 1424.
JAN VAN DE WOELPUTTE en AERT VAN VUGHT in 1425.
WILLEM DE GREVE en ADRIAAN VAN ESBEEMDE in 1443.
ADRIAAN VAN EEMEREN en JAN VAN WOELPUTTE, de jonge, in 1454.
Bron: Antwerpiensia, Deel 5, blz. 332.
 
22 februari 1422.
Voor de Schepenen van Antwerpen verschijnen JAN THYS en AERT ANDRIES als kerkmeesters van Wilrijk, en bekennen dat ze namens de kerk van Wilrijk schuldig zijn aan STAAS DE COENEN, als van een altaartafel staande in de koor te Wilrijk, de som van 27 gulden penningen gehelen Vranksche gouden kronen.
(Schepenbrieven, 1421, f° 409).
Bron: Antwerpiensia, Deel 13, blz. 280.
 
- 1423 -
 
NICOLAUS VAN DE WERVE = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN DE WERVE = Binnenburgemeester.
 
26 juni 1423.
De voogden van MARTEN, GILLIS en ELISABETH DIJCSTRAETE verkopen aan CLAUS VANDER SLUYS een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
5 november 1423.
JAN, Heer van Wesemael en Fallais, en zijn vrouw JEHANNE VAN BOUCHOUT, belasten hun goederen te Loenhout ten voordele van DIERWYF, dochter van JAN LIEVENSOENS en vrouw van Hr. FLORYS VAN HAEMSTEDEN, LIEVINE, zoon van JAN LIEVENSSOENS en JAQUEMINEN, dochter van JACOP JAN LIEVENSSOENS, hun nicht.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, fol. 23, 23v°, 24 en A.A.B. Deel 29, blz. 280-286.
 
- 1424 -
 
COSTINUS DE KETS = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN DE WERVE = Binnenburgemeester.
 
14 februari 1424.
PETER VAN DER VLOET verkoopt aan JAN TSERENGELS een erfelijke rente op een huis van PETER VAN GHYERLE.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1425 -
 
NICOLAUS ALEIJN = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN DE WERVE = Binnenburgemeester.
 
18 februari 1425.
Voor de Schepenen van Antwerpen verschijnen HENDRIK VAN ABRAET en CLAUS GOMMAERS als kerkmeesters van Wommelgem en bekennen schuldig te zijn aan de gebroeders RENIER en HENDRIK LAMMENS, als van een altaartafel die in de voors. kerk staat boven den hoogen altaar, die de voors. broeders voor de kerk gemaakt en geleverd hebben, de som van 80 Vrankenen 5 schellingen gr.
(Schepenbrieven Stadsarchief 1424, f° 313).
Bron: Antwerpiensia, Deel 13, blz. 280.
 
4 april 1425.
CLEMEYNTIEN BALS geeft aan MICHIEL VAN ZONNE haar tocht en al haar recht in de helft van een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
6 juni 1425.
Eigenaar van het huis “Henegouw”, de wisselaar LAUREIS DE LICHTE, verhuurt deze aan PETER BROET, specerijkoopman of kruidenier, van Brugge.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, blz. 359, 360.
 
19 september 1425.
PETER RIVE verkoopt aan WOUTER VANDER ELST twaalf gemet land en beemd.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
31 december 1425.
ELISABETH VAN VALKENPUTTE geeft na haar afsterven aan ELISABETH VANDER HEYDEN een erfelijke rente op een huis.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1426 -
 
JOANNES VAN DE WERVE = Buitenburgemeester.
GUILLIELMUS (=WILLEM) NOYTS = Binnenburgemeester.
 
In een akte wordt GERARDUS VAN HOLVENBRAKE vermeld als priester en kapelaan der kerke van St Jacobs “nu in het Kypdorp” ghefondeert”.
Bron: Amand de Lattin, Evoluties van het Antwerps stadsbeeld, Deel 7, blz. 5.
 
10 februari 1426.
JAN MUYLAERT geeft attest dat WALRAVENE VANDER DILFT een achterstellige rent heeft voldaan.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
16 juni 1426.
PETER DE HASE verkoopt aan AART COUWEN een huis met grand reeds gehypothekeerd door CATHARINA YDENS en JAN MAESsone.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1427 -
 
NICOLAUS VAN WYNEGEM = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN DER ELST = Binnenburgemeester.
 
In 1427 sticht KATLINE SARENSOENS, bij testament, een Zondagse Mis in de St-Joeskapel.
Bron: Antwerpsiensia, Deel 4, blz. 25.
 
14 januari 1427.
GHEERT VANDER ELST moet aan zijn zuster CATHARINA, vrouw van CLAUS VANDEN WOUWERE een rente op een huis betalen.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
6 mei 1427.
In den jare ons Heren 1427, sese dagen in Meye, soe wart in de banc van scepenen tAntwerpen, vore borgemeesteren CLAUS VAN DER ELST, JAN STEVENS, JAN VAN DER LIST, HENRIC VAN RYTHOVEN, ANDRIES VAN STEELANT ende COSTEN VAN HALMALE, als scepenen, ghetuygt ende gekent bij MICHIEL DEN MONICK als Meyere, JAN SCOYTEN den ouden, LAUREISES VAN OEKELE, scuttere, HENRICK LEDENAERTS, JAN VAN LYERE, JAN DEN HOGEN, JAN NOENS, JAN VAN DER MUYDEN, DONIS DEN WILDEN, ANDRIES VAN STEELANT voors. ende JAN DE BRUYNE ende COEL DE WAERT als ouders, meyers ende scepenen van den lande van Loebroec, Schyntbroek ende Steenborgerwert, dat de beesten die men bynnen den voors. hoeken lants schut, tAntwerpen in de bocht dryft ende nergens el, ende alle trecht dat men daer op voert, maent ende wyst, dat is van der stadt wegen van Antwerpen. Item opt begheren van DANKAERD DEN MOELNERE, hoe verre dat de vryheyt van der stadt van Antwerpen dies cants uytghinc, antworden de voors. persone zamentlic, dat sij des niet wel en wisten, &c.
Bron: Antwerpiensia, Deel 5, blz. 361.

- 1428 -
 
NICOLAUS VAN DE WERVE = Buitenburgemeester.
NICOLAUS ALEIJN = Binnenburgemeester.
 
27 februari 1428.
Vonnis in een geschil tussen LANCELOOT VAN GOTTENGYS en WOUTER BAU over de nalatenschap van GILLIS VAN GOTTENGYS.
Jouffrouwe MARIE KEEREMANS was de wettige echtgenote van wijlen GIELYS VAN GOTTENGYS.
LANCELOET heeft lijfrenten verkocht aan Jouffrouwen ALYTEN MECKINCS, wettich wyf van JOES VAN DER TANERIEN en Jouffrouwen AECHTEN, de voors. JOES wettige dochter.
WOUTER BAU, in vollen stoele sittende met Jouffrouwen MARIEN KEEREMANS, welke naderhant des voirs. WOUTERS wettich wyf was.
Vonnis by wysdomme van GIELYS DAMAES en LAMBRECHTE VAN SON voorgelegd aan Burgemeester en Schepenen.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 120-121 en A.A.B. Deel 28, blz. 4-6.
 
29 februari 1428.
Oorvrede aan de inwoners der stad gezworen.
CLAUS DIERIXSOEN, de barbier, van Zierixee, ende JAN MERCELISSOEN, van Zevenbergen, zweren als goede christenen met “opgerechten vingheren” dat zij niemand van de stad Antwerpen “sullen misdoen noch doen misdoen en sullen, omme hoerer gevengenissen wille”. 
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 121-121v° en A.A.B. Deel 28, blz. 6.
 
2 maart 1428.
Regeling van een geschil tussen LIEVEN LOEP en zijn zoon SYMOEN LOEP.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 121v° en A.A.B. Deel 28, blz. 8.
 
6 maart 1428.
JAN VAN DER SENNEN verkoopt aan CLAUS RABOEDE goederen gelegen te Ryckevorssel. WILLEM VAN DEN BOEGHERDE zal het geld van CLAUS in een wissel zetten en Joncvrouw LYSBETH ZWALSCHEN zal daar jaarlijks 6 pond groot van mogen heffen.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 121 v° en A.A.B. Deel 28, blz. 9.
 
8  maart 1428.
Geschil tussen JAN en AARD DER KINDERE, gebroeders.
Om het geschil op te lossen brengt ieder, 2 zgn. “goede lieden” mee.
Voor JAN DER KINDERE: HEINRICKE JACOPS en HEINRICKE VAN DER MEERE.
Voor AERD DER KINDERE: WILLIME VAN MERXHEM en WILLIME SNOEYEN.
Als onpartijdige overman: PETER SCHAT.
Zij overleggen beiden alle erfbrieven van hun vaderlijke en moederlijke erven.
Er wordt opnieuw een verdeling van de erfenis gedaan welke bindend is.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 121v°-122 en A.A.B. Deel 28, blz. 1-4. 
 
Zelfde datum.
Zoen over de wonden toegebracht aan JANNE THEUS en HEINRICKE VAN DER ELST.
De daders, WILLEMS knechten VAN DEN ELSHOUTE moeten boven “de verghiffenisse die sy hen baden te moetsoen”, elk een som geld geven.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 120v° en A.A.B. Deel 28, blz. 10.
 
13 maart 1428
Oorvrede aan de inwoners van de stad gezworen door AERT SCHOENHOUT.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 121 en A.A.B. Deel 28, blz. 7.
 
Zelfde datum.
Uitspraak in een geschil tussen de ingezetenen van Hoboken en GIELYSE SANDERS.
De ingezetenen “hen beclagende waeren van GIELYSE SANDERS, van dat hy sine varkene met groeten hopen doet driven opte ghemeyn weyde ende vroente aldaer”.
GIELYSE mag nog maar 2 of 3 varkens houden en moet ze ringen.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, fol. 122v° en A.A.B. Deel 28, blz. 10-11.
 
17 maart 1428.
WILLEM LAMMENSsone moet jaarlijks een betaling doen aan ARNDE LAMMENS, scrynmaker, van de lijftochtrente, die hij heft op een windmolen met molenberg, staande binnen Wilmaerdonc.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, fol. 123 en A.A.B. Deel 28, blz. 12.
 
24 maart 1428.
Verdrag tussen GHEERD VAN DER MEERE en zijn schuldeisers HENRIC GODEVERTS, JAN VAN DER HAGHE “ender vele andere goeder manne”.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 123 en A.A.B. Deel 28, blz. 12-13.
 
27 maart 1428.
Verzoening tussen WILLEM VAN KUYCT en JANNES SEGHERS.
“dat de voirs. WILLEM, ter eeren ende ter beternissen van JANNES, doen sal een pelgrimage totten Heyligen Bloede ten Wilsnacke ende dairaf brenghen brieve, &c”. WILLEM zal tussen nu en de Sinxse Antwerpsche marct ook acht gouden croenen geven aan JAN, “ende hiermede syn sy aen byden syden voir hen, hoeren magen ende vrienden, wel ende volcomelic versoent geseecht”.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 123 en A.A.B. Deel 28, blz. 15.  
 
1 april 1428.
Vonnis in een geschil tusen GODEVERT PULLEKENS en MAES, MAESzone, VAN HOUTHOVEN betreffende de nalatenschap van LAUREYS VAN HOUTHOVEN.
Er zijn kinderen van de voor- en nabedde. Getuigenissen van HENRIC MARGRETEN en PETER THEUS. Betrokken is ook MERGRIETEN VAN DER GOERMAERE en haar man LAUEYSE VAN REETH. Het handelt over goederen gelegen te Brecht.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 116 en A.A.B. Deel 28, blz. 15-16.
 
15 april 1428.
Uitspraak in een geschil tussen JANNE GOEDENS en de dochter van PETER VAN DER ACHTER, zijn vrouw, betreffende een echtscheiding tussen hen beiden.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 123v° en A.A.B. Deel 28, blz. 16-17.
 
22 april 1428.
Uitspraak in een geschil tussen WOUTEREN, CLAUSE en HEINRIKE VAN DEN BERGE, gebroeders, en JANNE, GODEVERDE en LAMBRECHTE VAN DEN BERGE, ook gebroeders, over de nalatenschap van hun moeder MARGRIETE WOYTS, welke geh. was met JAN VAN DEN BERGHE, hun vader.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 123v° en A.A.B. Deel 28, blz. 17-18.
 
29 april 1428.
Vonnis in een geding tussen JAN RYCHALS, pasteydebacker, en WERNER RYCHALS, zijn zoon, over de nalatenschap van zijn moeder.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 124v° en A.A.B. Deel 28, blz. 19-20.
 
4 mei 1428.
Uitspraak in een geschil tussen de Heilig-Geestmeesters in Onser-Vrouwenkerke t.w. JAN WILLEBEYS, GIELIS BREEM en LAUREYS MUSSCHE en Joncvrouwe BEATRUYS WILMAERS, de vrouw van WILLEM LAMMENSSOEN over een erfelijke rent, jaarlijks te betalen aan de Joncvrouwe.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 125 en A.A.B. Deel 28, blz. 20-21.
 
5 mei 1428.
Vonnis tussen de vrouw van MICHIEL KOEVOETS en PETEREN KOEVOETS. Andere betrokkene: RASEN ENGHELBRECHT, van Essen.  
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 124v° en A.A.B. Deel 28, blz. 21.
 
7 mei 1428.
Uitspraak in een geschil tussen JANNE GHYSBRECHTS, priester, en CLAUS VAN PUEDERLE, over een korenrente bezet op goederen gelegen te Morckhoven en Noorderwyck.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 124v° en A.A.B. Deel 28, blz. 22.
 
22 mei 1428.
Geschil tussen WOUTER DE LICHTE en zijn broer JAN DE LICHTE met aanwijzing met scheidsmannen om te bemiddelen.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 126, en A.A.B. Deel 28, blz. 25-26.
 
26 mei 1428.
Uitspraak in een geschil tussen AECHTE VAN KETS, de vrouw van ANDRIES VAN STEELANT, en haar zoon LAUREYS SPERNAGEL.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 125v° en A.A.B. Deel 28, blz. 26-27.
 
8 juni 1428.
Ontvangstbewijs van WYNANT VAN GHELE voor GHEERDE VLESSENTOP, wisselere, van 2.000 gulden.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 125v° en A.A.B. Deel 28, blz. 27.
 
25 juni 1428.
Geschil tussen LAUWEREYSE NEETENsone en zijn vrouw ZOETEN, JAN GODEVAERTSSOENSdochtere. Er worden scheidsmannen benoemd.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 126 en A.A.B. Deel 28, blz. 28.
 
28 juni 1428.
Bekrachtiging van een “coemanscap” door JAN AERT ZOETS en zijn zoon JAN gemaakt met JAN tSERHENGELS, ten voordele van MARGRIETEN AERT ZOETS.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 125v° en A.A.B. Deel 28, blz. 30.
 
8 juli 1428.
Een “geleyde” voor HERMAN VAN VEEST, JANNE DE HAZE en HEYNRIKE VAN DEN BERGEN, cooplieden uten lande van Ghelre, om binnen de stad van Antwerpen te handelen.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 126 en A.A.B. Deel 28, blz. 31.
 
17 juli 1428.
Borgtocht te stellen door JAN VOSSART, van der Muyden, aan JAN WOLFAERTSzone.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 126 en A.A.B. Deel 28, blz. 31.
 
23 juli 1428.
MARGRIETE, vrouw van WOUTER, van Heerle, “hoe dat zy beticht was van JANNE DE VOS ende zynen vrienden, dat zy raed gegeven hadde GIELYSE RAES, haeren swager was, dat hy den dootslach doen soude aen JANNE DE VOS, des voirs. JANS VOS vader, van welken zaken zy onsculdich was; maer hadde syt geweten dat hy den dootslach gedaen soude hebben, zy soude JANNE DE VOS gewaersschout hebben”.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 126v° en A.A.B. Deel 28, blz. 32. 
 
30 juli 1428.
Afwijzing van het rechtgeding door de Schout der stad HENRICKE TAYEN aangespannen tegen zekere personen van Woestwesele, als JANNE VAN ZANTVLIET, LAUREYSE VAN ZANTVLIETE, JANNE VAN DEN BROECKE, MATHYSE VAN DER HEERSTRATEN, JANNE DEN CLERC en JANNE NOETMAN, allen poorteren van Antwerpen.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 133v° en A.A.B. Deel 28, blz. 33.
 
12 augustus 1428.
Uitspraak over de verzoening tussen ANTHONIS VAN DEN MORTERE en JAN EVERDY, den Jongen.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 126v° en A.A.B. Deel 28, blz. 34.
 
17 augustus 1428.
Zoen uitgesproken tussen SYMOEN LOEP, COELKEN VAN DER DILF en VRANCKEN JANSsone in den Conynsberch, aan de ene zijde, en CORNELYS DE HERDE, GIELIS VALOYS en CLAUS ARTSsone, aan de andere zijde. Laatstgenoemden moeten een pelgrimage doen “ten Heyligen Drye Coningen te Colen” en “doen eenen wech tSent-Joes” en binnen een bepaalde tijd geven Onser Vrouwenkerk: 6 pond was, Sente-Jacobs capelle: 6 pond was, Onser Vrouwen voer de Halle: 3 pond was en Onser Vrouwe opte Verwersbrugghe: 3 pond was.
Bron: Oudt Register, mette Berderen, 1336-1439, fol. 127 en A.A.B. Deel 28, blz. 37.
 
Zelfde datum.
PETER VAN HOBOKEN, alias VAN HALMALE ontheft zijn vrouw van de gift door haar, buiten zijn medeweten, aan JANNE ALLEYN, den bastaert, gedaan.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 130 en A.A.B. Deel 28, blz. 38.
 
21 augustus 1428.
SYMOEN CLAUSSOEN, de wisselaere, heeft een bedrag ontvangen van JAN DEN MEYERE, Scepene tAntwerpen, ten behoeve van JACOBS VAN STELANT en zijn vrouw in presentie van JAN STEVENS en LAMBRECHTS VAN ZONNE, als Scepenen. JAN DERNAEST, ook wisselaer, idem.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 127v° en A.A.B. Deel 28, blz. 40.
 
Zelfde datum.
LYSBETH, GHEERT HUYGHESOENSdochter, weduwe van wijlen WOUTERS VAN LOVENE, geeft WOUTEREN BRAEM, haar neef, bepaalde volmachten i.v.m. haar zoon, WOUTERE VAN LOVENE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 128 en A.A.B. Deel 28, blz. 40-42.
 
26 augustus 1428.
De erfgenamen van wijlen HEINRIX VAN LINTH zijnde, MATTHYS, CLAUS en WOUTERE VAN LINTH, namens meerdere erfgenamen, treffen een regeling met WILLEM VAN HOLTEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 129 en A.A.B. Deel 28, blz. 42-43.
 
9 september 1428.
Uitspraak in een geschil tussen JANNE WOEMLEEGHEMS, in naam van hemzelf en de kinderen van WOUTER VAN DER ELST ter ene zijde, en GOLYN STEENBERCH en zijn vrouw KATHELYNEN, WILLEMSdochter, des olyslagers, aan de andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 129 en A.A.B. Deel 28, blz. 43-45.
 
29 september 1428.
Uitspraak in een geschil tussen GIELIS SNACKE, doude, en JAN DULLE, de jonge, met LYSBETH, zijn dochter.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 129v° en A.A.B. Deel 28, blz. 45, 46.
 
7 oktober 1428.
Vonnis in een geschil tussen Jouffrouwen sHERTOGEN en ADRIANE MICHIELSsone over de huur van het huis “Valkenborch”, welke ADRIANE gehuurd had van GIELYSE DEN HERTOGE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 130 en A.A.B. Deel 28, blz. 46.
 
8 oktober 1428.
Getuigenis van Hr. JAN MUSSCHE, prochiaen te Vorschote, en JAN BRUGMAN over de verkoop van een korenrent door HEINRIC VAN DER BEKE aan JANNE DEN MOELNERE, die men heet JAN ROMBOUTS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 130 en A.A.B. Deel 28, blz. 47.
 
9 oktober 1428.
PETER STERCKE, wonende te Hoboken, “van rechter armoeden leven moete der provenden van den Heyligen Gheeste van Hoboken”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 131 en A.A.B. Deel 28, blz. 47.
 
12 oktober 1428.
JAN, WILLEM en MARGARETA DANIJS dragen een huis over aan PETER JANSsoene.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
15 oktober 1428.
Zoenvrede gemaakt tussen WILLEM COLIBRANT, den jongen, en CLAUSE GIELIS. WILLEM moet een pelgrimmage doen naar “ten Heyligen Bloede te Wilsnac” en geven, aan Onser-Vrouwen(kerk) voor de Halle, 4 pond was.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 130 en A.A.B. Deel 28, blz. 50.
 
16 oktober 1428.
Vonnis gewezen in een geschil tussen JAN WARRE en GODEVAERDE VAN PEELT. Ook betrokken bij deze zaak: PETER WARRE en DIERIC VAN DEN BROEKE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 131 en A.A.B. Deel 28, blz. 50.
 
Zelfde datum.
JAN en ANSEM CLERCX verkopen aan CATHARINA en MARGARETA COELPUTS een erfelijke rente op een huis met grond reeds gehypothekeerd door JAN en ELISABETH COYTS.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
27 oktober 1428.
Uitspraak in een geschil tussen GODEVERDE VAN DER LINDEN en WOUTEREN AELBRECHTS VAN DEN DRIESSCHE betreffende een korenrent die, Mr. JAN BLANCKAERT heft op de goederen, die ALYT en MARGRIETE VAN WESTERHOVEN, achtergelaten hebben.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 131, 136 en A.A.B. Deel 28, blz. 51.
 
3 november 1428.
Volmachtgeving van LYSBETH VAN OST en haar man PETEREN BOLLEKENS met de kinderen JAN en KERSTINE BOLLEKENS aan BOUDENE CORTPAPEN, haar zwager.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 133 en A.A.B. Deel 28, blz. 53, 54.
 
5 november 1428.
Uitspraak in een geschil tussen MARIEN sBEREN met haar echtgenoot BOUDENE, sone WOUTER BOUDENS, en JANNE SELLEKENS, haar zoon, met LYSBETTEN, wettige dochter JANS VAN DEN EYNDE over o.a. het testament van SYMOEN VAN VOSHOLE, zijn stiefvader wijlen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 131v° en A.A.B. Deel 28, blz. 54, 55.   
 
Zelfde datum.
Een aantal poorters van Herentals komt te Antwerpen getuigen, dat hun rechten als poorter, geschonden worden door de stad Geel.
Zij die getuigden:
GODEVAERT PYNAERT, oudt synde omtrent LXXXII jaer oft meer.
HEINRIC VAN DEN BEEMDE, oudt synde LXXV jaer.
JAN VAN OVERDEVECHT, die men heet de Meester, oudt synde LXXII jaer.
GIELIS VAN LEEMERSVELT, oudt synde omtrent LXXX jaer.
WOUTERE DE PORTERE, oudt synde omtrent LXXX jaer.
GODEVAERT VAN DEN VENNE, oudt synde omtrent LXXX jaer.
JAN MEDONC, oudt synde omtrent LXXII jaer.
Mr. MICHIEL, der stad gesworen clerc van Herentals.
JAN PELGRYM, oudt synde omtrent LIIII jaer.
HEINRIC ADAEMS, oudt synde omtrent L jaer.
HEINRIC VAN WECHELE, der stad geswoeren knape van Herenthals, oudt synde XLVIII jaer.
HEINRIC VLOEGHE, oudt synde LXIII jaer.
OTTE WIERIX.
EVERAERD PRUYSEN.
HEINRIC BOX.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 182, 182v°, 183 en A.A.B. Deel 28, blz. 56-59.
 
6 november 1428.
Schuldverklaring dd. 5 augustus 1411 van ROGIER VILAIN aan Jouffrouwe sKONINCX.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 131v° en A.A.B. Deel 28, blz. 59, 60.
 
8 november 1428.
Uitspraak in een geschil tussen MARIEN ALYTEN, weduwe van wijlen JAN LEMMENS VAN DEN VELDE, en haar kinderen aan de ene zijde, en CLAUS HEIN GRIETEN, aan de andere zijde, over grond gelegen te Merxplas tussen JANS VAN AKEN erve en WILLEM LOENHOUTS erve.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 131v°, 132 en A.A.B. Deel 28, blz. 60, 61.
 
21 november 1428.
Brief van de Wethouders van Halsteren over het door hun gewezen vonnis tussen HENRIC, die bastart van Halsteren, en CLAYS DE WALE en zijn vrouw, de dochter van HENRIC.
Gezegelt door JOES HEYMAN en JAN MICHIELSSOEN als Scepenen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 133 en A.A.B. Deel 28, blz. 63.
 
14 december 1428.
Geschil tussen KATLINE BOLCMANS en MARGRIETE SNOY, haar nicht.
Benoemde “goede mannen”: JANNE LOYS, DANYS DEN SCHERMERE, WILLEM SNOYEN en CLAUSE DEN BEERE. Verder worden genoemd: JAN MANNAERT, de zoon van KATLINE en JAN GROOTHERE, de echtgenoot van MARGRIETE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 132v° en A.A.B. Deel 28, blz. 64.
 
28 december 1428.
JACOPPE VAN DER VOERT komt ten stadhuize zweren dat hij onschuldig is aan de dood van JANNE EVERDEY.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 133v° en A.A.B. Deel 28, blz. 65.
 
- 1429 -
 
PETRUS BEVERSLUYS = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN DER ELST = Binnenburgemeester.
 
In dit jaar tijdens de Sinksenmarkt werd de Duitse koopman HERMAN BROCH, van Soillingen, doodgeslagen door GOZEWIJN of GOESEM VAN SON en DIRK VAN RODE. De poorters JAN DE ROIDE en CLAUS COLENsone regelen een zoen. GOZEWIJN was intussen al op bedevaart gegaan naar Rome. Twee poorters, HENDRIK VAN DER BEKE en JAN DEELIS VAN BREUGEL, hadden hem daar gezien of waren met hem meegereisd.
Bron: Antwerpiensia, Deel 11, blz. 55, 56.
 
18 januari 1429.
Besluit over het beheer van de goederen van de minderjarige MERCELISE, GIELIS MERCELIS sone.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 134 en A.A.B. Deel 28, blz. 67.   
 
28 januari 1429.
Oorvrede: “soe swoer openbaerlic ten Heyligen JAN SPRANGERE, die men heet DE CLERC, dat hy nemmermeer, te gheenen daghen, by hem oft by yemende anders, in wat vueghen dat were, misdoen en zoude noch laten of doen misdoen, in woerden oft in werken, WILLEME VAN OPSTAL, meyer van Merxblas nu ter tyt des godshuys van Sinte-Michiels bynnen Antwerpen, aen syn lyf oft aen syn goid”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 135 en A.A.B. Deel 28, blz. 70, 71.
 
17 februari 1429.
Regeling, op langstlevende, tussen de echtelieden LAUREYS DE LICHTE, die men heet LAUREYS de Wisselere, en zijn vrouw LYSBETH WILMAERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 135 en A.A.B. Deel 28, blz. 71, 72.
 
2 maart 1429.
Betaling van “issue-rechten”: “so verassoude JAN VAN DER BREMPT, poirtere van Mechelen, van allen alsulken goeden als Jouffrouwen AECHTEN, zynen wive, verstorven waeren van der doet LAUWEREYS LICHTEN, ende dat begheerde hy geregistret te hebbene, tot eenrer ewiger gedenckenissen”. (Bij deze, red. FONDS PLAISIER). 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 134v° en A.A.B. Deel 28, blz. 73.
 
19 maart 1429.
JAN VAN VLINKENBORCH, JANSsone, van Eekeren, heeft een erfelijke rente verkocht aan PETEREN VAN EYKENBERGE op een huis dat vroeger was van GIELYS ALOUTS en gelegen is op de Coudenberch tussen JACOPS sVLEESHOUWERS en JAN sWILDEN erve.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 136 en A.A.B. Deel 28, blz. 75, 76.
 
21 maart 1429.
HERMAN SANDERS, van Oerderen, belooft betaling van achterstallige cijnzen aan de Abt van Sint-Michiels.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 135v° en A.A.B. Deel 28, blz. 76, 77.
 
26 april 1429.
Vaststelling van de muntwaarde voor betaling van een erfrente tussen PETER SMIT, die men heet PETER “in Hemelrike” en PETER VAN DRIEMILEN of DRYEMILEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 136 en A.A.B. Deel 28, blz. 80.
 
6 mei 1429.
In bijzijn van KEMERLINGE, van stadswege, LAUREYSE MEERSELMAN, Deken van den hudevetters en JANNE WILLEMS, hudevetter, is een “Soen” gemaakt tussen JANNE WILLEMSsone en WILLEME STEVENS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 136 en A.A.B. Deel 28, blz. 80, 81.
 
3 juni 1429.
Uitspraak in een geschil tussen ULRICH VAN SCOTSHEYM en DIEDERICH VAN ANDELA, poirteren van Sleisstad, aan de ene zijde, en JACOP VAN STEELANT, aan de andere zijde, over handelszaken.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 139 en A.A.B. Deel 28, blz.81, 82.
 
13 juli 1429.
Besluit betreffende de aankoop van een korenrente van PETER SMEEKEN bezet op goederen gelegen te Boom.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 136v° en A.A.B. Deel 28, blz. 85.
 
18 juli 1429.
Verzoening tussen WILLEM en JAN VAN WEZELE, die men heet VAN SOMPEKEN, aan de ene zijde, en JAN VAN AMMICHOVEN met PETER REYNERS, aan de andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 137, 137v°, 201v° en A.A.B. Deel 28, blz. 86, 87, 188, 373-375.  
 
?? juli 1429.
Scheiding tussen JAN VAN OEKELE, smit, en LYSBET VAN DEN DAPELE, zijn vrouw, “van mallicanderen voere notarise ende getuygen verscheyden, mids sy hen onderlinge niet overdragen en conden”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 137v° en A.A.B. Deel 28, blz. 87.
 
5 augustus 1429.
Aanwijzing van een erfrente van JAN DE MOER, doude, aan zijn zoon JANNE, op een huis, staande in de Corte Nieustrate, gelegen tussen WILLEM DANYS huis en CLAUS HERDEN zijn huis.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 137v° en A.A.B. Deel 28, blz. 88.
 
20 augustus 1429.
VRANCK VAN HALEN, ANDRIESzone, CORNELIS HERMANSzone, HEINRIC en JAN DE BOEL blijven borg voor PETER DE BOEL, die nu in de gevangenis zit op verzoek van HEYNRIC DE KEMPE, omdat hy “zoenbrakich ende vrebrakich waere geworden” tegen PETEREN DEN KEMPE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 138 en A.A.B. Deel 28, blz. 88-90.
 
22 augustus 1429.
Handelt over een erfrente van JAN VAN HACKENDONC aan BOSSCHAERDE VOSSAERTsone.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 138 en A.A.B. Deel 28, blz. 90.
 
28 september 1429.
Uitspraak in een geschil tussen CLAUS VAN DEN SCHOERE en JAN VAN DEN SCHOERE, zijn neef.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 140 en A.A.B. Deel 28, blz. 94, 95.
 
3 oktober 1429.
HYNRIC VAN MALLE, scipman, was gevangen door Heere VAN BUEREN en was voor een borgsom vrijgekomen. Borgen waren WILLEM en PETER VAN MALLE met JAN MAGER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 139v° en A.A.B Deel 28, blz. 95, 96.
 
7 oktober 1429.
DIERIC AERTSOEN en zijn broeder waren geld schuldig aan GHEERT VAN WAMEL, van NYEMMEGEN. Zij moeten dit geld nu geven aan HEYNRIC VAN MALLE, scipman.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 139v° en A.A.B. Deel 28, blz. 96.
 
8 oktober 1429.
Verklaring van LYSBETH VAN SPRUNDELE, weduwe van wijlen JAN TIELKENS, over de verkoop van een erfrente. Genoemd worden verder Hr. AERDE VAN BEERSE, prochiaen van Wommelgheem, en JACOB DEN MEESTER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 140 en A.A.B. Deel 28, blz. 96, 97.
 
12 oktober 1429.
Uitspraak in een geschil tussen GHEERT FAES, aan de ene zijde, en GOETSCALC JACOBSSOEN, GOEDEVAERT VAN DER LINDEN en SITTER SITTERZOEN, ten andere zijde. Scheidsmannen zijn: CLAUS ALLEYN, CLAUS VAN DER ELST en PETER REYNAERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 140v° en A.A.B. Deel 28, bl. 97, 98.
 
25 oktober 1429.
Geding tussen PETER DE MOLENERE en BETRUYS BOELS verwezen naar de rechtbank van Westmalle.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 140v° en A.A.B. Deel 28, blz. 100.
 
12 november 1429.
Bevestiging van twee schepenbrieven van JAN VAN MORICHHOVEN en WOUTER GULDEVOET, de Jonge, van 26 februari 1404 en 9 november 1413 betreffende goederen gelegen te Schilde. Ook genoemd ANDRIESE GULDEVOET, zijn broeder.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 141 en A.A.B. Deel 28, blz. 101-103.
 
28 november 1429.
Uitspraak in een geschil tussen ANDRIES DE MEYERE met LYSBETTEN ALOUTS, GIELYSdochter, zijn huisvrouw, en de Vleeschhouwers. Zijn vrouw wil een plaats aan de vleesbank omdat zij die dan overneemt van wijlen haar vader. Dit kan niet omdat deze plaats alleen overerfbaar is voor mannen. Minderjarige zonen kunnen deze plaats laten bezetten door een knecht, totdat zijzelf meerderjarig zijn.  
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 142 en A.A.B. Deel 28, blz. 104, 105.
 
29 november 1429.
Voorwaarden van overgave van de “roede van den heringe in de corvers”door WILLEM LIBAERT aan JANNE VAN DEN LAERE, viscopere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 139 en A.A.B. Deel 28, blz. 105, 106.
 
19 december 1429.
JAN DE WEENT, van Meer, verzoent zich met JAN YDEN, “die tanderen tiden geslagen heeft syn wyf”. JAN heeft zijn straf-pelgrimage naar Wilsnacke met goed gevolg volbracht.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 142 en A.A.B. Deel 28, blz. 106, 107.
 
Zelfde datum.
JAN BILLE, JAN CLERC en WILLEM TEKEL, Engelse kooplieden, beloven de stad niet te verlaten, voor de uitspraak in het geding tussen hen en JAN DE WISE. Borg voor hen is GHEERT NYEWELANT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 143 en A.A.B. Deel 28, blz. 107, 108.
 
29 december 1429.
Uitspraak in een geschil tussen WOUTER BORCHMANS en zijn vrouw ter ene zijde, en JACOB VAN AKEN en zijn vrouw MARGRIETE BORCHMANS, WOUTERSdochter, ter andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 144 en A.A.B. Deel 28, blz. 108, 109.
 
- 1430 -
 
JACOBUS STEENLANT = Buitenburgemeester.
NICOLAUS VAN DER ELST = Binenburgemeester.
 
In dit jaar begint men aan de zuidertoren van de Kathedraal onder leiding van Mr. PIETER APPELMANS. Er zijn nog vier steenhouders bezig, JAN VAN UDEGHEM, HENRIC DE CONINC, GODEVAERT VAN DEN EYNDE en JACOB VAN LOE.
Bron: Antwerpiensia, Deel 9, Blz. 119.
 
5 januari 1430.
Uitspraak in het geschil over de nalatenschap van JAN VYNCKAERT tussen erfgenamen MERCELYS CLAUSSOEN en WOUTER AELBRECHTS, ter ene zijde, en de momboiren van zijn dochter, HEYNRYC SEGERS en CLAUS GIELYS, ter andere zijde. 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 145v° en A.A.B. Deel 28, blz. 110.
 
7 januari 1430.
Bevestiging van de koopovereenkomst tussen JAN ZYMAER en PARYDAEN DAEN van het huis “den Moerboom”, staande in de Hoogstraat.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 142v° en A.A.B. Deel 28, blz. 111, 112.
 
14 januari 1430.
Uitspraak in een geschil tussen JAN LAMBRECHTSzoon, nu eigenaar van het huis van WOUTER DIERIXzoon, en JAN DE PAPE, over afwateringsproblemen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 143 en A.A.B. Deel 28, blz. 113, 114.
 
16 januari 1430.
Regeling m.b.t. de nalatenschap van JAN VALX, brouwer. CLAUS VAN DALE heeft nog een vordering uitstaan aan de weduwe KATLINEN en de zoon VRANCK VALX.
De scheidsmannen: CLAUS VAN DER ELS, JAN VAN DEN HOUTE, PETER VAN HOEBOKEN en CLAUS COLENsone, doen uitspraak.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 143v°, 144 en A.A.B. Deel 28, blz. 115-117.
 
30 januari 1430.
De kinderen van PETER DIERIX hebben goederen verkocht aan JAN VAN DEN ZACKE, van Hoogstraten. Aangezien de koop buiten de stad is gedaan kan PIETER geen recht verkrijgen van de stad.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 145 en A.A.B. Deel 28, blz. 118.
 
4 februari 1430.
“Soene” over de doodslag op PETER AERNOUTzone, begaan door CENT NAGELER, van der Sluys. Betrokken bij deze “soen”, de broers JAN, HERMAN en AERNOUT AERNOUTzonen. CENT NAGELER moet een pelgrimage doen naar “tSente-Jacobs in Compostelle” en geld geven. Getuigen zijn: JAN COLE en CLAUS CRISTOFFELS, poorters van Antwerpen.   
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 145 en A.A.B. Deel 28, blz. 118, 119.
 
13 februari 1430.
Scheiding tussen JAN VAN LINTH, CLAUSzone, en KATLINEN VAN DEN LAERE, JANSdochter, zijn vrouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 146v° en A.A.B. Deel 28, blz. 120, 121.
 
Zelfde datum.
JAN VAN HUYKELSBERGE draagt een huis over aan GODEVAARS LAUWEREYS, belast ten bate van CLEMENS DEN GHEYTERE.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
18 februari 1430.
Aanduiding belastingen die JAN PELGERYMS moet betalen voor de goederen gelegen te Herenthout.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 145v° en A.A.B. Deel 28, blz. 121, 122.
 
25 februari 1430.
Regeling van een geschil tussen CLAUS BOUWENSsone en JOES MOENAERT. Ook wordt genoemd: JAN VAN DER HEIDEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 142 en A.A.B. Deel 28, blz. 122.
 
1 maart 1430.
Omdat JANNES LUYS, “meestere ende guverneerdere van den gasthuyse by Sinte-Janspoirte, nu tertyt te huwelike getogen is, daeromme tvoirs. gasthuys niet langere regeren en mochte”. Nieuwe vervanger is Hr. JAN SCHATS, priester.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 157 en A.A.B. Deel 28, blz. 123.
 
3 maart 1430.
Uitspraak in een geschil tussen GOEDEVAERT en PEERTSE (PERCEVAAL) VAN DEN HOUTE, JANSzonen en LYSBETH VAN KUYCT, weduwe van wijlen JAN VAN DEN HOUTE, over diens nalatenschap.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 146 en A.A.B. Deel 28, blz. 123, 124.
 
12 maart 1430.
Uitspraak in een geschil tussen de erfgenamen van wijlen JAN VAN HEYST en de erfgenamen, WILLEM en WOUTER HAZEN, over de geldigheid van een schepenbrief van Herenthals.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 148 en A.A.B. Deel 28, blz. 130.
 
13 maart 1430.
Lijftochten door de stad Den Briel verschuldigd aan poorters van Brussel.
Hierna omme volgen de persone die lyftocht hebben op den Bryele ende daerjegen staen in den gedinge te Coelne:
Hr. JAN SCHOERBROET, regelier op Coudenbergen.
Hr. JAN DE MEY ende JAN SCEP.
Brueder HUYBRECHT VAN DER BOCHS, carmelite.
LUYCAS PYPENPOEY.
JAN BOGAERT.
MICHIEL VAN MABEERT ende MARYE BOVELYS, syn wyf.
JAN ende LYSBETH CLAUS.
Joffrouwe MAGRIET VRANX.
LAMBRECHT DE KOSTERE alias MOLENSLAGERE.
Joffrouwe MAGRIETE VAN DEN COUTERE.
Joffrouwe MAGRIETE VAN COELHAM.
INGHELBRECHT ende HEINRIC VAN LYERE.
KATLINE VAN DER BRAKEN ende LYSBETH WOELUWEE, haere dochter.
KATLINE VAN DER BRAKEN ende GOEDELE, haer dochter, nonne.
LYSBET CASTELEYNS.
GELYS LEEDERE.
JAN LEEDER.
GODEVAERT VAN DEN HOVE.
Joffrouwe MAGRIETE VAN HOUTHEM.
HILLE VAN HOUTHEM.
Joffrouwe LYSBETH VAN STOCHEM, voere haer zelven.
MARIE VAN DER STRATEN.
KATLINE DUYFKENS.
HEYLWYCH HOVELMANS.
MAGRIETE STAES.
WILLEM SONKE.
JAN VAN KERREBROEC alias VAN DER LYNDEN ende syn wyf.
Mr. JAN VAN CALMPTHOUT.
JOHANNES DE COSTERE alias MOLENSLAGERE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 152 en A.A.B. Deel 28, blz. 133.
 
17 maart 1430.
Uitspraak in een geschil tussen WILLEM KUYCT, aan de ene zijde, en MARIE HEYNRIX, THONYSdochter, aan de andere zijde. Als bewindvoerders worden aangesteld de neven van MARIE: WOUTER VAN DEN KAERSCHOTE en JAN HOUTERMAN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 147 en A.A.B. Deel 28, blz. 134, 135.
 
20 maart 1430.
JAN RAET, woenende tot Ranst, omme syn recht te vorderen op alsulke calengieringe als hy gedaen hadde op zekere guede ende erve, geheten tgoet “te Loep”, gelegen bynnen tsGrevenwezele, twelke GOEDEVERT VAN DEN HOUTE terve genomen jegens AERT DER KINDEREN, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 147v° en A.A.B. Deel 28, blz. 136.
 
31 maart 1430.
JAN MOENS verkoopt aan WILLEM SCHOYTEN drie kamers.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
27 april 1430.
GISEL COELS, COEL GISELSzone, verklaart dat JAN DER KINDEREN, zijn oom, ten erve had gegeven aan JAN VAN DER SCHUEREN een “beemt”, in Zalbroec tot Oostmalle gelegen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 149 en A.A.B. Deel 28, blz. 137.
 
28 april 1430.
Uitspraak in een geschil tussen CLEMENT DEN GHEYTERE, aan de ene zijde, en MARIE TOLLINCX, zijn vrouw, aan de andere zijde. Scheidsmannen zijn CLAUS VAN WYNEGHEM, KOSTEN VAN KETS, WOUTER VAN DER LYST en CLAUS VAN DEN WERVE. Verder wordt genoemd MARIE GHEYTERS, zijn dochter, “nonne te Sente-Claren by Ghent”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 148v° en A.A.B. Deel 28, blz. 138, 139.  
fol. 156v°, 157 en blz. 177-180.
 
7 mei 1430.
Mr. GIELYS VAN DEN WYNGAERDE en GHEERT NIEULANT staan borg voor AERT BOUTS, wisselaar.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 151 en A.A.B. Deel 28, blz. 140.
 
11 mei 1430.
Getuigenis van JAN YEMAN en ANDRIES JACOBSSOEN over een twist tussen CLAUS, de bastaard van Brabant, en JAN VAN UWERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 149 en A.A.B. Deel 28, blz. 141.
 
Zelfde datum.
Uitspraak in een geschil tussen de momboiren van wijlen PETER CLAUS kinderen en LYSBETTEN SMEETS, weduwe van wijlen PETER CLAUS, over een huis van PETER VAN DEN STEENE, wijlen, de voorgaande man van LYSBETTEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 149 en A.A.B. Deel 28, blz. 141, 142.
 
15 mei 1430.
Belofte van betaling van een lijftochtrente door HEYN MAES. Verder worden genoemd: wijlen CLAUS VAN EEMEREN, JAN PAUWELS en FLORYS COLIBRANT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 151 en A.A.B. Deel 28, blz. 143.
 
6 juni 1430.
PETER NOUTzone is niet aansprakelijk voor het rijden op een paard van JANNE, den hantscoenmakere, omdat “JANS dochter voirs. PETER paert dede riden”.
Borg: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 153 en A.A.B. Deel 28, blz. 155.
 
23 juni 1430.
PETER DE GRAVE, backere, geeft aan zijn zoon JAN DE GRAVE, bontwerkere, een rente op een huis toebehorende aan GHEERT PIPI, oudenschoemakere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 153v° en A.A.B. Deel 28, blz. 156.
 
30 juni 1430.
CLAUS DE HERDE heeft een rente gegeven aan GHYSEL BOEDE op een huis te Wilrijk.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 152v° en A.A.B. Deel 28, blz. 157.
 
Zelfde datum.
De voogden der kinderen van JAN VAN WESELE dragen een huis met grond over aan ADAM CORLOY en zijn vrouw MARGARETA DE RIDDER.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
21 juli 1430.
Vonnis in een geschil tussen MAGRIETE SPAENS, JOES SPAENS wyf en MATHEUS en CLAUS VAN DEN BROUKE, syne sone.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 154 en A.A.B. Deel 28, blz. 161.
 
19 augustus 1430.
MERCELIS JANSzone eist zijn aandeel in de zoenpenningen betaald voor een manslag gepleegd door JACOB WALEN. De zoenpenningen zijn onder beheer van WYNRIC VAN GHEEL, wisselaar.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 154 en A.A.B. Deel 28, blz. 162, 163.
 
21 augustus 1430.
Verklaring van PETER en JAN BLOXSCHOENMAKER over een lijftochtrent verschuldigd door de stad Steenbergen. Verder wordt genoemd: JACOB VAN DER HOEVEN, priester en monnik “ten Augustinen tot Mechelen” en JAN DE PAPE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 154v° en A.A.B. Deel 28, blz. 163.
 
22 augustus 1430.
Uitspraak in een geschil tussen JAN VAN DEN LEEMPUTTE met zijn kinderen en BEATRUYS BOELS, over het eigendom van “den Mashof” gelegen te Zoersel, dat  destijds gekocht is door WOUTER VAN DEN NYEWENHUYSE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 155 en A.A.B. Deel 28, blz. 164.
 
30 augustus 1430.
Bevestiging m.b.t. de eigendomsrechten van JAN DE CLERC, van Borchvliete (voormalig zelfstandig dorp, thans een stadswijk van Bergen op Zoom, Red.), op een stuk grond, gekocht van MICHIEL JACOPSsone, van Bergen opten Zoom.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 154v° en A.A.B. Deel 28, blz. 164, 165.
 
1 september 1430.
Uitspraak in een geschil tussen GOESEM VAN HACHT en GHEERT VAN USEN over goederen gelegen te Zelle, welke GHEERT, destijds, gekocht had van JAN en HEYNRIC VAN HACHT, van Brugghe.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 154v° en A.A.B. Deel 28, blz. 165, 166.
 
16 september 1430.
… verborchden JAN DE MEYERE ende AERT VAN DEN VEKENE alsulken wissel als PETER VAN DER KELEN, MICHIELS sone, tAntwerpen houden sal, met hen ende haeren goide, &c. Dairaf gheloifden weder de voirs. PETER HEINRIC VAN DER KELEN, syn broeder, ende Joffrouwe KATLINE HOUTACKERS, syn wyf, den voirs. JANNE DE MEYERE ende AERDE scadeloes te ontheffene ende te quitene, ende elc een voere al, ende PETER gheloifde weder sinen broeder ende suster voert scadeloes te quitene.
Present CLAUSE VAN DER ELST, Burgermeestere ende Scepene, ende PETER DE BLOCSCOEMAKERE, als Scepene.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 155 en A.A.B. Deel 28, blz. 166.
 
19 september 1430.
Zoen over een manslag gepleegd op HERMAN BROCH door GOISWYN VAN ZONNE en DIERICKE VAN ROIDE.
Geschreven in een mengelmoes van Duits en Nederlands:
Genoemd worden verder: TIELE BROCH ind TIELE soene, elige kindere, HEINE op deme STEYNFELDE, alle sementlich wonechtich in deme ampte zo Soillingen. GERART BROCH, KARLL, GERART, CIRSTIAEN ind JOERYS, desselven GERART BROCH elige kindere, alle burgere zo Coelne. LODEWYCH BROCH, burger zo Broessel. De daders moesten op pelgrimage naar Rome; HEINRIC VAN DER BEKE, “onse ingeboren poirtere, sach ende sprac (hen) vleeschlic te Roeme. JANNES DEELIS VAN BRUEGEL bevestigt dit.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 157v°, 158, 158v° en A.A.B. Deel 28, blz. 167-170.
 
25 september 1430.
Uitspraak in een geschil tussen WOLFAERD VAN MAELSTEDEN en de kinderen van WILLEN VAN DEN BERGHE. Verder worden genoemd: JAN VAN AMICHHOVEN, GIELYS VAN DEN BERGHE, als oom, HENRIKE VAN DEN BORCHHOVE en AERNDE VAN GHELDENAKEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 155 en A.A.B. Deel 28, blz. 170, 171.
 
28 september 1430.
Uitspraak in een geschil tussen broeder PETER GHEERTSzone, “confessoer van den Regularissen bynnen Delft” en GOBBE GOEDEVERTSzone, die men heet GOBBELINC, over geld van GOBBE zijn zuster, die in dit klooster woonachtig is.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 155v° en A.A.B. Deel 28, blz. 171,172.
 
?? oktober 1430.
Ridder JAN VAN DER BRUGGEN, Heer van Blaersvelt, aangesteld als Schout van Antwerpen als vervanger van AARD VAN PEDE.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 38.
 
10 oktober 1430.
Vergiffenis voor manslag verleend door de Hertog, n.a.v. zijn Blijde Inkomst, aan WILLEM BOLLAERT, wullewevere, gedaan op JAN LIEVINS, metsere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 233v° en A.A.B. Deel 28, blz. 173.
 
12 oktober 1430.
JAN CANIS of CANYS wordt beschuldigd van een doodslag, gedaan in Engeland, op JAN RUTINC.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 155v° en A.A.B. Deel 28, blz. 175.
 
18 oktober 1430.
Besluit in een geschil tussen WILLEM SCREVEL, van Brugge, ter ene zijde, en WILLEM VAN NEDERBROEC en JAN KEMP, aan de andere zijde, over de afvoer van hemelwater.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 162v°, 163, 163v°, 164 en A.A.B. Deel 28, blz. 175-177.
 
21 oktober 1430.
Oorvrede gezworen door BRANDEKEN, die men heet de KRUMMERE, aan GOMMAERE VAN DER VUEREN en zijn vrouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 157v° en A.A.B. Deel 28, blz. 180.
 
30 oktober 1430.
Voorwaarden van de echtscheiding tussen, HEINRIC VAN VELTHAM en Joffrouwe LYSBETH VAN DER HEERGRACHT, zijn wettige echtgenote.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 160. en A.A.B. Deel 28, blz. 182, 182.
 
5 november 1430.
SYMOEN DE BRUYNE, CLAUSzone, de wisselaere, verklaart dat WOUTER PYPONPOY geld aan hem heeft gegeven voor WILLEM PIPERNEELS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 156 en A.A.B. Deel 28, blz. 182.
 
6 november 1430.
Verklaring van JAN VAN COUDENHOVEN over een korenrent te Merxem. Betrokkenen: JAN MAES en MARGRIET LAUREYS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 156 en A.A.B. Deel 28, blz. 183.
 
Zelfde datum.
Mr. GIELYS VAN DEN WYNGAERDE, Secretaris, wordt ontslagen van borgtocht voor AERNDE BOUTS, wisselare tAntwerpen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 156v° en A.A.B. Deel 28, blz. 183.
 
10 november 1430.
Wederroeping van een volmacht gegeven door SEGHER VAN DER HAREN aan zijn vrouw, Jonkvrouw LYSBETH VAN KUYCT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 157v° en A.A.B. Deel 28, blz. 184.
 
Zelfde datum.
Problemen tussen JACOP MERTENS, geh. met MARGRIET VAN DEN KERSSCHOTE, en LYSBET BASTYNS, de natuurlijke dochter van MARGRIET MERTENS, en stiefdochter van JACOP.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 169v° en A.A.B. Deel 28, blz. 185, 186.
 
27 november 1430.
Besluit tot regeling van een geschil tussen WILLEM en JAN VAN SOMPEKEN, gebroeders, ter ene, en JAN VAN AEMMECHOVEN en PETER REYNEERS, ter andere zijde. 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 159 en A.A.B. Deel 28, blz. 188-190.
 
7 december 1430.
Uitspraak in een geschil tussen KATLINEN VAN OVERHOF, weduwe van wijlen WILLEM VAN NEDERVENNE, aan de ene zijde, en de voogden van haar kinderen, aan de andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 159v° en A.A.B. Deel 28, blz. 190, 191.
 
18 december 1430.
Eedaflegging van PETER VAN DER KELEN, “der stadt gezwoeren wisselere”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 159v° en A.A.B. Deel 28, blz. 193.
 
21 december 1430.
“JAN VAN URSEL de jonge, te kennen gevende, dat hem syn knecht, dien hy sinen zegel te houden gegeven hadde, wt synre mouwen verloes denzelven sinen zeghel.”
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 160v° en A.A.B. Deel 28, blz. 196.
 
29 december 1430.
Uitspraak van JAN DE ROEDE als scheidsman in een geschil tussen JAN DE MOELNERE en WILLEM VAN DEN BROEKE, ter ene, en AECHTEN, weduwe van PETER LUYTENS, thans vrouw van eerstgenoemde, ter andere zijde. Ook genoemd wordt DANCKAERT DE MOELNERE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 162, 162v° en A.A.B. Deel 28, 196-199.
 
 
- 1431 -
 
JOANNES DE MEYER = Buitenburgemeester.
NICOLAUS ALEIJN = Binnenburgemeester.
 
4 januari 1431.
Midts dat de stad altyt oppermomboir es van allen haerre porteren onverjairden kinderen, opten coep die WILLEM ende MICHIEL MENGER, ghebroederen, ghedaen hadden jegen Jouffrouwen KATLINEN VAN DEN PUTTE, JANS wyf was JAN VAN WEZELE, ende JACOPPE DEN CUPERE, nu ter tyt haren man ende momboir, ende jeghen de mombore van des vors. wilen JANS VAN WEZELE kinderen, daer de vors. Jouffrouwe KATLINE moeder af is, te weten es LAUREYS VOLKAERT den ouden ende WOUTEREN VAN WEZELE, van svaders wegen, WOUTER ende WILLEM VAN KETS, ghebroederen, van der moeder wegen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 164v°, 165 en A.A.B. Deel 28, blz. 199-204.
 
6 januari 1431.
De scheidsmannen CORNELYS VAN DEN BRANDE en AERT VAN RYEN brengen een verzoening tot stand tussen JAN ANCEMSzoon en WILLEM JAN WITTENSzoon.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 164 en A.A.B. Deel 28, blz. 201.
 
10 januari 1431.
Vrijwillige afstand ener vroente, op verzoek der stad, door de “goede liede van Oestmalle” aan GHEERT VLESSENTOP, poorter van Antwerpen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 163 en A.A.B. Deel 28, blz. 202, 203.
 
11 januari 1431.
Scheiding tussen WILLEM BODE en KATLINEN DAENS, zijn vrouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 165v° en A.A.B. Deel 28, blz. 203, 204.
 
12 januari 1431.
“dat de vriende ende mage van JAN DE HONT, hantscoemakere, vercoepen souden mogen, ten hoeghsten ende scoensten dat zy souden connen ende mogen, alle alsulken recht ende ghedeel als denselven JAN DE HONT van KATLINEN VAN MALLE, synre moeder, bleven ende verstorven ware in een leen, dat de vors. KATLINE, syn moeder, ghemeene hadde met MAGRIETE VAN MALLE, haerre zuster, JAN PAUWELS, des hantscoemakers, moeder, ende dat deselve MAGRIETE te leene draeght van WILLEM VAN BERCHEM”, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 165 en A.A.B. Deel 28, blz. 204.
 
13 januari 1431.
ROGIER BRYSTEEN, voor schuld vastgezeten op het Steen, wordt bevrijd door borgstelling van CLAUS VAN WYNEGHEEM.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 163 en A.A.B. Deel 28, blz. 205.
 
Zelfde datum.
Aanstelling van MAGRIETE, weduwe van JAN VAN DER HOOTSMEEREN, als momboere van haar kinderen i.p.v. JAN REYNS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 164 en A.A.B. Deel 28, blz. 205.
 
9 februari 1431.
Scheiding tussen FASE SYMOENSsone, van Berendrecht, en KERSTINEN WITTEN, JANSdochtere, zijn huisvrouw. Er is sprake van een korenrent die JACOP BETTEN, JANsone, schuldig is en waarvoor zijn broer PAUWELS BETTEN, JANsone, borg staat. 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 166v° en A.A.B. Deel 28, blz. 208.
 
16 februari 1431.
KATLINEN, weduwe van wijlen JAN EVERDEYS, des jongen, aan de ene zijde, en JAN EVERDEY, scoemakere, als oudervader, en andere vrienden van haar kinderen, aan de andere zijde, verdelen de nalatenschap. Verder worden genoemd, KATLINEN STOCMANS en haar man FRANCEN SPEC en JAN CLAUS HEYNS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 166 en A.A.B. Deel 28, blz. 208, 209.   
 
Zelfde datum.
Regeling van een twist, wegens achterklap, tussen Mr. GHEERT DE VOS en zijn vrouw, en WILLEM VAN ZISTERT, cleedermaker, en zijn vrouw. De vrouw van WILLEM moet als boetedoening een pelgrimage doen naar tsHertogenbossche en nog schenken, 2 pont was aan Onser Liever Vrouwenkerke, en ook aan Onser Liever Vrouwe “voer de halle”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 166v° en A.A.B. Deel 28, blz. 209, 210.
 
23 februari 1431.
WOUTER VANDER STRATEN en zijn vrouw MARGARETA VANDER VLOET verkopen aan WOUTER RAET en zijn vrouw ELISABETH VANDER VLOET een stuk grond.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
1 maart 1431.
WEDEMAER VAN KUYCK nam ten erve van PETER BOLLEKEN een stuk grond te Hoogstraten.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 166v° en A.A.B. Deel 28, blz. 210.
 
14 maart 1431.
Mr. PETER TIPS, JANsone, “wonachtich is in een huys, gestaen in Coppenhole, daeraf hem deen helft toebehoort, ende dandere helft toebehoert JAN VAN GESTELDONCK, diewelke buyten lants is ende niemandt hem syns onderwinden en wille, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 167 en A.A.B. Deel 28, blz. 212.
 
16 maart 1431.
PETER VAN AERSEL, die men heet van Ghent, heeft (onterechte, Red.) klachten over zijn knecht, JACOP VAN DER BORCH, en over de poorter JAN DE MESMAKERE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 167v° en A.A.B. Deel 28, blz. 215-217. 
 
6 april 1431.
… so geloifde HEINRIC VAN DER ELST, in presentien van COSTENE VAN COELPUTTE ende JANNE VAN RANST, als Scepenen, dat hy DIEDERICKE DEN COENEN noch PETEREN SCHAT nemmermeer moeyen oft aenspreken oft yet eysschen oft thyen en soude, van AERDS DER KINDERE wegen, in presentien van JANNE DRAKEN, stedehoudere des Ammans, ende den vors. Scepenen, den vors. HEINRICKE te tstane wanneer dat hys begheeren soude.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 169 en A.A.B. Deel 28, blz. 229.
 
21 april 1431.
Vonnis in een geschil tussen WILLEM VAN SOMPEKEN en zijn zuster, de echtgenote van WOUTER BAU, over een erfrente op het huis van ADRIAEN BROEDELOES.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 174 en A.A.B. Deel 28, blz. 234, 235.
 
30 mei 1431.
Verzoening tussen de vroeger gescheiden echtgenoten AECHTE VAN CAMPDONCK en CORNELIS VAN DRYMILEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 173 en A.A.B. Deel 28, blz. 237.
 
2 juni 1431.
HEINRIC VAN DEN BOSSCHE swoer aen den Heylegen, ter presentien van Burgermeesteren ende Scepenen, dat hy SYMOEN VAN GULCK nemmermeer en sal misdoen, doen misdoen, noch laten misdoen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 173v° en A.A.B. Deel 28, blz. 238, 239.
 
16 juni 1431.
Brief van de Wethouders van Steenbergen over CLAEYS COLE, van Tuernout en WILLEM BOT, GODEVAERTSsone.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 250 en A.A.B. Deel 28, blz. 240.
 
19 juni 1431.
Regeling nalatenschap van WOUTER JACOBS tussen MARGRIETEN VENS, weduwe van wijlen WOUTER JACOBS, van Beerze, en de natuurlijke kinderen van WOUTER, daer moeder af is MARIE VAN DER ZANT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 173v°, 238v° en A.A.B. Deel 28, blz. 241 en Deel 29, blz. 96-98.
 
26 juni 1431.
PETER BOLLE, CLAUS NORYS, PETER DE CONINC en JAN DAVIDS, allen poorteren van Bergen opten Zoem, getuigen dat omtrent vijf jaar geleden LAUREYS DE COSTERE, een bruidschat aan zijn zoon CLAUS heeft gegeven. Het betrof een stuk moer dat hij zou krijgen op het versterven van zijn moeder MARYEN sWILDEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 174v° en A.A.B. Deel 28, blz. 242.
 
16 juli 1431.
JAN DE WALE ende WILLEM VAN NERENBROUCK, als testamentuers van wilen JAN KEERS wive, 1 testament van JAN WOUTERS wive, COELEN BELAERT ende GOODSCALC VAN DER HUELT, ende protesteerden aldair, dat si van dyen overgeven ghene scade oft prejuditie dragen noch hebben en selen. Sonder argelist.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 175 en A.A.B. Deel 28, blz. 245.
 
18 juli 1431.
… so verkende DANCKART DE MOLENERE, dat hi jeghens WILLEM DRAKEN, JAN DRAECX vader, noyt en cochte twee nobele op eenige goide gelegen bynnen Berchem.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 174v° en A.A.B. Deel 28, blz. 245.
 
23 juli 1431.
Zoen tussen HEINRIC den Jongen en PETER DEN CORTEN, hoymakere. HEINRIC moet een som geld betalen en “doen een pelgrimagie ten Heiligen Bloede ter Wilsenack”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 175 en A.A.B. Deel 28, blz. 245, 246.
 
24 juli 1431.
PETER VAN YPERE (geh. met ELISABETH VANDEN BOGAERDE) verkoopt aan JAN STERKEN en WOUTER VAN RELEGHEM.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
31 juli 1431.
JAN METTENEYE en WILLEM VAN EVERINGEN, in naam van hun vrouwen, WILLEM VAN BERCHEM en zijn broeders, hun zwagers, regelen de nalatenschap van wijlen JAN VAN BERCHEM, hun vader.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 175v° en A.A.B. Deel 28, blz. 247, 248.
 
2 augustus 1431.
GIELYS VAN PULLE, doude, geeft over aan JACOP VAN DEN WYNGAERDE, goeden, gelegen te Wesele, die WILLEM VAN WYNGAERDE, GIELYSsone, destijds gekocht had van JAN VAN BUYSEGHEM.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 175v° en A.A.B. Deel 28, blz. 248.
 
3 augustus 1431.
PETER OEM wordt door BEATRYS SCOUTETEN, de weduwe van wijlen JAN OEM , zijn broer, de toegang in het sterfhuis onthouden.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 175v° en A.A.B. Deel 28, blz. 248, 249.
 
18 augustus 1431.
… van der huweliker voirwerden van JAN DERNAES ende sinen wive, ende alsoe hiernae volght: In den yrsten, so soude JAN hebben erflic een zister rogs ende twee Vlemsche schilde, op zekere erflike goide, die de Joffrouwe VAN YMMERSELE, DANEELS wyf, gaf in haren testamente HEINRIKE VAN DEN HOUTE, vader van des voirs. JAN DURNAES wive, met al den achterstel daerop verloepen. Ende waert alsoe, dat JAN DURNAES daerom dedingen oft dinghen moest, dat zoude zyn ten coste ende laste van JAN VANDEN HOUTE, GODEVAERTSzone  Ende voert soe soude de voirs. JAN VAN DEN HOUTE houden in zinen coste JANNE DERNAES ende LYSBETTEN, sinen wive, twee jaer lanc van eten ende van drincken. Verder nog genoemd ZOETE VAN DEN HOUTE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 175v° en A.A.B. Deel 28, blz. 252.
 
22 augustus 1431.
Pelgrimage van de zoen, door JAN DE CLERCK en ARD JANS naar Rome volbracht, vanwege de manslag die zij pleegden op WOUTER, de kleermaker.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 176 en A.A.B. Deel 28, blz. 253.
 
Zelfde datum.
WOUTER en HEINRIC DE KEYSER, gebroederen, als testamenteurs en executeurs van wijlen WOUTER SCILLEMAN, in naam van zijn kinderen, aan de enen zijde, en HEINRIC VAN DER STRATEN en JAN AERTS, aan de andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 176 en A.A.B. Deel 28, blz. 254, 255.
 
31 augustus 1431.
Verzoening tussen PETER ROEBAERT, van Wilmersdonc, en ADRIANE BLOC, ook wonende aldaar. ADRIAEN moet een som geld betalen en een pelgrimage doen naar “tSinte-Eewouts in Elsaten”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 175v° en A.A.B. Deel 28, blz. 257.
 
4 september 1431.
JAN LEMS, JAN DE BACKERE, JAN VAN DEN WEELE en LYSBETH WOUTERS, weduwe van wijlen LAMBRECHT RAETS, doen een schuldbekentenis aan Hr. JACOP VAN BRUESSEL.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 177 en A.A.B. Deel 28, blz. 258, 259.
 
7 september 1431.
Zoen tussen GHEERKEN BRUGMANS en zijn consoorten, ter ene zijde, en GHEERT THYS, ter andere zijde. GHEERKEN moet een pelgrimage doen naar “tOnser Vrouwen ten Ysele” en een geldsom betalen. “Item, sal de costere, die mede was ten gevechte, doen ene pelgrimagie ten Heiligen Bloede ter Wilsenacken”. “Item, sal HEYN VAN DER RYT, die mede ten gevechte was, doen ene pelgrimagie tSinte-Matthys te Tryere”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 177 en A.A.B. Deel 28, blz. 259, 260.
 
17 september 1431.
CLEMENT DE GHEYTERE met MARIEN TOLLINCX, zijn vrouw, een de ene zijde, en WILLEM VAN DEN BOGAERDE, met zijn vrouw, CLAUS RABO en Jouffrouwe MARIE RABOETS, die de voors. WILLEM verving, aan de andere zijde. Het betreft de nalatenschap van wijlen Vrouwe MARIE SPRONX, wettige gezellin van Hr. GHELDOFS VAN DER ZENNEN, Ridder.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 179v° en A.A.B. Deel 28, blz. 261, 262.
 
23 september 1431.
JAN VAN VICKEVORST, Schoutet tot Herenthals, HEYNRIC VAN DER KEELEN, Rentmeester tot Tuernout en BERVYN in “de Crone”, brouwere, staan borg voor PETER VAN DER KEELEN, wisselaar.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 14v° en A.A.B. Deel 28, blz. 262, 263.
 
24 september 1431.
JAN VAN BERINGHEN, wonachtich in der herberghen van Ranst, dat ANTHONIS HAYMANSsone, fynre op die tyt der stede van Sierixee, hem, JAN voirs. gepresenteert heeft betalinge te doene tot behouf JAN VAN RANST, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 177v° en A.A.B. Deel 28, blz. 263, 264.
 
25 september 1431.
JACOP HELSZEN, JANzone, als van den dootslage ende ongevalle die deselve JACOP voirmaels begangen ende gedaen heeft aen wylen CLAUS HUSTYN, dien hy van live ter doot bracht heeft, des ziele God genedich zy.
JACOP VAN DER HELZEN moet 450 zielemissen laten doen, t. w: 150 in het Godshuis der Predeker te Antwerpen, 200 in het Godshuis teKorssendonc, nog eens 33 in de kerk van Rethy, 33 te Korssendonk en 33 in de Predikherenkerk.
sal deselve JACOP binnen jaers doen maken ende setten een notabel cruys ter plaetsen dair hy den voirs. dootslach gedaen heeft.
soe sal deselve JACOP erflic ende eeuwelic duerende stichten in der kerken van Rethye twee zielmissen, alle weken, &c.
dat de voirgenoemde JACOP in beternissen sal doen eenen wech tSinte-Jacops in Galissien en doen eenen wech tSinte-Ambrosius te Meylanen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 216, 222v°, 253v°, 254 en A.A.B. Deel 28, blz. 265-267, 454, 471, 472.
 
27 september 1431.
Uitspraak in een geschil tussen GOORDE VAN DER LINDEN, aan de ene zijde, en WOUTER AELBRECHTS, JAN VAN DORSSE en JAN VAN DEN ZANDE, aan de andere zijde. Verder worden genoemd: Mr. JAN BLANCKAERT, ALYT en MAGRIET VAN WESTERHOVEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 178 en A.A.B. Deel 28, blz. 268-270.
 
1 oktober 1431.
JAN DE HERDE verkoopt aan WILLEM VAN WIJNEGHEM en MATTHEUS HELLEMAN een hoeve.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
5 oktober 1431.
Regeling in een geschil tussen JAN MEYEN, als momboir en in de naam van LYSBET, dochter van wijlen WILLEM VAN DEN DYKE, van wie hij oom is, en JAN VAN LILE, de stiefvader van LYSBET.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 178v° en A.A.B. Deel 28, blz. 270, 271.
 
10 oktober 1431.
WILLEM NOYTS, de oude, en Joffrouwe BERTELT VAN VALKENBERGE, zijn wettige echtgenote, doen een gift aan JAN en Joffrouwe LYSBET NOYTS, wettige kinderen van WILLEM NOYTS, haar zoon, van wie moeder is Joffrouwe ADRIANE, WILLEM JANSSOENSdochter, en de andere kinderen van WILLEM.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 178v° en A.A.B. Deel 28, blz. 271, 272.
 
12 oktober 1431.
“Zoenbraeck ende vrebraeck” gehouden tussen JAN GHEERTS, uten lande van Waes, en zijn vrouw, en LYSBET, hun dochter, en ene geheten JAN VAN DER GOUWE, “mids dat deselve LYSBETH metten voirgenoemden JAN wech gegaen was”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 179 en A.A.B. Deel 28, blz. 272-274.
 
13 oktober 1431.
Soe schaut quyte MATHEEUS VAN CATSCHOTEN HEYLWIGEN, CORNELYS VAN CATSCHOTEN, syns broeders, wive, van alle den goeden ende versterffenissen, die de voirs. wylen CORNELYS achtergelaten heeft, ende liet haer schult ende have.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 176v° en A.A.B. Deel 28, blz. 274.
 
17 oktober 1431.
Regeling van de nalatenschap van wijlen KATHELINEN sROESTERS, vrouw van JAN DAENS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 180, 181v° en A.A.B. Deel 28, blz. 275, 276.
 
25 oktober 1431.
… soe was opverstaen een gheschil tusschen PETEREN JANSSONE, in “den Paternoster”, LIEDEKEN VAN BENEDEN ende andere onsen poirteren, overmid enich corens wille dat een PETER OLOUTSsone, van der Goes, hen gebracht soude hebben van Arremuden, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 181, 181v° en A.A.B. Deel 28, blz. 278-281.
 
1 november 1431.
Afstand gedaan door CLAUS ALLEYN, Burgemeester, van zijn voogdijschap over zijn nicht GHEERTS, dochter VAN TICHELT, waar moeder van is, Joffrouwe SAPIENTIE VAN URSEL.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 180 en A.A.B. Deel 28, blz. 281.
 
5 november 1431.
Bevel voor AERNOUT DEN MOLENERE, van Turnout, tot aflegging van een korenrent aan GHEERDE DEN WILDEN, van Turnout.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 179v° en A.A.B. Deel 28, blz. 282.  
 
7 november 1431.
Alsoe JAN YMAN, WOUTER JANSsone, die men heet DE SMIT, JAN BOLLAERT ende THONYS WILLEM THONYSzone, &c. hadden sculdich te wesen GHEERT BOELE, ende voirs. sculdeneren voirvluchtich waren, also dat hy, GHEERT, zyn verhael moeste nemen aen hoer goede, soe waren daeromme by der stad ontboden te comen, also zy deden, REYN BOLLAERT, ALAERT WOYTS, COEL BOEMAERT, JAN VAN DER HEIDEN ende JAN GOES, &c.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 191 en A.A.B. Deel 28, blz. 284.
 
13 november 1431.
Oorvrede gezworen door AERD MAES, van der Borch, aan zijn broeder  MARTENE COPPENS.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 183v° en A.A.B. Deel 28, blz. 285.
 
15 november 1431.
Toelating voor DIERIKE VAN SOMERGHEM en JANNE CALLOETS, den vischcoepere, tot het onder waarborg ontvangen van hun vervallen renten “op der hallen”.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 183v° en A.A.B. Deel 28, blz. 286.
 
29 november 1431.
So verborchden STEVEN ende JAN DE SMALE, gebroedere, vuten Steene, AERDE DE SMALE, hoeren broeder, &c.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 186v° en A.A.B. Deel 28, blz. 287.
 
12 december 1431.
Uitspraak van de scheidsmannen WEDEMAER VAN KUYCK en WOUTER VAN DEN BROEKE in een geschil tussen JAN SCHAERT en MERKEN VAN BAVELE.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 187v° en A.A.B. Deel 28, blz. 288-290.
 
13 december 1431.
Soe leverden over OTTE VAN CAPPEL ende Joffrouwe KATLYNE, zyn wyf, ende testamenteurs van wylen PETER VAN HOBOKEN, eenen NYCLAUSE VAN SPIERS, SLAEFCONSENzone, alsulken goede als wylen CLAUS PRIMTRIGELS, coopman van SPIERS, onder den voirs. wylen PETER hadde laten staan, &c.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 188v° en A.A.B. Deel 28, blz. 290.
 
geen dagtekening, wel 1431.
Dit syn deghene die verborcht hebben den Steen tAntwerpen voere DIERIC DEN KOENEN, steenwerdere:
JAN VAN URSEL, de jonge, WOUTER POT, ANDRIES ALLEYN, JAN DOUDE, DIERIC “in de Meermynne”, GODEVERT van Ghend, peertcopere, PETER HARE en JAN CAMERLINC, sHerenknape.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 292 en A.A.B. Deel 28, blz. 291.
 
- 1432 -
 
COSTINUS VAN COELPUTTE = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN DE WERVE = Binnenburgemeester.
 
3 januari 1432.
“Zuendinck” over een vechtpartij te Wesele:
JAN VAN ZANTVLIETsoene en PETER VAN DEN BLEKE, NOUTSsoene, hebben “swaerlic gequetst” JAN HEYTS, PETERsoen, en moeten hem vergoeden.
JAN VAN ZANTVLIET, doude, vader van de voors. JAN moet de kerk van Wesele 6 pond was schenken.
JAN VAN DIEPENDALE, “die grotelic gequetst heeft” WILLEM VAN YPPENROIDE, moet een pelgrimage doen tSinten-Jacops in Galissien en een som geld betalen.
HEINRIC PETER HEYTS en WILLEM VAN DEN LAERE, “die mede ten gevechte waeren”, moeten een som geld geven aan WILLEM VAN YPPENROIDE en HEINRIC, zijn broeder.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 188v°, 189 en A.A.B. Deel 28, blz. 292-294.
 
17 januari 1432.
WITTE JANSSEN, barbier, heeft terve gegeven aen WILLEM VOET, marsenier, een huys gestaen tusschen des erfnemers eetcamer ende ANDRIES VAN DIEMENEE huys, &c.
Bron: Scabinale Protocollen 1432, fol. 363 en A.A.B. Deel 18, blz. 105.
 
18 januari 1432.
So tuyghden by hoeren eede, hen van den Amman gestaeft, DIERCK JAN MICHIELS, JAN VAN DEN BROEKE ende JAN SPIERINCK, Scepenen in der eenigen van Rysbergen: dat de hoeve, geheten “den Crane”, gelegen tot Rysbergen, toebehoerende BOUDEN VAN TICHELT, na der doet wilen BOUDEN voirs. bevallen is GHEERLICKE VAN TICHELT, sine sone, die deselve hoeve zekere jaere lanc beseten heeft ende in hande gehadt, ende die oic namaels vereft ende vercocht JAN DE BYE. Verder worden nog genoemd: Mr. JAN DE BROUWERE en BOUDENE VAN TICHELT.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 189 en A.A.B. Deel 28, blz. 294.
 
24 januari 1432.
Uitspraak in een geschil tussen de voogden GIELIS en HEINRIC VINCKE van LYSBETH VINX, PETERSdochter, en ZEMMEN VAN DEN HORNIKE. Verder worden genoemd: LYSBETH LAUREYS, JANSdochter, die moeder is van LYSBETH VINX, en WOUTER VAN DEN HORNIKE, hare naman.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 189 en A.A.B. Deel 28, blz. 295.
 
29 januari 1432.
Verklaring van YLRE MUYDEN WOUTEREN WYCHMAN, coepman van Hoemborch, tot het gerust laten van JAN VALKEN, scipman.
Bron: Oudt Register metten Berderen, 1336-1439, fol. 189v° en A.A.B. Deel 28, blz. 296.
 
18 februari 1432.
Vonnis in een geschil tussen MAGRIETE sBACKERS en haar man WILLEM QUISTHOUT, die men heet VAN DER LOEGENHAGE tegen GOESEM VAN DER BEKE over de helft van een huis, dat MARGRIETE meende te erven, van de vrouw van WOUTER VAN DER ACHTER, haar oom.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 190v° en A.A.B. Deel 28, blz. 296, 297.
 
20 februari 1432.
Twijfels over haar poorterschap, van LIELE ZOETARTS van Antwerpen, geuit door de Wethouders van Steenbergen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 190v° en A.A.B. Deel 28, blz. 297, 298. 
 
22 februari 1432.
Verklaring van ANDRIES VAN FERRERE over een geschil met HEINRIKE VAN DER MERE, van Malle. Ook broer GHEERT VAN DER MERE wordt genoemd.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 190v° en A.A.B. Deel 28, blz. 298.
 
24 februari 1432.
Eene vutsprake gedaen opt dongeval van den dootslage, die gesciede tot Putte, op Sinte-Danys lestleden, aen den persoen van eenen WILLEM DEN MONIC. De dader PETER DE VLEMINC moet een som geld geven aan de oudste zoon JAN DE MONIC en verder binnen 1 jaar doen, 1.000 zielmissen te Predikheren(kerk) te Antwerpen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 254 en A.A.B. Deel 28, blz. 299.
 
7 maart 1432.
HEINRIC ALAERTS, van Lilloe, verkocht een schip mosselen aan JAN VAN GHEHULT, poorter van Gent. Hij vroeg, deze mosselen naar Mechelen te varen, maar daar werden ze geweigerd en teruggestuurd.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 191v° en A.A.B. Deel 28, blz. 300.
 
8 maart 1432.
HANZE GHELE, als facteur ende dienere eens coepmans van Coelne, geheeten HERMAN VAN HAMEYDE, gedaen hadde GODEFROEYT SPINGEL, als van zekeren goeden, die hy onder soude hebben gehadt ende die toebehoirt souden hebben AGABIT GALLE, OBERT SPINGHEL, LANCELOET JUSTINIAEN ende ANTHONYS DE VYNANDE, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 191v° en A.A.B. Deel 28, blz. 301.
 
22 maart 1432.
Regeling over een geschil over de verkoop van een korenrente tussen:
a.   PETER HUFFELMANS.
b.   JAN HUFFELMANS, zijn zoon, waar moeder van was HEYLWICH PAUWELS, JANSdochter.
c.   LIPPYN VAN DER LINBEKE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 192 en A.A.B. Deel 28, blz. 303, 304.
 
8 april 1432.
Genoemd worden WILLEM VAN LIPPELOE, DANYSsone was VAN LIPPELOE, en JAN ENGHELS, doude.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 193, 199 en A.A.B. Deel 28, blz. 304.
 
10 april 1432.
Geschil tussen LIELEN ZOETAERTS aan de ene zijde en MERSELYS PETERSsone en JAN HUMANSsone, als voogden van haar dochter THORIEN, daar vader van was ZOETAERT PETERSsone, haar wettige man, aan de andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 192v° en A.A.B. Deel 28, blz. 305, 306.
 
11 april 1432.
Aankoop van een korenrent gedaan door de vrouw van MATHYS PAPEN van MARIE, dochter van JAN VAN BUYTEN; LYSBET VAN BUYTEN krijgt niets.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 192 en A.A.B. Deel 28, blz. 306, 307.
 
Zelfde datum.
KATLINE ALOUTS, wettich wyf MATHYS PAPEN, ende SYMOEN LOEP als testamenteurs van wilen GELYS ALOUT, thoenende eenen scepenenbrief van Antwerpen, daerinne dat GIELYS ALOUT, syn dochter, wettich wyf ANDRIES MEYERS, deylen soude in alle syn goede, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 192 en A.A.B. Deel 28, blz. 307, 308.
 
16 april 1432.
Mr. JAN POT, WOUTER, ADRIAEN ende ANTHONYS POT voere henselven ende voere JACOB POT, haeren brueder, dien sy hierinne vervingen ende geloefden te vervaen, bekenden alsoe een seggen waere geseit geweest by den Prioere van den Chartuseren buten Antwerpen, JAN LIEVENSOEN ende SYMOEN, tusschen PETER POT ende Jouffrouwe MARIE, synen wyve, hoeren vader ende moeder ende hoeren voers. kinderen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 192v° en A.A.B. Deel 28, blz. 308.
 
17 april 1432.
HENDRIK MOERKEN verkoopt aan JAN CANT een huis reeds gehypothekeerd door DIERIK VLEEMINC, CLAUS VANDER HEYDEN, PETER DIJC, JOOS PEPERCOREN, JAN DE MOELNERE en JAN VANDEN WYNGAERDE.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
6 mei 1432.
… dat ENGELBRECHT AERTSsone, borghere van Utrecht, betalen sal HERMAN BOUDS &c. als van achterstelliger lyftochten als des voirs. HERMANS wyf heeft opte stede van Utrecht, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 193 en A.A.B. Deel 28, blz. 309.
 
8 mei 1432.
CRISTOFFEL VAN YERSSICKE op JANNES ende HUGE VAN CRUYNINGE, ghebroederen, van der helft van III nobelen tsjaers lyftochrenten sprekende opte stede van Delft, die tanderen tyden CLAUS VAN DER CREKEN gemaect hadde LYSBET, synre natuerliker dochter, &c.  
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 193 en A.A.B. Deel 28, blz. 310.
 
16 mei 1432.
Uitspraak in een geding tussen JAN VAN MOLENBROEC, aan de ene zijde, en WILLEM VAN DER LUEGENHAGHE met GHISEL MOLEMANS, aan de andere zijde, over de nalatenschap van WOUTER VAN MOLENBROEC.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 196 en A.A.B. Deel 28, blz. 310-312.
 
19 mei 1432.
Alsoe ADRIAEN WILLEMSsone in eenen vrede hadde doen leggen hier in der stad MERTEN BOUDENSsone, aenruerende den doetslach die over LXIIII jaer geleden geschiede ende gedaen wart aen JOEFFROET PETERSSOEN, in de dorpe van Wemelinge, in den lande van Zeelandt gelegen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 193v° en A.A.B. Deel 28, blz. 312.
 
30 mei 1432.
Huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen JAN VAN MECHELEN en LYSBET, de dochter van CLAUS COLENzoon en HEYLSOETE DRUBBELS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 193v° en A.A.B. Deel 28, blz. 314.
 
4 juli 1432.
HEINRIC COUTEREEL was op bedevaard gestuurd naar “Luycx in Tuschane” en voor drie jaar verbannen. Komt vroegtijdig binnen en zijn hand werd afgehakt.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 194 en A.A.B. Deel 28, blz. 322.
 
8 juli 1432.
Benoeming van CLEMENTS DE GHEYTERE i.p.v. CLAES BONTHEERE als ontvanger van de tollen te Antwerpen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 194v° en A.A.B. Deel 28, blz. 322-325.
 
18 juli 1432.
Oorvrede gezworen door GIELIS WOYTENS aan WILLEM GHISENsone. Borgen: JAN DOUDE en JAN KEMERLINC.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 194 en A.A.B. Deel 28, blz. 326.
 
27 juli 1432.
Uitspraak van de scheidsmannen JAN DE PROEFST, JAN VAN NUWENHUYS en HEINRIC GRYELENS in een geschil tussen HEINRIC VAN DUFFLE en JAN VAN GHIERLE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 193v° en A.A.B. Deel 28, blz. 326, 327.
 
31 juli 1432.
Rechtelijke voogd gegeven aan de vrouw van LAUREYS VAN AERSCHOT, “mids dat de voirs. LAUREYS buten lands es ende hier niet comen en mach, ende dat men oic niet en weet weder dat hy leeft oft doot es”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 195 en A.A.B. Deel 28, blz. 327. 
 
1 augustus 1432.
Borgstelling van CORNELYS KERSTIAENSzone en LAUREYSJAN NEETENzone voor JACOB KERSTIAENSzone, uit sHerbouwens polder.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 195 en A.A.B. Deel 28, blz. 327, 328.
 
11 augustus 1432.
Regeling van een twist tussen JAN COX wyf, des hudevetters, en de kinderen PARIDAENS. De vrouw moet een bedevaart doen naar “tSinte-Joes”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 195v° en A.A.B. Deel 28, blz. 328, 329.
 
27 augustus 1432.
Giftbrief waarbij AGNEESE, wettige dochter van COEL VLEMINX gaf aan het godshuis van S. Jacobs, gestaan in Kypdorp, al haar goederen die zij achter zou laten na haar dood.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 3, blz. 397, Mertens & Torfs.
 
30 september 1432.
Problemen met een schip geladen met steen, van WILLEM DE SMIT en JAN DEN HERTOGE, beiden van Dieghem, en HEYN METTER VUYSTEN den jongen, scipman van Mechelen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 195v° en A.A.B. Deel 28, blz. 332.
 
1 oktober 1432.
Regeling van een geding tussen de Kastelein van Rupelmonde, GHERAERT STRAGIER, en de Ondermeyer van Schelle, WILLEM LERIBUS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 254v° en A.A.B. Deel 28, blz. 333-335.
 
14 oktober 1432.
De volgende Mechelenaren: ART BAU “in de Roze”, GHEERT VAN DER AA, Commoingemeesteren, Hr. JAN BAU, Riddere, JACOB VAN HEFFENE, GHEERT VAN HOFSTADEN, HEINRIC VAN ROBBROECK, HEINRIC VAN BERINGHEN alias VAN HOLLAKE, WILLEM VAN GHESTELE, MERTEN VAN HOMBEKE, WILLEM DE COBBERE, JAN VAN DEN RODE, HEINRIC VETTEKEN, WOUTER TUCBAKE ende JAN MATHYS, Scepenen der stad van Mechelen, worden allen gebannen.
Allen moeten ook doen “eenen wech te Sinte-Peters ende Sinte-Pauwels te Roeme”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 197 en A.A.B. Deel 28, blz. 335-337.
 
Zelfde datum.
Genoemd voor borgtocht en vonnis, PETER MUYL, natuurlijke zoon van Mr. WILLEM MUYL. Mr. PETER VAN DEN GHEEREN en LAUWEREYS VAN DEN GHEEREN, gebroeders.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 201, 223 en A.A.B. Deel 28, blz. 345, 346, Deel 29, blz. 18.
 
3 december 1432.
Regeling der nalatenschap van wijlen JAN STEVENS en zijn vrouw CELYE of CELIEN VAN DEN BOSSCHE. Genoemd worden JAN WILLBEYS, PETER sGREVEN, LYSBET STEVENS en JAN SMOERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 235v° en A.A.B. Deel 28, blz. 348-350.
 
- 1433 -
 
JOANNES VAN HALMALE = Buitenburgemeester.
JOANNES DE MEYER = Binnenburgemeester.
 
23 januari 1433.
Verkoop van land gelegen te Ekeren van JAN MOERLYN, WILLEMSzoon, aan CLAUS VUYST en zijn vrouw LYSBETH DUYLS, die vervangen wordt door LYSBET BOEMAERTS, JANSdochter.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 198 en A.A.B. Deel 28, blz. 356-358.
 
28 januari 1433.
MARGRIETEN VAN HARCK, DYEDERIC REYNKENS wive, JANNESE VAN DEN PERLIC ende WOUTER DEN VOLDERE, op tghescil dat zy onderlinge hadden omme der goede wille die JACOP HELSEN toe te behoeren plagen, die der voirs. MARGRIETEN wettich man was ende die hy, JACOP, verbuerde metten dootslage dien hy dede aen der voirs. MARGRIETEN vader, zinen zweer, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 198v° en A.A.B. Deel 28, blz. 358, 359.
 
15 februari 1433.
Geschil tussen KATLINEN VAN WILDER, de weduwe van CLAUS VAN DEN WERVE, aan de ene zijde, en KATLINEN VAN DEN WERVE, haar dochter, met PETER VAN DER BEVERSLUYS, haar man, ten andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 199v° en A.A.B. Deel 28, blz. 359-361.
 
18 februari 1433.
Erfgift gedaan door JAN SMOEYERMAN, aan zijn bastaardzoon PETER, verwekt bij HEILWYCH VAN DEN HUFFELE. Zijn wettige vrouw was KATLINE WILS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 200 en A.A.B. Deel 28, blz. 363, 364.
 
19 februari 1433.
PETER POT, Mr. JAN VAN DER BRUGGEN en Mr. JAN POT als testamenteurs van wijlen ZEBRECHT GROTEN, HUGHEzone. Verder erbij betrokken: ZEBE STORM, ARNT VAN DEN DIKE, WOUTER DIERIXSsone en CLAUS CLINCKAIRT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 198v° en A.A.B. Deel 28, blz. 365, 366.
 
27 februari 1433.
Erfrent van MARIE TOLLINX, de vrouw van CLEMEYNTS GHEYTERS, aan ROBBRECHT VAN DEN KERCHOVE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 200 en A.A.B. Deel 28, blz. 366, 367.
 
13 maart 1433.
Zaak tussen JAN MANNAERT, krudenier, en WOUTER BOEGAERT, cleermakere, en zijn vrouw met hun broeder PETER  SPECK.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 201 en A.A.B. Deel 28, blz. 367, 368.
 
16 maart 1433.
Regeling van een geschil tussen WILLEM DEN RIEMAKERE en AERDE GROOTHEERE, van Vriesendonck. Verdere betrokkenen: CLAUS VAN DEN HOEVEL, der stad clerck, WILLEN sGREVEN en JAN DE WINTER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 200v° en A.A.B. Deel 28, blz. 368, 369.
 
Zelfde datum.
Zoening tussen Mr. ANDRIES VAN DEN BROEKE en GHYSBRECHT  CLAUS, backere, wonende tot Ruympst. De problemen tussen hen beiden hadden zich voorgedaan te Mechelen en GHYSBRECHT moet een pelgrimage doen naar “ten Heylegen Bloede ter Wilsenaeken”. Borgen voor hem zijn: BOUDEN VAN BUTEN, JAN DE HERDE, FRANS DE HERDE, zijn broer, CLAUS VAN DEN WOUWERE alias COEL CLAUS, en JACOP VAN DER HEYDEN, gebroederen, BOUDEN BRUYNMAN, JAN CLAUS en COEL CLAUS, ZEGHER CLAUS kinderen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 200v° en A.A.B. Deel 28, blz. 369, 370.
 
19 maart 1433.
HUGHEN BOSSCHAERTsone in de Vierschaer gewyst was, als van den ghelde dat JAN COLE CLAUS HAMER schuldich was, als van der helft van ene scepe, dat zy tsamen te vueren plagen ende dair MATHYS HILLEGHEER toe taelde, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 200v° en A.A.B. Deel 28, blz. 371.
 
30 maart 1433.
De gereedschappen van JAN VAN DEN ZANDEN, lakengereedere, vervallen na zijn dood aan zijn vrouw LYSBETH VAN DEN OEVER. Zijn dochter KATLYNEN VAN DER HEYDEN, JANSdochter wordt ook genoemd.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 201 en A.A.B. Deel 28, blz. 371, 372.
 
21 april 1433.
Een getuigenverhoor leert ons diverse Schouten kennen in het rechtsgebied van Antwerpen.
PETER VAN DRYMYLEN, Schout van Lilloo.
PETER FYEN, Schout van Rysbergen; voor hem was in deze functie: JAN ROEVERS, die afgezet was.
JAN VAN BOECHOUT, Schout van Lyere.
GIELIS VAN BARKELAER, Schout van Aertselaer.
JAN VAN DORDRECHT, Schout van Conticke.
GHEERD CUERINX, Drossete van Ghele.
HEINRIC VAN DEN HOVE, Drossete van Keerberge.
WILLEM VAN KUYCT, Schout van Hooghstraten.
JOES DEN DORREN, Drossete van Putte.
WILLEM EEBENS, den Meyere van Barlair.
WOUTER VAN DEN BROEKE, Schout van Zanthoven.
JACOP JANSsone, Schout van Berghen opten Zoem.
HUYMEN VAN GAGELDONC, Schout van Etten.
JAN DE POTTERE, Schout van Steenbergen.
EVERHAERT METTEN, Stedehouder van Herentals.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 256v°, 257, 257v° en A.A.B. Deel 28, blz. 380-384.
 
8 mei 1433.
Belofte van aflossing erfrente van PETER COEVOET aan PETER REYNERS en aan JAN VAN URSELE en zijn vrouw LYSBET COLEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 203 en A.A.B. Deel 28, blz. 384, 385.
 
11 mei 1433.
Regeling van een geschil tussen JAN VAN DER KAERT en JAN TAYAERT, van Hoeboken, over de nalatenschap van VAN DER HAGHEN. Ook worden genoemd: HEINRIKE VAN LYERE en LAUREYS MUSSCHE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 203 en A.A.B. Deel 28, blz. 384, 385.
 
30 mei 1433.
Regeling nalatenschap van wijlen GODEVERDE BOX met de erfgenamen en zijn vrouw YDEN VAN CALVERSTRATE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 203 en A.A.B. Deel 28, blz. 387, 388.
 
9 juni 1433.
Belofte van WILLEM JANSsone, tolnere van Yersickeroert, zich ter beschikking van de stad te houden.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 203v° en A.A.B. Deel 28, blz. 389.
 
16 juni 1433.
JAN ALLEYN, de bastaert, moet het huis “den Aren” verlaten, dat toebehoort aan MERTEN BERNAERTS en zijn vrouw KATLINEN SANDERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 203v° en A.A.B. Deel 28, blz. 390.
 
17 juni 1433.
Afstand door AECHTE sDROEGEN, echtgenote van JAN MOLENEREN, van een lijfrente aan DANCKERT sMOLENEREN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 203v° en A.A.B. Deel 28, blz. 390, 391.
 
22 juni 1433.
JAN VAN DER SCHUEREN koopt een beemd te Oostmalle van de erfgenamen van wijlen MAGRIET WOUTER MERTENS. Verder wordt genoemd: GHEERT VLESSENTOP.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 220 en A.A.B. Deel 28, blz. 391, 392.
 
26 juni 1433.
Meningsverschil tussen MEYSSE PUTCUYPS, poorter van Antwerpen, en inwoners van Brecht. Ook wordt genoemd: LAUREYS, de zoon van MEYSSE en GIELYS VAN PULLE als Schout aldaar.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 204, 231v° en A.A.B. Deel 28, blz. 394 en Deel 29, blz. 46, 47.
 
8 juli 1433.
Scheiding tussen VOLKERIC FYNAERT, wisselere, en MAGRIET PYNAERTS, zijn vrouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 206 en A.A.B. Deel 28, blz. 396.
 
18 juli 1433.
Uitspraak in een geschil tussen CLAUS VAN WYNEGHEM en zijn dochter LYSBETH, ten ene zijde, en Mr. GOESEM DE WILDE en zijn vrouw LYSBET NOYTS, aan de andere zijde. CLAUS en LYSBET NOYTS blijken echtgenoten. Verder worden genoemd:  JAN VAN DE WERVE, CLAUS ALLEYN, CLAUS VAN DEN HOEVEL, ANDRIES VAN STEELANT, JAN GOURRY, de zwager van GOESEM, en ERMAN WOELPUT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 204v° en A.A.B. Deel 28, blz. 397-399. 
 
1 augustus 1433.
Verkoop van goederen door JAN LEMMENS, GODEVAERTsone, aan PETER HER HEINRICX, van wijlen LYSBET COENRAETS, de vrouw van JAN VAN AERSCHOT. Verder worden genoemd: WOUTER PETER HEINS, van Lyere, JOHANNES KNOBBAERT, JAN VAN OIRSCHOT, JAN VAN DER HOEVEN “in den Roelant”, WOUTER DEN VOLDERE en WOUTER OTTERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 205 en A.A.B. Deel 28, blz. 399-401.
 
10 augustus 1433.
Uitspraak in een geschil tussen JAN VAN GHIERLE en GHYSEL WOYTS. Verder worden genoemd: JAN VAN DER LANGERSTEGE en GHEERT SPOEKILLE van Bruessel.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 202v° en A.A.B. Deel 28, blz. 402.
 
24 augustus 1433.
Getuigenis van JAN BODE, LXXX jaer, GHISEL BAL, LXXII jaer, FRANS DE ROVERE, LXII jaer, en HEINRIC VAN DEN BOGAERDE, XLVI jaer. Het gaat over vermeende eigendomsrechten te Wilrijk van JAN ZYMAER op “Dullaerts goet”, waar JAN DULLAERT op woont. De getuigen doen ook een verklaring over LYSBETH PARIDAENS die “ghecloestert was”. Ook PETER AVEN, LX jaer, legt een verklaring af. Verdere betrokkenen: JAN CLAP en zijn vrouw KATLINE PARIDAENS en WOUTER YMMENsone, die men hiet TRESORIES, met zijn vrouw MAGRIET PARIDAENS. 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 206v° en A.A.B. Deel 28, 403, 404.
 
1 oktober 1433.
WILLEM ROEF, backere, en HEINRIC “in den Rompaert” hebben recht op een gedeelte van de goederen van JAN METTENEYDE. Ook wordt genoemd: JAN DE GRAUWE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 205v°, 206 en A.A.B. Deel 28, blz. 404, 405.
 
27 oktober 1433.
MARIE VAN VALMERBEKE verkocht een huis aan JACOP VAN BUENELAER, welke zij geërft had van haar oom CLAEISE VAN KETS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 211v° en A.A.B. Deel 28, blz. 407.
 
24 november 1433.
Uitspraak in een geschil tussen JAN VAN LYERE, vyscoperecnape, en AERD DE MAN over de nalatenschap van GHEERTUYD GOES. Getuigenissen van COEL HUYGE en GHISEL VAN GHIERLE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 203 en A.A.B. Deel 28, blz. 408.
 
26 november 1433.
Getuigenis van Hr. HEYNDERIC VAN ALPHEN, priester, van een erfgift van KATLINE DINGELSCE, vrouw van GIELYS PIETER GIELYS, aan MAGRIET VAN DEN LAERE, de vrouw van JAN VAN DEN ABBEELE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 206v° en A.A.B. Deel 28, blz. 409.
 
11 december 1433.
Overeenkomst tussen LAUREYS DE COSTERE, van Bergen opten Zoem, geh. met KATLYNE, en zijn zoon CLAUS DE COSTERE, over een stuk moer gelegen te Wouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 207 en A.A.B. Deel 28, blz. 409, 410.
 
16 december 1433.
JACOB VANDER RIJT verkoopt aan JAN WILLEM OEMS een erfelijke rente op een bunder beemd.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
19 december 1433.
Eigendomsbevestiging van een stuk land gelegen te Eekeren, tussen het erf van JAN BOEMERTS, voor JAN DE BOC, ondanks bezwaar van JAN RAVENS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 207 en A.A.B. Deel 28, blz. 410.
 
22 december 1433.
Brief aan de Schout van Yersele HEINRICKE BAC over het geschil tussen JAN VAN DEN BOME en PAUWELS DE MOELNERE. Zijn vader heet overigens DIEDERIC VAN DER MOLEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 205v°  en A.A.B. Deel 28, blz. 411.
 
29 december 1433.
Geschil tussen JAN SANDERS en GHEERDE VAN DER ELST over een erfrente. KATLYNE SANDERS is de zus van JAN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 207 en A.A.B. Deel 28, blz. 412, 412.
 
Fragment-genealogie JAN SANDERS:
JAN SANDERS, Heer van Cleydael-Aartselaar, Schout van Antwerpen 1434-1435, tr. 1e met CATHARINA VAN DE WERVE, tr. 2e met BEATRIX STOEVERS die men heet VAN DE BRUGGEN.
JAN SANDERS was de broer van CORNELIUS SANDERS, die op bevel van de hertog PHILIPS, in 1459, op geheimzinnige wijze ter dood werd gebracht.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 38.
 
Fragment-genealogie VAN DEN WERVE:
RAMOND VAN DEN WERVE, ovl. ca. 1367, tr. met ISABELLA TUCLANT
Uit dit huwelijk: ten minste 3 kinderen w.o. JAN, volgt I.
 
I.    JAN VAN DEN WERVE, RAMONDSsone, Schepene vanaf 1361, ovl. ca. 1385, tr.
     met CATHARINA of KATLINE VAN WYNEGHEM, dochter van CLAUS VAN 
     WYNEGHEM.   
Uit dit huwelijk:
1.   CLAUS, volgt II.
2.   JAN tr. met WILGARDIS ALLEYN, dochter van JAN ALLEYN.
3.   CATHARINA, ovl. vóór 1397, tr. met JAN SANDERS.
4.   ELISABETH tr. met de Brusselse Schepene ROELOF TAYE van Elewyt, zoon van GIJSBERT TAYE en CATHARINA DE CONINCK.
 
II. CLAUS VAN DEN WERVE, div. malen Schepene en in 1423 Buitenburgemeester 
     van Antwerpen, ovl. 1 april 1431, tr. 1e met MARIA VAN DUFFEL,   
     HENDRIKSdochter, tr. 2e vóór 1399 met CATHARINA VAN WILRE, dochter van   
     AARD VAN WILRE en CHRISTINA VAN MELDERT.
Uit het 2e huwelijk:
1.   MICHIEL, Schepene 1433-35, ovl. 29 juni 1438, tr. vóór 1410 met CATHARINA 
     VAN DEN MORTERE. Zij hertr. met JAN VAN MECHELEN.
2.   JAN, Amman 1425-30, ovl. 9 jan. 1430, tr. met SAPIENTIA VAN URSEL, dochter 
     van JAN VAN URSEL en BEATRIX ALLEYN. Geen nageslacht.
3.   MARGRIET, non te “Cortenberg” 1423-1445.
4.   CLAUS tr. met CATHARINA MICKAERT, dochter van AARD MICKAERT en GERTRUDIS VAN IMPEGHEM.
5.   AARD, Amman 1430-33, ovl. 21 sept. 1433, tr. met MECHTILDIS POT, dochter van PETER POT en MARIA TERREBROOT. Hun zoon zal Heer van Gyssenoudekerke bij Dordrecht worden. MECHTILDIS hertr. met BARTHOLOMEUS RAPHORST.
6.   WILLEM, div. malen Schepene en in 1454 Burgemeester, ovl. 5 jan. 1461, tr. met CATHARINA VAN COELPUT. Hij liet 4 wettige en verscheidene onwettige kinderen na.
7.   GIJSBERT, kanunnik (!), ovl. in 1475, tr. met ELISABETH VAN DER BEYST, zijn wettige dochter MARGRIET tr. met ROELAND RABODE. Had ook nog een onwettig kind: KATLINE VAN DEN WERVE.
8.   HENDRIK, kinderloos gestorven.
9.   JACOB, onwettige zoon, vestigt zich te Brussel en tr. 1e met HEILZOETE BOLLAERTS en tr. 2e met MARGRIET TAYE.
Bron: Antwerpiensia, Deel 12, blz. 32-51.     
 
- 1434 -
 
JOANNES DE PAPE = Buitenburgemeester.
PETRUS VAN BEVERSLUYS = Binnenburgemeester.
 
20 januari 1434.
Overeenkomst tussen JAN COETSAERTS en zijn vrouw LYSBET VAN DER WYMAEREN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 207v° en A.A.B. Deel 28, blz. 414.
 
26 januari 1434.
Renteschenking door JAN DE CONINC aan zijn dochter LYSBET en haar man WOUTER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 207v°, 208 en A.A.B. Deel 28, blz. 415.
 
29 januari 1434.
Voorwaarden in de scheiding tussen ZEGER VAN DER HARE en LYSBET VAN CUYCK, zijn voormalige vrouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 208 en A.A.B. Deel 28, blz. 416, 417.
  
6 maart 1434.
Voormalig stadswisselaar PETER VAN DER KELEN ontheft zijn borgen BERWYN en HENRICK JACOPS, JANSzonen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 209 en A.A.B. Deel 28, blz. 420.
 
11 maart 1434.
Brief over de gevangeneming van PETER VAN BEST, GOYAERTSsone, te Munster.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 209 en A.A.B. Deel 28, blz. 421.
 
13 maart 1434.
Voorwaarden van de uitwinning der goederen van JAN HEYNS, van Vlymmeren.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 210 en A.A.B. Deel 28, blz. 422.
 
15 maart 1434.
Geschil tussen JAN, WILLEM en COSTENE VAN BERCHEM, zonen van wijlen JAN VAN BERCHEM, die geh. was met Joffrouwe DIERICK VAN BROUCHEM, ter ener zijde, en WILLEM VAN EVERINGEN met zijn vrouw LYSBETH VAN BERGEM, ter andere zijde.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 209v°, 225, 225v° en A.A.B. Deel 28, blz. 423-425 en Deel 29, blz. 21-24.   
 
20 maart 1434.
Vonnis in een geschil tussen JAN DAMAS en GHEERT VAN DOERNE over een gracht.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 210 en A.A.B. Deel 28, blz. 210.
 
Zonder datumaanduiding, wel 1434.
Borgtochten voor DIEDERIC DE COENE, bewaarder van het Steen:
Hr. MICHIEL VAN DER WERVE, Ridder, JAN VAN URSEL, JACOP POT, HENRIC SORGELOES, Hr. JAN VAN DER BRUGGEN, Ridder, JAN CAMERLINC, tsHeren cnape, JAN BEELAERT,tsHeren cnape en PETER HAER, vischcoepere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 209 en A.A.B. Deel 28, blz. 425, 426.
 
26 maart 1434.
Een akte met de volgende namen: JANNES VAN DEN DALE, zijn zoon JANNES VAN DEN DALE, student te Leuven, LAUREYS VAN ROEDE, Schout van Tuernout, AERD VAN DER MOELEN, GODEVAERT VAN PEELT, van Antwerpen, JAN REYNAERTS, van Lichtert, en JAN PETERS, van Tielen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 214v°, 215 en A.A.B. Deel 28, blz. 426-428.
 
3 april 1434.
Scheiding tussen CLAUS VAN LOEVEN en LYSBET PYNAERTS, zijn vrouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 210, 210v°, 221v° en A.A.B. Deel 28, blz. 428-430, 451, 452.
Zie ook: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 12 en A.A.B. Deel 29, blz. 340, 341.
 
5 mei 1434.
Alsoe JANE BANGELYNS, JANS wyf van DACKENAM, des scipmans, by den Here ende by der stad ghecorigeert is ende te bliven na haer pelgrimage X jair buten Marcgrefscape, &.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 210v° en A.A.B. Deel 28, blz. 431.
 
8 mei 1434.
JANE YMANTS dochter, vuten Ouden Bossche, gaf ende maecte, na haer lyf, LAUREYSE ende Yden, WILLEM HUYSMANS kinderen, dair moeder af es ZOETE, des vors. JANEN dochter, als van der sommen van hondert Ingelsche nobelen, dair CORNELYS VAN DER BOORT, vuten name van JANEN, synen wive, tvierendeel af comen soude te betalen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 211 en A.A.B. Deel 28, blz. 432.
 
15 mei 1434.
MARTEN en CATHARINA CELYAERTS verkopen aan MTHIJS DE BLABBENERE een stuk land reeds bepand door de kinderen van CLAUS VAN DER BIEST.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
21 mei 1434.
Verkoop van een deel van de stadvest aan CLAUSE DEN BLOC, den sceepmakere. Verder worden genoemd: LIEWYE BLOCX en KATLYNEN BLOCX, zusters, en RAESSEN DEN BLOC, sceepmakere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 211 en A.A.B. Deel 28, blz. 433.
 
11 juni 1434.
Zoen tussen JAN MOLS en THYS MOENS. Buiten een som geld, moet THYS eerst een bedevaart doen naar “tsHertogenbossche”, en daarna naar “tSente-Ambrosius te Mellane”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 211v° en A.A.B. Deel 28, blz. 436.
 
18 juni 1434.
Een akte waarin worden genoemd: GIELYS VAN DEN WOUWERE geheten BETTENS, WOUTER VAN ROESBROEC, WILLEM VAN LOUWEN, JAN ALAERT, JAN SCHILLEMAN en HEYNRIC VAN VORSPOEL.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 217 en A.A.B. Deel 28, blz. 437, 438.
 
25 juni 1434.
Borgtocht voor TIELMAN CLAUSSONS, geswoeren stadwisselere, door WOUTER POT en MATTHEUS VAN HELMONT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 15v° en A.A.B. Deel 28, blz. 438.
 
30 juni 1434.
Betreft een akte over gestolen zilveren schalen van het Schippersambacht. Genoemd worden de Deken en regeerders: PETER OLE, JAN VAN DACKENAM, JANNES WYCHMAN en CLAUS BOLLAIRT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 212 en A.A.B. Deel 28, blz. 439, 440.
 
6 juli 1434.
Verkoop van goederen te Herenthout en Bouwel door DANEEL VAN MIDDELDONCK aan zijn broer HENRICK VAN MIDDELDONCK.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 213 en A.A.B. Deel 28, blz. 441, 442.
 
21 juli 1434.
De gezworen erfscheiders ADRIAEN MEEUS en CLAUS VAN DEN EYNDE doen een uitspraak in een geschil tussen HENRICK BEKE(N) en JAN MARISSIS, den beckere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 213v° en A.A.B. Deel 28, blz. 442, 443.
 
2 augustus 1434.
Oorvrede gezworen door JAN BOUDET, van der Sluys, ADRIAEN WILLEMSsone, vuten Oudenbosch en PETER BOENAERT, van Ghent, aan WILLEM GHISENSOENS kinderen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 213v° en A.A.B. Deel 28, blz. 447.
 
6 augustus 1434.
STEVEN VAN OERLE verkoopt een erfrente op het huis “Sinte-Geertruyd”, bij de Corenmerct, aan WOUTER VAN ESPEMDE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 213v° en A.A.B. Deel 28, blz. 448.
 
26 augustus 1434.
Ontlastende getuigenis over medeplichtigheid aan een moord: JAN SCAIMPAERT, JAN VAN DER HOEGERBRUGGEN, JANNES VAN DER HOFSTAD, JAN CLEYNAERTS en broeder HEINRIC STRAETMANS, convers int cloester van Everboegien, dewelke lyflic swoeren aen den Heylegen voere onsen Amman ende voer ons, dat hen wel cond ende kenlic ware, dat HEINRIC ZEGHERS, poertere van Lyere (nu van Antwerpen, Red.), dewelke berucht ende befaemt ware gheweest van eenen JOESE DE BRUNE, die in de stede van Ghent ghericht hadde geweest omme eenre moert wille, dewelke geschiede ter Langerbruggen omtrent Sinte-Mertensdach int jaer van sessentwintich, dat deselve HEINRIC ZEGHERS met hen was, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 215v° en A.A.B. Deel 28, blz. 452-454.  
 
2 september 1434.
Beslissing over het maken en het gebruik van een bornput door HEINRICK ZORGHELOES.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 216v° en A.A.B. Deel 28, blz. 458.
 
4 september 1434.
Borgtocht voor DIERIC STEYN, wisselere tAntwerpen, door Hr. JAN, Here van Cruyningen en Woensdrecht en JAN WILLEMSsone van Hildernissen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 216v° en A.A.B. Deel 28, blz. 458, 459.
 
2-4 oktober 1434.
Borgtocht voor JAN SPIKERSsoen door JAN DE PAPEN, PETER sPAPENsoen.
Op 4 oktober borgtocht voor JAN SPIKERSsoen door JAN DE VISSCHERE, zijn neef.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 15v° en A.A.B. Deel 28, blz. 461.
 
5 oktober 1434.
AUGUSTYN VAN DEN EYNDE, poorter van Mechelen, wordt beschuldigd van belediging van de Antwerpse Magistraten. Klikspaan van dienst: STEVEN VAN CORTRIKE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 217v° en A.A.B. Deel 28, blz. 461, 462.
 
12 oktober 1434.
JOANNA VAN DYEVELT verkoopt aan GEERT LAMMENS een erfelijke korenrente.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
22 oktober 1434.
Regeling van een geschil tussen Hr. PETER ZELLE, vicecureyt in den Oudenbosch, en VROEMBOUT HERMANSsone, over een weg.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 218 en A.A.B. Deel 28, blz. 462, 463.
 
26 oktober 1434.
Vonnis in een geschil tussen de ”Heylege-Gheestmeesteren van Wyneghem” en JAN DE LAER over een korenrente.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 217v° en A.A.B. Deel 28, blz. 463, 464.
 
9 november 1434.
Erfgift van LYSBETH, weduwe van wijlen JAN CALOURS, aan hun  neef JOES CALOURS. Ook wordt genoemd: JAN MORISSIS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 218 en A.A.B. Deel 28, blz. 464.
 
15 november 1434.
JAN VAN YSHOVEN verkoopt aan RUELENE VANDEN BROECKE een stuk grond.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
3 december 1434.
… dat GHEERDT CUERINCX, Drossate van Geele, quite soude schelden ende voirdane ongemoeyt soude laten JAN HILLEN en MATHYS HILLEN, zijn broeder.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 218 en A.A.B. Deel 28, blz. 470.
 
15 december 1434.
SIMON VANDER COUDERBORCH verkoopt aan JAN VAN VALKENBORCH en zijn vrouw ALEIDIS ROMBOUTS een erfelijke rente op een goed.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
- 1435 -
 
JOANNES HALMALE = Buitenburgemeester.
DANCARDUS DE MOLENAERE = Binnenburgemeester.
 
7 januari 1435.
Akte waarin voorkomen: SYMOEN LOEP, JAN LOEP en KATLINEN VAN DEN BROEKE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 218v° en A.A.B. Deel 29, blz. 1.
 
21 januari 1435.
Uitspraak in een geschil tussen Hr. JAN GHYSBRECHTS, priester, en CLAUS VAN POERLE, over een korenrente.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 219v° en A.A.B. Deel 29, blz. 3.
 
24 januari 1435.
Uitspraak in een geschil tussen de ambachtslieden van de oudencleercoepers en LYSBETTEN MAES, de vrouw van JAN GODENS, des hudevetters.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 220 en A.A.B. Deel 29, blz. 3, 4.
 
4 februari 1435.
Akte over een korenrente waarin worden genoemd: HEINRIC VAN SOMPBEKEN, de zoon van wijlen JAN VAN ZOMPBEKEN, JAN VAN KUYCT, HEINRIC en GIELYS AELBRECHTS, GHEERT VAN KUYCT en JAN VAN ZANDE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 219v° en A.A.B. Deel 29, blz. 5.
 
6 februari 1435.
Doodslag begaan door JAN VAN LYERE, metsere, op JAN DEN COSTERE.
JAN veroordeelt tot 600 zielmissen binnen een jaar in drie verschillende kerken, 6 pond was betalen, 3 pelgrimmages doen t.w. naar Sinte-Jacops in Compostelle, naar Heylegen Bloede te Wilsenaken en naar Sinte-Joes. Hij moet de moeder van de overledene een som geld betalen en hij mag nooit meer wonen in de straat Coppenhole.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 288v° en A.A.B. Deel 29, blz. 8, 9.
 
10 februari 1435.
ANTHONIS HAEYMANSsone verborgde zijn wissel door de borgen SYMON CLAUSsone en MATHYS HAEYMANS, zijn broeder.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 221 en A.A.B. Deel 29, blz. 10.
 
23 februari 1435.
Verdeling van eigendomsrecht over een huis. Genoemd worden: HADEWICH VAN DER DONC, AERT HADEWICHS die men heet BRANT, KERSTINE HADEWYCHS, zijn zuster, en WILHELMUS VAN STAKENBROUCK, notaris.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 222 en A.A.B. Deel 29, blz. 11, 12.
 
11 maart 1435.
COLAERT CORNUYT, coopman van weede, wiens koopmanswaren lagen bij LAMBRECHT VAN ZONNE en WILLEM VAN BOEMEL. Hij wil ze verkopen aan SYMOEN CLAUSSOEN DE BRUYN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 224 en A.A.B. Deel 29, blz. 12, 13.
 
4 april 1435.
Bevel voor JAN ZYMAER, Meester van Sint-Jansgasthuyse, om een geldsom te overhandigen aan JANNES DEN LICHTEN en HEINRIC ZEGERS, “des Heeren dienere”, welke bij hem in bewaring was gegeven door GEERKEN van Dordrecht.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 222 en A.A.B. Deel 29, blz. 17.
 
Zelfde datum.
JAN BOEGAERT, corencoepere, is zijn zegel, onderweg naar Brussel, verloren.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 222 en A.A.B. Deel 29, blz. 17, 18.
 
10 juni 1435.
Overeenkomst over de nalatenschap van KATLYNEN VAN DEN DAMME, die de wettige vrouw was van JAN RAEUWAERTS, van Mechelen. Betrokkenen: BOUDEN VAN BUTEN en JACOP VAN ORSHAGEN, zijn zwager, PETER VAN LINT, de zoon van KATLYNEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 224v° en A.A.B. Deel 29, blz. 20.
 
18 juli 1435.
WILLEM VAN RODE, Schout van Turnhout, ziet af van een rechtsgeding tegen MARIE sWINTERS, van Merxblaes.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 227 en A.A.B. Deel 29, blz. 24.
 
20 juli 1435.
Uitspraak in een geschil tussen KERSTINEN, de natuurlijke dochter van CLAUS JANSSOENS, met haar man BOUDEN CLAUSSOEN, en CLAUS VAN DEN VELDE over een erfgift van CLAUS JANSSOEN aan KERSTINEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 227 en A.A.B. Deel 29, blz. 25.  
 
30 juli 1435.
Uitspraak in een geschil tussen JAN MINTEN, buitenpoorter van Antwerpen, en zijn kinderen, over de nalatenschap van vrouw en moeder, gestorven te Lier.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 226 en A.A.B. Deel 29, blz. 26.
 
20 augustus 1435.
Bevestiging eigendomsrecht van WILLEM MAGER gedaan door FROENEN, zijn stiefmoeder, op een huis in de Wijngaardstraat, gelegen tussen de huizen van WOUTER VAN SCHOONHOVEN en NOUT VAN SCHILLE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 227 en A.A.B. Deel 29, blz. 27.
 
31 augustus 1435.
Verdeling zoenpenningen n.a.v. de doodslag van GHYSEL, JAN GHYSELzone, op JAN BOUDENS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 228v° en A.A.B. Deel 29, blz. 30, 31.
 
20 september 1435.
Belofte van CLAUS VAN DEN VELDE een beslissing der Schepenen van Oudenbosch te volbrengen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 254 en A.A.B. Deel 29, blz. 36.
 
28 september 1435.
Schepenbrief van Lillo over de aankoop van land door PETER DE BOT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 229 en A.A.B. Deel 29, blz. 36, 37.
 
8 oktober 1435.
Regeling betaling van JACOP DENTIERS, coopman van Doernicke, aan JAN VAN BUGGENHOUT en HEINRIC VAN DER STRATEN, van Lyere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 229v° en A.A.B. Deel 29, blz. 39.
 
17 oktober 1435.
Uitspraak in een geschil tussen WOUTER VAN BERAENSELE, onze poortere, en GHEERD en HEINRICK TRUYDENS, broers, over het gebruik van een weg.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 230 en A.A.B. Deel 29, blz. 40.
 
31 oktober 1435.
Ontlasting van SYMON VAN DER COUDERBORCH, Schepen, van zijn borgtocht voor WILLEM VAN KETS, Schepen, i.z. JAN VAN DEN HOUTE, GODEVARTSsone.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 230 en A.A.B. Deel 29, blz. 41.
 
2 november 1435.
Vrijspraak voor HEINRICK VAN DEN ZANDE, poorter van Antwerpen, beticht van diefstal van een koe.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 230 en A.A.B. Deel 29, blz. 41.
 
4 november 1435.
Uitspraak in een geschil tussen ADRIAEN VAN EEMEREN en KATLINE VAN LYNTH, JACOBSdochter, over een lijftochtrente.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 230 en A.A.B. Deel 29, blz. 42.
 
20 december 1435.
Regeling van een geschil tussen Hr. LODEWYC VAN DEN LEENE, den Canonic, en PETER JANSsone, den scrynmakere, over een “weerdribbe”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 224 en A.A.B. Deel 29, blz. 45.
 
25 december 1435.
Benoeming van de eerste Onderschout van Antwerpen: GODEVAERT DE BUYSSCHERE. Vervolgens JAN DE MEYERE (1438), WOUTER BREEM (1444), HENDRIK ZEGHERS (1456) en HUYGH DE CONINCK (aangesteld 18 nov. 1457), deze laatste kwam in conflict met de stad en werd op 10 maart 1462 door de hertog zelf afgezet. Daarop is HUYGH de grote vijand van de stad geworden. Hij zou zelfs een vrouw omgekocht hebben om de stad in brand te steken en hij eindigt in 1464 aan de galg te Breda.
Bron: Antwerpiensia, Deel 10, blz. 162, 163.
 
- 1436 -
 
HENRICUS COLIBRANT = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN RANST = Binnenburgemeester.
 
2 januari 1436.
Besluit over de deling der nalatenschap van JAN VOESEL.
Alsoe JAN VOESEL aflivich es geworden, die gelaten heeft HEYNRICK ende WILLEM VOESELS, syn gebruederen, ende oic vier susteren die te manne hebben JAN VAN DER TANGEN die men heet VAN DER STOCT, GHISEL VAN DER BIEST, JACOB VAN DER VORST ende JAN DEN HERDEN den jongen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 231v° en A.A.B. Deel 29, blz. 48, 49.
 
16 januari 1436.
Beslissing over de verdeling van het sterfhuis van JAN VAN DEN PARRE tussen de kinderen en de moeder MACHTILDEN VAN GHIERLE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 232 en A.A.B. Deel 29, blz. 51.
 
6 februari 1436.
Verzoening tussen Hr. GODEVAERDE VRIENTS, priester en prochiaan van Rumpst, en GHYSBRECHT VAN DEN WOUWERE die men heet GHYSBRECHT CLAUS, backere. GHYSBRECHT moet in de kerk van Rumpst vergiffenis bidden en vervolgens 2 pelgrimages doen; één naar “Sinte-Anthonys in Veynnois” en één naar “Sinte-Jacops in Galissien”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 232v°, 233 en A.A.B. Deel 29, blz. 52-54.
 
22 februari 1436.
Oorvrede gezworen door GHEERD CANE en zijn zoon JAN CANE aan JAN THONYS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 232v° en A.A.B. Deel 29, blz. 54, 55.
 
10 maart 1436.
Inschrijving van een belofte gedaan door KATLINE VAN DER DONCK, geh. met GODEVERT DE CUYPERE, betreffende een lijfrente t.b.v. JAN VAN BOSCHOVEN, de wettige zoon van GIELYS VAN BOSCHOVEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 226 en A.A.B. Deel 29, blz. 56.
 
13 maart 1436.
Vonnis in een geschil tussen MATHEEUS VAN HELMONT en JAN KEMERLINC of CAMERLINC, sHeren knape, m.b.t. een erfrente op het huis “Yngelant” welke gekocht was van AERD VOUTS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 234 en A.A.B. Deel 29, blz. 57, 58.
 
16 maart 1436.
Verklaring van JAN SMETTEBYER, coepman van Bruessel, over een schuldbekentenis gedaan ten voordele van JANYN DE MIREVILE, welke schuld toebehoorde aan GIELYS DE BONIN, van Brugghe.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 233v°, 238 en A.A.B. Deel 29, blz. 59-61.
 
Zelfde datum.
Regeling nalatenschap van wijlen PAULYNEN MICKAERTS, JANSdochtere, echtgenote van AERD MUTSAERDS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 233v° en A.A.B. Deel 29, blz. 61, 62.
 
23 maart 1436.
Regeling tussen LAMBRECHT DEN BONTEN en zijn broer CLAUS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 226 en A.A.B. Deel 29, blz. 62.
 
28 maart 1436.
Verkoop van een gedeelte van een huis door LYSBETH VAN DOIRNE, met haar man GIELYS CONSTABEL die men heet GIELIS de lepelmakere, aan WILLEM DE ROEDE. Het huis in de Meere ligt tussen de huizen van BERTELMEEUS VAN LILLE en GIELIS VAN WEERBLOKE. Mirvrouwen VAN DER ZENNEN heeft er een erfrente opstaan.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 234v° en A.A.B. Deel 29, blz. 62-64.
 
18 april 1436.
Uitspraak over de “doodslag” op HEINRIC VALKEMANS. Een groepje kinderen uit “Rikenvorssele” liepen van school naar huis. Onderweg kwam HEINRIC om het leven. Verhoord werden: NOUTKEN, WOUTER MESENS sone, JAXKEN, CLAUS JACOPS sone en JOESKEN, NOUT LOEMANS sone. Hoewel HEINRIC voor zijn dood verklaarde, dat JAXKEN het gedaan had, wordt deze toch vrijgesproken. 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 226v° en A.A.B. Deel 29, blz. 64-66.
 
19 mei 1436.
Verzoek om schadeloosstelling door JACOB VAN OERLE aan de stad gedaan. Door toedoen van JAN PAPEN, werd zijn paard en wagen met wijn, gearresteert te “Roechen in Ardenne”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 235 en A.A.B. Deel 29, blz. 68.
 
Zelfde datum.
Bevel voor JAN CLAUS HEYNS tot afbetaling van de achterstand der lijftochtrente door hem aan MATHEUS HACKEN verschuldigd.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 235 en A.A.B. Deel 29, blz. 69.
 
16 juni 1436.
Geschil tussen AGNEESE BREEMS en PETER HAEYE over een rente op een huis, verschuldigt door HEINRICX SANDERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 235 en A.A.B. Deel 29, blz. 78.
 
27 juni 1436.
… alsulken kenlic ongeval als JAN DE LATHOUWERE alias PAUWELS, de hantscoemakere, ghedaen hadde eenen JAN DE MONC, in dien dat hy denselven met gherechten onghevalle ghescoten hadde in der Scuttershof ende alsoe gheraect, dat hy zyne eene oeghe daermet verloren heeft, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 236 en A.A.B. Deel 29, blz. 79.
 
28 juni 1436.
Geschil tussen WILLEM JAN COUWENZOENS VAN DER HEYDEN, broer van AERT, en LYSBET VAN BRABANT, de vrouw van wijlen AERT JAN (VAN DER HEYDEN), COUWENZOENS, over zijn testament.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 236v° en A.A.B. Deel 29, blz. 80-82.
 
5 juli 1436.
Beslissing aangaande het beheer der goederen van CLAUS en THOMAES BEEREN te Eekeren.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 236 en A.A.B. Deel 29, blz. 82.
 
14 juli 1436.
Geschil tussen PETER HAEYE, met een schepenbrief van CORNELYS JANSsone die men heet CORNELYS DE NISPENERE, en ZYBOERT of ZIVOERT CLAUSsone, over de koopprijs van een schip.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 231, 236 en A.A.B. Deel 29, blz. 83, 84.
 
Zelfde datum.
Aanspraak door CORNELYS VAN DER BOERT aan CORNELYS ALAERTSsone op een perceel land.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 236 en A.A.B. Deel 29, blz. 84, 85.
 
17 juli 1436.
Geschil tussen WILLEM VAN DER HEYDEN en PETER “int Paternoster” met HEINRIC GISTMAN, over waterafvoer.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 238 en A.A.B. Deel 29, blz. 85.
 
23 juli 1436.
LAUWEREYS tSERCLAES alias FYOLETTE wordt beëdigd als Rentmeester van Antwerpen, Lier en Herenthals.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 237v° en A.A.B. Deel 29, blz. 86.
 
26 juli 1436.
Beslissing over het beheer der goederen van de minderjarige kinderen van WILLEM VAN NEDERVENNE. Verder worden genoemd: JAN VAN OVERHOF, SYMOEN ALAERTSsone en Jouffrouw GLORIEN VAN DEN VLIETE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 238 en A.A.B. Deel 29, blz. 86-88.
 
Niet gedagtekend juli 1436.
Ic HEINRIC COLIBRANT, DANKAERT DE MOELNERE, JAN NOYTS, LAUREYS MIERSELMAN ende ANDRIES BEHAGELAERTS bekennen dat wy PETER POT sculdich syn, &c. Ende dit heeft CLAUS HOEVEL int register gheset met syns selfs hant, daer by waren die hierna ghescreven staen, te weten es: PETER VAN DER BEVERSLUYS, PETER REYNERS, WILLEM VAN DEN WYNGAERDE, SYMON VAN DER COUDERBORCH, WILLEM VAN DEN BROEKE, MATHEEUS VAN DER ELST ende JAN VAN RYTHOVEN, Scepenen, HENRIC BEKENzone, HENRIC VAN LILLE, LAUREYS MIERSELMAN, ANDRIES BEHAGELAARS, JAN PAUWELS, JAN, de zadelmakere, PETER VAN DEN KERCHOVE, PETER JANSsone, PETER, de linnewevere ende WOUTER VAN EEKEREN, Raetslude.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 237v° en A.A.B. Deel 29, blz. 88, 89.
 
6 augustus 1436.
Geschil tussen JAN CLAUS HEYNS en Jouffrouwe LYSBET, de vrouw van CLEMENTS GHEYTERS, zijn zuster. Verder worden genoemd: KATLINEN RADEWAERTS, hun beider moeder, HEINRICK DEN HAVICKERE, hun beider oom en Mr. GIELYS, WILLEM VAN DE WYNGAERDE, broeders, JAN VRIENDE, JAN BAL, MICHIEL VAN DER BIEST, BERTEL WIELANCKE, KATLINEN STOCMANS, JAN SCHEENAERT en MATHYSE DEN VOLDERE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 265v°, 266, 266v° en A.A.B. Deel 29, blz. 89-94. 
 
21 augustus 1436.
Geschil erfscheiding tussen WOUTER VAN DER RYT en Jouffrouwe “in de Lelye”, weduwe van wijlen JANNES WYNS. 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 238v° en A.A.B. Deel 29, blz. 94.
 
7 september 1436.
Getuigenis over een verklaring van JAN SCOYTEN, den ouden, over aankoop van erfrenten. Genoemd worden: AERD VAN HOUTERLE, JAN VAN YMMERSELE die men heet VAN DEN WYELE en PETERS zuster VAN DEN NESTE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 239 en A.A.B. Deel 29, blz. 100.
 
12 september 1436.
wart AERNOUT GHEERDSsone, poertere van Middelborch, tsyne ghenomen opt water van straetroevers, tusschen Santvliet ende Ossendrecht, daer hem onder dandere medegenomen wart syn signet (vignet, merkteken, Red.), &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 242v° en A.A.B. Deel 29, blz. 101.
 
22 september 1436.
Belofte van NYCLAUS PATERNOSTER, coepman van Lutsenborch (Luxemburg), om de stad Antwerpen niet te verlaten.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 242v° en A.A.B. Deel 29, blz. 102.
 
1 oktober 1436.
ANDRIES BEHAGELAERTS moest een pelgrimage doen naar Rome wegens manslag op COPPEN DYCSTRATE. Met toestemming van betrokkenen wordt deze omgezet in een geldboete. Worden genoemd: MICHIEL JOES, momboir van JAN DYCKSTRAETS kinderen, COLEN DYCKSTRATE, JAN VAN TOLSENDE en JACOP STREEKAERT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 243 en A.A.B. Deel 29, blz. 102, 103.
 
8 oktober 1436.
Zoen tussen GHYSBRECHT VAN DYELBEKE en JACOP COLIBRANT en REYNKEN VAN SWALMEN. De laatste twee moeten een pelgrimage doen naar “tOnser Vrouwen ten Ezeele”. Verder moet GHYSBRECHT VAN DYELBEKE een pelgrimage doen naar “tSenten-Eewouts in Elzaten” of een som geld betalen aan HEINRICK COLIBRANT, voor het hem aangedane leed. Ook moet GHYSBRECHT een som geld betalen aan BLASIUS, en ook aan REYNKEN VAN SWALMEN. Verder wordt genoemd: NOUT VAN DEN ZANDE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 260 en A.A.B. Deel 29, blz. 103-105.
 
18 oktober 1436.
Belofte tot betaling gedaan door WOUTER POT en zijn gezellin MARIE VAN GOTTENGYS. Borgen hiervoor zijn: BERTELMEEUS VAN RAEPHORST en zijn gezellin Vrouwe MACHTELT (VAN RIETHOVEN). Later neemt TYMAN CLAUSsone met MACHTELT VAN RIETHOVEN de borg van BERTELMEEUS over. 
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 260v° en A.A.B. Deel 29, blz. 105, 106.
 
20 oktober 1436.
Geschil tussen de weduwe van wijlen AERNOUT TOLLINCX en PETER OMMATE over de kosten van dijkonderhoud te Lillo.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 239v° en A.A.B. Deel 29, blz. 106.
 
22 oktober 1436.
Over het beheer van de goederen van LYSBET ZANDMAN, de weduwe van wijlen GIELYS VAN DER HOEVEN, die nu zeere cranck haerer zinnen es. Betrokkenen: JAN ZANDMAN, haar vader, BOSSCHAERT BOSSCHAERTSsone, haar zwager, JAN DE BLOCSCOEMAKERE, JAN PAUWELS, AERD VAN DEN VEKENE en JACOP VAN DER HEYDEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 239v° en A.A.B. Deel 29, blz. 107.
 
30 oktober 1436.
Vereffening van het sterfhuis van JOES VAN PUDENBROEC door de weduwe LOSSYEN en JAN VAN PUDENBROEC, haar zwager.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 239v° en A.A.B. Deel 29, blz. 108.
 
2 november 1436.
Vrijspraak van GIELYS VAN EYCKE, JANSzone, van Borchte, ervan beticht Hr. JAN BERNAERTS, priester, prochiaan tot Borchte, gekwetst te hebben.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 240 en A.A.B. Deel 29, blz. 109. 
 
19 december 1436.
Uitspraak in een geschil tussen de Abt van Sinte-Michiels tAntwerpen en JAN SCHOYTEN, den ouden, JAN VAN LYERE, GIELYS BREEM, HEINRICK LEDENAERT, GHYSBRECHT BEHAGELAERTS en JAN JOES over de kosten van een sluis te Austruweel. Verdere betrokkenen: GHYSBRECHT VAN POPENDONC, JAN DAMAES, CLAUS VAN DER HEIDEN, MICHIEL MEINGYAERT en WILLEM HOLPYL.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 264, 264v°, 262, 262v°, 263, 263v° en A.A.B. Deel 29, blz. 113-121.
 
29 december 1436.
Geschil tussen JAN DEL PIERE, wonende te Brugge, en FRANCE VAN DEN VELDE, ALEXISzone. Ook wordt genoemd: JACOP DAVID, van Dornicke.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 260v°, 261, 261v° en A.A.B. Deel 29, blz. 121-125.
 
- 1437 -
 
WALTHERUS VAN RANST = Buitenburgemeester.
WILHELMUS NOYTS = Binnenburgemeester.
 
?? januari 1437.
WILLEM VAN DIEST, geseten te Loenhout, voor een derde deel, WILLEM VAN DIEST, barbier, voor hemselven, en JAN VAN GHEERLE, geven te erve aan HEINRICKE VAN MIDDELSANDE ende JANNE DOYS, dekens van de timmerlieden, tot dezelfs behoef, een huis met plaetse en gronden, geheten “den Bonten Mantel”, gestaen aen de Merct, tussen “Doornicke” en “de Pau”.
Bron: Amand de Lattin, Evoluties van het Antwerps stadsbeeld, Deel 8, blz. 183.
 
11 februari 1437.
OTTO VAN KEPPEL staat met ¼ deel van het huis “den Wolsack” borg voor JAN WILLEBEYS. Dit huis had hij gekocht van LYSBETH STEVENS, zijn “swagerinnen”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 240 en A.A.B. Deel 29, blz. 126.
 
ca. 12 februari 1437.
Geschil tussen WILLEM VAN ROEDE, Schout van Turnhout, en JAN SNELLAERDE, van Baerle. Verder: JUETE VAN DER HEZE en JAN VAN DER EEPT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 233 en A.A.B. Deel 29, blz. 126, 127.
 
18 februari 1437.
GIELYS PUTOER onderwerpt zich aan de beslissing van het Magistraat.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 243v° en A.A.B. Deel 29, blz. 127.
 
1 maart 1437.
Geschil tussen de monboiren van GHEERTRUYDEN sPAPEN en CLAUS DE HEERE. Verder: JAN VAN QUADERIBBE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 246 en A.A.B. Deel 29, 130.
 
4 maart 1437.
N.a.v. een geschil tussen HEINRICK ECTORENS, uit naam van zijn moeder en zijn vrouw, en JAN THEENS, de man van zijn moeder, werd HEINRICK veroordeeld tot 2 pelgrimages. Hiervan wordt hij nu vrijgesproken.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 243v° en A.A.B. Deel 29, blz. 131.
 
20 maart 1437.
… opt ghescil dat was tusschen CLAUS GODEVERTS ende LYSBET VAN DEN BLOKE, zynen wive, aen deen zyde, ende WOUTER STEVENS, aen dandere zyde, toecomende omme der nemingen wille van eenen goede, AERTS CONINCX kindere toebehorende, gelegen tot Yetegem, dat de vors. WOUTER jegen JANNES ZEGERS, der voirs. kindere rentmeester, ghenomen hadde, &c., ende daer AERT VAN DEN BLOKE, der voirs. LYSBETTEN vader, op te wonen plach, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 264v° en A.A.B. Deel 29, blz. 133.
 
27 maart 1437.
Een Schepenbrief van wijlen LAUREYS VAN HOUTHOVEN wordt op vraag van MAGRIET, zijn natuurlijke dochter, vernieuwd.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 267 en A.A.B. Deel 29, blz. 135-137.
 
8 april 1437.
… so presenteerde ANTHONIS VAN DEN MORTEE in de banc van Schepenen den brief van der pelgrimagie tSinte-Ewouts in Elsaten, die hy aldair gedaen hadde vut crachte van eenen soeninc dat de stad gemaect hadde tusschen hem ende JAN VAN OERDEREN, ende dairmede dat den Heren dochte dat hy genouch gedaen hadde als van dyen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 243v° en A.A.B. Deel 29, blz. 137.
 
15 april 1437.
Getuigenis van WOUTER TAYAERT en PETER ZOYS, Schepenen van Hoboken, over de uitwinning der goederen van PETER TAYAERT. Ook wordt genoemd: GIELYS PUTOER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 265 en A.A.B. Deel 29, blz. 137, 138.
 
19 april 1437.
“Soeninc” over de manslag door JOES HILLEN op WILLEM VAN KESSEL.
Naast een aantal zielemissen moet JOES zonder vlees te eten op bedevaart naar “ten Heiligen Bloede te Wilsnacken”, vervolgens naar “Sypers”, daarna naar “tSinte-Peters te Roeme”, daarna zes jaar buiten het Markgraafschap blijven en als deze zes jaar verstreken zijn moet hij nog een pelgrimage doen naar “Sinte-Jacops in Galissien”. Voorts moet hij beloven JACOB DIERIC ANKERMANS niets te misdoen; deze had hem na de moord gevangen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 269v° en A.A.B. Deel 29, blz. 138-140.
 
24 mei 1437.
Voor de Schepenen van Antwerpen verklaren WILLEM ABDS, WOUTER VAN SCHILLE en JAN VAN TUERENHOUT schuldig te zijn DENIJS DEN ROEDEN 45 pond Vl. en een gouden peter als van een tafel ten behoeve der kerk van Middelgem.
(Schepenbrieven 1437 f° 458).
Bron: Antwerpiensia, Deel 13, blz. 280.
 
18 mei 1437.
Geschil tussen PETER DEN LAET, onze poorter, en JAN VAN RUDISHEM, poorter van Coelene, over handelszaken. Wordt ook genoemd: MATHEEUS VAN HELMONT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 265 en A.A.B. Deel 29, blz. 140, 141.
 
17 juni 1437.
Nadere verklaring van een vonnis tussen MACHIEL VAN OLMEN, Drossate van Westerle, en JAN VAN HALLE, onze poorter.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 266v° en A.A.B. Deel 29, blz. 144.
 
26 juni 1437.
… dat opten dach van heden voer ons comen syn JAN DER KINDERE, HEINRIC VAN DER MERE, LYSBET BASTYNS, JAN STYNEN, WOUTER BEELAERT en HEINRIC SNELLAERT, ende hebben ons te kennen gegeven hoe dat zy ende meer andere persoenen sekere renten hebben ende jaerlix heffende syn met scepenenbrieven van Antwerpen ende anders op JAN SPIERS ende KATLYNEN BASTYNS, syns wyffs, goede, gelegen tOestmalle ende eldere, dewelke JAN ende KATLYNE voervluchtich ende gheruympt syn in der voers. persoenen achterdeel ende groeter scaden, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 267v° en A.A.B. Deel 29, blz. 144-146.  
 
26 juni 1437.
Geschil tussen JAN VAN DER MEERE, in naam van zijn vrouw LYSBET GERONCX, LAUREYS GERONCX, voor hem zelf en in naam van JOES en LYSBET GERONCX, hun broer en zuster, en aan de andere zijde BERBEL PYNAERTS, weduwe van wijlen JAN GERONCX.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 246 en A.A.B. Deel 29, blz. 146, 147.
 
10 juli 1437.
Beslissing over de betaling van een som geld door JACOP VAN DER BORSEN en JAN VAN DEN EEDEN, poorters van Brugge, aan JAN VAN PAPEGEM.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 268v° en A.A.B. Deel 29, blz. 148, 149.
 
11 juli 1437.
Uitspraak in een geschil tussen het godshuis van Postel en CORNELYS STEYMANS, WOUTERsone, van Arendonck, over het eigendom van een gracht.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 274 en A.A.B. Deel 29, blz. 149-151.
 
12 juli 1437.
Aanstelling van WOUTER BREEM als roededrager en als “vanger”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 268 en A.A.B. Deel 29, blz. 152.
 
17 juli 1437.
Kaveling der goederen van de kinderen van CLEMENT (DE) GHEYTER. Worden genoemd: JACOB en KERSTINEN GHEYTER, JACOP GOBBENsoen, JANNES VAN DER GOUDEN, MATHYS VAN DEN BERGE, CLAUS VAN DER HEYDEN, JAN DAMAES, de weduwe VAN DEN BOGAERDE, CLAUS ALLEYN, CLAUS en JAN CLEMENTS en JAN VAN DEN RIET.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 286 en A.A.B. Deel 29, blz. 153-155.
 
22 juli 1437.
Regeling van een geschil tussen PANTLION ALZHUSER, coopman, van Costens (Constanz), en JAN DAS met GHEERD BRY, coepluyden van Nyeumegen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 268v° en A.A.B. Deel 29, blz. 155, 156.
 
24 juli 1437.
Oorvrede en scheiding tussen JAN STERKE, cledermakere, en AGNEESE BREEMS, zijn vrouw.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 269 en A.A.B. Deel 29, blz. 156, 157.
 
29 juli 1437.
Regeling van een geschil tussen “den Jouffrouwen van den Baghynhove tAntwerpen” en de weduwe van wijlen WILLEM VAN DEN BOGERDE over een korenrente.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 269 en A.A.B. Deel 29, blz. 157.
 
31 juli 1437.
Regeling van een betaling van AERDE HOFMANS, van Mechelen, aan FREDERICK GREVESTEYN, coepman van Coelne.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 269 en A.A.B. Deel 29, blz. 158.
 
14 augustus 1437.
Soendinc gemaakt tussen COPPEN DEN RYKE en COOL GHEENS, CLAUS BOYST, GHEEN TEEMSCH, WILLEKEN AVEN en HANNEKEN VAN DER STRATEN.
De laatstgenoemden moeten op bedevaart:
WILLEKEN AVEN die men heet ZEGHERS naar Mompelier.
COOL GHEENS naar “Sinte-Ambrosius te Melanen”
CLAUS BOYST naar “Sinte-Anthonis te Viennois”.
GHEEN TEEMSCH naar “tOnser-Vrouwen te Rochemadouwe”.
HANNEKEN VAN DER STRATEN naar “Bordiaux”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 259 en A.A.B. Deel 29, 158, 159.
 
20 augustus 1437.
Schepenbrief van Antwerpen in bewaring gegeven aan WILLEM VAN HOLTHEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 269 en A.A.B. Deel 29, blz. 160.
 
15 september 1437.
Eedaflegging door GIELYS PUTOIR als Ambtman der stad.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 270, 270v°, 272 en A.A.B. Deel 29, blz. 162-170.
 
20 september 1437.
Geschil tussen ROMBOUDE VAN DEN SCORE en JAN MENDONX over de nalatenschap van KERSTINE VAN DEN RODE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 273 en A.A.B. Deel 29, blz. 170.
 
19 oktober 1437.
Regeling van de nalatenschap van LAUREYS VAN AERSCHOT. Genoemd worden: MARIE VAN RANST, zijn wettige vrouw, JAN SPYKERSsoen, Hr. GIELYS EELENS, onder-prochiaan van Onser-Vrouwenkercke, AECHTE VAN DER TANERIE, de vrouw van JAN VAN DER BREMPT, JAN VAN SCHOETEN, JAN DE PAPE, WILLEMSsone, JAN BUISER, GIELYS VAN LEEMPUTTE, de kinderen van JAN BLABBENEREN waar moeder van is LYSBETH VAN LILLE, COEL WYN, JAN VAN RANST, LODEWYCXsone, en zijn zuster MAGRIETEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 283v°, 284 en A.A.B. Deel 29, blz. 179-182.
 
14 november 1437.
Uitspraak in een geschil tussen JAN VAN OVERHOF, AERTSsone, van Roesendale, als wettig erfgenaam van wijlen CORNELIS VAN OVERHOF, JANNESsone, en de kinderen van voors. CORNELIS. Pikant detail: “Wilen CORNELYS, syn oem, als van dootslage begangen ende gedaen hadde”. Genoemd worden: wijlen JANNES VAN OVERHOF en zijn vrouw GHEYLEN zMERCELYSdochtere, oudervader en oudermoeder van JAN VAN OVERHOF, de kinderen van HEYLWIGEN WOUTER  CLAYSsoens en de kinderen van wiven HEINRICK TYELMANS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 274v°, 285 en A.A.B. Deel 29, blz. 183-186.
 
Zelfde datum.
Uitspraak in een geschil tussen JAN MAES, met LAUREYS, WILLEM, ECTOR en THOMAES, zijn wettige kinderen, GODEVAERD VAN PULLE en WOUTEREN WOUTER AERTSsone, hun zwagers, aan de ene zijde, en MAGRIET VAN HOUTHOVEN, LAUREYSdochter, aan de andere zijde, over de nalatenschap van wijlen LAUREYS VAN HOUTHOVEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 275, 275v° en A.A.B. Deel 29, blz. 186-188.
 
23 november 1437.
Verklaring van JAN METTENEYE over het stelen van een koffer met juwelen en zijn zegel met ook zijn “signet”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 275v° en A.A.B. Deel 29, blz. 188.
 
28 november 1437.
Zoen over de moord gepleegd door VOLKERICX FYNAERTS op zijn vrouw MARGRIET PYNAERTS. De kinderen zijn: DANCKAERD en KATLYN FYNAERTS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 276 en A.A.B. Deel 29, blz. 189, 190.
 
16 december 1437.
Uitspraak in een geschil tussen de gebroeders WILLEM, JAN en COSTEN van BERCHEM en Joncfrou DIERICK VAN BERCHEM, hun zuster, met haar man JAN METTENEYE, over de nalatenschap van hun vader en moeder JAN VAN BERCHEM en Joffrouwe DIERICK.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 276v°, 277, 277v° en A.A.B. Deel 29, blz. 190-194.
 
23 december 1437.
… soe verlyde WOYTE VAN PAESSCHEN, bastaert, dat hy in twee reysen vuytgeweest hadde met JAN VAN MOLLE, BOUWEN VAN DER BORCH, GOMMAER VAN DER BORCH, bastaert, ende HEYN QUADEPAPE omme HEYNRICK COLIBRANT te helpen doot te slane, te weten in deene reyse te Lyere, tot Mr. WILLEMS sbarbiers huys, ende dandere reyse tAntwerpen, in “den Hert”, in de Coeperstrate.
WOYTE VAN PAESSCHEN zwoer op 24 december oorvrede aan HEYNRICK COLIBRANT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 276 en A.A.B. Deel 29, blz. 194, 195.
 
24 december 1437.
Belofte van HEYNRICK TESSCHEN, met brieven van GIELYS CRABEL, van borgen te stellen aan de stad.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 276 en A.A.B. Deel 29, blz. 195, 196.
 
30 december 1437.
Ontruiming van een huis op het Zand. Genoemd worden: JAN MANNAERT, JAN DE CLERC, WOUTER DIERIXsone en WILLEM ENTENS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 276v° en A.A.B. Deel 29, blz. 196.
 
geen dagtekening 1437.
Emancipatie door LAUREYS DE BLARE aan zijn zoon JAN DE BLARE. Verder worden genoemd: JAN BONARTS en AERT WYNS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 267 en A.A.B. Deel 29, blz. 197.
 
geen dagtekening ca. 1437.
Uitspraak van de scheidsmannen: JACOP DE MAGHS, WILLEM BEYS, JANNES ZEGHERS en ANTHONIS BERTELMEEUSsone aangaande het sterfhuis van wijlen JAN HEYMANSsone, die geh. was met DIERWYVE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 278 en A.A.B. Deel 29, blz. 197-199.
 
- 1438 -
 
JOANNES VAN DER ELST = Buitenburgemeester.
JACOBUS VAN RIETHOVEN = Binnenburgemeester.
 
2 januari 1438.
Betreft een erfrente op een huis in de Kammenstraat. Genoemd worden: JAN MUSSCHE LAUREYSsone die men heet JAN MEINGIAERT, LYSBET MOLLINNEN de vrouw van HEINRICX MOL(S), CLAUS FIKERS en PETER CUYPER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 240v° en A.A.B. Deel 29, blz. 199, 200.
 
11 januari 1438.
PETER VALKE, vischcoepere, is zijn zegel verloren.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 275v° en A.A.B. Deel 29, blz. 200.
 
15 januari 1438.
Regeling van een geschil tussen JORYS VAN DEN DYCKE, den huyvettere, en BERTELMEEUS VAN HALLE, huyvettere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 277v° en A.A.B. Deel 29, blz. 200-202.
 
18 januari 1438.
… lyftochtrenten ten liven van Jouffrouwen KATLINEN VAN HEFFENE, wettich wyf CLAUS COLEZOENS, ende KATLINEN, dochter JAN VAN MECHELEN, dair de voirs. CLAUS oudervader af is, die Jouffrouwe CORNELIE, dochter wylen Joncker GHEERDS VAN BERGHEN, wettich wyf JAN VAN ASSCH, Vrouwe van Merxhem ende van Schoiten, hem vercocht heeft &c. lyftochten ten liven van Jouffrouwen KATLINEN VAN HEFFENE voirs. ende MARGRIETEN, dochter wylen AELBRECHT VAN UDEN, ende die de voirs. Jouffrouwe van Merxhem hen vercocht heeft &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 278v° en A.A.B. Deel 29, blz. 202.
Zie ook: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 19v° en A.A.B. Deel 29, blz. 372. 
 
1 februari 1438.
In plaats van COLEN DEN PAPE is nu VOLKERIC FYNAERT borg voor wisselaar CLAUS VAN LOEVEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 279v° en A.A.B. Deel 29, blz. 208.
 
14 februari 1438.
Het geld uit het testament van de vrouw van JAN PASTEIBACKERS dat bestemd is voor haar, in het buitenland verblijvende, neven CLAUS en JAN VAN WINCKELSELLE, wordt tijdelijk in bewaring gegeven.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 278v° en A.A.B. Deel 29, blz. 208, 209.
 
19 maart 1438.
Bij het verdelen van de goederen van wijlen JAN KEMERLINC of CAMERLINX, sHerencnape, door zijn echtgenote LYSBET VAN STEENWYC, DIERIXdochter, blijkt dat haar eerste echtgenoot BLOC GIELISsone nog in leven is. Hij verbleef 16 jaar in het buitenland, zo verklaren: WILLEM HEYNEsone, GIELIS PAWEsone, CLAUS PAWEsone, GIELIS JANSsone en HERMAN KRIECK, vuerlude in Benstop.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 281 en A.A.B. Deel 29, blz. 211.
 
26 maart 1438.
Nadere verklaring van CLAUS VAN DER HEYDEN als scheidsman in het geschil tussen JAN VAN VUERLESBERGE en HEINRICK VAN LEENHOVEN. Worden ook genoemd: WILLEM DE CONTHY en BOUDEWYN DE LA CAPPE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 281v°, 282 en A.A.B. Deel 29, blz. 211-215.
 
28 maart 1438.
“Emancipatie” van JAN VAN DER BEVERSLUYS door zijn ouders PETER VAN HAMBROECK die men heet VAN DER BEVERSLUYS, scepen tAntwerpen op desen tyt, en KATLINEN VAN DEN WERVE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 282 en A.A.B. Deel 29, blz. 215.
 
4 april 1438.
Uitspraak in een geschil tussen AERDE WYNRICX, den vleesschouwere, en GIELYS DE MEYERE, ANDRIESsone.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 281 en A.A.B. Deel 29, blz. 216.
 
Zelfde datum.
Geschil tussen LYSBET NOUTS, PETERdochtere, en JAN VAN DER HEZE, JAN VAN DEN SCRYCKE, HEINRICK CLAUS GIELS en PETER VAN BERLAER over de erfgift die wijlen WILLEM HUYGE heeft gedaan aan LYSBET.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 282v° en A.A.B. Deel 29, blz. 216, 217. 
 
5 april 1438.
Van JAN HUGHEsone, wonend “int Schaecbordt”, is zijn zegel gestolen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 282v° en A.A.B. Deel 29, blz. 217.
 
24 april 1438.
Besluit over een geding tussen AUGUSTYN VAN DEN EYNDE en JAN KEMPSACT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 281 en A.A.B. Deel 29, blz. 218.
 
25 april 1438.
Uitspraak in een geschil tussen Hr. JACOP VAN FRINDEYS die men heet BOUT, Deken en Canonic in der stad van Lyere, en JACOP VAN DER BOVEN over een korenrente op goed te Deurne.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 285 en A.A.B. Deel 29, blz. 218, 219.
 
29 april 1438.
PETER DE DECKERE, ingezeten poorter, staat borg voor LOEDEWYCK STAESSENS, van der Nieuwpoert. Wordt ook genoemd: AERD KEYSER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 282v° en A.A.B. Deel 29, blz. 220.
 
6 mei 1438.
Goedkeuring door de stad Antwerpen van de verkoop van een perceel heide door de Schepenen van Hoboken aan JAN GOURY, Rentmeester van de Heren van Rumpst, ondanks verzet van PETER COEVOET en COOL DE BRUYNE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 9 en A.A.B. Deel 29, blz. 286.
 
9 mei 1438.
Vereffening zoenschuld betreffende de moord op GIELYS VAN WILRYKE door AERD BRAEW te betalen aan de zoon GIELYS GIELYSsoon.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 283 en A.A.B. Deel 29, blz. 221, 222.
 
15 mei 1438.
Besluit over een geschil tussen Begijnen en de momboeren van de Witzusters t.w. RYKAERT JANSsoen en JAN DE WALE over een erfrente van LYSBETH VAN LAMBROEC, begijn.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 284v° en A.A.B. Deel 29, blz. 224.
 
28 mei 1438.
HEYNRIC VAN BLAKENBROECK en ROMBOUT VAN UDEN staan borg voor HEYNRICK TASSCHE, poorter van Antwerpen, tegen WOLFAERD VAN DER MAELSTEDE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 283 en A.A.B. Deel 29, blz. 225.
 
31 mei 1438.
Vonnis in een geschil tussen WILLEM VAN DEN WYNGAERDE en WILLEM DEN MOELNERE over lichtval.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 285v° en A.A.B. Deel 29, blz. 226.
 
4 juli 1438.
AERDT LOY STAESsoen, poorter en inwoner van Nieuwerpoirt, door AERD DEN KEYSER te Antwerpen in hechtenis laten nemen wegens dat goederen van hem, JAN VAN LYERE en LIBBRECHT VAN MYNDEN e.a. daar in beslag liggen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 284 en A.A.B. Deel 29, blz. 227.
 
7 juli 1438.
Uitspraak in een geschil tussen JAN DEN HERTOGE en CLAUS RABODE over een korenrente te Mortsele.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 284v° en A.A.B. Deel 29, blz. 228.
 
9 juli 1438.
De eerste openvallende plaats in het visverkopersambacht toegezegd aan BOUWEN ADELYEN, den cock, ingezeten poorter van Antwerpen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 285v° en A.A.B. Deel 29, blz. 229.
 
27 juli 1438.
Kwijtbrief van Mr. JAN VAN DER ACHTER, broeder van de orde van St-Jan, aan PETER COEVOET en JAN DEN NACHT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 278v° en A.A.B. Deel 29, blz. 230.
 
29 juli 1438.
Afwijzing van de eis van MICHIEL VAN DER BIEST tegen GIELYS SANDERS.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 246 en A.A.B. Deel 29, blz. 230, 231.
 
4 augustus 1438.
De eerst openvallende “provende in de Infirmerie op Clapdorp” toegezegd aan BEELGIE BATEN, “cameriere” HEINRIC COLIBRANT.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 246v° en A.A.B. Deel 29, blz. 231.
 
5 augustus 1438.
Vergoeding voor GIELYS VAN HERPE wegens schade aan zijn schip opgelopen voor Biervliet.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 247 en A.A.B. Deel 29, blz. 231, 232.
 
Zelfde datum.
Belofte van betaling aan HEINRICK BADORP, van Dorptmonde, HANZEN HEERLINCHUYSEN en HANZEN CLEEUWICHUYSEN door PETER VLEEMINC.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 285 en A.A.B. Deel 29, blz. 232, 233.
 
22 augustus 1438.
De eerste openvallende “provende” in het Sinte-Annagodshuis, toegezegd aan Jouffrouwe ADELICE, bastaarddochter van JAN VAN BERCHEM.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 285v° en A.A.B. Deel 29, blz. 233.
 
Zelfde datum.
Voorwaardelijke overlevering van de twee gevangenen JAN VAN PAPEGHEEM en JOES DE BELS aan de Hertog.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 286v° en A.A.B. Deel 29, blz. 233, 234.
 
1 september 1438.
Uitspraak in het geschil tussen JAN HEESTERMAN en PETER FAES MERTENS, FAES MERTENS en AERD FAES MERTENS over de betaling van een lijftochtrente. Verder worden genoemd: MEEUSE DEN LOEKERE, JAN NOUTS en JAN VAN ELSACKER.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 287 en A.A.B. Deel 29, blz. 236.
 
5 september 1438.
De eerst openvallende “vischbanc” beloofd aan HEINRICK HAERE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 291v° en A.A.B. Deel 29, blz. 237.
 
Zelfde datum.
Besluit ter zake van de uitwinning der goederen van LYSBET BOLS. Genoemd worden: WILLEM VAN BROUCHOVEN die men heet VAN DEN ELSHOUTE, HENRIC BOLLE met zijn vrouw MAGRIET en hun dochters LYSBET en MARIE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 247v° en A.A.B. Deel 29, blz. 237, 238.
 
Zelfde datum.
JAN VAN DER BEVERSLUYS, PETERSsoen, verklaart onder ede de goederen van zijn ouders niet te verkopen, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 287 en A.A.B. Deel 29, blz. 28, 239.
 
22 september 1438.
… als dat JAN VAN WYNEGHEEM, natuerlic soen GHEERT VAN WYNEGHEEM, gheven zoude zonder vertreck MAGRIET sBRUWERS, van Sinte-Gheertruydenberge, als vore tversterf van haeren ghedeele dat haer bleven is van GEERD, ADRYANE ende LYSBET, des vors. JANS  wettige kinderen, daer moeder af was MARIA sBRUWERS, der vors. MAGRIETEN zuster tweentwintich gouden Peters, ende daermede soude zy vutbliven sonder yet meer te hebben oft te deylen. Behoudelic dien, dat de voirs. MAGRIET met HARMAN VAN WOELPUTTE, haeren momboere op desen tyt, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 186v° en A.A.B. Deel 29, blz. 239, 240.
 
23 september 1438.
Oorvrede gezworen door JAN SYMOENSsone, van Bergen opten Zoom, aan WILLEM DIBBOUT die men heet DE WINDAESMEKERE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 259v° en A.A.B. Deel 29, blz. 240, 241.
 
25 september 1438.
Schikkingen in een schadevergoedingszaak. Betrokkenen: de Schout JAN CANT, HILLEBRAND VAN DEN HOUTE en WILLEM STICKER, cooplude van der Elborch (Elburg), JAN VAN DEN HOVE en RUTGHEER VAN ZEYNE.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 289 en A.A.B. Deel 29, blz. 241, 242.
 
7 oktober 1438.
Borgtocht voor PAULE MELYAN. Genoemd worden verder: GHERART NIEUWELANT en BAPTISTE ARNULPHIN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 285v° en A.A.B. Deel 29, blz. 242, 243.
 
14 oktober 1438.
Geschil over achterstallige schuld tussen PETER GOEDENBORCH, coepman van Engelant, en AERND DE CLOSSERE, poorter tAntwerpen. De vier “zeggeren” t.w. ROMBOUT VAN UDEN, HENRICK BEYS, WILLEM MAGER, LIBBRANT DE OOSTERLINC met CLAUS COLENzoen als “overman” doen een uitspraak. Nog genoemd: CLAES HUYSMAN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 294 en A.A.B. Deel 29, blz. 244, 245.
 
16 oktober 1438.
Uitspraak in een geschil tussen JAN VAN DER RYT met zijn mede-erfgenamen van de weduwe van HENRICX VAN RIETHOVEN en LYSBET tSERYNGELS, weduwe van wijlen JAN HEYNS, over de helft van het huis “den Sluetel”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 1 en A.A.B. Deel 29, blz. 287.
 
2 november 1438.
BAPTISTE ARNULPHIN, in den name van hem ende van JAN ARNULPHIN, sinen neve, die hy hierinne geloefde te vervane, ende NYCLAES POIGE, in den name van hem ende PAUWELS MELYAEN, die hy oic hierinne geloefde te vervane, coeplude van Luyck, op deen side, ende WILLEM BULLY, coepman vut Schotlant, op dander, &c.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 282 en A.A.B. Deel 29, blz. 248.
 
4 november 1438.
Oorvrede gezworen door WILLEM HEYS, poorter van Antwerpen, aan HEINRIC DE WILDE, nu ter tijd Schepene in Baerle.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 1 en A.A.B. Deel 29, blz. 288.
 
21 november 1438.
WOUTER en WILLEM VAN KETS, gebroeders, stellen zich beschikbaar van de stad wegens belediging van de burgemeester.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 1v° en A.A.B. Deel 29, blz. 288, 289.
 
22 november 1438.
Jouffrouwe JANNE VAN BELLE, wedewe wylen ADAEMS sPROESTS, van Aelst, ende RAES DE MOMPERE, van Ghend, dewelke setten ende stelden haere borghen LIEVYN VILAYN, den goudsmit, ende HEYNRICKE VAN DEN MALE, poirteren van Antwerpen, omme in een vierendeel van alsulken goede als de wedewe wylen HEYNRICX QUINTENS achter haere gelaten hadde ende van haerer doet verstorven waren, te deylene dat zy sculdich waren te deylene, ende te geldene dat zy sculdich waren te geldene na der stad recht van Antwerpen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1439-1459, fol. 1 en A.A.B. Deel 29, blz. 289.
 
Zelfde datum.
Geschil tussen GODEVERD VAN DEN HOUTE en JACOP VAN DER LOE over een half bunder land gelegen te Wesele. Worden verder genoemd: KATLYN VAN DER BIEST en haar dochter LYSBET BARNIERS, JAN VAN BERCHEEM, WOUTER VAN DEN BROEKE, AERD tSHERMEYS, GIELIS HELLAERT, GHEERD DEN KEGELERE, GIELIS VAN DER HOEVEN, JAN TAELMAN, MATHISE VAN DEN BERGHE en JAN BERNIER.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 1v°, 2 en A.A.B. Deel 29, blz. 290-292.
 
24 november 1438.
Hr. HEYNRIC VAN DER BEKE, priester en prochiaan van Brecht, stelt zich borg voor SYMOEN BERTRAM, tymmerman.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 1 en A.A.B. Deel 29, blz. 289, 290.
 
2 december 1438.
JAN GHOURRY, Rentmeester van Rumpst, en JAN VAN UTRECHT zijn hun zegels verloren.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 2 en A.A.B. Deel 29, blz. 293.
 
10 december 1438.
In een geschil tussen JAN VAN OEVELE en JAN VAN DEN EERDBORNE doen de volgende scheidsmannen AERD VAN DEN GHOERE, JACOP VAN DEN DALE, GIELYS VAN MOLLE en LUYBEN BOCX een uitspraak.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 2v° en A.A.B. Deel 29, blz. 293, 294.
 
16 december 1438.
BOUDEN THOEN verwezen tot betaling van een som geld aan het Sint-Michielsklooster.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 2v° en A.A.B. Deel 29, blz. 295.
 
29 december 1438.
JAN VAN VELLAER verkoopt een korenrente en een erfrente aan CLAUS DEN SMIT, wollenwevere, en zijn vrouw LYSBET VAN KEMPENEN, op een huis te Wommelgem, gelegen tussen erven van WILLEM GHYSBERCHT en WOUTER OTS. Ook wordt genoemd: BOUDEN VAN VELLAER.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 3, 3v° en A.A.B. Deel 29, blz. 295-298.  
 
Zelfde datum.
JAN VAN DEN ZOOME is een korenrente verschuldigd aan JACOB DEN COCK en MAGRIET SMEETS, CLAUSdochter. Verder worden genoemd: JAN sHERDEN, GIELYS OEMS en LYSBET YDENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 3v° en A.A.B. Deel 29, blz. 298, 299.
 
Zelfde datum.
Bekrachtiging van een uitspraak der Wethouders in een geschil tussen JAN VAN OVERHOF en de kinderen van CORNELYS VAN OVERHOF.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-145, fol. 5 en A.A.B. Deel 29, blz. 299-301.
 
30 december 1438.
Vonnis in een geschil tussen LYSBETH sHONTS, weduwe van wijlen CLAUS LICHTEN, en REYNNER BOLLAERT, GIELYSsone, over een erfrente op goed te Austruweel, dat CLAUS destijds gekocht had van WILLEM YDENsoen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 4v° en A.A.B. Deel 29, blz. 301.
 
Omstreeks 1438.
Geschil tussen LAUWER DAEMS en LYSBET NOYENS, met haar man JAN TIELENS, over een korenrente van wijlen AERT NOYENS. De vier “seggeren”, WOUTER VAN DEN BROEKE, ADRIANEN VAN EMEREN, JAN LOYS en HEINRICK VAN DER MEEREN doen een uitspraak.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 279 en A.A.B. Deel 29, blz. 249.
 
- 1439 -
 
MATTHEUS VAN DER ELST = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN RIETHOVEN = Binnenburgemeester.
 
2 januari 1439.
Uitspraak in een geschil tussen JAN PETERS, den ouden, van Airtslaer, en JAN VAN DEN MORTERE, over de aankoop van een korenrente.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 5 en A.A.B. Deel 29, blz. 304, 305.
 
12 januari 1439.
Regeling van de afvoer van hemelwater tussen JAN VAN DEN HOVE, vischcopere, WILLEM BEYS en HEINRIC BEKENsone.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 6v° en A.A.B. Deel 29, blz. 305, 306.
 
16 januari 1439.
Regeling van de schulden van AERT BYESMAN, de theengietere, en zijn vrouw JANNE SMOERS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 5v° en A.A.B. Deel 29, blz. 306.
 
Zelfde datum.
Uitspraak in een geding tussen WILLEM VAN DEN ELSHOUTE en LYSBET BOLS, HEINRICKdochter, de vrouw van WOUTER VAN VLINCKENBORCH. Verder worden genoemd: BOUDEN VAN DEN PUTTE en HUBRECHT VAN DEN ZONNEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 6 en A.A.B. Deel 29, blz. 307.
 
17 januari 1439.
Verklaring van SYMOEN DE BRUYN, CLAUSsoen, over een Schepenbrief van Mr. JAN POT, die toebehoort aan WOUTER POT, zijn broeder.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 5v° en A.A.B. Deel 29, blz. 307, 308.
 
22 januari 1439.
Belofte van betaling gedaan door HEINRIC KNAEPS, wonachtich te Turnout, aan JAN BATEN, CORNELIS VAN ABBENEYGEN en DIEDERICK DEN GREVE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 4v° en A.A.B. Deel 29, blz. 308, 309.
 
23 januari 1439.
Regeling geschil tussen JAN VAN DEN HOUTE, plattynmakere, met zijn buren, en PETER JOES, als gemachtigde van JAN BORLET, coepman van Brugge, over een gezamelijke doorgang.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 9 en A.A.B. Deel 29, blz. 309, 310.
 
26 januari 1439.
Uitspraak in een geschil tussen BEATRUYS tSCHOUTETEN, weduwe van wijlen JAN MAEYERS, en WILLEM DE MAEYERE, CORNELIEN MAEYERS, CLAUSdochter wijlen, en haar man ROMBOUT VAN UDEN en CORNELIS CLAUSsone, in naam van zijn vrouw en erfgenamen van JAN DE MAEYERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 6v° en A.A.B. Deel 29, blz. 310, 311.
 
27 januari 1439.
Vonnis in een geschil tussen JAN DE PAPE, in “den Pelgrem”, en JAN DEN BOCK over de nalatenschap van de weduwe van JACOB BOX.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 6 en A.A.B. Deel 29, blz. 311, 312.
 
Zelfde datum.
JANNE VAN VOSCHOVEN verklaart dat zij vrijwillig was meegegaan met HEINRIC VAN WILRE, de bastaardzoon van HEINRIX VAN WILRE, wonende te Thyenen, en met hem in ondertrouw te zijn.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 6 en A.A.B. Deel 29, blz. 313.
 
28 januari 1439.
Voor de schepenen JAN VAN RIETHOVEN en WILLEM MENGIAERT verklaren JAN THYS en zijn vrouw LYSBETH sLOMBAERDEN dat zij een korenrente verkocht hebben aan MATHEEUS MENGIAERT.
Bron: Register vanden Dachvaerden en A.A.B. Deel 19, blz. 91, 92.
 
30 januari 1439.
Handelt over een Schepenbrief van WOUTER DE VOLDERE aan JAN VAN HERCK, wonende te RETHYE, over een vroegere “dongeval van den dootslage” op de vader van JAN. Zaak nu onder de geestelijke rechter.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 6v° en A.A.B. Deel 29, blz. 313, 314.
 
4 februari 1439.
Afstand van een korenrente door JAN VAN LYNT en zijn vrouw MAGRIET SMEKENS, wonende te Waelhem, aan KATLINEN VAN LYNT uit de nalatenschap van GIELIS VAN LYNT, hun vader.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 7 en A.A.B. Deel 29, blz. 314.
 
11 februari 1439.
Geschil tussen JAN VAN OVERHOF en JAN, JOES en AERNOUT WOUTERSsone voor henzelf en in naam van CORNELISE JANNES VAN OVERHOFS kinderen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 7 en A.A.B. Deel 29, blz. 315, 316.
 
3 maart 1439.
Geding over een korenrente tussen HEINRIC VAN WEESMALE, bastaard, en CORNELIS ALARTSsone, verwezen naar een bevoegde rechtbank.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 7 en A.A.B. Deel 29, blz. 316.
 
4 maart 1439.
JAN VAN DUIST verkoopt een windmolen te Boelaer aan LYSBET, weduwe van wijlen ZEGHER BUSSCHERS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 7v° en A.A.B. Deel 29, blz. 317, 318.
 
Zelfde datum.
Schuldbrief uit Herenthals te Antwerpen ter beschikking gestelt voor belanghebbenden. Genoemd worden: EVERHART METTEN, HEINRIC VAN ROEDE en HEINRICK VAN LEENHOVEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 8 en A.A.B. Deel 29, blz. 318.
 
5 maart 1439.
Uitspraak in een geding tussen HEINRICK (Hendrica) VAN DEN BROEKE, weduwe van wijlen WILLEM VAN TICHELT, en JACOP DE BITTER, over handelszaken.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 7v° en A.A.B. Deel 29, blz. 321.
 
7 maart 1439.
Regeling van een geschil tussen GHEERD NIEUWELANT en Mr. GIELIS VAN DEN WYNGAERD, over het geldelijk verlies geleden door hun als borgen, voor wisselaar AERT BOUTS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 8v° en A.A.B. Deel 29, blz. 322, 323.
 
11 maart 1439.
… dat de wedewe wylen JORYS VAN DEN DYCKE, Her CORNELIS TOYR ende WOUTER VAN REELEGHEEM, als testamenteurs des voirgenoemden wylen JORYS, overgeven souden ADRIANE VAN EEMEREN, tot behoef PETER VAN DEN DYCKE, MERTENS sone was VAN DEN DYCKE, alsulken brieve, als zy onder hadden, die denselven PETER verstorven waren van den voirs. MARTENE, zinen vader, omme dieselve brieve onder den voirgenoemden ADRIANE te bliven rustende totter tydt toe ende wylen dat de voirs. PETER mondich wesen soude ende dat hy hemselven soude connen regeren.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 8 en A.A.B. Deel 29, blz. 324, 325.
 
10 april 1439.
Uitspraak in een geschil tussen MARIEN MEUS, JANSdochter, geh. met JAN LIPPENS, en JAN VAN YKELE, MATHYSsone, die men heet ZOETEN, over een korenrente.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 9 en A.A.B. Deel 29, blz. 326, 327.
 
1 mei 1439.
De eerst openvallende visbank aan WOUTER MYNNEBODE ten voordele van zijn neef PETER MYNNEBODE, GHYSBRECHTSsone.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 9v° en A.A.B. Deel 29, blz. 327.
 
14 mei 1439.
Akkoord gemaakt tussen WILLEM VAN VOERHOUT, Tresorier en ontvanger der stad GENT, en VOLPAERT VAN ZUYLEN, als gemachtigde van de weduwe en bastaardkinderen van wijlen Hr. VREDERICX UTEN HAMME, Ridder, over de issuerechten. Verder worden genoemd: Jouffrouwen CLARISSIEN VAN DEN STAPLE met GODEVAERD en HUYG BRAEM, haar kinderen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 9v° en A.A.B. Deel 29, blz. 328, 329.
 
19 mei 1439.
Namens het stadje Steenbergen komen Hr. JAN HERMANSsone, priester, en WILLEM VAN DER MAELSTEDEN, de stadsklerk, beloven dat ze voortaan de lijftochtrenten op tijd zullen betalen aan:
MAGRIET SNACX, PETERSdochter.
PETER BLOCSCOEMAKERS en zijn kinderen en vrienden.
AERD VAN GHEEL, WYNRICXzone, met zijn broeders en zijn zuster GHEERTRUYD.
JACOP GOBBEzone, namens de kinderen VAN PUTTE.
KATLYN BEHAGELAERTS.
JAN DE PAPE.
COLE DE PAPE.
PETER VAN MONTENAKEN.
JAN WILLEBEYS, doude.
Buiten deze afspraak is gebleven: CLAUS VAN DEN DALE, “van syns wyf wegen”, LYSBET VAN DEN NUWENHUYSE.
Informatie heeft verstrekt: WOUTER MINNEBODE, “der voirs. stad knape, die daertoe van deselver stad wegen van Antwerpen gecommiteert heeft geweest int jaer ende opten dach voirs”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 10 en A.A.B. Deel 29, blz. 329-331
 
19 juni 1439.
Een geschil tussen CELEYEN CELEYEN, WILLEMSdochter, en JAN WILMAER.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 10v° en A.A.B. Deel 29, blz. 332.
 
23 juni 1439.
Aflevering aan EVERT VAN DREYSPE, de achtergelaten goederen, van wijlen zijn broeder HANZ VAN DREYSPE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 10v° en A.A.B. Deel 29, blz. 333.
 
27 juni 1439.
JACOB VAN DOYZE, LANCELOT VAN DEN WYNGAERDE en “dAmman van Denremonde” in een verdeling van de nalatenschap van KATLINE VOLKAERTS, de weduwe van wijlen HEINRIC QUINTENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 11 en A.A.B. Deel 29, blz. 334, 335.
 
3 juli 1439.
Uitspraak in een geschil tussen MAGRIET VAN HOUTHOVEN met haar broers, ter ener zijde, en Hr. JAN PETERS, priester, GODEVAERD PULLEKENS, NYSE PUTCUYPS, de jonge, en HENRICK VAN TICHELT, aan de andere zijde, aangaande de nalatenschap van wijlen LAUREYS VAN HOUTHOVEN.
NB: vervolg van 14-11-1437.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 11v° en A.A.B. Deel 29, blz. 335, 336.
 
8 juli 1439.
Vonnis in een geschil tussen Hr. PETER STREEKAERT, priester, Canonic in Onser Vrouwenkerke, en LEDENAERDE DE MOELNERE, over een doorgang tussen hun beider hof.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 11 en A.A.B. Deel 29, blz. 336, 337.
 
10 juli 1439.
Wijlen JAN VAN DER HOEBRAEKEN had, destijds, een korenrente gegeven aan JAN VAN SWYNNEN die men heet JAN VAN DER HOEBRAKEN, zijn neef.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 11v° en A.A.B. Deel 29, blz. 337, 338.
 
18 juli 1439.
Overeenkomst tussen JANNES ZEGHERS en Mr. JACOP CLOT over erfdienstbaarheden.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 13 en A.A.B. Deel 29, blz. 339.
 
5 augustus 1439.
Besluit over de eis van JAN SANDERS en CLAUS LANCE tegen DIERICK DEN GREVE, op zekere goeden te Hemissen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 12v° en A.A.B. Deel 29, blz. 342, 343.
 
Zelfde datum.
Geschil tussen FLOREYS HILLEN en JAN ROMBOUTS over verkoop en bezit van korenrente ingebracht in het huwelijk door KATLINE DOREMANS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 13 en A.A.B. Deel 29, blz. 343, 344.
 
14 augustus 1439.
… quam DANEEL MADEA, bynnen der stad van Antwerpen geseten ende ledichgangher van den ouden voetboghe, mit twee goiden mannen, te weten PETER VAN HAMBROECK die men heet VAN DER BEVERSLUYS ende JACOB WILMAER, te kennen gevende dat, want een geheeten DENYS VAN NOTEN, van Bergen opten Zoom, nae zynre gelieften vele afdraegende, onredeliker ende onschemelder woerden gesproken heeft gehadt op een vrouwenpersoon, geheeten MAGRIETE SMEETS, die bi denzelven DANEEL geseten heeft ende hoir eerlic daerby gedraegen xvii jaer ende daer boven, ende daer hy een kint af levende heeft, dewelke woerde alsoe onneerlic gesproken van den voirgenoemden DENYS, die nochtan dezelve DANEEL wail wiste ende te bynnen was, dat de vors. syn meyssen, dierre onschuldich is, zere antriffen ende te nae gaen hoirre eeren, dat mids dien derzelver MAGRIETEN brueders ende hoir andere vriende wel gestoert mochten zyn opten vors. DENYS, om dat op hem te wreken alsoe zy des te rade werden mochten, dwelc den voirs. DANEEL zere leet wesen zoude ende zage dat liever verhuedt, ende dat dat niet geschien en zoude by zinen ontheete, bevele, weten, wille, gedoege oft gheenssins by zinen consente, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 13 en A.A.B. Deel 29, blz. 344, 345.
 
17 augustus 1439.
Scheiding tussen JAN VITS en AECHTEN sBROUWERS, zijn vrouw. Zij benoemen “seggeren” om de bezittingen te verdelen. Deze zijn: JAN VYTS, PETER VAN DRYMILEN, WILLEM STEYNEMAN, CORNELYS ALAERTSsone en DANEEL DE RIGHE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 14 en A.A.B. Deel 29, blz. 345-348.
 
27 augustus 1439.
Regeling in een geschil tussen JANNE VAN DER BORCH, die men heet LAUWEREYS, met haar man HENRICK MELYS, en JAN DE RYKE, van Eedigheem.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 15 en A.A.B. Deel 29, blz. 350, 351.
 
Zelfde datum.
Vonnis in een geschil tussen JAN DE RIDDERE namens zijn vrouw MAGRIET BALS, PETERdochter, en AERT BALKE (?), haar broeder.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 16 en A.A.B. Deel 29, blz. 351, 352.
 
28 augustus 1439.
Geschil tussen de Deken met gezworenen van het Vleeshouwersambacht en HEYNKEN PAUWELS, HEINRICKsone, over een “opperstal” in het Vleeshuis, die JACOB DANEELS in gebruik had.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 15 en A.A.B. Deel 29, blz. 352, 353.
 
29 augustus 1439.
Borgtocht voor SANDERS VAN BEEST.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 17v° en A.A.B. Deel 29, blz. 354.
 
10 september 1439.
Belofte van betaling gedaan door JAN VAN YRSIKE en CASYN VAN SCHILLE, theengieteren, aan PAUWELS DAEN, goutsmit.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 16 en A.A.B. Deel 29, blz. 354, 355.
 
26 september 1439.
Schuld-erkentenis van HENRICK VAN YMMERSELE en JAN VAN DOERNE, die men heet VAN SOMPEKEN, van Lippeloe, als voogden van de kinderen van wijlen AERNT VAN YMMERSELE, aan WILLEM NOYTS. Worden nog genoemd: Hr. VAN DER VERE, GHYSBRECHT DEN CONINCK en JAN DEN CONINCK. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 33 en A.A.B. Deel 29, blz. 355, 356.
 
9 oktober 1439.
Geding tussen JAN VAN BRUYSTEL en HENRICK LEEMANS verwezen naar Lier.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 16 en A.A.B. Deel 29, blz. 357.
 
17 oktober 1439.
Zoening over de manslag begaan, te Wouw, op CORNELYS VAN OVERHOF, JANSsone, door CLAUS HENRICXsone. Worden genoemd: HELWIG WOUTERSdochter en de zonen JAN en CORNELYS VAN OVERHOF.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 16v° en A.A.B. Deel 29, blz. 357-359.
 
23 oktober 1439.
Bekrachtiging van het testament van Hr. JAN BLOCSCOEMAKERS, priester, na een geschil met AMELE COCKELBERGHE, “die des voirs. Heren JANS joncwyf was”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 17 en A.A.B. Deel 29, blz. 360.
Misschien even een toelichting; het was niet ongebruikelijk, dat een weduwnaar op latere leeftijd, zich alsnog liet wijden tot priester, Red. FONDS PLAISIER.
 
27 oktober 1439.
Borgstelling van HEINRIC WELLENS alias tSMEETS voor MERTEN VAN DER HOUSTRATEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 17 en A.A.B. Deel 29, blz. 361.
 
4 november 1439.
MATHYS PARIDAENS, JAN STERKE die men heet de zadelmakere en HEINRIC VAN DEN GHOERE, outcleercoepers, getuigen dat het huis geheten “den Meersman” op de Vrijdagmarkt verkocht is door WOUTER VAN REELIGHEM, Deken van de oudencleercoepers. Verder worden genoemd: CLAUS VAN EEMKERKE die men heet “in Valkenborch” en FREDERIC LOSSCHAERT.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 17 en A.A.B. Deel 29, blz. 361, 362.
 
Zelfde datum.
Verdeling tussen de erfgenamen van wijlen MICHIEL TOLLINCS. Genoemd worden: Jouffrouwe KATLINE, die geh. was met MICHIEL, JAN VAN DER ERTBRUGGHEN, geh. met LYSBET TOLLINX, CLEMENT DE GHEYTERE, geh. met MARIE TOLLINX, ARNOUT TOLLINC, WILLEM EYCMAN en PETER TOLLINX, MICHIELsone.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 17v° en A.A.B. Deel 29, blz. 362-364.
 
6 november 1439.
Over de nalatenschap van JAN HUMANSsoen doen de scheidsmannen JACOP DE MAECHS, WILLEM BEYS, JAN ZEGHERS en ANTHONYS BERTELMEEUSsoen een uitspraak. Genoemd wordt: DIERWIVEN, die geh. was met JAN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 18 en A.A.B. Deel 29, blz. 364-366.
 
21 november 1439.
Geschil tussen GIELYS VAN DEN BERGE en HEINRIC VAN DER BORCHHOVEN, in naam van de kinderen van wijlen WILLEM VAN DEN BERGEN, ter ene zijde, en WOLFAERD VAN DER MAELSTEDEN, ter andere zijde.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 18v° en A.A.B. Deel 29, blz. 366-368.
 
- 1440 -
 
WALCHAERUS VAN RANST = Buitenburgemeester.
WILHELMUS NOYTS = Binnenburgemeester.
 
27 januari 1440.
De eerst openvallende “provende ende plaetse” in het Sint-Annagasthuis toegezegd aan LYSBETH BLERINCX, weduwe van wijlen JOES BONTEN, “nu ter tyt Mr. JANS joncwyf van HALMALE”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 19 en A.A.B. Deel 29, blz. 371.
 
1 februari 1440.
Partij saffraan onder borgtocht aan AERD STAMMELAERT, van den Bossche, toegekend. Verder worden genoemd: ROGIER VAN DEN VLIETE, (zijn) knape, van Brugge, PERRYN BONIERS, JAN VAN PANTGATE, HEINRIC ZEGERS en HEINRIC VAN DER  STRATEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 15v° en A.A.B. Deel 29, blz. 371.
 
10 februari 1440.
Vereffening van de schulden van BARBELE STEVENS met haar echtgenoot COENRAET QUAETGELTS uit nagelaten goederen van KATLINEN VAN DEN BOSSCHE, haar moeder.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 19 en A.A.B. Deel 29, blz. 372, 373.
 
11 februari 1440.
ROMBOUT VAN UDEN en HEINRICK VAN DER MEEREN staan borg voor GIELYS PUTOER, de tolnere.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 5v° en A.A.B. Deel 29, blz. 251, 252.
 
15 februari 1440.
Regeling van een twist tussen ROMBOUT VAN DER BEKE en WILLEM VAN EEKEREN, nu weduwnaar van KATLINEN WYCHMANS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 19v° en A.A.B. Deel 29, blz. 373, 374.
 
4 maart 1440.
Regeling over de nalatenschap van wijlen PETER TIELENS tussen de erfgenamen en zijn weduwe HEYLEN DAEMS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 19v° en A.A.B. Deel 29, blz. 377.
 
12 maart 1440.
Uitspraak in een geschil tussen WILLEM VAN BERCHEEM en LODEWYK AZINIER, lombaert.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 20 en A.A.B. Deel 29, blz. 378.
 
13 maart 1440.
HEINRIC HAEC, van Rueremonde, verbindt zich te recht te komen voor het Magistraat.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 287 en A.A.B. Deel 29, blz. 252.
 
Zelfde datum.
Uitspraak in een geschil tussen LAUREYS VOLKAERT en JACOB VAN BUENELAER. Worden genoemd: KATLINEN VOLKAERTS, weduwe van wijlen HEINRIC QUINTYNS, en DANIEL VOLKAERT.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol 21 en A.A.B. Deel 29, blz. 378-380.
Zie ook Deel 30, blz. 183.
 
2 april 1440.
Regeling van een geschil waarin worden genoemd: GHEERTRUYDT sBRUYNEN, de vrouw van JANNES LICHTEN, GHEERTRUYDEN sPAPEN, haar dochter, geh. met MERCELYS VAN DER DUESELDONC, en JAN VAN DER DUESELDONC.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 22, 24v° en A.A.B. Deel 29, blz. 384-386.
 
Zelfde datum.
Verzoening tussen GIELYS COPPENS, poorter van Leuven, wonende te Lier, en LYSBET SMEETS, poorteresse van Antwerpen, zijn vrouw.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 30v° en A.A.B. Deel 29, blz. 386, 387.
 
18 april 1440.
JAN VAN COUDELAER, in naam van de Sint-Bernardsabdij, verhuurt aan JAN VAN DEN SCHRICKE alias MARIËN een hoeve.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
20 april 1440.
Geschil tussen ADRYAN MEEUS, teenghietere, en HENRICK met ANTHONIS VAN VUYSSEL, PETERzonen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 21v° en A.A.B. Deel 29, blz. 389, 390.
 
4 mei 1440.
SYMOEN BEYS was oudencleercooper én cleermaker. Dit was verboden; hij moest kiezen voor één ambacht: hij koos voor het oudencleercoopersambacht.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 22 en A.A.B. Deel 29, blz. 390, 391.
 
27 mei 1440.
JAN VAN MOLLE en JAN VAN BUGGHENHOUT stellen zich borg voor de Joncker van Zevenberghen voor diens betaling van achterstallige lijfrenten aan JACOP DANETIèRES, poertere van Doernicke.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 22 en A.A.B. Deel 29, blz. 395, 396.
 
?? mei 1440.
Akte met de volgende personen: WILLEM, JAN en COSTEN VAN BERCHEM, gebroederen, JANNES METTENEYDE en zijn vrouw Jouffrouw DYERICKEN VAN BERCHEM, JORYS METTENEYDE, JACOB BREYDEL, COSTEN VAN COELPUTTE, Mr. JAN VAN HALMALLE, ROELANT, CORNELYS en Jouffrouw DYERICK, de kinderen van JAN METTENEYDE, en Joff. DYERICK VAN BERCHEM.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 22v° en A.A.B. Deel 29, blz. 396-398.
 
21 juni 1440.
… dair MERTEN BERNAERTS quam voere de eyke overmitz henluden ende consenteerde Joffrouwen KATLINEN SANDERS, synen wettighen wive, eenen vremden momboere te neme metten rechte, alsoe dycke zy des te doen sal hebben.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 24 en A.A.B. Deel 29, blz. 401.
 
7 juli 1440.
Oorvrede gezworen door GOESEM SALMSsone, van Wachtendonc geboren, aan HENRICK VAN BLAKENBROEC en JAN VAN VROYDE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 25 en A.A.B. Deel 29, blz. 402.
 
8 juli 1440.
… op alsulken gebreke als GHYSBRECHT VAN DEN HOEVELE ende Mr. JAN VAN LOEN hadden aen de goede die BOUWEN AERTJANS achtergelaten hadde, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 25 en A.A.B. Deel 29, blz. 402.
 
20 juli 1440.
Vereffening der nalatenschap van AECHTEN VAN KETS, de vrouw van ANDRIES VAN STEELANT. Ook worden genoemd: LAUREYNS en JAN SPERNAGEL, waarvan AECHTEN moeder is.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 25 en A.A.B Deel 29, blz. 403, 404.
 
1 augustus 1440.
JAN VENYN mag in het lijndraaiersambacht komen zodra hij getrouwd is met de weduwe van wijlen JANS VAN EELEGHEEM. Op 3-4-1443 blijkt dat hij nog steeds niet gehuwd is.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol.25v° en A.A.B. Deel 29, blz. 405.
Zie ook fol. 66v° en A.A.B. Deel 30, blz. 98-100.
 
22 augustus 1440.
Geschil tussen KATLINEN VAN YMDILVE of YMMENDILVEN en PETER PETYTPAS, haar man, ter ene zijde, en JAN CLAUS HEYNS en MATHYS VAN DEN BERGE, als momboeren van de kinderen van wijlen JAN KNUYTS, aan de andere zijde. Vier scheidsmannen: CLAUS VAN DER HEYDEN, CLAUS COLENzone, JACOP CUYPERS en JAN SCHEERS doen een uitspraak. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 32v°, 66 en A.A.B. Deel 29, blz. 406-409.
 
2 september 1440.
Deling der nalatenschap van PARIDAEN VAN GOERLE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 25v° en A.A.B. Deel 29, blz. 409, 410.
 
1 oktober 1440.
Joffrouwe JUTTE VAN BOMMELE geeft haar Schepenbrieven in bewaring aan de stad.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 26 en A.A.B. Deel 29, blz. 412.
 
12 oktober 1440.
Brief van de stad Gorinchem over betaling tussen JAN VAN DEN HOUTE en SYMOEN VAN DEN MORTERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 26v° en A.A.B. Deel 29, blz. 414, 415.
 
14 oktober 1440.
Dit is alsulken segghen ende vutsprake als WILLEM VAN DEN WYNGAERDE, Mr. GIELYS VAN DEN WYNGAERDE, gebruederen, ende WOUTER OTTERS, in den name van JAN SCHOYTE, den ouden, ende die daeraen cleven moghen, ter eenre zyden, brueder GIELYS VAN DEN BROEKE ende brueder JACOP VAN DEN BROEKE, gebruederen, ende JANNES ZEGHERS, in den name van KATLINEN sCLERX, wedewe wilen JAN SCHOYT, ter andere zyde, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 27 en A.A.B. Deel 29, blz. 415-417.
Zie ook fol. 33v° en A.A.B. Deel 29, blz. 438-440.
 
17 oktober 1440.
JACOP GOBBENsoen staat borg voor SYMOEN BEYS, van Middelborch.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 288 en A.A.B. Deel 29, blz. 253.
 
Zelfde datum.
Geschil tussen AERD HOFMAN en MAGRIET JOYEN, JANSdochter, zijn vrouw, over een som geld. Verder worden genoemd: HENRICK VOLKAERT en JORYS RUELENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 26v° en A.A.B. Deel 29, blz. 418.
 
27 oktober 1440.
Overeenkomst tussen de stad met  GIELYS COPS en MATHYS VAN COUDELAER uit de Wyngaertstrate.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 27v° en A.A.B. Deel 29, blz. 419.
 
5 november 1440.
Regeling van een geschil tussen MATHYS HILLEGHEER en ZOETE MAES.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 28 en A.A.B. Deel 29, blz. 424, 425.
 
8 november 1440.
Uitspraak van scheidsrechter JACOP DE CUPERE in een geschil tussen WOUTER VAN DEN WOUWERE en HEINRIC HEILLEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 27v° en A.A.B. Deel 29, blz. 425-427.
 
28 november 1440.
De eerst openvallende “provende in de Fermerye opt Clapdorp” aan KATLINE VAN DER WEELDEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 28 en A.A.B. Deel 29, blz. 427.
 
24 december 1440.
Bevestiging der eigendomsrechten van HENRIC en OLIVIER, bastaarden van JAN, Heer van WEESMALE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 49 en A.A.B. Deel 29, blz. 431.
 
In het jaar 1440.
Geschil tussen SYMOEN LOEP en KATLINEN ALOUTS, vrouw van MATHYS sPAPEN. Verder worden genoemd: Wijlen GIELYS ALOUDT, haar vader, JAN VAN BUYTEN, den vleeschoudere, KATLINEN tsHERT, ADAEMS BEERS, ANDRIES VAN HOBOKEN en de vrouw van WILLEM GOEDENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 31 en A.A.B. Deel 29, blz. 432, 433.
 
- 1441 -
 
JOANNES VAN RIETHOVEN = Buiten burgemeester.
JOANNES VAN DER RYT = Binnenburgemeester.
 
In 1441 sticht ELISABETH VAN MINDERHOUT, bij testament, een Zondagse Mis in de St-Joeskapel.
Bron: Antwerpiensia, Deel 4, blz. 25.
 
3 januari 1441.
Want zekere gescille opverstaen syn tusschen de erfgenamen van JAN DE PLOEGERE den ouden, van MAGRIETEN VAN MEERLOE, sinen wive, van JAN DE PLOEGERE, natuerlic sone JANS PLOEGERS des ouden voirs. , den erfgenamen van MAGRIETEN WILS ende den vrienden van ZEGEREN LOEMANSSOEN, die des voirs. JAN PLOEGERS des jonghen dochter ghetruwet hadde, daeromme de voirs. partyen comen syn voere de stad van Antwerpen, mids dat die voirs. JAN PLOEGERE, doude ende MAGRIETEN VAN MEERLOE, syn wyf, alle haere goide met scepenenbrieven van Antwerpen den voirs. JANNE DEN PLOEGERE, den bastaert, gegheven ende gemaect hadden, &c. de voirs. partien syn weder comen, te weten SYMOEN DE WALE, als gemechticht van den gemeynen erfgenamen van JANS PLOEGERS des ouden vader wegen, WOUTER VAN DEN HOVE, JAN HOUTERLMANS, AERD GHEERDS, WOUTER HEINS, JAN REYNS, JAN METTENS ende JACOP VAN AKEN, als gemechticht van den gemeynen erfgenamen van desselfs JANS PLOEGERS moeder wegen, JAN VAN MEERLOE ende JAN VAN DOIRNE, als gemechticht van den gemeynen erfgenamen van MAGRIETEN VAN MEERLOE, WILLEM VAN DEN WINCKELE, PETER, de steenbackere, ende JACOP VAN DEN HOVE, als gemechticht van den gemeynen erfgenamen van den kinderen JANS PLOEGERS, bastaerts, moeder wegen, WOUTER WILS, als gemechticht van MAGRIETEN WILS gemeynen erfgenamen ende van derselver MAGRIETEN kindere wegen van der moeder zyden, ZEGHER LOEMANS, als gemechticht van den gemeynen erfgenamen van MICHIELE LOEMANSsone, sinen soene, die des voirs. JANS PLOEGERS, des bastaerts, wettige dochter getruwet hadde, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 32, 32v° en A.A.B. Deel 29, blz. 433-438. Zie ook fol. 69, 69v° en A.A.B. Deel 30, blz. 125, 126.  
 
20 februari 1441.
Duytsprake van den Pryoer van den Chartroysen, Mr. JANNE VAN GRONSSELT, JACOPE vuten Lymingen, ende JANNE VAN RANST, AERDSsone, tusschen JANNE ende OLIVIERE, bastaerden VAN WESEMALE, ter eenre zyden, ende der kinderen VAN OVERDEVECHT, ter andere, wtgesproken tot Mechelen, &c. Worden verder genoemd: LYSBETTEN tSCOTELMANS des voirs. JANS VAN WESELE gesellynne was, JAN VAN OVERDEVECHT ende Mr. GHYSBRECHT, zyn broeder, JAN STRUYS, PETER POTTREN, JAN VAN BAL en REYNKENS tSOUWERS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 35, 35v° en A.A.B. Deel 29, blz. 442-444.
 
1 maart 1441.
Beslissing nopens de uitwinning van zekere goeden belast met lijftochtrente ten voordele van VRANCX VAN FERRERE. Worden verder genoemd: wijlen ANDRIES VAN FERRERE, zijn vader, wijlen YSMAN VLINCKENBORCH, wijlen GIELYS DE HOEGHE, LAUREYS VAN FERRERE, VRANCXs broeder, GODEVERDE DEN BUYSSCHERE, JAN ROMBOUTS, WILLEM VAN ELSHOUDT en HUBRECHT VAN DER ZONNEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 34v°, 35 en A.A.B. Deel 29, blz. 445, 446.
 
6 maart 1441.
De stad verkoopt de Kipdorppoort aan CLAUS VAN DER LEYEN, den jongen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 35v° en A.A.B. Deel 29, blz. 448, 449.
 
17 maart 1441.
HENRICK VAN BACKENBRUGGE schenkt zijn zonen WILLEM en AERD een “beemd te Vorsselaer”.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 267 en A.A.B. Deel 29, blz. 255.
 
10 april 1441.
Geschil tussen HEINRIC VAN DER MERE en LYSBET VAN LETEREN, dochter van KATLINEN, LYSBET is geh. met WOUTER SMETS, de jonge. Verder worden genoemd: FAES VAN HOEBOKEN en MATHEEUS PETERS, “syn sweer”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1336-1439, fol. 37, 37v°, 38 en A.A.B. Deel 29, blz. 449-454.
 
17 mei 1441.
Geschil tussen CLAUS DE HERDE, Rentmeester der stad Antwerpen, en de kinderen van wijlen GIELYS THYS, over achterstallige schulden.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 39 en A.A.B. Deel 29, blz. 460, 461.
 
29 mei 1441.
… MERTEN DYCSTRATE ende JAN VAN TICHELT, poerteren van Antwerpen ingeseten, CORNELYS VAN DEN BORCH, YMAN ende BERTEL VAN DEN BORCH, gebroederen, ende JAN MATHEEUSsone, van Santvliet, ter eenere zyde, ende Scoutet ende Scepenen van Santvliet, ter andere, dair de voirs. MERTEN DYCSTRATE met zynen partyen overgaven in gescrifte eenre supplicacie van zekeren gebreke dat zy hadden aen den voirs. Scoutet ende aen CLAUS MICHIELSsone, zynre dochter man, mids dien dat de voirs. Scoutet denselven CLAUS MICHIELSsone vercocht hadde zekere goeden die henlieden bleven ende verstorven waeren van wylen GHEERDE VAN DEN BORCH ende van CORNELIEN, zynre dochter, &c.  
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 41, 41v° en A.A.B. Deel 29, blz. 463-466.
 
1 juni 1441.
Akte met de navolgende namen: JAN SCHOYTE, doude, WILLEM SCHOYTE, ANDRIES BEHAGELAERTS, JANNES VAN DEN BROEKE, JAN VAN LYERE, JAN GOES, JAN LEDENAERTS, JANNES KYEKENS en GIELYS BOODS te Westdoerne.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 40, 40v°, 41 en A.A.B. Deel 29, blz. 466-471.
 
17 juni 1441.
De eerst openvallende plaats van “den knaepscape van der corter roeye” toegezegd aan MARTEN TYMMERMAN. Verder worden genoemd: PETER VAN YSSCHE en AMANTE HILLEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 42 en A.A.B. Deel 30, blz. 1, 2.
 
4 juli 1441.
JAN REVERDINC en CHRISTOFFEL HENXTENBERCH worden schadeloos gesteld voor de koop van drie zakken wol.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 42 en A.A.B. Deel 30, blz. 3.
 
20 juli 1441.
Geschil tussen JAN VAN YSHOVEN, poorter van Brussel, en KATLINEN sBACKERS met haar man ANTHONYS, poorters van Antwerpen. Verder worden genoemd: JAN VAN DER WITHAGEN, haar oom, en HEINRIC DEN HOUWERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 43v°, 44 en A.A.B. Deel 30, blz. 4, 5.
 
21 juli 1441.
… dat JAN WILLEBEYS doude op ghysteren synen zegel met zynen aessack verloes.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 42 en A.A.B. Deel 30, blz. 5.
 
24 juli 1441.
Geschil tussen LAUREYS BOUDEN AERTJANS en JAN met HENRICK BOUDEN AERTJANS over de nalatenschap van hun vader BOUDEN AERTJANS. Verder worden genoemd: PETER VAN WYFLET, hun oom, WOUTER VAN HAREN en ROMBOUT VAN DEN SCHOIREN, ELSEN VAN WYFFLIET, weduwe van BOUDEN AERTJANS, GODEVAERT VAN DEN BROEKE te Beerse, GHYSBRECHT VAN DEN HO(E)VELE en Mr. JAN VAN LOEN te Thurenhout.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 44 en A.A.B. Deel 30, blz. 6 , 7.
Zie ook: fol. 50v°, 51, 51v° Deel 30, blz. 35-41.
 
28 juli 1441.
Beslissing over de aflegging van een korenrente. Genoemd worden: brueder JAN TZET, de kinderen van wijlen LAUREYS MUSCHS, JAN DIGENS te Beerschot en KERSTINEN COEVOETS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 39 en A.A.B. Deel 30, blz. 8.
 
9 augustus 1441.
… dat WILLEM DE GREVE, bontwerkere, PETER DE GREVE, scoemakere, CLAUS DE GREVE, bontwerkere, gebroederen, ende JAN VAN DEN DYCKE, huydevettere, momboeren syn souden van KATLYNEN, wettige dochter PHILIPS VAN BRECHTE, natuerlic zoens wilen JANS VAN BRECHTE, ende KATLYNEN VAN BACKENBRUGGE, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 44v° en A.A.B. Deel 30, blz. 8, 9.
 
11 augustus 1441.
Volwassenverklaring van JAN ROEF door zijn ouders: WILLEM ROEF, backere, en zijn vrouw MAGRIET WRAEGHS. Wordt verder genoemd: JAN BERTELS, de hoeymakere.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 44v° en A.A.B. Deel 30, blz. 9, 10.
 
9 september 1441.
Geschil tussen WILLEM ZELYEN of CELYEN of SELYEN, van Hoechstraten, en de kinderen van JAN VAN DEN VLOET, waarvan hij oom is. Verder is betrokken: DIERYCK WILMAER, Schouthet tot Brecht.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 46v°, 47, 47v° en A.A.B. Deel 30, blz. 11-15.
 
24 september 1441.
“Montsoen” over de manslag gepleegd op WILLEM WIELANCK door GIELYS SANDERS, sbastaerts, en zijn medegezellen. Na de nodige zielemissen en een geldbedrag moet GIELYS een pelgrimage doen naar “tSinte-Peters te Rome”. Medeplegers LOEY GALOPYN naar “tOnser Vrouwen te Podegoute by Napels”, GIELYS POST naar “tOnser Vrouwen te Rotfraerde”, GHEERD TEEMS naar “tSinte-Franciscus tAssysen” en PETER NEVE naar “tSinte-Jacops in Galissien in Compostelle”. Allen drie jaar gebannen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 45 en A.A.B. Deel 30, blz. 15-17.
 
27 september 1441.
De weduwe en de kinderen van ADRYAEN MEEUS worden ontlast van borgtocht voor SYMOEN BEYS en CORNELYS MUYL.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 45 en A.A.B. Deel 30, blz. 17.
 
Zelfde datum.
Vergiffenis geschonken aan JAN VOLAERT, “JAN VOLAERTS sone des schoemakers”, wegens misdrijven door hem tegen de Hertog en de stad gepleegd.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 45 en A.A.B. Deel 30, blz. 17, 18.
 
4 oktober 1441.
Huwelijkse voorwaarden tussen JORYS VAN DER HEYDEN, JANSsone, en BEATRYS VAN DER REKE, weduwe van wijlen LAUWEREYS HASSELBERCHS die men hiet MYERSELMAN. Verder genoemd: LYSBETH HASSELBERGHS, de dochter van BEATRICEN, met haar man MERTEN DEN HASE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 46, 46v° en A.A.B. Deel 30, blz. 18-20.
 
13 oktober 1441.
Geschil tussen HEYLWIGEN sPAPEN, gemachtigt door haar man HEINRICK DEN PAPEN, en GHISEL DE DROEGE met WILLEM GODENS als borgen voor HEINRICK DEN PAPEN. Ook genoemd: HEINRICK STELLINC uten Oudenbossche.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 48, 48v° en A.A.B. Deel 30, blz. 20-23.
 
28 oktober 1441.
Oorvrede gezworen door JAN VAN DEN ZANNE, ketelboeter, wonend in Kypdorp, aan JANNESE VAN DEN BOSSCHE, JAN MEERSMANS, ketelboetere, en GHEERD GELAESMAKERE, van Thienen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 45v° en A.A.B. Deel 30, blz. 23, 24.
 
3 november 1441.
Geschil tussen PETER DEN BUYSENERE en ZEGER WOEYTEN “in de Roese”, over een beerput tussen beider erf.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 45v° en A.A.B. Deel 30, blz. 24, 25.
 
8 november 1441.
Geschil tusen CLAUS DEN COSTER, PETER VAN DRYMILEN en HENRIC NOUTS over een korenrente bezet op een goed te Ravels.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 45v° en A.A.B. Deel 30, blz. 25.
 
10 november 1441.
Verklaring van HENRIC BEKENzoen, BOUDEN “in den Osse”, JOES SWANAERT, WOUTER WYCHMAN, JANNES WILZOETEN, LIBBRECHT VAN MINDEN, JAN PETERSsoen, DIERIC CORTROC, PETER POT en CLAUS VAN EMKERKE, “alle van den scipambachte tAntwerpen”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 46 en A.A.B. Deel 30, blz. 26.
 
13 december 1441.
JAN VAN DALE die men heet DE WALE, “mitz dat hy een oudt cranck man was”, doet afstand van zijn goederen aan WILLEM DE LAET en HEINRIC MAES, beiden van Lyere, die zich verbinden hem op lijfrente bij hun te nemen. Worden verder genoemd: PETER VAN KARRENBROECK, Secretaris van Lyere, en JAN VAN DEN CLOETE die men heet DE JAGERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 49 en A.A.B. Deel 30, blz. 27, 28.
 
- 1442 -
 
JOANNES VAN RIETHOVEN = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN DER RYT = Binnenburgemeester.
 
13 januari 1442.
Ten behoeve van de schuldeisers van JACOP DE CUYPERE worden zijn goederen verkocht door MATHYS PARIDAEN en HEINRIC VAN GOERLE, geswoeren outcleercopers.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 47v° en A.A.B. Deel 30, blz. 31, 32.
 
15 januari 1442.
WILLEM BEYS en AERNOUDT DE BUEKELEERE als testamenteurs van LYSBET GHYSELS, weduwe van wijlen JAN VAN VAELBEKE, doen een verklaring over de afstamming van KATLINEN VAN DER HEYDEN: “dat KATLINE, dochter CLAUS VAN DER HEYDEN, daer moeder af was MAGRIETE, dochter MICHIEL HUYGHSSOENS, alleene comen is van der voers. LYSBETTEN GHYSELS wettige zuster, ende dat zy gheen naerdere oeyr en weten dan KATLINEN voers., by alsoe dat JAN BERWOUT voere der voers. KATLINEN aflivich wordt sonder wettich oeyr, ende dat des voers. JAN BERWOUTS oudermoeder ende der voers. KATLINEN moeder oudermoeder 2 gesusteren waeren”. Worden verder genoemd: EEUWOUT SCHUERMOECX, NYS KARELS en CLAUS VAN DER HEYDEN.  
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 49v° en A.A.B. Deel 30, blz. 32, 33.
 
Zelfde datum.
Uitvoering testament van wijlen ZOFIE (ZOETEN) VAN DEN HOUTE, die geh. was met GIELYS ZANDERS. Getuigen: Mr. WILLEM BOUWENS, medecyn, HEINRIC WYNKENS en WILLEM OEYENS, de cleermakere. Verder worden genoemd: ZOETE VAN DEN HOUTE, beghine, zuster van ZOFIE, PETER HER HEYNEN en  LYSBET KYEKENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 49v°, 50 en A.A.B. Deel 30, blz. 33-35.
 
19 januari 1442.
Volwassenverklaring voor WILLEM DAEMS van zijn vader JAN DAEMS. Verder genoemd: JANS VAN DER ACHTERT en AERD WYNS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 50 en A.A.B. Deel 30, blz. 35. 
 
29 januari 1442.
Verbod aan WILLEM DE BRUYNE, van den Briele, en zijn vrouw KATLINE DIERIX, om smout uit vis te zieden binnen de stad.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 51v° en A.A.B. Deel 30, blz. 41, 42.
 
3 februari 1442.
Belofte van betaling gedaan door GIELYS SANDERS aan CLAUS VAN WESELE, portier van Sinte-Michiels.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 52 en A.A.B. Deel 30, blz. 43.
 
Zelfde datum.
LANCELOT ROYER, natuerlic sone JORYS ROYER, coepman van Ast, in Piemont, machtigt zijn zoon om geld te innen van COENRAET AZINIER en zijn zoon LODEWYC. Verder worden genoemd: JAN VAN MECHELEN en WILLEM VAN NERENBROEC. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 52v° en A.A.B. Deel 30, blz. 43, 44.
 
5 februari 1442.
LYSBETH sMAEYERS verklaart dat haar man JAN VAN DER STOCT “met anderen wiven omghinc ende dat hy wel XII jaer van huer geweest hadde ende had se gelaten in groter schult, ende nu waeren huer goede verstorven bynnen der stad van Doernicke van HENRICK DEN MAEYER, hueren brueder”, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 52 en A.A.B. Deel 30, blz. 45. 
 
3 maart 1442.
Stichting ener kapellanij in de Sint-Romboutskerk te Mechelen: “Wy LAUWEREYS WOUTERSzone ende HENRIC VAN DER SLUYS, Scepenen in Lillo, makent cond ende kenleec allen lieden die dese letteren selen sien oft horen lesen, dat voere ons es comen Jouffrouwe MAGRIET VAN CURCHELLIS, met haeren mombore die haer metten rechte gegeven was, ende seyde dat haere meyninge was ter eere van Gode ende omme de salicheit van haere zielen ende GODEFROYTS, haers brueders, te funderene ende stichtene van nieus eene capelrie in Sente-Rummoudskerke te Machle, tote welker capelrien de voirs. Joffr. MAGRIET beset, bewyst ende wittelike versekert in erfeliken renten viventwintich guldene van Florencen goet ende custbaer, ewelike staende ende duerende op negene ende veertech gemete lants, luttel min ofte meer, die zy heeft bynnen Lillo gelegen, dewelke dat wilen JANS VAN HOFSTADEN waeren, die gelegen syn tusscen myns Heren lant van Borgene, aen de noortzide, ende WILLEMS WALEN lant, aen de zuytzyde”, &c. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 53 en A.A.B. Deel 30, blz. 47, 48.
 
15 maart 1442.
Geschil tussen WILLEM MENGIAERT en PETER BROEDELOES over de nalatenschap van ADRIAEN BROEDELOES.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 53v° en A.A.B. Deel 30, blz. 49, 50.
 
26 maart 1442.
De Wethouders van Antwerpen verklaren dat zij HENRICK VAN DEN HOUTE, te Schoten overleden, “hielden over hueren inwonende poertere opten dach dat hy aflivich wart ende niet voere buyten poertere”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 53v° en A.A.B. Deel 30, blz. 51.
 
13 april 1442.
Geschil tussen JAN en CLAUS DE PAPE, PETERSsonen, en JAN WIELANCKE, ter ener zijde, en JAN DE LEEUW, “natuerlic sone” MICHIEL LEEUWEN, ter andere zijde, over het testament van wijlen MICHIEL DE LEEUW.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 54 en A.A.B. Deel 30, blz. 51, 52.
 
17 april 1442.
Geschil tussen BERTELMEEUS DEN LOEKERE, JAN NOUTS en JAN VAN ELSACKER, ten ene zijde, en AERD FAES (MERTENS) en FAES MERTENS, gebroeders, ten andere zijde, over de verkoop van korenrenten. Verder genoemd: PETER FAES MERTENS, hun broer, en JAN HEESTERMANS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 54, 54v° en A.A.B. Deel 30, blz. 53-55.
 
19 april 1442.
Geschil tussen JAN CAPERIC met zijn vrouw MARIEN en CORNELIS  ALAERTSsone over de aankoop van het huis “den Zwane” op de Markt.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 54v° en A.A.B. Deel 30, blz. 55, 56.
 
30 april 1442.
Verlenging van een huurcontract tussen JOES VAN ELSACKERE en vrouwen sWALEN, GHEERDS wyf van HABOURTYN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 55 en A.A.B. Deel 30, blz. 56.
 
19 mei 1442.
BOUDEN VANDER VLOET verkoopt aan WOUTER RAED een stuk land.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
21 mei 1442.
Dese persoenen hebben oirvrede gedaen ende lyflic aen den Heyligen gezworen, dat zy om der hachten oft gevanckenissen wille die hem nu tAntwerpen geschiet is, nyemande, wie hy zy, vuyt Brabant zynde, becommeren, rassteren, moysel, scade noch hinder doen doen, by hen selven noch by yemande anders van hueren wegen, heymelic noch openbaer in gheenre manieren:
JAN JANSsone.                               THOMAES PIETERSsone.
HEYNRIC PIETERSsone.              AERNT MERCKENsoen.
WYNRIC HERMENsoen.               THYMAN PIETERSsoen.
ALAERT GHYSBRECHTSsone.    OUDTGRAET CLARENsoen.
MERTEN GHEERBRANTSsone   GHEERKEN HERENsone.
CLAUS JANSsoen.                          PETER HUGENSsone.
WILLEBROOT WILLEMSsone.    GHEERIT RIKENsone.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 55v° en A.A.B. Deel 30, blz. 57.
 
2 juni 1442.
De scheidsmannen, JOHAN ARNULPHI, NYCOLAO PODYE, ANTHONYS TAVERNE en HENRICK TASSCHE, doen een uitspraak in een geschil tussen JACOP DEN CUYPERE en THOMAS RUPHOLDE, coepman vuyt Lombaerdien, over achterstallige schulden.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 55v° en A.A.B. Deel 30, blz. 59, 60.
 
4 juni 1442.
Belofte gedaan door JAN CLAUSsone alias scipper MUYL, van Horen, over een schadevergoeding aan enige poorters van Antwerpen. Zijn vader CLAUS ALAERTSsone staat borg voor hem en zweert ook: “ende oft de voirs. JAN CLAUSsone gevangen oft gearresteert worde tanderen plaetsen binnen den tyde voirgenoemd ende eer de voirs. dedinge volvuert waere, soe sal hy ten Heyligen zweeren dairinteynden op gheen plumen te slapene ende anders niet tetene dan water en broot voere aen der tyt dat de voirs. dedinge volvuert sal wesen, alle zaken ten goeden verstane ende sonder argelist”.
Degene die schadevergoeding eisen zijn: PETER HAYE en JANNES WYCHMAN met hun medegezellen. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 56, 56v° en A.A.B. Deel 30, blz. 61-63.
 
14 juni 1442.
Hierna volghen alsulken goede als achter LYSBET sPOIRTERS, beghyne, gebleven zyn, ghelyc ARNT DE HONT, als dicsumeester van der stad van Antwerpen, die oversien heeft. Buiten huisraad, een huis in de Hudevettersstrate, tussen FRANCEN VAN CANTELBEKE en JACOB VAN DER DONCK, een erfrente op het huis van ADRIAEN VAN DER ACHTERT, lijftocht van JAN DE COCK op haar en haar broer HEINRIC (POIRTERS). Verder genoemd: ARNT DE RUYSSCHE, opte Hoevene bynnen Eekeren, JAN HASSELBERCH alias MYERSSELMAN en GILLIS VAN DEN MOERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 58v° en A.A.B. Deel 30, blz. 64, 65.
 
23 juni 1442.
De Schepenen van Antwerpen verbieden HEINRICK VOLKAERTS, vischcoepere, om LAUREYS VOLKAERTS nog in rechten aan te spreken over de nalatenschap van wijlen KATLYNEN VOLKAERTS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 57 en A.A.B. Deel 30, blz. 65, 66.
 
16 augustus 1442.
Oorlof voor JAN VAN DER MEERE om JAN VAN DER BEVERSLUYS, voor wie hij borg gebleven was, overal in rechten te mogen aanspreken.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 58v° en A.A.B. Deel 30, blz. 71, 72.
 
8 november 1442.
Belofte van MATHYS VAN TILBORCH betreffende een betaling aan JAN VAN DACKENAM, namens VROUWINE VAN LEDA, coepman van Hoemborch. Ook wordt genoemd: KATLYNEN VAN DEN WIELE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 60 en A.A.B. Deel 30, blz. 79, 80.
 
21 november 1442.
Oorlof voor LYSBETH VYTS, weduwe van wijlen JAN VAN MELEN, backer, om een huis te verkopen aan EEUWOUT SYMOENSSEN, tot onderhoud van haar krankzinnige kinderen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 61 en A.A.B. Deel 30, blz. 80, 81.
 
22 november 1442.
Uitspraak in een geschil tussen de regeerders van het Falcongodshuis, namens KERSTYNEN GHEYTERS, CLEMENTSdochter, ter ene, en CLEMENT GHEYTERS, haar vader, met CLAUS, JAN en JACOP, zijn zonen, over de nalatenschap van resp. vrouw en moeder.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 60v°, 61 en A.A.B. Deel 30, blz. 82-84.
 
14 december 1442.
WILLEM VAN NERENBROECK, WOUTERSzone, goutsmeets, verklaart de schulden, die buiten zijn weten om, door MAGRIET NORYS, WILLEMSdochter, zijn vrouw, gemaakt of te maken, niet te erkennen. Verder wordt genoemd: COSTENE VAN BERCHEEM.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 61, 62 en A.A.B. Deel 30, blz. 85, 86. 
 
22 december 1442.
Onderstand verleend aan JAN WILLEBEYS, gewezen Schepen, nu oud en verarmd. Krijgt zijn leefdage lang jaarlijks een bedrag en “eenen afval van eenen verkene ende dbroet alle Sondage gelyc als de Heilegeestmeesters plegen te hebben”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 62 en A.A.B. Deel 30, blz. 86.
 
- 1443 -
 
JOANNES VAN DER RYT = Buitenburgemeester.
WILHELMUS MENGART = Binnenburgemeester.
 
30 januari 1443.
Voor het bestuur van de stad Antwerpen kwamen: “JAN DE MOELNERE, als Schoutet van Outserweele, REYNERE BOLLAERT, AERD VAN DEN ACKERE, JAN VAN DEN MOERE, JAN LYEN ende CORNELYS LUEDINC, Scepenen desselfs dorps, &c.
dat MICHIEL MENGIAERT na den lantrechte van Outserweele vutgewonnen heeft, voere djaer ende na djaer met dage ende met daeghs rechte, alle alsulken lant metten gronde als toe te behoeren plach WILLEM YDENSOEN, vore tgebrec van viere nobelen erlic, van vyf jaeren achterstellich, mids dat hy van den jonxsten scepenenbrieve daerop hadde ende omme dat JAN WILLEM YDENSOEN, die de pande ende toepanden besat, voirvluchtich wart. Voert kenden de Schoutet, JAN VAN DEN MOERE, CORNELYS LUEDINC ende JAN LYEN, dat insgelix de voirs. MICHIEL vutgewonnen hadde metten lantrechte, in der manieren voerscreven, alsulken huys, hof, pande ende toepande als JAN SPAELS brief, KATLINEN VAN DILVEN brief ende WOUTER MICKAERTS brief begrepen hebben, mids dat deselve MICHIEL dien hantvullinge moeste doen metten rechte”, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 62 en A.A.B. Deel 30, blz. 89, 90. 
 
6 februari 1443.
JAN SCHOT, coepman ende poirtere woenende te Calays, belooft de schade te vergoeden, die door JAN VALKEN is geleden.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 63 en A.A.B. Deel 30, blz. 90.
 
13 februari 1443.
Regeling van een geschil tussen HEINRICK VAN SOMPEKEN, natuerlic zone wilen JAN VAN SOMPEKEN, van Lyere, en zijne consoorten, ter ene zijde, en de gebroeders GODEVAERD en CLAUS VAN POEDERLE, ter andere zijde, over een korenrente. Ook worden genoemd: JAN VAN POEDERLE, HEINRICXzone, en zijn kinderen JAN en FLOREYN VAN POEDERLE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 62v° en A.A.B. Deel 30, blz. 91, 92.
 
4 maart 1443.
Besluit aangaande de afbetaling door WOUTER VAN OERDEREN aan DANCKAERT DE MOELNERE van een som geld. Verder genoemd: JAN VAN OERDEREN, zijn vader.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 62v° en A.A.B. Deel 30, blz. 92, 93.
 
5 maart 1443.
Beslissing tot betaling van lijftochtrente door PETER DE LYNMAKERE aan de vrouw van LAUREYS VAN DEN GHEERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 52v° en A.A.B. Deel 30, blz. 93, 94.
 
16 maart 1443.
De stad Antwerpen verkoopt aan Mr. JOESE, chirurgijn, en JAN SCATTE een lijfrente.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
18 maart 1443.
Besluit over de deling der nalatenschap van GIEYS VAN DER TANGEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 64 en A.A.B. Deel 30, blz. 97.
 
21 maart 1443.
Toestemming van de Oude-Schepenen tot verkoop van lijfrenten.
Deze waren:
CLAUS ALLEYN.                                 JAN NOYTS.
DANCKAERT DE MOELNERE.        JAN VAN RYTHOVEN.
Mr. JAN VAN HALMALE.                  GHEERD DE WILDE.
WOUTER VAN RANST.                      MICHIEL KIEKEN.
JAN DE PAPE.                                       JACOP TOLLINC.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 59v° en A.A.B. Deel 30, blz. 98.
 
17 april 1443.
Zoen over de manslag door ANTHONYS VAN GHILSE, schaloetsmakere, gepleegd op JAN CODDEN. De navolgende personen, van beide partijen, stellen de voorwaarden vast: CLAUS VAN DER HEYDEN, JANSsone VAN DER HEYDEN, JAN LEDENAERT, JAN VAN BATTELE en WOUTER OTTERS. Eerst moet ANTHONYS een bedevaart doen naar “tSente-Peters te Roemen”, vervolgens naar “ten Heyligen-Bloese te Wilsenaken”. Verder veroordeelt tot zielemissen laten lezen, aantal ponden was schenken en een som geld betalen aan de gebroeders LUYCAS en JAN CODDEN. Verder wordt genoemd: HEINRICK REYNEERS.   
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 64v°, 65 en A.A.B. Deel 30, blz. 100-102.
 
26 april 1443.
Uitspraak in een geschil tussen PETER TOP en JAN VAN LILLE, beiden bakkers.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 64 en A.A.B. Deel 30, blz. 102, 103.
 
3 mei 1443.
“Volwassenverklaring of Emancipatie”:
… se dede openbaerlic ter Vierschaeren vute sinen broode, ate ende drancke GIELYS SANDERS CORNELYS SANDERS, sinen wettigen soene, ende goedene vute met viere oude groten erflic die hy hem bewysde op viere cameren met hove, gronde, gestaen in Sinte-Anthonysstrate, die HEINRICK SANDERS toe te behoeren plagen. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 63v° en A.A.B. Deel 30, blz. 103.
 
10 mei 1443.
JAN DE WOLF, “niet mechtich en was synre zinne” wordt onder toezicht gesteld van JAN VAN CANTICROIDE, die men heet DE WOLF, GIELYSsone, en, in naam van zijn vrouw, PETER STOLLEBEEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 64 en A.A.B. Deel 30, blz. 103, 104.
 
15 mei 1443.
Vonnis betreffende de betaling van achterstallige renten verschuldigd aan het godshuis der Augustijnen, te Mechelen. Worden genoemd: de kinderen MICHIEL JOES, de kinderen WOUTER MEYNGHERS, broeder JAN VAN FLOERSSN, Rentmeester van het godshuis, CORNELIS LUDINCK, JAN MEYNGHER, JAN LUDINC, JAN DE MOELNERE en MATHYS COPPENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 67 en A.A.B. Deel 30, blz. 104-106.
 
Zelfde datum.
Geld door JAN FIERS op AERT NOYTS uitgewonnen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 74v° en A.A.B. Deel 30, blz. 106.
 
23 mei 1443.
Geschil tussen HEINRYCX KNAEPS en JAN LEYS, beiden wonende te Turnhout, over de verkoop van een huis.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 65 en A.A.B. Deel 30, blz. 106, 107.
 
24 mei 1443.
In de kapel der huidenvetters wordt een kapellanij gesticht door JAN SLINGERE, stadsraadsheer, JAN DE WINTERE en ARNOLD VAN WESELE, dekens, JORIS VAN DER HEYDEN en WOUTER KEIRINCK, oudermannen van het huidenvettersambacht.
Bron: Amand de Lattin, Evoluties van het Antwerpse stadsbeeld, Deel 8, blz. 170.
 
3 juni 1443.
Geding over leengoederen naar de bevoegde rechter verzonden. Worden genoemd: PHILIPS THOOR, MATHYS tSUERS, RAES VAN DER MAELSTEDE en GODEVAERD DEN BUYSSCHERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 65v° en A.A.B. Deel 30, blz. 108, 109.
 
17 juni 1443.
… tuychde by zynen eede, gedaen aen den Heyligen, JAN VAN AELST, van Mechelen, dat CLAUS KEERLINCK, de barbier, dien de Meyere van Loeven II van zynen vingeren heeft doen afhouwen, hem bevolen heeft dat hy kundigen soude ANDRIESE de nausnydere, dat deselve ANDRIES oft dandere vive van synen medegesellen, daeraf de backere ende de scrynmakere de II zyn, hem dlant binnen der stat van Loeven weder gecrigen souden, ende oft zy des niet en daden, hy soude huerer eender lyf gecrigen oft hy soude by dage oft by nachte comen te Loeven ende steken tvier in huerer eenre huys ende verbernent af, al soude hy dairomme een rat ryden.
HUGE de bontwerkere, van Ziericzee, heeft getuyght op zynen eedt, dat hy heeft hoeren segghen der amien CLAUS voirs., dat huer boel vuyter stad gebannen waere, ende hy soude weder dlant dairaf hebben oft het soude den sommige berouwen.
Hier waren by ende over JACOP VUYTEN LYMINGHEN, Burgermeester van Loeven, WILLEM MENGIAERT, Burgermeester van Antwerpen, JAN VAN RANST, Scepene van Antwerpen, Mr. GIELIS VAN DER STOCT ende HENRICUS, Secretarise van Loevene, ende JANNES KIEKENS, Secretaris der stat van Antwerpen.  
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 65v° en A.A.B. Deel 30, blz. 109.
 
18 juni 1443.
Uitspraak in een geschil tussen PETER DE LICHTE en GHEERT DEN KEMMERE, van Eedinghen, zijn borg.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 66v° en A.A.B. Deel 30, blz. 110.
 
8 juli 1443.
Besluit over de doorgang over een stuk land. Betrokkenen: Jouffrouwen YDEN tsWYNS, WOUTER BOETSAERT en ROELANT VAN DER ZIPEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 67v° en A.A.B. Deel 30, blz. 112.
 
Zelfde datum.
Uitsluiting van JAN VOET uit het oudekleerkopersambacht.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 68 en A.A.B. Deel 30, blz. 113.
 
2 augustus 1443.
Besluit betreffende het overgeven van een “vrede” over de toegebrachte wonden door JAN en FAES DE LOEKERE, gebroeders, aan JAN VALCKEN, de jonghen. Worden verder genoemd: AERD DEN MAN en ROGIER, surgyn.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 67v° en A.A.B. Deel 30, blz. 113, 114.
 
13 augustus 1443.
Voor MICHIEL ADRIAENSzone, voor een wissel, staan borg ADRIAEN “in den luypert”, zijn vader, en PYN PYNSsone.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 15v° en A.A.B. Deel 29, blz. 256.
 
16 augustus 1443.
Verzoening tussen JAN VENYN, ter ene zijde, en HEINRICK DEN COCK en JAN KANE, ter andere zijde.
Dair by ende over waeren: JAN VAN DER RYT ende WILLEM MENGIAERT, Burgermeesteren, WILLEM NOYTS, JAN DE CONINC, CLAUS COLEZOEN, JAN VAN RANST, WILLEM VAN DEN WYNGAERDE, WILLEM VAN DEN BROEKE ende CLAUS WYNRICX, Scepenen, JAN JACOPSsone, JAN DE BLOCK, JANNES VAN DER DONCK, JAN PAUWELS, JAN SLINGER, WILLEM DE ROEYERE, Mr. EVERAAERT SPRAYWATERE, WILLEM STEYNEMAN ende PETER ROBBRECHTS, Raidsliede, DANCKAERT DE MOELNERE, Mr. JAN VAN HALMALE, JAN DE PAPE, Paysmakers, WOUTER VAN RANST, Hootman van beyde den scutteryen, DIEDERIC VAN DEN BAREN, deken, WILLEM DE MOELNERE, CLAUS DE PAPE, JAN BOEL, JAN DE TICHELERE, geswoirne van den jongen boge, JAN DE BACKERE, deken, HEINRIC WISSCHE, verwere, ende PETER RUELENS, geswoirne van den jonghen boghe.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 68, 68v° en A.A.B. Deel 30, blz. 115-117.
 
6 september 1443.
Geschil over huishuur. Genoemd worden: JAN WILLEBEYS de jonghe, CLAUS VAN DEN WERVE, Joufr. SAPIENCE, vrouw van JAN VAN EYCKE en wed. van wijlen JAN VAN DEN WERVE, wijlen WILLEM VAN DER HEYDEN die geh. was met de dochter van JAN STEVENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 68v° en A.A.B. Deel 30, blz. 117, 118.
 
9 september 1443.
Belofte van ROELANT VAN REELEGHEEM over een betaling aan WILLEM VAN NERENBROEC, goutsmit.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 68v° en A.A.B. Deel 30, blz. 118, 119.
 
20 september 1443.
“Erfbrief” aan de stad in bewaring gegeven door JAN RYEM, namens Vrouwen JACOMINEN VAN BAESROIDE, weduwe van Hr. HEINRICX VAN HEVERLE. JAN is de natuurlijke broeder van JACOMINEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 69 en A.A.B. Deel 30, blz. 119, 120.
 
21 september 1443.
Borgstelling van COLAERT BOYTS, poorter van Brugge, voor WOUTER VAN BEMEL en WILLEM GHEERDSsone. Verder worden genoemd: PETER LAMMENS, WILLEM DIBBOUT en PETER DEN BUL, allen poorters van Brugge.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 72v° en A.A.B. Deel 30, blz. 120.
 
12 oktober 1443.
Mr. JAN VAN LEEST, berbier, belooft aan WILLEM VAN DEN GRUYTHUYSE zijn lichtinval niet te ontnemen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 95 en A.A.B. Deel 30, blz. 121.
 
15 oktober 1443.
JOHANNES WISWILRE en KATLINE VAN TIELT, zijn echtgenote, beloven de uitspraak van de scheidsmannen na te komen. Deze zijn: JACOB DE CUYPERE, WILLEM NOYTS, “natuerlic”, AERT VAN CORPT, HEINRIC TESSCHE en JAN MICHIELS, droeghscheerdere.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 75 en A.A.B. Deel 30, blz. 121, 122.
 
22 oktober 1443.
CHRISTINA en ELISABETH KOESTEKERS verkopen aan JAN VAN ELSSELAERTS een rente op div. goederen.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
13 december 1443.
Geschil tussen GIELIS en JAN VAN SCHILLE, wettige kinderen van JAN VAN SCHILLE, “van den voerbedde”, aan de ene zijde, en WOUTER VAN SCHILLE, hun broeder, “van den nabedde”, aan de andere zijde.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 69, 73 en A.A.B. Deel 30, blz. 122, 123.
 
16 december 1443.
Bevel voor JAN VAN WESENBEKE tot nakoming van de voorwaarden der scheiding tussen hem en zijn vrouw KERSTYNE VAN SOMPEKEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 70v° en A.A.B. Deel 30, blz. 124. 
- 1444 - 
JOANNES NOYTS = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN RANST = Binnenburgemeester.
 
4 januari 1444.
Betrokkenen van het sterfhuis van WILLEM NOYTS: Mr. GOESSEM DE WILDE en zijn vrouw LYSBET NOYTS, WOUTER BREEM en PHILIPS WITTEBROOT.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 69v° en A.A.B. Deel 30, blz. 127, 128.
 
7 januari 1444.
WOUTER DE LEEUW en zijn vrouw MARGARETA LAUREYS dragen een stuk bos over aan JAN DE LEEUW en zijn vrouw CATHARINA SCOEZITTERS belast met een rente voor JAN SANDERS.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
10 januari 1444.
Uitspraak in een geschil tussen HEINRICK VAN DER BEKE, van Bergen, en SCALCK WILLEMSsone, aan de ene zijde, en DIERIC CLAUSsone, van Esschen opten Hovel, aan de andere zijde, over zeker pand gelegen tot Nyspen. Ook belanghebbend: de kinderen van MATHYS VAN DER MEERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 69v° en A.A.B. Deel 30, blz. 128.
 
Zelfde datum.
GHEERT DE MAN, gevangen voor schuld, vanwege PAUWELS “vuyten Eygene” en WILLEM VAN ROYE, Schout van Turnhout. JAN VAN DER HEYDEN wordt veroordeeld tot betaling der schulden en GHEERT komt vrij.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 70 en A.A.B. Deel 30, blz. 129.
 
24 januari 1444.
Uitspraak in een geschil tussen JANNES NOUTS, den viscoepere, en JACOP NOUTS, zijn broeder, over de nalatenschap van hun vader NOUTS PIETER, NOUTSsoene, door de navolgende scheidsmannen: JAN WILANCK, de cleermakere, hun zwager, GHEERD CUL, VOLKERYC FINAERT en JANNES WILZOETEN. Ook genoemd: JACOP MUELS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 71 en A.A.B. Deel 30, blz. 130, 131.
 
30 januari 1444.
Uitspraak in een geschil tusse WOUTER WYCHMAN en JANNES WILZOETEN, ter ener zijde, en SYMOEN LENTENzone, ter andere zijde, over de nalatenschap van HEINRICX VAN STEELE, hun broeder. Scheidsmannen waren: Mr. GIELYS VAN DEN WYNGAERDE, Canonick tAntwerpen, WILLEM VAN DEN WERVE, HEINRIC VAN BLAKENBROEC, Raitsman, en SERVAES VAN HOBOKEN. Ook genoemd: een bastaert kint, geheeten WOUTER VAN STEELE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 71v°, 72 en A.A.B. Deel 30, blz. 131-133.
 
31 januari 1444.
Voor MATHEUS VAN DER SCHUEREN, wissel, staan borg JAN VAN DER SCHUEREN, zijn vader, en JAN CANDT, “int Verken” tAntwerpen.
Bron: Oudt Register mette Berderen, fol. 1336-1439, 15v° en A.A.B. Deel 29, blz. 255, 256.
 
4 februari 1444.
JAN PAUWELS, mersenier, bracht een schepenbrief ter bewaring betreffende JAN VAN DEN ZANDE en zijn vrouw KATLINE FIERKENS, “Her JAN FIERKENS natuerlic dochter”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 70v° en A.A.B. Deel 30, blz. 134.
 
5 februari 1444.
Afwijzing van de eis van JAN HEINRICXsone, van Balen, tegen HEINRICK TEELS, HEINRICXzone, van Borchvliet.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 70v° en A.A.B. Deel 30, blz. 135, 136.
 
14 februari 1444.
Besluit over een toegezegde bruidschat aan de vrouw van PAUWELS WAIRLOES.
Verder worden genoemd: CORNELYS VAN EYCKE en LYSBETH WAERLOES.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 72 en A.A.B. Deel 30, blz. 136.
 
15 februari 1444.
Voorwaardelijke kwijtbrief van HANS LANGE en HEINRIC NEDERHOFF, borgers tot Danzike, aan de afgevaardigden van de stad Den Briel. Genoemde borgen: TYMAN CLAUSsone VAN DELFT, der stad wisselere van Antwerpen, en HEINRIC HOOP.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 71, 71v° en A.A.B. Deel 30, blz. 137.
Zie ook fol. 77v° en A.A.B. Deel 30, blz. 169.
 
6 maart 1444.
Beslissing in een geschil tussen ANTHONYS VAN VALOYS, scupmakere, en GHEERT VAN DEN PERRE, aangaande de nalatenschap van AERNOUT VAN DEN MORTERE, hun beider zwager. Ook genoemd: JAN DEN WYNTER, den hudevettere.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 74 en A.A.B. Deel 30, blz. 138, 139.
 
11 maart 1444.
Uitspraak in een geschil tussen JOES VAN TOLZEYNDE en AERDT DE VOS, over een de eigendom van een huis in de Keizerstraat.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 72v° en A.A.B. Deel 30, blz. 139.
 
12 maart 1444.
Uitspraak in een geschil tussen JAN MOENS en PIETER VAN BRECHT, rentmeester van den godshuyse van Fakens (Falconklooster), betreffende een uitwinning van goederen gelegen tussen HEYNRIC VAN DER BRAKEN en LYSBETH TUYTS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 72v° en A.A.B. Deel 30, blz. 140.
 
13 maart 1444.
Beslissing aangaande de aflegging van een korenrente bezet op goed te Merksem. Betrokkenen: SYMOEN VAN DEN MORTERE, LYSBET VAN DEN HOUTE, wettige dochter van JAN VAN DEN HOUTE, DANEEL VAN RANST en JACOP DE CUYPERE, ”des JANS wyf VAN WESELE getrowt hadde”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 73 en A.A.B. Deel 30, blz. 140, 141.
 
19 maart 1444.
Belofte van voldoening gedaan door Joncker JAN VAN ASSCHE en Joffrouwe CORNELYE VAN BERGHEN, zijn wettige vrouw, aan Joffrouwe LYSBET VAN OVERDEVECHT, weduwe van wijlen JAN NEMERYS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 73v° en A.A.B. Deel 30, blz. 142, 143.
 
20 maart 1444.
Uitspraak gedaan in een geschil tussen WILLEM MEYNGIAERTS, in naam van zijn vrouw LYSBETH BROEDELOES, ten ener zijde, en PETER BROEDELOES, MAGRIET BROEDELOES, met haar man ANTHONYS HAYMAN, ter andere zijde.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 74 en A.A.B. Deel 30, blz. 143-145.
 
Zelfde datum.
LAUWEREYS VAN CONINXSTABLE belooft, onder ede, zijn vrouw KATLINE NOYTS en haar moeder niet meer te mishandelen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 74v° en A.A.B. Deel 30, blz. 145, 146.
 
23 maart 1444.
Regeling van een geschil tussen JACOP ZOETCRUYTS en CLAUS HUYSMANS, dekens van den tappietwevers, ter ener zijde, en BOUDEN THOEN, haermaker, ter andere zijde, over het onwettig uitvoeren van het ambacht door zijn zoon COPPEN THOEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 75 en A.A.B. Deel 30, blz. 146, 147.
 
3 april 1444.
Uitspraak in een geschil tussen JAN VAN RYMMERZWALE en zijn vrouw LYSBET tsCLEERCS, ter ener zijde, en JAN VAN DER STOCT en GIELYS VAN DER STOCT, gebroeders, voorkinderen van LYSBET, ter andere zijde.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 75 en A.A.B. Deel 30, blz. 147, 148.
 
21 april 1444.
Getuigenis van HUGHE VAN DER DILFF, JAN VAN PARYS, JACOP WILLEMSsone, JACOP VAN CAMPEN, JAN CLAUSsone, HEINRIC DE HOLLANDERE en PAUWELS SE VISSCHERE op verzoek van CLAUS BOLLAERT, scipman, over de inbeslagnemening van een pak kleren bestemd voor GHEERD NIEWELANT door GIELIS PUTOIR, als tolnere tAntwerpen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 75v° en A.A.B. Deel 30, blz. 148.
 
?? mei 1444.
Voorwaarden van scheiding tussen JAN VAN AMMECHOVEN en KATLINE VAN DEN WOUWERE, zijn vrouw.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 75v° en A.A.B. Deel 30, blz. 149, 150.
 
13 mei 1444.
Uitspraak van scheidsmannen in een geschil tussen ADRIAEN VAN LYERE, naturlic zone van JAN VAN LYERE, ter ener zijde, en GILLYS BESSEN, JAN VAN DOIRNE en ECTOR GHEERTSsone, over huwelijksgiften toegezegd door JAN VAN LYERE. Scheidsmannen waren: Hr. WOUTER HEYEN, onderprochiaen tOnser Liever Vrouwen, Mr. JAN VAN WICKEVORST, prochiaen tSinte-Jorys, JAN VAN COUWELAER, MATHYS PARYDAENS, PETER VAN KARRENBROUCK en Mr. HEINRIC VAN DEN BERGHE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 76 en A.A.B. Deel 30, blz. 151, 152.
 
6 juni 1444.
GOMMAER en BOUDEN VAN DER BORCH verkopen een hoeve aan SYMOEN NEELS, van Tyelen. Deze komt zijn verplichtingen niet na. Verder worden genoemd: WOUTER DE KEYSER, WILLEM DE MOELDERE die men heet VAN DER HEZE, AERDT LUYTENS, WOUTER VAN SCHILLE en BERTEL BRUYNSEELS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 76v° en A.A.B. Deel 30, blz. 153, 154.
Zie ook fol. 79v° en A.A.B. Deel 30, blz. 154, 155.
 
17 juni 1444.
Geschil tussen JAN MERTENS, JAN MUSEELS en HEINRICK DEN VOEGHT, ter ener zijde, en LAUREYS DEN COSTERE, ter andere zide, over een korenrente te Zoersel.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 76v°, 77 en A.A.B. Deel 30, blz. 155, 156.
 
22 juni 1444.
Geschil tussen stad Antwerpen en de momboeren, vrienden en magen van MARIE, de wettige dochter van wijlen JACOP sMAECHS, ter ener zijde, en ZOETEN, de moeder van MARIE, nu de vrouw van GODEFROIT BOSQUIEL, ter andere zijde. Ook werd bepaald dat MARIE niet mocht trouwen met MERTEN DE BOSQUIEL, de broer van GODEFROIT, zonder uitdrukkelijke toestemming.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 79, 79v° en A.A.B. Deel 30, blz. 156-159
 
27 juni 1444.
JAN JACOPSsone, van Bergen opten Zoem, belooft, onder ede, CORNELIS CLAUSsone, niets meer te misdoen. Tevens overhandiging van een schepenbrief van Hildernisse die, HUGE HUGENzone die men heet HUGE DE BOT, gegeven had aan HUGEN, zijn natuurlijke zoon.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 77 en A.A.B. Deel 30, blz. 159.
 
29 juni 1444.
Geschil tussen de voor- en nakinderen van wijlen JAN DEN HERTOGE, van Doerne, die geh. was met o.a. MAGRIET VAN DEN BOGAERDE, over goederen gelegen tot Ranst. Scheidsmannen zijn: GHYSEL VAN DER BYEST, JAN VAN DEN BOGAERDE, HEINRIC VAN DER MEERE en WOUTER OTTERS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 77, 77v° en A.A.B. Deel 30, blz. 160, 161.
 
11 juli 1444.
Uitspraak in een geschil tussen CORNELYS NOUTS en de broers DIERICK en GHEERD PELSE over de aankoop van land, gelegen te Woensdrecht.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 77v° en A.A.B. Deel 30, blz. 161, 162.
 
3 augustus 1444.
JAN DE BUC belooft zijne goederen niet te verkopen noch te belasten, alvorens hij zijn schuldeisers: SYMOEN ROELANTS die men heet HAMER, van Mechelen, CLAUS GHEERTSsoen, JAN VAN HUDE, HEYNRIC DE ROVERE en JAN VAN DEN DALE heeft voldaan.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 78 en A.A.B. Deel 30, blz. 164, 165.
 
25 augustus 1444.
Borgtocht voor JAN VAN MOLLE, Rentmeester van Antwerpen, Lier en Herenthals, door JAN GOURRY.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 79 en A.A.B. Deel 30, blz. 168.
 
?? september 1444.
Borg gesteld door Messire ANTHOINE FRANSOIS BAPTISTE DE GAMBARO en zijn consoorten in hun eis tegen JANNES VAN ZEVERDONCK. Deze laastste had geld in bewaring gegeven aan GHEERD NIEUWELAND of NIEULANT van eerstgenoemde.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 80 en A.A.B. Deel 30, blz. 170, 171.
 
2 oktober 1444.
Geschil tussen JANNA HEYNRICX, dochter van LYMBORCH, met haar man AERNOUT FIERINS, ter ener zijde, en LYSBETH ALEYNS, JANNA ‘s moeder en JAN GHEERTSsone, ter andere zijde, over het “afdoen van den commer” waarmee haar moeder zekere goederen op het Zuytlandt, bij Bergen op Zoom, heeft belast.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 80v° en A.A.B. Deel 30, blz. 171, 172.
 
3 oktober 1444.
JAN MICHIELzone zwoer ten Heyligen dat hem wel kenlic is, dat CLAUS VAN ACKERE cochte tAntwerpen , opte Vrymerct, thien scape, dewelcke scape MICHIEL JAN GHEERTsone seyde dat ze vuyt zynen bedrive hem on(t)vlucht waeren.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 80v° en A.A.B. Deel 30, blz. 173.
 
24 oktober 1444.
MARGRIET VAN DEN LAERE, weduwe van wijlen JAN VAN DEN ABEELE, wederroept de volmacht welke zij vroeger gegeven had aan CLAUS DEN BRUYNEN, hudevettere.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 79v° en A.A.B. Deel 30, blz. 176.
 
29 oktober 1444.
… soe schauden quite JACOP KERREMAN alias RANST, ende DANEEL VAN RANST, also verre als JACOP KERREMAN hem bevreden mach, haeren vrede WOUTER BREEM, Schoutet, van alsulken twist als zy jegens hem vuytstaende hadden, ende dit gheschiede voere ROMBOUT VAN DEN SCHOERE, doen ter tyt in roededragers stede, die dat op ban ende vrede gheboet, also dat behoirt.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 82 en A.A.B. Deel 30, blz. 177.
 
30 oktober 1444.
Soe quam GODEVAERT DE BUYSSCHERE, JANS sBUYSSCHERS sone, ende geloifde in presentien van Burgermeesteren, Scepenen ende Raide van der stad van Antwerpen, alsoe schiere als hy geweldicht waere in de goede dair JAN VAN DEN BERGHE, tot Eekeren, vut gevlucht ende geruymt is, te wetene in de herberghe geheeten “den Witten Herdt”, met alle hoirdere toebehoirten, gestaen tEekeren aen de plaitse, tusschen MATHYS SWOLFS erve, ex una, ende tsHerenstrate aldair, ex altera, dat deselve GODEVAERT vernuegen ende betalen sal CORNELYS DEN RYCKEN ende JANNE THONYS, beyde onse ingesetene poirteren, &c. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 81 en A.A.B. Deel 30, blz. 177.
 
14 november 1444.
Oorvrede gezworen:
Want zekeren twist vutstaende was tusschen PETER REYNERS ende den jongen JAN VAN AMMICHOVEN, sinen neve, daeraf PETER voers. begheerde eenen vrede te hebbene aen JAN WIELANT, des voers. JANS maegh, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 82v° en A.A.B. Deel 30, blz. 178.
 
25 november 1444.
Uitspraak in een geschil tussen Hr. GHYSBRECHT SMIT, priester, en JAN DEN SMIT, zijn broer, over een erfgift gegeven aan JAN door hun ouders JAN tSMIT en YDE VAN DEN BEEMDE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 82 en A.A.B. Deel 30, blz. 178-180.
 
Zelfde datum.
Besluit nopens de afbetaling der som welke PETER VALKEN aan JAN VAN OORDEREN verschuldigd is. Wordt ook genoemd: CORNELYS DEN HERDEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 82v° en A.A.B. Deel 30, blz. 180-181.
 
27 november 1444.
Also JAN VAN DER OEST die men heet VAN MECHLEN jaerlix gecocht heeft x scellinge groten erflic, daeraf de ii scellinge groten erflic afgequeten zyn met scepenenbrieven van Antwerpen jegens JAN VAN KERCHOVEN, daervoere JANNES DE LYNMAKERE waerborge bleven, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 82v° en A.A.B. Deel 30, blz. 181.
 
10 december 1444.
Afwijzing van een eis van PHILIPS THOER tegen JAN, den zadelmakere.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 83v° en A.A.B. Deel 30, blz. 182.
 
- 1445 -
 
GUILLIELMUS VAN DEN WYNGAERDE = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN DER RYT = Binnenburgemeester.
 
Dit jaar was de dochter van een begoed burger, m.n. PEETER VANDER TENTE, aangewezen om tijdens de processie op een wagen “Braband” te verbeelden. Hij weigerde en werd veroordeeld tot een bedevaart naar  Keulen als voorbeeld voor alle toekomstige weerspannigen.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 3, blz. 30, Mertens & Torfs.
 
11 januari 1445.
Ongeldigverklaring van een verkoop:
CLAUS COLENzone, JAN VAN COTHEN ende GIELYS BREEM, tesselfs Heilich-Geest behoef, gecocht ende gecregen hadden zekere erve jegens Jouffrouwen LYBET VAN WESELE, denwelken coep Jouffrouwe LYSBETH, JAN VOLBRECHTS dochter, ende momboeren van ZEGHER, AERD, KATLINEN, MAGRIET ende LYSBET, wittege kinderen ZEGHER VAN HALLE, hoopten ende meynden van gheenre weerden te zine, aengesien dat de voers. Jouffrouwen LYSBETH VAN WESELE haere zinnen niet wel mechtich en is, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 84v° en A.A.B. Deel 30, blz. 184, 185.  
 
20 januari 1445.
Vergoeding toegekend aan WOUTER VAN DONGNEN, onsen portere, wonende tot Noderwyc, wegens de schade hem door WILLEM CLAUS “met zijnen beesten” toegebracht.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 84v° en A.A.B. Deel 30, blz. 185, 186.
 
25 februari 1445.
Uitspraak in een geschil tussen JAN VAN DEN HOUTE, GODEVAERTSsone, ende Jouffrouwe KATLINEN VAN DEN HOUTE, wettich wyf WOUTER VAN DER MEERE, voere henselven ende voere alle haere medepartie, erfgenamen AERD VAN DEN HOUTE wilen, die zy hierinne vervingen ende geloefde te vervane, ter eenre ziden, ende JAN ende WOUTER VAN SOMPEKE, gebruedere, ende WOUTER VAN QUADERIBBE, als testamenteurs van Jouffrouwen LYSBET VAN WESELE, wittige gessellyne wilen des voerscreven AERD VAN DEN HOUTE, ter andere, over de nalatenschap, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 85, 85v° en A.A.B. Deel 30, blz. 186-190.
 
15 maart 1445.
PETER BROEDELOES, MICHIEL MENGIAERT en PETER HAEYE als momboeren van de kinderen van wijlen WILLEM MENGIAERT en ook voor LYSBETH en MAGRIET BROEDELOES, zusters, herroepen de volmacht gegeven aan JACOP OLEN, van Ziericxee, tot het innen van de verstervenis van hun neef Mr. RAESSE DOGGAERT. 
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 85 en A.A.B. Deel 30, blz. 190.
 
19 april 1445.
ANDRIES DE MEYERE vraagt teruggave van een schepenbrief over lijfrenten op ANDRIES en LYSBET, “synen naturlyken kynderen, daer moeder af was” LYSBETH VAN MUELE, welke JAN BANGELYN alias WINEGHEM onder hem heeft en niet wil teruggeven.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 86 en A.A.B. Deel 30, blz. 191.
 
24 april 1445.
PAUWEL VAN VARELESBERGE doet afstand van het sterfhuis van zijn broer JAN VAN VARELSBERGE, die geh. was met LYSBETH VAN PEELT. Ook genoemd: SYMOEN VAN PEELT, de broer van LYSBETH.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 90v° en A.A.B. Deel 30, blz. 191, 192.
 
25 april 1445.
Overeenkomst tussen JACOP VAN AKEN en JAN METTEN, namens de erfgenamen van wijlen JAN PLOEGERS, ter ene, en WOUTER VAN DEN HOVE, ter andere zijde.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 86v° en A.A.B. Deel 30, blz. 192, 193.
 
9 mei 1445.
Na getuigenis van BERTELMEEUS DE BOT, WOUTERSsoen, geseten tSaeftingen, wordt YSBRANT ALAERTSsone, van Lilloe, onschuldig verklaard van de “misgrype ende misdaden” waarvoor hij in hechtenis was gezet.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 86 en A.A.B. Deel 30, blz. 194-196.
 
12 mei 1445.
Besluit over een geschil tussen STEVEN VAN OERLE en JAN WILLEBEYS, douwe, ter ene, en JACOP THEEUS, scrynmakere, ter andere zijde, over het gebruik van een bornput.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 90v° en A.A.B. Deel 30, blz. 196.
 
18 mei 1445.
Afspraken gemaakt met poorters van Antwerpen die lijftocht hebben op de stad Haarlem.
Afgevaardigden van Haarlem: PIETER GHEERTSsone VAN BENNNBROUCK, GHERYT JANSsone VAN DER MEERE, CLAUS JANsone VAN HILLEGOM en BOUDEN JANSsone, Secretaris der stad van Herlam.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 87 en A.A.B. Deel 30, blz. 197, 198.
 
19 mei 1445.
MICHIEL VAN COKELBERGE is huishuur schuldig aan JACOP GALANT, poorter van Brugge. Verdere betrokkenen: PETER PEYTPAS en CLAUS RYTSAERT, outcleercopere.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 86v° en A.A.B. Deel 30, blz. 198, 199.
 
26 mei 1445.
Herstelling van een bouwvallige schuur toebehorend aan HENRIC AERDJANS, BOUDENsone, LAUREYS en JAN, zijn gebroeders.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 89v° en A.A.B. Deel 30, blz. 199, 200.
 
6 juni 1445.
De scheidsmannen: HEINRICK LUYKENzone, JAN CROECK en PIERSsone doen een uitspraak over een geschil tussen HANS DU BOS, vuyt Kempenlant, en THOMAES GRANDIE, coopman van Englant, met hun beiden borg, van Coelsester, dewelke heet PETER BERWYCK.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 87, 87v° en A.A.B. Deel 30, blz. 203, 204.
 
25 juni 1445.
Bekrachtiging van een vonnis, aangaande de deling der nalatenschap van JAN RABBODE. De erfgenaam blijft GIELYS VAN PANNEBRUGGE tot iemand zich met betere papieren aandiend.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 90v° en A.A.B. Deel 30, blz. 205, 206.
 
16 juli 1445.
Besluit betreffende de scheiding tussen AGNEESE VAN DEN HOUTE en JAN VAN ELSELAER, echtelieden.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 91 en A.A.B. Deel 30, blz. 206, 207.
 
27 juli 1445.
Lijfrentekwestie tussen JAN VAN DEN HOUTE en MATHEEUS VAN HELMONT. Verder worden genoemd: JACOP KERSELE, JAN DE HERTOGE, LAUREYS GHEERINC en HENRIC SNELLAERT.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 92 en A.A.B. Deel 30, blz. 207, 208.
 
31 juli 1445.
Inschrijving ener overeenkomst getroffen tussen GOMMAER VAN DER BORCH en ENGELBRECHT VAN DEN HOUTE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 91v° en A.A.B. Deel 30, blz. 208, 209.
 
2 augustus 1445.
Besluit over een geschil tussen Hr. JAN HOPPENBRUGGE, prochiaen, JANNES DE HOGE, costere, JAN VAN DER BIEST en CLAUS DE DECKERE, kercmeesteren te Wynegheem, ter ene zijde, en DIERIC WILMAERS, ter andere zijde, over erfmissen voor DIERIC ‘s vader zaliger.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 92 en A.A.B. Deel 30, blz. 209, 210.
 
18 augustus 1445.
Regeling van een twist tussen JAN VAN DEN STEENE en DIGNE TIPS, zijn vrouw.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 91v° en A.A.B. Deel 30, blz. 210, 211.
 
31 augustus 1445.
GIELYS VAN CRUBEKE, AUGUSTYN VUESEL, WILLEM DE VOS, STEVEN DE VOS, AERD WELLEN, PETER DE KEMELERE, AUGUSTYN DE KEMELERE en GHEERD VAN BARDYCKE, late in den Hove van Pluysegheem, te Conticke, tuyghen ende nemen op hueren eedt, dat hen wel voerstaet ende kenlic is, dat nu onlancx bynnen desen zomere JAN DE MOER, meyer in den voers. Hove, van PETER POTS wegen, hachte dede op een placke boschs, geheeten de Voesdonc, voere zekere coepgelt dat hy daeraf meynde te hebbene tot des voers. PETERS behoef, ende daerop dinghde hy eenen dach met rechte; ten anderen daghe quam JAN WIELANCKE ende dede daerop mit sinen voersprake antwoerden, &c.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 92, 92v° en A.A.B. Deel 30, blz. 211, 212.
 
10 september 1445.
Regeling van een geschil tussen LYSBET WILMAERS, weduwe van wijlen LAUWEREYS sWISSELEREN, en Mr. JACOP VAN PARYS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 92v° en A.A.B. Deel 30, blz. 213, 214.
 
23 september 1445.
Geschil tussen Joncker VAN ASSCHE met zijn vrouw CORNELIEN VAN BERGEN en CLAUS COLENzone, geh. met KATLINEN VAN HEFFENE. Verder worden genoemd: KATLINEN VAN MECHELEN en MAGRIET VAN UDEN, waar CLAUS “oudervader af es”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 94v° en A.A.B. Deel 30, blz. 214-216. 
 
20 oktober 1445.
Belofte van betaling gedaan door HEINRIC LONYS en zijn vrouw KATLINE HEYLIGEN, JAN BERTELS en zijn vrouw MAGRIET LONYS en CLAUS TOLS, geseten te Herentals, aan de gebroeders JAN, GODEVAERD en MERTINE DU BOUCQUIEL.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 93v° en A.A.B. Deel 30, blz. 218.
 
12 november 1445.
JAN WIEL, voerman vuten lande van Gulick, belooft het bewijs te leveren van de aankoop van een wagen met acht paarden, waarop PETER VAN CROCHT beslag heeft gelegd. Ook genoemd HERMAN ZEELANDERE, de zwager van JAN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 94 en A.A.B. Deel 30, blz. 222.
 
19 november 1445.
Verzoening tussen JAN VAN DEN BROEKE, van Loenhout, en JAN DE WALSCHE. Ook genoemd JANNES VAN MYNDERHOUT, de oudervader van JAN DE WALSCHE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 95 en A.A.B. Deel 30, blz. 222, 223.
 
20 november 1445.
Uitspraak in een geschil over de nalatenschap van MATHYS HILLEGHEERS, tymmermans, tussen zijn erfgenamen en LIELWYCH KLIEKAERTS, PAUWELSdochter, de echtgenote wijlen MATHYS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 95 en A.A.B. Deel 30, blz. 223, 224.
 
27 november 1445.
Uitspraak in een geschil tussen PETER VAN TOILZENDE, WILLEM VAN DEN GRUYTHUYSE en hun medeërfgenamen van JOES VAN TOILZENDE, ter ene zijde, en JAN VAN TOLZENDE met zijn nichten, aan de andere zijde, over de nalatenschap van wijlen Mr. JOES PETERSsone, Canonick in Onser Vrouwenkerke tAntwerpen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 96 en A.A.B. Deel 30, blz. 224-226.
 
14 december 1445.
KAREL GOELYS, Luiks koopman, had een Engelsman BARTEL STRATON in hechtenis doen nemen wegens schuld.
Bron: Geschiedenis van Antwerpen, Deel 3, blz. 191, Mertens & Torfs.
 
- 1446 -
 
JOANNES VAN RIETHOVEN = Buitenburgemeester.
JOANNES VAN RANST = Binnenburgemeester.
 
23 januari 1446.
Geschil tussen JAN FYERS en JAN VAN BROUCHOVEN, met als borg MATHYS VAN AERLE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 97 en A.A.B. Deel 30, blz. 226-228.
 
26 januari 1446.
Geschil tussen JAN VAN UDEN en HENRIC VAN MARENNEN over een hoeve gelegen te Wynegheem. Ook wordt genoemd: HEYNRIC LOWYCX, Rentmeester te Herzelt.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 96v° en A.A.B. Deel 30, blz. 228-230.
 
17 februari 1446.
Uitspraak in een geschil tussen AERD LUYDINCX, ter ene zijde, en BEATRYS VAN PULLE, weduwe van wijlen WEDEMAERS VAN KUYCK, met LYSBET VAN KUYCK, haar dochter, ter andere zijde, over de windmolen van Wilmarsdonck.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 97v° en A.A.B. Deel 30, blz. 230-232.
 
17 maart 1446.
HEYNRIC DE WOU, borduerwerckere, belooft de stad niet te verlaten alvorens hij zeker werk voor de Sacramentsgilde, in O.L.V. kerk en voor GHYSBRECHT VAN WYCT voltooid zal hebben.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 98 en A.A.B. Deel 30, blz. 232, 233.
 
28 maart 1446.
Uitspraak in een geschil tussen Mr. JAN VAN LOEN en de gebroeders JAN en HEINRICK BOUDENS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 99 en A.A.B. Deel 30, blz. 235, 236.
 
8 april 1446.
Besluit in een geschil tussen LYSBET VOLKAERTS, weduwe van wijlen WILLEM GORTERS met WILLEM DE GORTERE, JAN, zijn broer,en de vrouw van JAN VAN VOESDONCK, allen wettige kinderen van LYSBET, ter ene zijde, en LAUREYS VOLKAERT, haar broeder, ten andere zijde, over de nalatenschap van LAUWEREYS VOLKAERT, doude.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 99v° en A.A.B. Deel 30, blz. 237-242.
 
7 mei 1446.
Beslissing aangaande de betaling van een erfrente door Vrouwe MARIE SPRONCX, weduwe van wijlen Heer GHELDOF VAN DEN ZENNEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 101v° en A.A.B. Deel 30, blz. 245, 246.
 
10 mei 1446.
Geschil tussen de kinderen VAN DER BORCH, daar moeder van was KATLYNE YDENS, natuerlic dochter van GHEERT YDENS, ter ene zijde, en LYSBETH STEYMANS met haar echtgenoot HEYNRYCK PROCHIAENS, ter andere zijde, over een gift van MAGRIET STEYMANS aan LYSBETH, haar nicht.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 101v° en A.A.B. Deel 30, blz. 246, 247.
 
3 juli 1446.
Regeling van een geschil tussen KATLINEN RAYWAERTS met haar zoon JAN CLAUS HEYNS en LYSBET (HEYNS), nu gehuwd met CLEMENT GHEITERS, over de nalatenschap van wijlen HENRIC RAYWAERTS die men hiet DE HAVICKERE.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 104v°, 105 en A.A.B. Deel 30, blz. 248-252.
 
20 juli 1446.
Voor PETER DESPUTEES, van Besanzon in Bourgognen, voor een wissel, staan borg GODEVERT ZANDERS, PYN PYNSsone en HEINRIC VAN DER STRATEN.
Bron: Oudt Register mette Berderen, 1336-1439, fol. 15v° en A.A.B. Deel 29, blz. 256.
 
13 augustus 1446.
Uitspraak in een twist tussen JAN VAN AMMICHOVEN, den ouden, en zijn zoon JAN VAN AMMICHOVEN, de jongen. Van deze laaste worden genoemd: KATLINEN VAN DEN WOUWERE, zijn moeder, GHEERTRUYD, zijn zuster en LYSBET SVOLDERS, “zyn meysen”.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 98 en A.A.B. Deel 30, blz. 255, 256.
 
Zelfde datum.
Beslissing in een geschil tussen MARIE THONYS, de vrouw van WILLEM VAN KUYCK, en ANDRIES VAN THIENEN, haar zwager. Verder wordt genoemd: GHEERT ALITEN.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 102v° en A.A.B. Deel 30, blz. 256, 257.
 
25 augustus 1446.
Belofte van betaling gedaan door GHYSBRECHT WITTINC die men heet VAN WESEL en AERNOUT ESSELVOERT, burgeren te Wesele in den lande van Cleve, aan DIERICK STEYN, wisseleere tAntwerpen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 103 en A.A.B. Deel 30, blz. 258.
 
2 september 1446.
Afwijzing van de eis van JAN WILLEBEYS, zoon van wijlen WILLEM WILLEBEYS, tegen CLAUS VAN DER HEYDEN, zijn oom. Verder worden genoemd: wijlen JAN VAN DER HEYDEN, CLAUS vader, en LYSBET VAN DER HEIDEN, wijlen zijn moeder.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 103v°, 104 en A.A.B. Deel 30, blz. 260-263.
 
22 september 1446.
Oorvrede gezworen door JAN QUAETPAPE, voldere, van Herentals, en poorter van Antwerpen, aan HEINRICK DE VOS, van Herentals.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 102 en A.A.B. Deel 30, blz. 263.
 
7 oktober 1446.
Destijds verkocht RYKAERT JANSsone, huvettere, aan wijlen JAN LOOP een huis. De momboeren SYMOEN LENTENzone, forsiermakere, JAN THONYS, plattynmakere, en DENYS DE SMIT, van de kinderen van JAN LOOP zijn niet in het bezit van een schepenbrief hierover.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 104 en A.A.B. Deel 30, blz. 264.
 
25 oktober 1446.
RAES VAN MAELSTEDE stelt zich borg voor Hr. ADRIAEN BERNAERTS, JANNYSsone, priester.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 104 en A.A.B. Deel 30, blz. 265.
 
11 november 1446.
Uitspraak in een twist tussen de Meerseniers en MATHEEUS VAN DER SCHILEN over het verhuren van zijn winkelruimte aan PETER VAN COTHEN, teenghietere van Mechelen, nu poorter van Antwerpen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 105 en A.A.B. Deel 30, blz. 265, 266.
 
12 november 1446.
De gebroeders HEYNRIC, JACOP en GHOERT VLAMINCX, JANSzonen, van Mechelen, in een zaak tegen JACOP VAN ORSHAGEN, van Mechelen.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 105v° en A.A.B. Deel 30, blz. 266, 267. Zie ook fol. 107 en blz. 279.
 
14 november 1446.
Gebruik van een stadswissel. Betrokkenen: ADRIAEN DE BEERE, hantschoemakere, JAN en CORNELIS ALAERTS, natuerlike kinderen van SYMOEN ALAERTS, van Nedervenne, daar moeder af was MARIE CLAUS en LAUWEREYS MEEUS, LAUWEREYNSsone, schoemakere.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 105v° en A.A.B. Deel 30, blz. 267, 268.
 
22 november 1446.
GEERTRUI VAN DEN MALE (geh. met JAN VANDER HOEVEN) verkoopt aan JAN DER KINDEREN een erfelijke rente.
Bron: Schepenbrief Rijksarchief Antwerpen.
 
24 november 1446.
Overeenkomst tussen PETER HAEYE, Prior der Predikheren, en CLAUS VAN LOEVENE. Verder worden genoemd: JACOB GOBBENzoen, WILLEM VOLKAERTS, zone wijlen VOLKAERT FINAERTS, BEATRUYS DIERIX, vrouw van AUGUSTEYN SWEERTS, en HUYBRECHT MEYS.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 109 en A.A.B. Deel 30, blz. 268, 269.
 
19 december 1446.
Borgtocht van MATHEEUS BUYSSEN, van Gent, voor JAN tSERAERTS, cleermakere, geboren van Vilvoerden, poertere tAntwerpen. Verder nog genoemd: JAN VAN DEN  HECKE, LIEVYNzone.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 106 en A.A.B. Deel 30, blz. 269, 270.
 
21 december 1446.
Geschil tussen ANTHONYS LAETS en WILLEM JANS als Heilegeestmeesteren der kerken van Arendonck, ter ener zijde, en HENRICK HER JAN, als erfgenaam van MAGRIET STEYMANS, ter andere zijde, over een korenrente.
Bron: 2e Oudt Register int Parkement, 1438-1459, fol. 106 en A.A.B. Deel 30, blz. 247, 248. 

Samenstelling en Redaktie: 

J.A. PLAISIER, Bergen op Zoom.       M. AKKERMANS, Merksem